Zondag 28/02/2021

InterviewCarole Bam

‘Als vrouw, en zeker als zwarte vrouw, moet ik mezelf elke dag weer bewijzen’

null Beeld Vincent Duterne/Photo News
Beeld Vincent Duterne/Photo News

Vrouwen die een nationaal team trainen: ze zijn in België op één hand te tellen. Carole Bam (42) – de Mama Cheetah van de 4x400m aflossingsploeg - is er eentje van. ‘Als vrouw, en zeker als zwarte vrouw, moet ik mezelf elke dag weer bewijzen.’

Het is money time vandaag voor de Belgian Cheetahs in Louvain-la-Neuve want na het BK maakt trainster Carole Bam (42), van ­Kameroense origine, haar selectie voor het EK indoor begin maart in het Poolse Torun. Alleen voor de vijf snelsten is plek in de 4x400m, terwijl ze kan kiezen uit elf kandidaten. “Ze zijn met veel, dat klopt, maar door een blessure vallen Hanne Claes en Justien Grillet af – ik heb al een ideetje over wie ik ga selecteren, maar ik wacht eerst de competitie af.”

Kan je makkelijk afstand nemen van de meisjes met wie je een goede band hebt? Je traint zelf Cynthia Bolingo, terwijl Camille Laus en Hanne Claes zowat de ‘founding mothers’ van de Cheetahs zijn.

“Ja, ik denk eerst aan de chrono’s en aan het team. Zelfs als Cynthia of Camille geen goede tijden ­lopen, halen ze het team niet.”

Ga je echt alleen op chrono’s af? Speelt het geen rol wanneer ze competitiebeesten zijn? 

“Ja, uiteraard. Ik laat het niet ­alleen afhangen van twee of drie honderdsten verschil. Camille en Cynthia bewezen in het verleden al wat ze waard zijn, ze hebben in dat opzicht een voetje voor, maar de chrono’s van meisjes zoals Imke Vervaet, Margo Van Puyvelde en Hanne Maudens liggen dicht bij elkaar – ik ga het paard niet voor de kar spannen.”

Je werkt met sportpsychologe Ellen Schouppe nodig. Is dat ­nodig?

“Ja, dat zorgt voor cohesie, de meisjes halen veel uit de workshops die we samen doen. De Cheetahs zijn altijd outsiders, in de pronostieken houden ze met ons geen rekening, maar we staan er wel altijd. Omdat ze verenigd zijn. Ze lopen voor elkaar, niet ­tegen elkaar – dat is de magie van de Cheetahs.”

Op het EK indoor van 2019 ­verkondigde je openlijk dat de Cheetahs voor een medaille ­gingen. Jullie finishten pas als vijfde.

(knikt) “Voorlopig de enige ontgoocheling op ons parcours. Ik was er echt van overtuigd dat ze ertoe in staat waren. Ik baseerde me op de tijden die de meisjes voor het EK liepen. Het leek me zelfs makkelijker bereikbaar dan het zilver dat Cynthia in de 400m won. Ik weet nog dat ik dacht: oké, dat worden dan twee ­medailles voor Cynthia en eentje voor de Cheetahs... Dat zat zo in mijn hoofd. Dat krijg je als je te veel rekent.”

Durf je voor dit EK dan nog ­ambities uitspreken?

“Ik zeg beter niet dat we voor een medaille gaan want dat brengt duidelijk geen geluk. (lacht) ­Eerlijk, ik heb nog niet aan het ­podium of zo gedacht. Het is één race. De meisjes moeten hun job doen, we zien wel wat het oplevert, maar een medaille zal zeker niet makkelijk zijn.”

null Beeld Vincent Duterne/Photo News
Beeld Vincent Duterne/Photo News

Je begon in 2012 je trainers­carrière met Cynthia Bolingo. Hoe is dat in zijn werk gegaan?

