Zondag 14/08/2022

InterviewTerryn, Chedraoui en Coely

‘We moesten ooit na Zwangere Guy opkomen, daar had ik pas schrik voor’: muzikanten over de festivalzomer

null Beeld Charlie De keersmaecker
Beeld Charlie De keersmaecker

Ziedaar komt het zomerzot! Intergalactic Lovers-frontvrouw Lara Chedraoui (37), Bazart-zanger Mathieu Terryn (28) en Coely Mbueno (28) laten hun licht schijnen over de nakende festivals. ‘Ik kan me geen podiumvrees permitteren: ik móét komen, zien en overwinnen.’

Gunter Van Assche

Vroeger gebeurde het al eens bij onze festivaltriootjes dat artiesten elkaar beschroomd moesten aftasten voor het ijs gebroken werd. Ruben Block van Triggerfinger en Regi Penxten? Bien étonnés de se trouver ensemble. Op papier lijken ook de werelden van Intergalactic Lovers, Bazart en Coely als tectonische platen langs elkaar te schuiven en schuren. Maar daar valt voor en na het interview niets van te merken. De drie knuffelen omstandig en wensen elkaar alle succes van de wereld toe. Aan broederlijkheid ontbreekt het vandaag niet meer, na een handvol lockdowns die élke artiest een wurgende strop om de nek legde. Wanneer ze opnieuw in afgeladen club­tenten en voor hoofdpodia zullen staan, zal het aanvoelen als een bezwering van het kwaad. Vade retro, Corona! “Optreden heeft bij mij altijd iets van een duiveluitdrijving”, vertrouwt Lara Chedraoui ons toe. “Mijn shows hangen steevast af van mijn gemoedstoestand. Geen enkel optreden is hetzelfde. Alles lijkt een cumulatie van wat er die dag is gebeurd. Op dat vlak ben ik misschien niet echt professioneel.”

COELY geboren op 5 januari 1994 • zangeres, rapster • volledige naam Coely Mbueno • scoorde hits met o.a. ‘Ain’t Chasing Pavements’, All I Do’ ‘Don’t Care’ en ‘Run it Up’ • Speelt op 18/8 op Pukkelpop, Kiewit

MATHIEU TERRYN geboren op 29 november 1993 • Frontman van indiepopgroep Bazart • scoorde hits met o.a. ‘Goud’, ‘Grip’, ‘Chaos’ en ‘Denk maar niet aan morgen’ • Speelt o.a. op 1/7 op Rock Werchter en 11/8 op de Lokerse Feesten.

Lara Chedraoui geboren op 30 juli 1985 • frontvrouw van indie­rock­groep Intergalactic Lovers • bekend van hits als ‘Delay’, ‘Fade Away’, ‘Bobbi’ en ‘Northern Rd’ • speelde onlangs de hoofdrol in de nieuwe VRT-reeks Lost Luggage • speelt o.a. op 8/7 op Cactusfestival, Brugge en 30/8 OLT Rivierenhof, Deurne

Ben je zo al eens onderuitgegaan tijdens een optreden?

Lara Chedraoui: “Redelijk vaak. Perfectie is niet mijn huisstijl. Soms duurt het een song of twee voor ik écht betrokken raak bij het concert. Maar ik herpak me snel, al is het maar omdat ik het niet op mijn geweten wil hebben dat mensen zoveel moeite en geld hebben gespendeerd om een zangeres te zien die zich laat nekken door zenuwen en dan op halve kracht speelt. Het is soms moeilijker bij de emotionele songs. Af en toe weet ik niet of ik ga kraken. Toen het gedaan raakte met mijn lief, liet dat zijn sporen op mijn gemoed na wanneer ik moest optreden. Het publiek leek dat gelukkig niet erg te vinden, wanneer ik onbedaarlijk huilend over de liefde zong.” (lacht)

Coely Mbueno: “Ik gebruik mijn gevoelens ook onbeschroomd wanneer ik moet optreden. Wat moet je er anders mee aanvangen? Het verdriet kan je anders verlammen, en de show verpesten. Dus je móét het wel meenemen. Een concert wordt op die manier in het beste geval een meditatie.”

