De laatste reis van
Marco Pantani
Stefan Grommen & Sam Feys
Vandaag, exact tien jaar geleden, overleed Marco Pantani in een hotelkamer in Rimini. Hij was toen nog niet zo lang terug uit Havana. Tijdens die trip naar Cuba raakte 'Il Pirata' compleet - en definitief - de pedalen kwijt. Wat volgt is het verhaal van zijn laatste reis.

Op 18 februari 2004 komen 20.000 rouwende mensen samen voor een klein kerkje in Cesenatico, aan de Adriatische kust. Velen onder hen dragen gele, roze of witte zakdoeken rond hun arm. Het is een passend eerbetoon aan wielrenner Marco Pantani, die dankzij zijn gekleurde bandana's ook 'de piraat' - il pirata - werd genoemd. Pantani wordt begraven in zijn geboortedorpje, nadat hij vier dagen eerder in Rimini dood werd aangetroffen in een hotelkamer vol medicijnen en cocaïne.


"De wereld begrijpt dat al mijn collega's vernederd zijn in hun hotelkamers met verborgen camera's (...) die veel families trachtten te verwoesten. Hoe kan je jezelf niét pijn doen na dat alles?", galmt het door de kerk. "Ik weet niet waarom ik mezelf tegenhield in die momenten van woede. Als ik fouten beging, wil ik weten of er bewijs is. Maar toen mijn sport- en privéleven geweld werden aan gedaan, heb ik veel verloren. Vier jaar lang zat ik in elke rechtbank. Ik raakte mijn wil kwijt om te zijn zoals elke sporter. Maar wielrennen moest boeten en veel jongeren verloren hun geloof in het gerecht."


Het zijn Pantani's woorden, voorgelezen door zijn goede vriend en manager Manuela Ronchi. Hij schreef ze neer op negen pagina's van zijn paspoort, tijdens zijn laatste reis, een trip naar Cuba in december 2003. Het was niet daar dat het voor het eerst misliep met Pantani. De aftakeling was al jaren eerder ingezet. Maar die laatste reis markeert wel een duidelijk 'begin van het einde'. Na een positievere periode in het najaar van 2003 barstte in Cuba de bom. Het relaas van zijn Cubaanse exploten, zoals sportjournalist Matt Rendell het optekende in het boek 'The Death of Marco Pantani, A Biography', schetst een hallucinant beeld van de complete ondergang van een wielerheld.

1| Van jonge god tot dopeur
2| ‘Elefantino’ aan de drugs
3| Cuba calling
In 1993 steekt de dan 23-jarige Pantani, al tijdens zijn eerste volledige profseizoen bij de ploeg Carrera, de neus aan het venster. Hij rijdt een zwaar voorjaar, met onder meer passages in de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik, dat uitmondt in een selectie voor de Giro d'Italia. Hij moet er kopman Chiappucci bijstaan en doet dat uitmuntend voor een jongeling. Het zware seizoen eist echter zijn tol en Pantani moet opgeven in de 18de rit. Zijn prestaties geven hem wel een pak zelfvertrouwen en hij maakt al in 1994 van de Giro zijn doel. Met veel bravoure wint hij er twee bergritten na elkaar. Hij wordt tweede in het eindklassement, achter de Rus Jevgeni Berzin, maar voor wielericoon Miguel Indurain. Ook in de daaropvolgende Tour de France gaat het hem voor de wind. Met zijn aanvallende stijl weet hij de derde plaats te bemachtigen. Van dan af wordt hij beschouwd als Italië's numéro uno.
Voor wat vooraf gaat, moeten we tien jaar terug in de tijd.

Het jaar daarop kan hij zijn tweede plaats in de Giro niet verdedigen. Pantani ligt in de lappenmand na een zware crash tijdens een afdaling in de wedstrijd Milaan-Turijn. Een terreinwagen mag verkeerdelijk het parcours oprijden, drie renners knallen frontaal op de wagen. Eén van hen is Marco Pantani. Hij loopt verschillende breuken in zijn linkerbeen op. Voor de operatie weten de dokters niet wat ze zien wanneer ze zijn bloed afnemen: Pantani's hematocrietwaarde, de concentratie aan rode bloedcellen, ligt op 60,1 procent, daar waar 50 procent al bijzonder hoog is. Kort nadien dalen die waarden spectaculair, waardoor bloedarmoede even zijn leven bedreigt. Er is een bloedtransfusie nodig om Pantani erbovenop te krijgen. Later zou blijken dat hij toen al geïnjecteerd was met epo.