“Noël Levêque, de voorzitter van m’n atletiekclub in Nijvel (CABW), had gehoord dat Cynthia wilde stoppen omdat ze het ­gesukkel met blessures beu was. Ik had mijn diploma van trainer al gehaald en wist dat ik die richting uit wilde gaan. Noël vroeg me met haar te praten. Ik heb Cynthia gezegd dat ze met zo’n talent niet mocht opgeven, dat ze in staat was om de Spelen te halen als ze goed trainde, dat de top niet ­alleen voor anderen was weggelegd. Een dag later belde ze me op: ‘Wat je zei, stond me aan. Wil je me niet trainen?’ Zo is het ­begonnen.”

Jij gaf haar zelfvertrouwen ­terug?

“Ja. Toen ik op m’n 26 in België ­arriveerde – mijn ex was piloot bij Brussels Airlines en ik ben mijn hart gevolgd –, merkte ik al snel dat Belgen niet dromen. Dat is wat men Jacques Borlée soms verwijt: hij is een man die wél droomt – soms wat veel. (lacht) Ik heb nooit begrepen waarom mensen zo kwijlden over de Borlées: zij hebben geen vier longen, maar twee, zoals iedereen. Zij stellen gewoon alles in het werk om er te geraken. Het lijkt wel ­alsof men zich in België geen grootsheid kan inbeelden. Atleten zijn tevreden met kleine successen. Cynthia redeneerde vroeger ook zo: ‘Ik? Naar de Spelen’?” 

Dromen ze in Kameroen meer dan?

“Ik trainde altijd in een centrum met de allerbeste Afrikaanse ­atleten, in de winter in Dakar en in de zomer aan de Côte d’Azur – als je op dagelijkse basis omgaat met wereldkampioenen, met spurters die in finales van WK’s staan, dan ga je heel anders redeneren, dan streef je altijd naar de top.”

Je stond zelf twee keer op de Spelen. Was het jouw kinderwens om atlete te worden?

“Neen, ik wilde eigenlijk journalist worden en voor ik op m’n 18 met atletiek begon, speelde ik voetbal – ik draafde de flank af. Maar toen ik een race won op de universitaire kampioenschappen, kreeg ik een beurs aangeboden. Ik wilde me toeleggen op de 100m en 200m, maar mijn Franse coach vond dat ik de benen had om horden te doen – zo werd ik een specialiste op de 400m horden (Bam is nog altijd Kameroens recordhoudster op de 100m en 400m horden, red.).”

Hoe zou je jezelf als coach ­omschrijven?

“Ik heb geleerd dat ik geen militaire discipline kan opleggen zoals ik dat heb gekend. (glimlacht) Ik probeer een middenweg te vinden, maar ik weet ook dat je veeleisend en gedisciplineerd moét zijn om te presteren – er is geen andere weg. Er is een minimum aan sérieux nodig.”

Roep je soms tegen de meisjes?

“Neen, maar hen gedecideerd toespreken: ja – als ik de indruk heb dat m’n boodschap niet overkomt of als ze fouten maken. Maar altijd rustig.”

Cynthia is de meter van je dochtertje. Kan je haar even streng toespreken?

“Ja, maar ik ga niet opzettelijk op haar staan roepen om te bewijzen dat ik hard kan zijn. Ik ken Cynthia heel goed en ik durf rechtuit te zijn tegen haar, ook al is dat niet aangenaam, terwijl ik bij anderen mijn tong misschien twee keer zal omdraaien. Cynthia kan het onderscheid maken tussen privé en professioneel.”

In 2017 kreeg je de vraag om de 4x400m te trainen. Zegde je meteen toe?

“Ja, want ik ga graag uitdagingen aan. Ik ben samen met Jacques Borlée naar het BOIC gegaan met de vraag om ‘les Tornadettes’ – zo noemden we ons toen nog – te ondersteunen, maar ze zagen er geen potentieel in. Individueel waren de tijden van de meisjes ook niet fameus. Ook van de Franstalige atletiekliga (LBFA) kregen we een ‘njet’. Maar Camille (Laus) en Hanne (Claes) gaven niet op: ‘Het ís mogelijk, laat het ons dan zelf proberen.’ En dus schreven we ons in voor een competitie in Zwitserland en kwalificeerden we ons voor het EK van 2018.”

null Beeld Vincent Duterne/Photo News
Beeld Vincent Duterne/Photo News

Op dat EK in Berlijn deden de Cheetahs het onverhoopt goed met een vierde plek. Een revanche op iedereen die niet in jullie geloofden?