Mathieu Terryn: “Wat jullie vertellen is mij eigenlijk vol-ko-men vreemd. Op de een of andere manier glijd ik moeiteloos in mijn rol op het podium. Er bestaat bij mij wellicht een aan-en-uitknop. Ik ben een uitvergroting van mezelf, maar ik speel wel degelijk een rol.”

Lara Chedraoui: ‘Op het podium zing ik al mijn venijn en chagrijn van me af. Voel ik me triest, dan weet het podium raad.’
 Beeld Charlie De keersmaecker
Lara Chedraoui: ‘Op het podium zing ik al mijn venijn en chagrijn van me af. Voel ik me triest, dan weet het podium raad.’Beeld Charlie De keersmaecker

Wanneer ik me voor een belangrijk interview onzeker of nerveus voel, hoor ik mezelf met een cabaretesk stemmetje “showtime” fluisteren voor ik de kamer binnenga. Hebben jullie zo’n mantra of ritueel?

Terryn: “Iets debiels als ‘showtime’ zou ik nooit over mijn lippen krijgen. (hilariteit) Maar ik poets wel steeds mijn tanden.”

Chedraoui: “PJ Harvey leerde me dat tanden poetsen inderdaad goed voor je stembanden is. Zij doet het alleszins voor elk optreden. Er zit allicht ook een psychosomatisch aspect aan: je voelt je fris, alsof de dag pas is begonnen. En ineens heb je energie voor een heel etmaal. Los daarvan hebben we met de Lovers een typisch ritueel: zonder groepsknuffel gaan we het podium niet op.”

Mbueno: “Bij ons is dat een gebed. Ik ben erg gelovig en voor elk concert vraag ik God om kracht en steun zodat ik geen malaise zou doen. Wanneer we ‘amen’ zeggen, weet ik dat het menens is. Dan móét de show beginnen.”

Zo’n tweeënhalf jaar geleden moest de show dan weer stoppen. Hoe zien jullie de toekomst?

Chedraoui: “Ik was gisteravond nog in Berlijn, binnenkort speel ik in een Duitse serie. De mensen in de muziekindustrie zetten zich daar al schrap voor de winter. Ze geloven dat er opnieuw een lockdown aankomt.”

Terryn: (kijkt haar pips aan) “Dat méén je toch niet? Ik word al zot van het idee.”

Nie wieder, zie ik jullie alle drie hopen.

Chedraoui: “In Hamburg konden we onlangs ook pas na een verplichte sneltest spelen. En in de zaal keken we uit op mensen met een masker, die op stoeltjes moesten blijven zitten. Hopelijk komen die maatregelen niet opnieuw overwaaien naar ons land. Anders moet ik misschien maar eens serieus werk gaan maken van acteren.”

Terryn: “Was dat altijd een ambitie, acteren?”

Chedraoui: (beslist) “Néé, totaal niet. Maar ik dacht: what the hell. Let curiosity kill the cat. Ik ben altijd nieuwsgierig naar wat er op mijn pad komt, en klinkt het niet, dan botst het maar. Tijdens de pandemie heb ik besloten om een ja-jaar in te lassen. Elk aanbod was goed, en achteraf zou ik dan wel de rekening maken. Die aanpak was ook noodzakelijk om mijn leven weer wat positiviteit te geven. Tijdens de lockdown heb ik zo’n zware covid gekregen dat ik zelfs even vreesde nooit meer te kunnen zingen. En dan was er het Absolute Niets. De muzieksector is pas als allerlaatste opnieuw opengegaan, en dat hakte er zwaar in. Financieel natuurlijk, omdat je bankrekening bloedrood gaat kleuren. Maar ook emotioneel was het heftig. Op weg naar de Action zag ik dan mensen protesteren ‘omdat de regering alle vrijheden probeert af te nemen’. Wat weten jullie muthafucka’s daar godverdomme van, gromde ik dan terwijl ik mijn kaken op elkaar klemde.”

null Beeld Charlie De keersmaecker
Beeld Charlie De keersmaecker

Kwaaie Lara? Méén je dat nu?

