Donderdag 29/10/2020

InterviewMarc Degryse en Wouter Vandenhaute

‘Anderlecht komt terug. Misschien sneller dan je denkt’

Yari Verschaeren en Odilon Kossounou van Club Brugge. Vandenhaute: ‘Ik draag de volle verantwoordelijkheid voor de leiding van Anderlecht.’Beeld Photo News

Super Sunday – voor Wouter Vandenhaute (58) althans. Eerst de Ronde Van Vlaanderen, nadien Anderlecht-OHL. Het ging evenwel geen seconde over de koers, toen Marc Degryse Vandenhaute bezocht voor zijn coming-out in de media als RSCA-voorzitter. Dat was, dixit Degryse, ‘hoog tijd’.

Degryse: “Bedankt voor de uitnodiging. Toplocatie ook (sterrenrestaurant San Daniele in Ganshoren, PJC). Maar goed, ik had het niet anders verwacht van jou.”

Vandenhaute: (grijnst) “Mag ik zeggen dat ik jou culinair een beetje opgevoed heb? Toen ik nog een jonge sportjournalist was en jou kwam interviewen, gingen wij vaak lekker eten. En ik ben zelfs eens voor je komen koken toen je nog bij Anderlecht speelde.”

Degryse: “Zetterberg en Bosman waren er ook bij, denk ik.”

Vandenhaute: “Jij had toen een konijn – Roger. Dat beestje heeft die avond aan een schoen van Zet zitten knagen. The f*cking rabbit ate my shoe!(lacht)

Degryse: “Toen al liet jij blijken: ‘Anderlecht is mijn club’. En je hebt altijd de ambitie getoond om...”

Vandenhaute: “... iets in het voetbal te doen.”

Degryse: “Jaja, maar niet om zomaar mee te lopen, hé. Nu heb je je zin: voorzitter, zeg.”

Vandenhaute: “En dat op een moment dat ik het mentaal volledig losgelaten had, echt waar. Drie jaar geleden wilde ik met partners Anderlecht kopen – ik ben niet kapitaalkrachtig genoeg om het alleen te doen. Ik vond dat we een goed dossier hadden, maar men is toen voor Coucke gegaan. Tot Marc een paar maanden geleden ineens belde. Ik heb getwijfeld, want ik amuseerde me met mijn andere projecten. Maar voilà, hier zitten we nu.”

Degryse: “Waarom wilde je precies deze week praten?”

Vandenhaute: “Marc, je kent mij, het is niet mijn stijl om elke dag in de kranten te staan. Ik zie mezelf als een voorzitter-coach: ik stel een team samen met talentvolle mensen en die laat ik hun ding doen. Ik was ook helemaal niet van plan om nu al met de media te spreken, maar de omstandigheden hebben mij daartoe gedwongen.”

Degryse: “De ruzie tussen de aandeelhouders die op straat beland is door de communicatie van Johan Beerlandt (van bouwbedrijf Besix, PJC), bedoel je?”

Vandenhaute: “Inderdaad. Kijk, ik heb bij mijn aankomst een verscheurde club aangetroffen, zowel financieel als sportief. Anderlecht won altijd, op alle vlakken, en de mensen rond de club zijn dat ook zo gewend. Dat dat nu even niet meer gebeurt, zorgt voor frustraties en woede. Ik was op voorhand op de hoogte van de spanningen tussen de aandeelhouders en ik heb er alles aan gedaan om tot overleg te komen. Ik was en bén er ook van overtuigd dat we uiteindelijk de rangen zullen sluiten. Er ligt een herstelplan van 70 miljoen euro op tafel, dat is goedgekeurd, maar het is nu wachten op de kapitaalverhoging. Dat heb ik niet in de hand. Het oorspronkelijke idee was om te praten als dat in orde is.”

Degryse: “Jij hebt meer dossierkennis dan ik. Kunnen de minderheidsaandeelhouders – met ook nog onder meer Etienne Davignon, Alexandre Van Damme, Michael Verschueren – die kapitaalverhoging afhouden?”

Vandenhaute: “Ja, want zij hebben een blokkeringsminderheid (26 procent van de aandelen, PJC). Zij moeten hun akkoord geven, dat is de hele discussie.”

Degryse: “Jullie kunnen het niet oplossen zonder hen?”

Vandenhaute: “Ik ben geen aandeelhouder.”

Degryse: “Hoe? Je ging toch aandelen kopen?”

Vandenhaute: “Niet per se.”

Degryse: “Nog iets dat alweer veranderd is. Het werd echt wel hoog tijd dat je spreekt.”

Vandenhaute: “De aandeelhouders vonden het een paar maanden geleden aangewezen dat ook het management aandelen zou verkrijgen, omdat dat zorgt voor extra engagement. Vincent (Kompany) en ik waren ook bereid dat te doen, we zouden elk 3 miljoen euro investeren, maar dat is finaal niet gerealiseerd. Intussen is de situatie ook anders. Vincent is nu coach. Hij is zelf tot de conclusie gekomen dat hij in die rol beter geen aandelen koopt.”