ongeval

Nadat het bedrijf Carrera Jeans zijn sponsoring van het gelijknamige wielerteam stopzet, wordt Marco Pantani in 1996 de kopman van de nieuwe ploeg Mercatone Uno. In 1997 wint hij twee ritten in de Tour en eindigt hij weer derde, achter Jan Ullrich en Richard Virenque. Maar 1998 wordt Pantani's topjaar. Hij slaagt er eindelijk in zijn geliefde Giro te winnen en gaat vervolgens vol voor de dubbelslag in de Tour de France. In een ronde die volledig zal overheerst worden door het Festina-dopingschandaal haalt Pantani het uiteindelijk van Ullrich en Bobby Julich.


Il Pirata is dan op het toppunt van zijn roem: minstens 50.000 mensen vieren op 13 augustus zijn overwinning in de straten van Cesenatico. Toenmalig Italiaans premier Romano Prodi spreekt er 's avonds de massa toe: "In deze tijden waarin er veel over doping gesproken wordt, is Marco geliefd omdat hij het ideaal van de gezonde, ware sportman belichaamt, die wint dankzij de inspanningen op zijn fiets. Ik ben hem dankbaar in de naam van Italië."


In 1999 moet Pantani zijn dominantie bevestigen en in de Giro gebeurt dat ook. Op 5 juni, twee dagen van het einde, heeft hij zich een voorsprong van 5 minuten en 38 seconden bijeen gefietst. Die ochtend in Madonna di Campiglio vindt een aangekondigde bloedcontrole van de UCI plaats. Pantani's hematocrietwaarde moet onder de 50 procent zitten om te mogen verderkoersen, maar dat blijkt niet het geval. Pantani haalt bij herhaaldelijke tests een hematocrietwaarde van 52 tot 53 procent. Conclusie: hij moet de Giro verlaten.

Zijn toenmalige bloedresultaten blijven tot op vandaag een mysterie.
In die tijd is het, zelfs voor een dopeur, bijzonder makkelijk om de bloedtests te vervalsen en Pantani heeft daar die ochtend - en de avond tevoren - zeker voldoende tijd voor. Hij lijkt de resultaten ook zelf niet te geloven, getuige de jarenlange juridische slag die hij - uiteindelijk tevergeefs - over zijn bloedwaarden uitvecht. Veel vragen blijven tot vandaag ontbeantwoord. Was hij laks geweest? Overschatte hij zijn reputatie? Of onderschatte hij zijn eigen hematocrietwaarde? Wat er ook van zij: de bloedtest van Madonna di Campiglio blijkt de start van vijf pijnlijke jaren die uitmonden in zijn dood.

In het najaar van 1999 zoekt hij zijn toevlucht tot cocaïne. In 2000 beslist hij pas een dag voor de start van de Giro dat hij zal deelnemen, maar hij zal er enkel een rol spelen als aangever voor ploegmaat Stefano Garzelli. Hij neemt ook deel aan de Tour, maar ook die breekt hem zuur op. Na zijn ritoverwinning op de Mont Ventoux - een duel met Lance Armstrong - voelt hij zich beledigd door de suggestie dat Armstrong hem heeft laten winnen. “Pantani heeft Armstrong niet nodig om hem een overwinning cadeau te doen”, spreekt hij over zichzelf in de derde persoon. Waarna ‘The Boss’ er nog een schepje bovenop doet: “Het is jammer dat Elefantino (letterlijk: Dumbo, verwijzend naar Pantani’s grote oren) zijn ware aard toont. Ik heb veel respect voor Marco. Ik voelde het aan als een geschenk op de Ventoux en ik voel het nu ook aan als een vergissing om dat geschenk uit te delen. De voorbije dagen stellen zijn woorden en daden me erg teleur. Ik dacht dat hij meer klasse had.”