Chedraoui: “Je spot met me, maar op het podium zing ik al mijn venijn en chagrijn van me af. Voel ik me triest, dan weet het podium raad. Voel ik me kwaad, dan krijg ik die razernij er ook uit. Na een optreden voelt het aan alsof ik mijn geest een reset gaf. En dan vallen die zaken twee jaar lang weg en merk je hoe die kwaadheid en frustratie gestaag bleven opbouwen. Ik moet een alternatief bedenken wanneer er nog eens een tijd zou aanbreken waarin het podium leeg blijft. Want ik werd vinnig en venijnig, zelfs irrationeel kwaad om een broodzak die openstond.” (hilariteit aan tafel)

Mbueno: “Ik begrijp je wel. Het podium is ook mijn uitlaatklep. Anders beginnen de duivels zich te manifesteren. In de gym kan ik die woede misschien ook kanaliseren, maar fitnesscentra bleken net zo goed gesloten tijdens de lockdown.”

Voelde je je genaaid toen Pukkelpop vorig jaar groots uitpakte en nadien zijn staart moest intrekken, Mathieu?

Terryn: “Niet echt, omdat wij uiteindelijk toch nog in de afgeslankte versie konden spelen. Maar voor de acts die op het laatste moment uit de boot vielen, was het ongetwijfeld wél een bittere pil om te slikken. Pukkelpop had het Eerste Festival van de Vrijheid moeten worden, en tante Corona kwam toch weer roet in het eten strooien. Dat kun je de organisatie niet kwalijk nemen.”

Mbueno: “Ik had normaal gesproken ook op Pukkelpop kunnen staan, maar toen speelden andere zaken dan optreden. Ik had een sabbatical genomen. Of beter gezegd: een babybattical. Maar het deel van de lockdown waarin ik nog niet zwanger was, woog loodzwaar op mijn gemoed. Van de ene dag op de andere stond er niets meer in mijn agenda.”

Terryn: “Op Instagram liet ik dat natuurlijk niet merken, daar heerst de schone schijn. Maar ik heb toch ook lang moeten nadenken over een plan B. En je weet wat er sindsdien is gebeurd: food took over my life. (lacht) Eerst was er mijn boek over croque monsieurs (‘Croquestar’, dat hij samen met zijn vrouw, fotografe Marie Wynants, maakte, red.). Dan kwam er wijn in blik bij en nu onlangs het DRIP-festival. Dat was écht vet. Ik zag het aanvankelijk eerder als een groot uitgevallen verjaardagsfeestje voor mezelf: ik wilde vrienden en kennissen samen krijgen voor een bourgondisch bacchanaal. Maar toen werd het een stuk groter. Het idee was heel simpel: ik eet graag burgers, en ik neem gemakshalve aan dat de meeste andere mensen ook graag burgers eten. Méér had dat festival niet om het lijf. (lacht) Maar met Bockie De Repper had ik een perfecte partner in vettigheid.”

Chedraoui: “Bockie is ook een goede vriend van mij. We hebben samen op school gezeten, in Aalst. Ik werd vrij zwaar gepest en hij wierp zich op als mijn wingman wanneer ik hulp tegen pestkoppen nodig had. Jonas (Van Boxstael, Bockies echte naam, red.) is zo’n beetje als een broer voor mij. Mathieu heb ik voordien nog maar één keer ontmoet op een feestje in Club Goud. Ik stond versteld: jij was zo down-to-earth, en zo lief. We hebben toen heel lang met elkaar staan zeveren. Maar vreemd genoeg hebben we elkaars concerten steeds net gemist. (lacht) Ik moet nu ineens denken aan wat mijn mama zei. Ze had jouw passage in Het huis van Eric Goens gezien, en ze raadde me aan om ook te kijken: ‘Dat zijde gij precies!’ Ze had gelijk. Alles wat jij zei over kreupel makende onzekerheid, en over een people pleaser zijn? Allemaal zo herkenbaar.”