Degryse: “Maar jij zou het wel nog kunnen doen?”

Vandenhaute: “Als dat Anderlecht vooruithelpt, wil ik dat zeker en vast overwegen.”

Degryse: “Voelde je zelf dat het onhoudbaar was geworden om extern adviseur en makelaar te zijn?”

Vandenhaute: (verbaasd) “Maar neen.”

Degryse: “Jij betwist dat er een probleem was met jouw rol als consultant en je functie bij Let’s Play? Komaan!”

Vandenhaute: “Dat was volledig afgedekt.”

Degryse: “Ook voor de licentiecommissie?”

Vandenhaute: “Natuurlijk. Zij weten alles. Ik ben mijn aandelen bij Let’s Play aan het verkopen.”

Degryse: “Je had wel de perceptie tegen”

Vandenhaute: “Daar ben ik niet mee bezig. Integendeel.”

Degryse: “Er kan toch belangenvermenging zijn?”

Vandenhaute (licht geïrriteerd): “Mag ik iets zeggen, Marc, of heb je je mening al gevormd? Ik draag al jaren verschillende petten. Daar is niks mis mee, als het maar transparant is. Ik kon die twee dingen perfect combineren, maar Coucke vond blijkbaar dat ik mijn rol beter zou kunnen spelen als voorzitter. En Marc zei er zelfs bij: ‘Ik denk dat je het beter zult doen dan ik.’”

Degryse: “En wat als hij van gedacht verandert?”

Vandenhaute: “Dan houdt het op.”

Wouter Vandenhaute en Marc Degryse. Vandenhaute: 'Mijn grote voorbeeld is Ajax. Ajax heeft op dit moment lichtjaren voorsprong op Anderlecht, maar alles wat in Amsterdam kan, moet in Brussel ook kunnen.'Beeld Gregory Van Gansen / Photo News

Degryse: “Ik vind het mooi dat je toegeeft dat Coucke die macht nog wel heeft ten opzichte van jou. Wat ik me afvraag: ben jij in die context voldoende de baas van de club, wat een voorzitter in mijn ogen zou moeten zijn?”

Vandenhaute: “Ik draag de volle verantwoordelijkheid voor de leiding van Anderlecht, samen met Karel (Van Eetvelt, CEO), Jos (Donvil, operationeel directeur) en Peter (Verbeke, sportmanager). Marc laat ons werken. Pas op, hij denkt wel nog mee, natuurlijk. Op Club, toen iedereen wist dat Doku zou vertrekken, zei hij Peter en mij: ‘Zouden we Vranckx van Mechelen niet halen om de supporters te plezieren?’ Op zich geen dom voorstel, maar dan ben ik er om te zeggen: ‘Gaan we niet doen’. En dan is de kous af.”

Degryse: “Maar stel je nu eens voor dat Coucke het gehad heeft met Kompany en hem wil ontslaan. Wat dan?”

Vandenhaute: “Neen, dat soort dingen beslis ik.”

Degryse: “Maar Kompany kon wel zichzelf aanstellen als T1?”

Vandenhaute: “Sorry, maar dan ken je me toch niet zo goed als ik had gedacht.”

Degryse: (grijnst) “Ik chargeer een beetje, hé.”

Vandenhaute: “Ik heb heel veel respect voor wat Vincent doet. Ik weet wat hij financieel laat liggen. En welke risico’s hij hiermee neemt.”

Degryse: “Kunnen jullie hem ontslaan?”

Vandenhaute: “In principe wel.”

Degryse: “Hoe is die beslissing nu precies gevallen om Kompany trainer te maken ten koste van Vercauteren?”

Vandenhaute: (zet zich recht) “Van buitenaf bekeken vond ik dat de combinatie Kompany-Vercauteren werkte. De eerste maanden was dat ook zo – het competitieslot was goed, er was nog een kans op play-off 1. Tot Vincent in de voorbereiding geblesseerd raakte. Ik ging toen kijken naar onze oefenwedstrijd in Lille, waar Vincent actief coachte en Vercauteren op de bank zat. Voor mij klopte dat niet. De maandag voor onze eerste competitiewedstrijd tegen Mechelen had ik een meeting met Vincent en Karel en een diner met Frankie en Peter. Vincent zei dat hij zich zou concentreren op zijn spel, Franky dat het nu aan hem was. Dat was duidelijk. Of zo leek het toch.”

Degryse: “Ik laat me vertellen dat Kompany op Mechelen gecoacht heeft in de kleedkamer?”

Vandenhaute: “De setting was – euhm – bizar, meer kan ik daar eigenlijk niet over zeggen.”

Degryse: “Ondanks de gemaakte afspraken?”

