Zaterdag 25/06/2022

RecensieMuziek

‘Never Let Me Go’ van Placebo: niemand is zo narcotiserend nasaal als Brian Molko ★★★☆☆

Brian Molko, frontman van Placebo, enkele jaren terug in Firenze. Beeld © Brian Molko
Brian Molko, frontman van Placebo, enkele jaren terug in Firenze.Beeld © Brian Molko

Placebo deed er bijna negen jaar over om een nieuwe plaat te bekokstoven. Op ‘Never Let Me Go’ raakt de band alvast niet aan het sardonische nineties-nihilisme van weleer.

Gunter Van Assche

Geen kwaad idee van de groep: hun laatste langspeler Loud Like Love was zo’n miserabele sof dat zelfs de hevigste fans liever meteen een kruis over de Britse band wilden trekken. Maar frontman Brian Molko beweerde in de aanloop naar Never Let Me Go dat hij de groep volkomen op haar kop had gezet en het buskruit andermaal uitvond.

Geen wonder, eigenlijk. Bijna drie jaar had de groep voordien getourd met een compilatieplaat, waardoor de zin om kraakvrije radiosingles af te leveren allicht wegdeemsterde. Molko geloofde ook dat niemand het hen kwalijk kon nemen wanneer ze eens hun eigen Metal Machine Music zouden schrijven, de haast onbeluisterbare noise trip van Lou Reed. En anders zou hij wel proberen om zijn eigen versie te bedenken van Kanye’s Yeezus: “iets extreems, brutaals en experimenteels, dat de donkere uithoeken van ons emotionele landschap verkent.”

Zwartgeblakerde songs

Van enige grootspraak is Molko natuurlijk nooit schuw geweest, en dat blijkt ook na beluistering van Never Let Me Go. Op die achtste langspeler profileert Placebo zich als duo, in de vorm van Molko en de Zweedse bassist Stefan Olsdal. Van zware experimenten kun je de twee zelden verdacht maken, wel van zwartgeblakerde songs die al eens een liaison met elektronica aangaan.

Zo regelt ‘Forever Chemicals’ een ontmoeting tussen Depeche Mode en Nine Inch Nails, terwijl ‘Fix Yourself’ een lijntje legt naar The Cure uit de vroege jaren 80. ‘Beautiful James’ balanceert dan weer tussen psychedelische roes en euforische synthpop, terwijl ‘Chemtrails’ uit een giftig postpunkvaatje tapt. Pas echt van het padje gaat Placebo in ‘The Prodigal’ waarin Molko zich een weg neuzelt boven – wacht nu eens heel even?! – een kamerorkest. Dat geneuzel is overigens niet eens een verwijt: niemand is zo narcotiserend nasaal als Brian Molko, of je zou Bob Dylan moeten heten.

null Beeld rv
Beeld rv

Aan het sardonische nineties-nihilisme van weleer werd gelukkig ook niet geraakt: ‘Try Better Next Time’ is een ode aan de nakende apocalyps, waarin we de aarde opnieuw aan de dieren afgeven. Willen we in die nieuwe wereld overleven: “Grow fins and go back in the water.” Ook de teenage angst en nagelbijtende frustratie waar Molko zich in zijn succesjaren op liet voorstaan, maken vandaag weer de dienst uit in het chaotische ‘Hugz’ of het geagiteerde ‘Twin Demons’. Een onvoorspelbare hergeboorte is aan deze Placebo dus niet besteed, maar het spreekt wel voor de toekomst van het duo dat Never Let Me Go vaak net zo gedurfd en scherp geslepen klinkt als hun meesterwerkje Sleeping with Ghosts (2003). Het lijkt er dus op dat fans Loud Like Love zonder al te veel bezwaren in een brandende ton mogen laten smelten. Die vermoede zwanenzang bleek dan toch niet de finale doodsreutel voor Placebo.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234