Zijn jullie nog nerveus voor grote festivals?

Chedraoui: “Méér dan zou mogen. Zelfs met zoveel jaren op de teller blijft zo’n Werchter of Pukkelpop iets Magisch en Ontzettend Speciaals. Wellicht omdat je als puber een hechte relatie met die festivals hebt opgebouwd, besef je hoe gewichtig zo’n optreden is. Dat kan je reputatie maken of kraken.”

Terryn: “Jouw angst snap ik dus echt niet. Dit is wie we zijn en wat we doen. Optreden zou voor ons toch geen reden voor grote angsten of nervositeit mogen zijn?”

Mathieu Terryn: ‘Songs schrijven die door een afgeladen volle wei gescandeerd worden: dat is mijn droom.’
 Beeld Charlie De keersmaecker
Mathieu Terryn: ‘Songs schrijven die door een afgeladen volle wei gescandeerd worden: dat is mijn droom.’Beeld Charlie De keersmaecker

Mathieu, jij stond toch ook eens met een klein hartje op Rock Werchter, vertrouwde je me ooit toe.

Terryn: “Akkoord, maar dat kwam omdat ik toen op de terugweg van een eerder festival in Nederland een vernietigende recensie onder ogen had gekregen. Mijn zelfvertrouwen kreeg toen een flinke deuk, zeker omdat het publiek ons hoorbaar en zichtbaar wél goed had gevonden. Ik wist even niet meer waar ik het had. Maar toch begrijp ik Lara niet. Vlak voor een show mogen de zenuwen wel even opspelen, omdat die meteen wegebben door de opwinding wanneer je het podium op stormt. Maar twee weken voor zo’n optreden al bibberen? Dat lijkt me verschrikkelijk. We spelen op de Main Stage van Werchter om kwart over vijf. (Coely fluit tussen haar tanden, red.) Inderdaad, dat is echt wel een belangrijk slot voor elke Belgische band. Maar ik probeer me nu niet te veel vast te pinnen op dat concert, want anders schep je zulke hoge verwachtingen dat je die onmogelijk kan inlossen.”

Mbueno: “Inderdaad: je moet alles loslaten om te kunnen knallen. Ik ken dat angstgevoel van Lara eerlijk gezegd ook niet. Ik ben hongerig en opgewonden voor elk optreden, really excited. Ik kan mijn aandacht dan zelfs niet meer op andere mensen richten. Mijn hele focus gaat naar het concert dat volgt. De rest wordt een waas.”

Ik hoorde onlangs een verhaal over een bekende Belgische act die liever niet tussen twee specifieke andere groepen speelde, wellicht uit angst voor de concurrentie. Een beetje klein, vond ik dat. Maar wel menselijk. Herkennen jullie dat gevoel?

Chedraoui: “Ik vind dat elke groep een beetje intimiderend kan overkomen, zij het in een bepaalde context. Zo moesten wij ooit na Zwangere Guy opkomen, en daar had ik toen echt schrik voor. Zwangere breekt bij elk optreden zowat het kot af, en daarna zouden wij dus onze zachte liedjes moeten spelen. (lacht) Anderzijds moet dat soort zware concurrentie je net oppeppen. Ik moest de Zwangere Lara doen ontwaken! Een andere keer speelden we vlak voor PJ Harvey, die zowat mijn grootste heldin is. Je weet dat er tussen ons geen vergelijk zal zijn, maar dat vind ik tof. Ik zou méér balen als ik moest spelen terwijl mijn lievelingsgroep op een ander podium staat.”