Vandenhaute: (knikt) “De spanning was immens. Ze hebben dat lang verborgen gehouden, wat me ontgoochelde. We hebben nadien samengezeten, ik wil niet in detail gaan, maar ik ervoer dat het serieus scheef zat. Dan ben ik met Vincent gaan babbelen. En heb hem gezegd dat hij een keuze moest maken. ‘Ofwel ben je speler, ofwel trainer, maar dan moet je all-in gaan. Ga je voor dat laatste, dan speel je geen Europees kampioenschap én gaan we onderhandelen over een nieuw contract aan lagere voorwaarden.’ Vincent heeft niet meer getwijfeld. Zo is het gegaan.”

Degryse: “Maar dan moest je nog aan je goeie vriend Frankie zeggen dat het zou ophouden?”

Vandenhaute: “Dat was niet echt leuk.”

Degryse: “Je vond hem altijd een van de betere trainers.”

Vandenhaute: “Dat blijf ik vinden. Mijn houding ten opzichte van Frankie is niet veranderd.”

Degryse: “Je moet wel veel vertrouwen in Kompany hebben om zo iemand weg te sturen.”

Vandenhaute: “Ik geloof niet voor 100, wel voor 200 procent in Vincent. Hij krijgt van ons alle steun. Vincent heeft de wil om een toptrainer te worden. Hij moet nog vooruitgang boeken – da’s logisch, gezien zijn leeftijd –, maar hij is zo leergierig.”

Degryse: “Ik vind dat hij een paar jongens opgesteld heeft die niet klaar waren. Ait El Hadj in het seizoensbegin, Arnstad op Club Brugge. Waren er geen andere opties?”

Vandenhaute: “We hebben ons daar nooit achter verschuild, maar op Club moesten we met een noodteam spelen. En we zijn daar op een sterk Club gebotst – het was kat en muis. Dat was niet Arnstads schuld.”

Degryse: “Ook het feit dat Yari Verschaeren meer steun van de bondscoach dan van Kompany kreeg...”

Vandenhaute: “Je bent wel heel kritisch. Als ik een samenvatting van die opmerkingen maak, stel ik vast dat Marc Degryse geen believer van Kompany is.”

Degryse: “Maar jawel. Ik stel gewoon vragen.”

Vandenhaute: “Om op Yari terug te komen: ik denk dat hij weer kan openbloeien nu Doku weg is – ook al beschouw ik mezelf als een niet-kenner. (lacht) Als we de allerbeste Yari kunnen terugvinden... Hij is iemand die op Belgisch niveau het verschil kan maken.”

Degryse: “Hoe snel komt Anderlecht terug?”

Vandenhaute: “Zo snel mogelijk.”

Degryse: “Plak er eens een termijn op.”

Vandenhaute: “Dat kan niemand voorspellen. We hebben natuurlijk wel een doel: top vier halen.”

Degryse: “En je denkt dat dat kan?”

Vandenhaute: “Zeker. Er is goed gewerkt – ik ben positief. Al is er tegelijk realisme nodig.”

Degryse: “Jij kwam 35 jaar geleden bij mij als journalist om te zeggen dat ik weg moest bij Club, dat ik mijn comfortzone moest verlaten. En nu ben uitgerekend jij zo voorzichtig. Ik had meer ambitie verwacht. Ik praat niet over de titel, maar je kunt de fans toch wat perspectief bieden?”

Vandenhaute: “Het heeft niks met voorzichtigheid te maken. We zijn brandend ambitieus en we willen zo snel mogelijk vooruit. We werken keihard naar het déclic-moment, en dat gaat komen. Toen Vincent Mannaert en Bart Verhaeghe Club Brugge overnamen, hebben ze in 2,5 vijf trainers versleten: Koster, Daum, Leekens, Garrido en Preud’homme. En dan vergeet ik de drie dagen Francky Dury nog. Toen vonden ze hun déclic-moment en waren ze vertrokken. Dat gaan wij ook vinden en misschien wel sneller dan iedereen denkt. Anderlecht komt terug, sowieso.”

Degryse: “Dat weet ik ook wel. De vraag is: wanneer?”

Vandenhaute: “Snel. Mijn grote voorbeeld is Ajax. Wel, ik zie veel parallellen met Ajax. Club uit de hoofdstad, goed voetbal, lef, jeugd. Ajax heeft op dit moment lichtjaren voorsprong op Anderlecht, maar alles wat in Amsterdam kan, moet in Brussel ook kunnen.”

Degryse: “Ook een nieuw stadion?”

Vandenhaute: “Als je in het voetbal over ambitie praat, heb je het uiteraard ook over infrastructuur, maar de eerstkomende vijf à zeven jaar is dat geen issue - het oefencomplex op Neerpede en het Lotto Park zijn oké. Toch werken we in stilte aan die dossiers. Ach, laat ons eerst maar inhoudelijk beter worden. Als club moeten wij bewijzen dat we een betere infrastructuur verdienen.”

Degryse: “Dat is wel nodig als je financieel stappen wil zetten. Kijk naar Gent sinds de Ghelamco Arena.”

Vandenhaute: “We zijn ermee bezig.”

Degryse: “Gaan we eens klinken op Anderlecht?”

Vandenhaute: “Graag. Zeg, Marc, weet je nog die keer dat ik je kwam bezoeken in Sheffield...” (PJC)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234