Op 11 november 1999 wordt Pantini formeel in verdenking gesteld voor het gebruik van verboden middelen met als gevolg het vervalsen van de koersuitslag.
Het besef dat zijn reputatie compleet naar de vaantjes is, slaat bij Pantani in als een bom.
Hij voelt zich diep vernederd.
De bijnaam Elefantino duikt later nog geregeld op in de pers. Pantani wordt er gek van. Het verklaart waarom hij voor de start van het wielerseizoen 2003 - na heel wat drugsgerelateerde problemen - zijn oren en neus laat bijwerken. Voor hem een symbolische ‘nieuwe start’, maar voor veel observatoren het teken dat het niet goed zit in het hoofd van Il Pirata.

Ook buiten de koers loopt het mis voor Pantani. Er duiken geruchten op over slaande ruzies met zijn vader en af en toe bericht de pers over zware ongevallen die Pantani veroorzaakt. Op 11 december 2000 wordt Pantani veroordeeld wegens “frauduleuze handelingen”. Hij krijgt een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden, een boete van 1,2 miljoen lire (6.000 euro) en een verbod van zes maanden om deel te nemen aan sportwedstrijden of sportorganisaties te leiden. Hij spreekt van “onrecht”, maar zegt zijn terugkeer voor te bereiden: “Ik ben mijn grootste vijand: als ik mezelf terugvind, zal het goed met me gaan, en dan is het van minder belang wanneer ik tweede of derde of tiende word. Wat er voor mij toe doet, is dat ik begin terug te komen. Ik zal alle kansen aangrijpen. Na alles wat ik heb doorstaan, denk ik dat het nu tijd is voor een goed seizoen.” Een poging om zijn relatie met de Deense Christine Johansson nieuw leven in te blazen, mislukt in 2003.

De psychiaters raden hem dat ook af, omdat het zijn toestand nog verergert. De lijst van problemen waarmee hij worstelt is indrukwekkend: door cocaïne opgewekte stemmingswisselingen met gemengde manifestaties, niet-specifieke persoonlijkheidsstoornis met narcistische, antisociale en obsessieve aspecten, frequent gebruik van ontkenning en manipulatie, angst en depressie, onstabiele en afhankelijk-affectieve conditie en “grote stress door competitie”. Desondanks beslist hij in 2003 toch om zich - na een inactiviteit van 300 dagen - weer aan wedstrijden te wagen.


Het breekt hem zuur op. Na de Giro van 2003 - wat achteraf zijn laatste grote ronde zou blijken - en na een acute cocaïnevergiftiging met psychotische hallucinaties laat hij zich opnemen in een kliniek voor drugsgerelateerde persoonlijkheidsstoornissen. Ook die stap bezorgt hem geen gemoedsrust en hij belandt bij zijn manager Manuela Ronchi thuis. Het is daar dat dat een andere goede vriend, nachtclubuitbater Michael Mengozzi, hem een nieuwe reddingsboei toewerpt: samen gaan jagen in Servië en later ook in Cuba.
Pantani’s drugsverslaving zorgt ervoor dat hij nauwelijks nog kan koersen.

Na een eerste jachtreisje naar Servië, trekken ze in november 2003 richting Cuba. Mengozzi vertelt later dat ze ginder ‘s ochtends al om 4u30 uit de veren zijn om er eenden en duiven te gaan schieten. Het gaat er naar verluidt goed met Pantani, die er drie weken verblijft. De getuigenissen over ‘zware feestjes’ ter plekke lopen uiteen. Zeker is dat Il Pirata een Cubaanse schone leert kennen, een zeker Olguita. De laatste dagen brengt hij door met haar en haar familie. Tijdens diezelfde reis komt hij ook toevallig in contact met ex-topvoetballer Maradona, die in Havana in een ontwenningskliniek verblijft. Ze spreken elkaar daar maar even, maar blijken het goed met elkaar te kunnen vinden. Latere berichten noemen Maradona zelfs ‘Pantani’s laatste echte vriend’.


Terug thuisgekomen, probeert Pantani even om Olguita naar Italië te halen, maar daarvoor blijkt een ellenlange administratieve procedure nodig te zijn. Hij keert terug naar Ronchi, die hem probeert te overhalen op trainingskamp te trekken naar Argentinië. Pantani negeert die vraag en vlucht via Madrid opnieuw richting Cuba. ‘Zijn’ Olguita staat hem in de luchthaven op te wachten. Maar ze houdt het niet lang uit: al na enkele dagen ontvlucht ze zijn “onophoudelijke, incoherente getater”. Ook Pantani’s poging om weer met Maradona af te spreken, draait uit op een sisser: hij blijkt al vertrokken uit Cuba.