“Absoluut. We gebruikten dat ook als motivatie: ‘Ze geloven niet in ons, we gaan hun ongelijk ­bewijzen. We hèbben een bestaansreden, maar we kunnen niet falen of er komt geen nieuwe kans.’ We zijn nog ver verwijderd van het parcours dat de Belgian Tornados aflegden, maar de meisjes waren telkens bereid om zich te bewijzen.”

Is de erkenning er nu wel?

“Toch wel. De meisjes kregen kleine voordelen en er is een budget op jaarbasis.  Het BOIC betaalde ook de teambuildingsstage in het begin van het seizoen – vroeger had ik het lef niet gehad om dat te vragen, we zouden toch wandelen zijn gestuurd. Nu was het meteen in orde. We worden erkend als een olympisch team.”

Je hebt dochtertjes van 3 en 7. Laat jouw drukke agenda zich combineren met je gezinsleven?

“Het is zeker niet altijd makkelijk om de twee te verzoenen. Zo kreeg ik voor het EK in Berlijn te horen dat ik mijn kleinste van drie maanden oud niet mocht mee­nemen: ‘Geen poussettes in het hotel.’ Ik zag er anders veel poussettes, zelfs van atletes. En drie maanden later zegde het BOIC ook neen op mijn vraag of ik haar kon meenemen naar de olym­pische stage in Lanzarote, terwijl er wel een crèche was en ik ook mijn schoonmoeder wou inschakelen: ‘Geen families’.”

Je bent één van de weinige ­nationale trainsters. Is het zo moeilijk?

“Ja. Ik weet dat er atleten zijn die erkennen dat ik bekwaam ben, maar niet met mij willen samenwerken: ‘Carole is een goeie coach, maar ik wil niet dat een vrouw me traint.’ Het zijn kleine vooroordelen en dat voél je. Ik voldoe aan alle stereotypen: ik ben een vrouw en nog eens een zwarte vrouw – er zijn mensen die daarover struikelen. Gelukkig zijn er anderen zoals Cynthia die wél hun vertrouwen in mij stelden.”

Je voelt de nood om je te bewijzen?

“Ja, constant. Elke dag moet ik ­tonen dat ik competent ben. Ik zeg dat geregeld aan Cynthia: ‘Ik moet als coach bewijzen dat ik een atleet naar topniveau kan brengen.’ Ik sta nog maar aan het begin van mijn carrière, over tien-vijftien jaar hoop ik als coach toch een zekere bekendheid te hebben.”

Is de sport in jouw ervaring een wereld van macho’s?

“Ja. Vóór een vrouw haar plek vindt in de sport... Als je die niet opeist en je jezelf niet bewijst, dan red je het niet. Dat is wat veel vrouwen afschrikt om eraan te beginnen. Ze denken: ‘Het is een job voor mannen, ik ga nooit naar waarde worden geschat of gekleineerd worden’. Of ze vrezen dat het niet compatibel is met het moederschap. Ik heb het geluk dat ik op veel hulp van mijn man en schoonmoeder kan rekenen maar ik had het anders ook ­geprobeerd.”

Word je nu al beter geaccepteerd?

“Ik kom in elke geval niet meer toe als een kleine muis (lacht), ik steek me niet weg door ergens aan de zijkant te gaan zitten. Ik voel dat ik m’n plek waard ben en ik heb ook vertrouwen opgedaan.”

Onder meer door de Cheetahs te kwalificeren voor de Spelen. Je opperste geluk?

“Ja, ik had geen stem meer na de reeksen. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit zo hard geroepen heb. Het wás ook onvoorstelbaar voor een team waar twee jaar ­terug bijna niemand van moest weten. De voldoening was gigantisch: van nul recht naar een olympisch ticket – je zou voor minder euforisch zijn.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234