Terryn: “Dat hebben wij meegemaakt op Pinkpop. We stonden toen uitgerekend gelijktijdig met Doe Maar geprogrammeerd. We waren ontzettend blij om op Pinkpop te mogen spelen, maar tegelijk was het een kutstreek omdat ons publiek duidelijk overlapte. Ik zag het publiek massaal afzakken naar Doe Maar, terwijl wij optraden. Terecht, hè. Zelf had ik ook graag aan dat podium gestaan.” (lacht)

Mbueno: “Ik had het geluk en ongeluk om meteen in het voorprogramma van de grootste artiesten te mogen spelen: Nas, Kendrick Lamar, Kanye West… Dan merk je natuurlijk snel dat het publiek echt niet voor jou naar die zaal is afgezakt. Maar dat gebrek aan enthousiasme of interesse giet bij mij olie op het vuur. Ik ben méér dan ooit gebrand om te knallen, om iedere stoere hiphopper in baggy pants te overtuigen. Ik kan me geen podiumvrees permitteren: ik móét komen, zien en overwinnen.”

De eerste twee festivalconcerten die ik samen met mijn dochter zag, waren toevallig Coely op Cactus en Intergalactic Lovers op Dranouter. Daar heeft ze vandaag nog altijd geweldige herinneringen aan. Weten jullie nog wanneer de wereld van de festivals voor jullie openging?

Chedraoui: “Bij mij was dat op zeventien jaar. Pukkelpop! Omdat het de budgetvriendelijkere versie van Werchter was. Ik werd erg streng opgevoed, dus heb ik mijn mama eerst nog moeten wijsmaken dat ik op weekend ging met de scouts. Het avontuur begon voor mij eigenlijk al op de trein: iedereen met grote rugzakken en nog grotere verwachtingen.”

Terryn: “Bij mij was het Rock Werchter met Panic! at the Disco, Kaiser Chiefs, The Kooks en My Chemical Romance. Ik was veertien, vijftien jaar, en ik herinner me dat ik alles wilde: op de foto met artiesten, bandshirts kopen...”

Mbueno: “Ik mocht als kind niet naar feestjes, laat staan festivals. Mijn eerste herinnering is Couleur Café, omdat ik er zélf moest spelen. (lacht) Tot dan had ik altijd met grote ogen naar de festivalaffiches in de Fnac gekeken, waar mensen indertijd tickets konden kopen.”

Terryn: “Ik kijk soms met nostalgie terug naar oude festivalaffiches, en ik moet met enig schaamrood op de wangen bekennen dat mijn planning er beter helemaal anders had uitgezien. Ik heb Daft Punk gemist omdat ik dat niet zo goed kende, en toen voor een ander podium stond… Onvergeeflijk. Nog een geluk dat ik wel het laatste festivaloptreden van Oasis in 2008 heb kunnen zien. Dat optreden was één langgerekte zangstonde.”

Daar droom jij ook van, weet ik.

Terryn: (glimlacht lichtjes beschaamd) “Dat is waar… Dat is basically wat ik het liefst van al wil: songs die door een afgeladen volle wei gescandeerd worden. Ik denk zelfs dat ik mijn liedjes soms in functie van die wens schrijf. Dat is gewoon superleuk. En zelfs een beetje hallucinant: de woorden die je ooit in een roes op een bierviltje neerkrabbelde, of ergens in een beduimeld kladschriftje pende, worden ineens als een hymne opgevat.”

Chedraoui: “Dat is toch wondermooi? Op zo’n moment is er een perfecte symbiose. Dan voel ik me een deel van iets wat zoveel groter is dan jij of ik. Vaak voel ik me onthecht van de wereld, maar op dat ene moment lijkt alles zin te hebben. Of ik daar nu bij ben als artiest of als toeschouwer. Alles wat jij ooit gevoeld hebt en daarom neerschreef, wordt ineens door een voltallig publiek beaamd. Dezelfde tranen, hetzelfde verdriet, dezelfde woede. Zij schreeuwen mee de longen uit hun lijf, omdat ze hetzelfde voelen. Omdat ze jou voelen.”

Terryn: “Dat is prachtig verwoord. Ik ben trouwens altijd gecharmeerd wanneer mensen me bedanken voor mijn teksten, omdat die liedjes hen door een moeilijke situatie hebben geholpen. En dan blijken ze die woorden helemaal anders te interpreteren.”

Mbueno: “Dat zegt toch veel over jou als artiest, over hoe goed je bent als tekstschrijver.”