Mengozzi slaagt erin om Pantani meer dan
zestig dagen weg te houden van de cocaïne.

Pantani sluit zich op in hotelkamers, tot zijn makker Nevio Rossi - door sommige bestempeld als de man die hem aan de cocaïne bracht - in Havana arriveert. Samen gaan ze op vrouwenjacht, maar het lijkt Pantani niet zoveel meer te doen.


Hij duikt te pas en te onpas in het nachtleven van Havana om hallucinerend terug te keren. Zo geeft hij er op een bepaald moment zijn fiets weg, net als zijn Rolex-horloge, die een slordige 16.000 euro waard is. Hij neemt er een jongetje mee naar een boetiek om hem helemaal in nieuwe kleren te steken en hij probeert via een helderziende in contact te komen met een oude, overleden kameraad. Hij verdwaalt in een verpauperde wijk van Havana en moet een politiepatrouille aanspreken om hem weer naar zijn hotelkamer te brengen.


Het is in die periode dat Pantani ettelijke pagina’s in zijn paspoort volkribbelt met een hartverscheurende klaagzang over zijn leven: de velletjes papier die Ronchi op zijn begrafenis voorleest. Ook belt hij kennissen op om hen vervolgens uren te onderhouden met nietszeggend geratel.

In de straten van Cuba geeft Pantani zijn Rolex-horloge weg ter waarde van een slordige 16.000 euro



Op vraag van Pantani’s bezorgde moeder Tonina zet Mengozzi intussentijd vanuit Italië een zoektocht naar zijn vriend op het getouw. Mengozzi vraagt Tonina 20.000 euro om de juiste mensen in te schakelen en het zaakje te kunnen rechtzetten. Zo slagen ze erin Pantani te lokaliseren en ze vergoeden alle kosten die hij er te midden van zijn hallucinaties gemaakt had. Ze weten ook de fiets en het horloge terug te kopen. Pantani slaapt in die periode bijna drie dagen aan een stuk. Als hij even wakker is, eet hij enkel papaya of Spaanse omeletten. Op korte tijd raakt hij tien kilo kwijt. Pantani geraakt, met de hulp van Mengozzi, veilig en wel in Italië, maar tot een stabiel leven zal hij niet meer komen.


epiloog

In januari 2004 verblijft Pantani nog enige tijd bij Ronchi in Milaan, maar hij ontvlucht het huis als zijn vader hem er komt opzoeken. Even woont hij in Milaan, maar op 9 februari neemt hij de taxi naar Rimini en neemt er een kamer in Hotel Le Rose. Hij verlengt er zijn verblijf elke dag en eet er weinig. De Oekraïense poetsvrouw ziet hem nog af en toe verschijnen, zeker nog tot de ochtend van 13 februari. De volgende dag slaagt de jobstudent aan de receptie er niet meer in om Pantani te bereiken. Tegen 21 uur ‘s avonds trekt hij naar de kamer, waar opeengestapelde meubels achter de deur het moeilijk maken om binnen te geraken. Pantani ligt naast het bed, met zijn gezicht naar de grond. Zijn hoofd is gezwollen. De kamer ligt vol medicijnendoosjes, het nachtkastje vol cocaïne.


Pantani stierf ten gevolge van een hartaanval en een hersen- en longoedeem, vermoedelijk als gevolg van de combinatie van kalmeermiddelen, antidepressiva en drugs. Een tragisch einde van een gevallen wielerheld. Vijfvoudig Tourwinnaar Miguel Indurain zou het de volgende dag mooi omschrijven tegenover de Britse omroep BBC:
“Er zijn misschien renners die meer bereikt hebben dan hij. Maar zij zijn er nooit in geslaagd om de fans te bekoren zoals hij.”
Lees verder
Fotocredits: Thinkstock, Photonews, ANP, Carrera
Bronnen: The Guardian, The Death of Marco Pantani, A Biography - Matt Rendell, BBC, The New York Times, De Morgen, Het Laatste Nieuws, De Standaard, CBC.

Copyright De Morgen 2014.