Dinsdag 25/06/2019

Analyse Verkiezingen

Wil Jambon wel naar de 16?

Jan Jambon Beeld BELGA

Wordt N-VA op 26 mei de grootste partij, dan eist de partij het premierschap op. Na vijf jaar als ‘meesterknecht’ wil Jambon nu zelf de ploeg leiden. Hoewel: ‘Dit offensief is ook de beste manier om het op termijn niet te moeten doen’, zegt politicoloog Carl Devos (UGent).

Het verleden levert vaak de beste commentaar op het heden. Zo zei N-VA-voorzitter Bart De Wever in 2014: “De verkiezingen winnen is in België het allerergste wat je kan overkomen. Of nog erger: premier worden.” Het moet zijn dat de partij van zelfkastijding houdt, want de federale ambitie is niets meer of minder dan het premierschap voor trouwe partijsoldaat en voormalig minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA).

Zonder de Wetstraat 16 wordt het voor de partij naar eigen zeggen bijzonder moeilijk, zo niet onmogelijk, om in de volgende federale regering te stappen. Volgens Jambon is het “de logica der dingen dat de grootste formatie de leiding pakt van de regering”. Een wereld van verschil met de formatiegesprekken in 2014. Ook toen was N-VA de grootste partij, maar op geen enkel moment claimde ze het premierschap. Ook niet toen CD&V de kelk aan zich liet voorbijgaan en het eurocommissariaat voor Marianne Thyssen naar zich toe trok: de post van eerste minister werd doorgeschoven naar de liberale familie.

Bruit des bottes

De min of meer officiële versie van de feiten luidt dat de separatistische N-VA vijf jaar geleden de 16 simpelweg niet kon opeisen, omdat dat te veel kwaad bloed zou zetten aan gene zijde van de taalgrens. De partij had toen nog een veel radicaler aura – Laurette Onkelinx (PS) meende zelfs “le bruit des bottes” in het halfrond te ontwaren. Vijf jaar federaal meeregeren heeft in de ogen van veel sceptici de scherpe kanten van de partij afgevijld, ook al omdat ze jarenlang de lippen op elkaar hield over het communautaire. Het communautaire heet intussen overigens “geen doel op zich” meer – ook al staat het in artikel één van de N-VA-statuten.

Bij CdH – na de verkiezingen misschien wel nodig om een Zweedse meerderheid te vormen – en een belangrijk deel van MR is er nog steeds veel wrevel tegenover N-VA. Toch ligt volgens Jambon een N-VA-premier anno 2019 veel minder zwaar op de maag in Wallonië dan enkele jaren geleden. Theo Francken doet het daar in politieke populariteitspolls allesbehalve beroerd. Al is het nog maar de vraag of Jambon zelf, die in Brasschaat aan de wieg stond van de lokale Vlaams Blok-afdeling, als premier geduld zou worden.

“Het was vooral een mooi huwelijk tussen niet mogen en niet willen”, zegt Devos over de houding van N-VA in 2014. “Bart De Wever wou niet het gezicht zijn van het Belgische staatsmodel, en wou niet telkens onder de tricolore moeten staan. Dan is het makkelijker om te zeggen dat het niet mag van de Franstaligen.” Daarnaast is de partij van de premier vaak de eerste die water bij de wijn moet doen. De eerste minister is de architect van het regeringscompromis. Daar had De Wever weinig zin in. N-VA wou de stuurse anderspartij blijven; dat is moeilijk als je tegelijk de premier levert.

Op dat vlak is er weinig veranderd. N-VA is er als de dood voor om op dezelfde lijn gezet te worden met de traditionele machtspartijen, maar dat lijkt moeilijk te vermijden als de partij de 16 in handen neemt. Het maakt de nadrukkelijke claim op het premierschap des te opmerkelijker. “Veel van de redenen om het toen niet te doen, bestaan nog steeds”, zegt Devos.

Een tegen allen

Bovendien maakt N-VA het zichzelf onnodig moeilijk door nu al een forse voorafname op eventuele formatiegesprekken te doen. “Dit offensief is ook de beste manier om het op termijn niet te moeten doen”, zegt Devos. Alle andere partijen staan nu al klaar om weerwerk te bieden. “Wie echt premier wil worden, zal je er nu niet op betrappen dat toe te geven.” Het verzwakt ook de onderhandelingspositie. Het premierschap wordt traditioneel vrij laat in de onderhandelingen uitgedeeld. Wanneer De Wever in Hertoginnedal al meteen een regering-Jambon vraagt, zullen de potentiële coalitiepartners pasmunt verwachten. N-VA zal dan haar steile ambitie cash betalen en een reeks strategisch belangrijke bevoegdheden aan de anderen moeten laten.

Wil N-VA echt de premier leveren? Vooral de perceptie lijkt op dit moment van belang. Het offensief van Jambon, met naast interviews in de krant en op de radio ook een professioneel gemonteerd filmpje op sociale media, moet N-VA in haar favoriete positie brengen, als enige alternatief. Op 26 mei is het N-VA tegen allen: tegen het groenrode volksfront uit Wallonië, tegen de Marrakech-coalitie, tegen de groene belastingtsunami. Niets zo goed in verkiezingstijd als een stevig vijandbeeld, temeer daar de vijand al de rest samen is.

Er zijn voor N-VA slechts twee mogelijkheden. Ofwel leveren ze als grootste partij de premier, ofwel worden ze aan de kant gehouden en blijft confederalisme als enige oplossing over. Het is de tactiek van alle-ballen-prijs, want telkens haalt N-VA haar slag thuis. “Een wat aanmatigende strategie”, zegt Devos. “Maar bij veel N-VA’ers leeft echt het idee dat ze wel eens uit de boot van de volgende federale regering zouden kunnen vallen. Daarom moet de spanning in de campagne nu crescendo gaan: alles of niets.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden