Zaterdag 23/10/2021

InterviewRemco Evenepoel en Mauri Vansevenant

‘Als alles goed verloopt, ben je de koning van België. Slaat het tegen, word je plots de zondebok’

Mauri Vansevenant en Remco Evenepoel poseren aan de Fuji International Speedway in Shizuoka, Japan. Beeld Photo News
Mauri Vansevenant en Remco Evenepoel poseren aan de Fuji International Speedway in Shizuoka, Japan.Beeld Photo News

Ploegmaats Remco Evenepoel (21) en Mauri Vansevenant (22) zijn de jonge wolven in de Belgische wielerselectie die morgen op een medaille jagen. Hun karakters liggen misschien ver uiteen, op de fiets is er chemie.

De Olympische Spelen, is dat een kinderdroom die in vervulling gaat?

Vansevenant: “Voor mij wel. Meer dan een droom zelfs. Nooit gedacht dat ik hier ooit de kans toe zou krijgen en al zeker niet op die leeftijd. Dit is misschien once in a lifetime.”

Evenepoel: “Er komen nog wel wat Spelen aan, Mauri. Maar op ons 21-22ste is het wel een speciale belevenis. Ooit één keer kunnen deelnemen is voor veel atleten op zich al fantastisch. Laten we er dus maar ten volle van genieten.”

Tot hoever reikt jullie olympische herinnering? Zijn er momenten of figuren uit het verleden die jullie zijn bijgebleven?

Evenepoel: “Belgisch gezien: het goud van Greg Van Avermaet in Rio 2016 en het brons van Axel Merckx in Athene 2004 natuurlijk. Medailles in het wielrennen zijn redelijk uniek. Internationaal en sportoverschrijdend steken er voor mij twee atleten bovenuit: Michael Phelps en Usain Bolt.”

Vansevenant: “Grote olympische idolen heb ik niet. In Peking 2008 was ik pas acht. Maar de twee voorbije Spelen liggen wel vers in mijn geheugen. Ik zie nog altijd de crash van Cancellara in Londen 2012 voor me. En die rare eindsprint tussen Urán en Vinokoerov.”

Voor jou is het anders makkelijk bijpraten, Mauri. Jouw vader Wim nam deel aan de Spelen.

Vansevenant: “Ja, hij reed de wegrit in 2004. Ik herinner me nog dat hij toen twee beertjes meebracht van Athene. Souvenirs om te koesteren. Pa vertelde me dat de Spelen met geen enkel ander sportevenement te vergelijken zijn. Het is de hele wereld die samenkomt en op het scherpst van de snee met elkaar in competitie gaat. Alle ogen zijn er op je gericht.”

Evenepoel: “Zelf sprak ik erover met Van Avermaet. Ik kreeg ook wat tips van Serge Pauwels (lid van de selectie in Rio 2016, nu ontwikkelingscoach bij Belgian Cycling, JDK) en van zijn broer Anthony vooral, die al met de pistiers werkte op de Spelen en me als fysio van onze ploeg begeleidde tijdens de Giro. Waarschuwingen waren daar niet bij. Niets dan goeds.”

Vansevenant: “Ik denk wel dat het een totaal andere beleving wordt dan de voorgaande edities. Corona bemoeilijkt de zaken. De bondscoach had ervoor verwittigd: het wordt geen pleziertrip.”

Evenepoel: “Zeer strikt, ondervinden we hier. Zo mochten we maar één dag in het olympisch dorp slapen. De rest van de tijd lagen we een eind weg van Tokio (in Gotenba, ruim 100 kilometer zuidwestelijker, JDK). Gaan kijken naar andere atleten en competities zit er niet in. Jammer, want dat had ik graag gedaan. We zijn hier natuurlijk in de eerste plaats om te koersen, maar iets meer vrijheid had het toch wel wat aangenamer gemaakt. Soit, we hebben onze dagen kunnen vullen.”

Met de quizjes die bondscoach Sven Vanthourenhout samenstelde?

Evenepoel: “Ja. (lacht) Maar een PlayStation was al ruim voldoende geweest.”

Vansevenant: “Ik ben niet echt een computerman, dus zorgde ik voor een spel kaarten.”

Vansevenant postte een foto van Mount Fuji tijdens zijn trainingsrit. Beeld instagram
Vansevenant postte een foto van Mount Fuji tijdens zijn trainingsrit.Beeld instagram

In de aanloop naar de Spelen trokken jullie samen op hoogtestage naar Livigno. Hoe is dat verlopen?

Vansevenant: “Goed. We hebben er stevig getraind, in prima omstandigheden.”

Evenepoel: “Het was een voorrecht om 100 procent te kunnen focussen op Tokio. Ik twijfelde vooraf: op hoogte of niet. Het prima weer in Livigno trok me over de streep. Uit ervaring weet ik dat zo’n hoogtestage me doorgaans geen windeieren legt.”

De Belgische olympische selectie bevat niet één maar twee jonge wolven van Deceuninck-QuickStep. Kreeg je daar inspraak in, Remco?

Evenepoel: “Vorig jaar was al afgesproken dat ik sowieso één ploegmaat zou meekrijgen: Dries Devenyns of Pieter Serry. Mauri zat toen nog niet in onze ploeg, maar door het uitstel van de Spelen kwam ook hij in aanmerking. Ik heb de bal volledig in het kamp van de bondscoach gelegd. ‘Neem mee wie jou het meest overtuigt’, zei ik. Het is Mauri geworden. Meer dan verdiend op basis van wat hij dit seizoen al presteerde. Als je ziet met wie hij in Baskenland allemaal bergop reed…”

Zijn jullie een goede match?

Evenepoel: “Zeker. Ook al hebben we totaal verschillende roots. Dat merk je soms wel. Minder dan Mauri heb ik bijvoorbeeld moeite met verkeersdrukte tijdens het fietsen. We zijn bijna leeftijdsgenoten, hebben bij de jeugd dezelfde koersen gereden met de nationale selectie en zijn allebei vroeg prof geworden. Ons parcours is vergelijkbaar en dat schept een band. We zullen niet rap elkaars vijand worden, denk ik.”

Heb je hem al een beetje West-Vlaams geleerd, Mauri?

Evenepoel: “Jok, jok.”

Vansevenant: “Er is een nieuwe wereld voor hem opengegaan.”

Evenepoel: (lacht) “Ik weet nu hoe ik tomaten moet planten en zo.”

Vansevenant: “Voor mij hoeft het niet altijd over koers te gaan, er mag al eens over iets anders worden gepraat. De natuur, in mijn geval. Muziek, wat Remco betreft. In die zin vullen we elkaar goed aan. Het maakt het interessant. Om maar te zeggen: Remco was tien dagen lang een geweldige roomie.”

Evenepoel: “Ik snurk niet. Dan is het goed, hé.”

Is er een eigenschap van Mauri die jij niet hebt maar wel zou willen bezitten, Remco?

Evenepoel: “Minder piekeren over wat mensen soms zeggen of wat rond me gebeurt. Mauri kan dat goed. Bij hem gaat dat het ene oor in en het andere uit. Ik jaag me nog te veel op in de dingen. Het tegendeel zou me echt helpen. Ik bedoel het niet offensief of onrespectvol, Mauri, maar dat is zo’n beetje de boerenmentaliteit.”

Vansevenant: “Correct. Hoge bomen vangen nu eenmaal veel wind. De hele wereld kijkt naar je en de media gonzen constant rond je hoofd. Als alles goed verloopt, ben je de koning van België. Slaat het tegen, word je plots de zondebok. Hoe moeilijk het ook is, op een bepaalde manier moet je daar toch afstand van nemen en dat proberen te relativeren. Anders wordt het mentaal zeer belastend.”

De vraag omdraaien levert wellicht een waslijst aan verlangens op, Mauri?

Vansevenant: “Mocht ik nog maar in de buurt komen van Remco’s uitzonderlijke sportieve capaciteiten zou ik al gigantisch tevreden zijn. Maar mij hoor je niet klagen. Zolang ik gezond ben, kan doen wat ik graag doe en daar plezier aan beleef, ben ik gelukkig.”

De selectie is een mix van ervaring en jong talent. Kan werken.

Evenepoel: “Absoluut. Vooral met Greg hebben we een enorme brok ervaring mee. Hij is van goudwaarde, onmisbaar. Zeker in een nieuw Rio-scenario kunnen we dat uitspelen en als ploeg anticiperen. Wout, Tiesj en Mauri zijn drie superklimmers, in België fietsen er weinig beter bergop. We hebben veel mogelijkheden. Zelf ben ik een beetje een vraagteken. Ik wissel nog altijd goeie met minder goeie dagen af. Moeilijk te zeggen dus hoe ik zaterdag en woensdag zal zijn. Hoe dan ook moet een medaille met dit sterke blok, op dit parcours, het grote doel zijn.”