Terryn: “Ik probeer in mijn teksten ook wel zo ambigu mogelijk te zijn. Als een liedje niet voor verschillende interpretaties vatbaar is, zou ik daar nogal ongelukkig over zijn. Mijn zielenroerselen hoeven echt niet te stroken met jouw gevoelens of gedachten.”

Mbueno: “Ik heb jou in het Sportpaleis aan het werk gezien en was zwaar onder de indruk. Ik luister eigenlijk alleen naar Engelstalige muziek, en Bazart was mijn eerste – en enige? – Nederlandstalige optreden ooit. Zoiets heb ik zelden gevoeld. Ik kon net als iedereen luid meezingen en zag mensen van allerhande leeftijden. Dat gaf me een warm gevoel: er gaat zoveel mis in deze wereld, maar de gedachte dat muziek zoveel mensen kan verenigen en aan hetzelfde zeel laat trekken, volstaat voor mij om dit werk te blijven doen.”

Chedraoui: “Eigenlijk zijn wij net als schrijvers, ­journalisten en troubadours verhalenvertellers met een roeping. We vertellen wat er speelt in de wereld, of dat nu de innerlijke dan wel de wereld rondom jou is. Ik noem het geen beroep maar een ‘beroeping’. Zag ik als kind op straat iemand die toevallig droevig uit de ogen keek, dan moest ik me al inhouden om die persoon niet aan te spreken. Twee uur later zit ik nog te tobben over diens verhaal. Ik geloof dat ik daarom zo’n beetje als kluizenaar leef. Mijn hoofd zou kunnen exploderen. Of imploderen. Ik zie nu eenmaal overal verhalen.”

Terryn: “Jij zou toch af en toe eens je hoofd moeten kunnen uitzetten, hè?”

Coely Mbueno: ‘Ik liep verloren in mijn eigen hoofd. Maar de geboorte van mijn zoontje heeft me wakker geschud’
 Beeld Charlie De keersmaecker
Coely Mbueno: ‘Ik liep verloren in mijn eigen hoofd. Maar de geboorte van mijn zoontje heeft me wakker geschud’Beeld Charlie De keersmaecker

Mbueno: “Een goed deel van de lockdown had ik een ander projectje dat in mijn buik groeide en geboren werd. Maar tegelijk was ik ook wel bezig met een nieuwe plaat. Geen sinecure: ineens waren er de kwaaltjes, kreeg ik niet genoeg adem om voluit te zingen. En eigenlijk was het vooral heel lonely. In het begin vond ik het fijn om alleen te zijn, na een paar jaar keihard werken en presteren. Maar daarna was het gewoon saai. En toen kwam die rare switch: ik werd zwanger in het najaar van 2020 toen de regels weer strenger waren. Als moeder kon ik die rust gebruiken, maar als artiest voelde ik me enorm onzeker. Kwamen daarbij: de zwangerschapshormonen. Mijn man heeft afgezien… dat was ineens Coely maal tien. (lacht) Ik heb me afgesloten van de wereld om na te denken over mijn toekomst, in een wereld zonder veel perspectieven. En toen kwamen de demonen. Ik liep helemaal verloren in mijn eigen hoofd. Ik zonk weg. Maar de geboorte van Jabari heeft me wakker geschud. Ik ben nog meer dankbaar voor alles wat me overkomt. Een optreden zal ik nooit meer op automatische piloot spelen.”

Gebeurde dat dan weleens?

Mbueno: “Op een zeker moment speelde ik zo vaak dat ik me niet meer helemaal bewust was van wat er gebeurde. Ik was in die periode ook wel doodop van het werk, moet ik zeggen.”

Terryn: “Zo heb ik optredens nooit ervaren, maar corona heeft me wel geleerd dat ik een concert de normaalste zaak ter wereld vond. I took it all for granted. Tot mijn favoriete speeltje afgenomen werd.”

Chedraoui: “Automatische piloot werkt niet bij mij. Maar wat ik even niet miste, en daarna enorm hard: de schimmige broodjes in sommige backstages en tankstations, de acht uur durende ritten in een camionette, de debiele gesprekken... (hilariteit) Ik ga er nu nog meer van genieten omdat ik des te meer besef dat alles eindig is.”

Mbueno: “Ik wil nu ook elk moment proeven, elke ervaring zo diep mogelijk in me opnemen en ervan genieten. En steeds betere concerten spelen. The sky is the limit.”

Ben je een strenge moederkloek zoals je eigen mama, Coely? Ik vraag het maar omdat ik je ooit je band zag dirigeren, tot in de backstage toe. Als het een zootje ongeregeld dreigde te worden, haalde je meteen de teugels aan. Behoorlijk indrukwekkend.

Mbueno: “Zo moet ik ook zijn. Ik speel met een vrij groot orkest op het podium, dus als één of een paar groepsleden er een rommeltje van maken, hoor je dat meteen. Fouten kunnen gebeuren, and the show must go on. Maar ik vraag wel een ­zekere graad van perfectionisme. Wat mijn kindje betreft: van hem verwacht ik geen perfectie. Wel dat hij gelukkig wordt. En me voldoende slaap geeft. Wees gerust: I’m still alive. En misschien belangrijker nog: my little boy is still alive too.” (lacht)

Coely en Lara, voor jullie beiden zit er vijf jaar tussen oud en nieuw werk. Maakt dat de zaken niet moeilijk? Elke keer moet je opnieuw je weg naar het voorplan klauwen.

Chedraoui: “Ik vind het grappig hoe sommige journalisten elke keer over ‘de comeback van Intergalactic Lovers’ spreken, omdat er al eens drie of vier jaar tussen twee albums ligt. Maar je vergeet dan dat we met de vorige plaat 180 concerten hebben gespeeld, en twee jaar op tour gingen, van Japan tot het Hoge Noorden. Daarna moet ik weer tot mezelf komen, en me afvragen wat ik nog wil vertellen. Daar heb ik tijd voor nodig.”

Terryn: “Vandaag behoor je tot de oude garde wanneer je in albums denkt. Daar moet ik dan maar in meegaan. Bazart kan zich niet veroorloven om vijf jaar over een nieuwe plaat te doen. Ik ben bang dat we niet meer relevant zullen zijn als we zo’n lange radiostilte inlassen.”

“Een optreden is geslaagd als ik in het midden weg wil, omdat het me zoveel inspiratie geeft”, zei Lara onlangs op Radio 1. Speelt jaloezie soms ook op?

Mbueno: “Jaloezie nooit. Grote bewondering wel. Beyoncé zal ik nooit worden, maar dat neemt niet weg dat ik haar shows ademloos bestudeer. Ik vergeet dat ik zelf een artiest ben, maar verander in een nerd. Of in een wetenschapper die alle technische aspecten ontleedt.”

Chedraoui: “Ik zie ook niet in waarom je jaloers moet zijn op andermans concerten. Al maken Stromae of Arcade Fire het je soms wel moeilijk. (lacht) Dat zijn shows waarbij je alleen maar beduusd ‘what the fuck?!’ kunt stamelen. In geen dertig levens zal ik met Intergalactic Lovers zo’n show kunnen afsteken. Wij zouden het al behoorlijk decadent vinden om een confettikanon boven te halen. Maar ik word net zo goed ontroerd of geïnspireerd door een kleine beweging van Feist. Dan ben ik niet te beroerd om meteen te denken dat ik die move moet stelen.”

Terryn: “Het gaat inderdaad vaak om kleine zaken. Ik zag onlangs Harry Styles met een microfoon met kabel, en ik dacht: eigenlijk is dat toch wel cool. En na een show van Radiohead, dat het ene hoogtepunt na het andere aan elkaar reeg met een set die niet explodeerde maar implodeerde, leerde ik om op een podium eens wat vaker kalm te zijn in plaats van het publiek voortdurend aan te vuren. Maar ik zag ook een legendarische Nick Cave in de Stadsschouwburg. Na zijn concert kon ik alleen maar denken: Thieu, jongen… er is nog héél veel werk aan de winkel.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234