Bondscoach Sven Vanthourenhout neemt Wout van Aert en Greg Van Avermaet mee op verkenning. Beeld BELGA
Bondscoach Sven Vanthourenhout neemt Wout van Aert en Greg Van Avermaet mee op verkenning.Beeld BELGA

In welke mate hebben jullie je voorbereid op de extreme warmte en de hoge luchtvochtigheid?

Vansevenant: “Van mijn kant is daar, BOIC-gewijs, niet zo veel op gewerkt. Remco is wel eens de hittekamer van het Bakala Center ingedoken. In Livigno probeerden we op training de klimatologische omstandigheden van Japan zo goed mogelijk na te bootsen en na te gaan hoe ons lichaam daarop reageert. Op de warmste dagen zochten we de valleien op, om alvast de temperatuur in Rio wat te benaderen. Het zal vooral zaak worden om het lichaam zo koel mogelijk te houden en…”

Evenepoel: “…Tokio, hé Mauri. Het is Tokio, niet Rio.”

Vansevenant: “Jaja. Ik heb me versproken. Probleem is: het Japanse klimaat is zo specifiek dat je het moeilijk elders op natuurlijke wijze kunt simuleren. De beste aanpassing gebeurde hier, ter plekke.”

Maar jij testte dus wel in de hittekamer, Remco?

Evenepoel: “Ja, ik wilde het eens aanvoelen. Uiteraard sluit die test niet 100 procent aan bij wat we hier ervaren. Je zit op de rollen, vangt geen wind, je verdamping blijft constant rond je hangen. Maar het was wel lastig. Toen ik die hittekamer nog maar betrad, parelde het zweet al op mijn voorhoofd. Pittig. Maar voor hetzelfde geld regent het zaterdag, hé.”

Gaan jullie goed om met die omstandigheden?

Evenepoel: “Mijn vier rittenkoersen won ik vorig jaar allemaal in de hitte. In de Algarve en Burgos was het dertig graden. In Polen liep het kwik op tegen de veertig, in San Juan bij momenten zelfs tegen de vijftig. Ik verdraag beter extreme warmte dan extreme kou.”

Vansevenant: “Ik ook. Vijf graden en regen, dat is dodelijk voor ons. We zijn tenger gebouwd, hebben zo geen dik vel. De warmte is geen probleem, denk ik, 31 à 32 graden is relatief aanvaardbaar. Vooral de vochtigheid zal een beklemmend gevoel geven.”

Voor veel olympiërs zijn de Spelen het hoogtepunt van hun seizoen. Is dat anders voor wielrenners?

Vansevenant: “Voor mij wel, ja. Want aansluitend rijd ik meteen de Vuelta. Ik ga van de ene grote koers naar de andere en neem de Spelen terloops mee. Sommige atleten weten ook al twee jaar op voorhand dat ze geselecteerd zijn en dan richten ze al hun pijlen op D-day. Bij ons is dat twee maanden.”

Evenepoel: “Ik had zelfs een plan B, met onder meer de Clásica San Sebastián, voor het geval dat de Spelen opnieuw zouden worden geannuleerd. Na het uitstel vorig jaar konden wij in de herschikte wielerkalender weer vol aan de bak, terwijl het voor veel atleten een jaar wachten was. Een nieuwe schrapping zou voor hen een gigantisch drama zijn geweest. Onze carrières lopen gewoon door.”

Welke andere Belgische atleten zien jullie hier in Tokio een medaille veroveren?

Evenepoel: “Judoka Matthias Casse zal er heel dicht bij zijn. En als ik de laatste artikels lees over Nafi Thiam kan ze bijna niet verliezen. Al weten we natuurlijk met zijn allen dat dat zeker wel kan. En dan zijn er nog de Red Lions…”

Vansevenant: “… en Nina Derwael. Zelfs de Belgian Cats maken kans. Er mag ook altijd een verrassing bij. Ik zou zeggen: laten we maar met zo veel mogelijk medailles naar huis komen!”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234