Maandag 17/06/2019

Politiek

Wie leest die politieke boeken eigenlijk?

Beeld Sven Franzen

Theo Francken schreef een boek. Maar Continent zonder grens maakt hem bepaald niet tot een trendsetter: vrijwel elke politicus die zichzelf respecteert, geeft in deze weken een boek uit. Wordt er iemand beter van al die schotschriften, memoires en manifesten?

Koen Geens. Meryame Kitir. Kristof Calvo. Daniël Termont. Miet Smet. Alexander De Croo. Herman De Croo. Sven Gatz. John Crombez. Mohamed Ridouani. Jinnih Beels. Renaat Landuyt. Petra De Sutter. Meyrem Almaci. Wouter Beke. Theo Francken. Bart De Wever. Johan Van Overtveldt. Darya Safai.

Al deze politici, en er zijn er vast nog, leuren nu met hun boek op de markt, of zullen daar binnenkort staan. De onwaarschijnlijke samenloop van plaatselijke verkiezingen (oktober 2018), de Boekenbeurs (november 2018) en federale en Europese verkiezingen (mei 2019) zorgt voor een stortvloed aan politieke chefs-d’oeuvre. Van onversneden ideologische pamfletten tot boeken over economie, fertiliteit, banken, de vrouw of gewoon zichzelf: de hedendaagse politicus draait voor geen enkel onderwerp zijn hand om.

Jean-Marie Dedecker placht graag te zeggen dat hij zelfs over het seksleven van de mier een mening heeft. Het lijkt tegenwoordig op te gaan voor elke schrijvende politicus.

De actuele boeken die elke uitgever groen doen uitslaan van jaloezie, zijn die van Francken (
Continent zonder grens) en De Wever (Over identiteit). Omdat zij de politici van het moment zijn, en hun boeken de uitgeverij een serieuze boost kunnen geven. Het boek van de federale staatssecretaris werd gisteren voorgesteld, het boek van de voorzitter slash burgemeester verschijnt nog voor de verkiezingen van mei.

Bestsellerauteurs onder elkaar?

Francken leunt voor zijn boek op zijn oude vriend Dedecker, zelf goed voor hét best verkochte politieke boek van de laatste decennia. Rechts voor de raap verkocht 38.000 exemplaren. De ex-judocoach mag de staatssecretaris inleiden op het sponsordiner dat uitgeverij Doorbraak komende dinsdag organiseert met de staatssecretaris.

Maar Dedeckers invloed reikt verder dan publieksopwarmer spelen bij een exquis voorgerecht. Hij deed Francken zijn uitgever Karl Drabbe en zijn mede-auteur Joren Vermeersch aan de hand. Die werkte eerst voor Dedecker en verkaste dan, na een omweg via de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, naar Franckens kabinet.

Veel belangrijker dan de praktische hulp van Dedecker is de inhoudelijk en ideologische lijn die te trekken valt van Rechts voor de raap naar Continent zonder grens en naar het, nog te verschijnen, Over identiteit van De Wever.

Het stevige succes van het boek van Dedecker bewees dat een ongefilterd rechts gedachtegoed in Vlaanderen onverwacht veel mensen aanspreekt. “Op die premisse kon N-VA zichzelf uitbouwen tot de grootste partij van het land”, zegt politoloog Carl Devos (UGent). Maar sinds de Vlaams-nationalisten migratie, identiteit en veiligheid tot hun kernthema’s maakten, hadden ze nog geen nieuwe manifest(en). Dat hiaat moeten Francken en De Wever nu opvullen. “Die boeken hebben de potentie om gamechangers te zijn”, zegt Devos.

Een serieus risico

Gamechanger of niet, verkopen zulke boeken eigenlijk? Doorbraak drukt van Continent zonder grens meteen 5.000 exemplaren, omdat ze op een denderende verkoop rekenen. Normaal gezien omvat een eerste druk maar 1.500 à 2.000 exemplaren. “Een serieus risico,” zegt Karl Drabbe, “maar ik durf het aan”.

Dedecker kon met de opbrengst van Rechts voor de raap het merendeel van zijn volgende politieke campagne financieren, die in totaal 150.000 euro kostte. “Dat boek was voor mij en de uitgeverij een zeer lucratieve onderneming”, lacht hij. “Het verkocht zo goed omdat het op de lijst van de verboden boeken stond. Niks beter dan een verboden boek. Op een dag stapte ik het hoofdkwartier van Open Vld binnen en zag ik dat de receptioniste een gekaft boek aan het lezen was. Toen ik vroeg welk boek het was, zei ze verlegen: ‘Het uwe, maar dat mag niemand hier weten.’ Het boek was immers de aanleiding om mij buiten te gooien bij de liberalen. Ik zal dat succes nooit meer kunnen herhalen: de tijd, de plaats en de omstandigheden zaten toen mee.”

Wellicht schreef PVDA-voorzitter Peter Mertens na Dedecker het best verkopende politieke boek. Hoe durven ze? handelt over de bankencrisis en domineerde wekenlang de top 10.

De opbrengst van de 26.000 verkochte exemplaren verdween niet op een spaarrekening of in de partijkas. Mertens doneerde de 52.000 euro aan zijn uitgeverij EPO. “Ik heb dat geld zelf niet nodig, en EPO moet zijn maatschappelijke boeken kunnen blijven uitgeven”, zegt hij. “Veel belangrijker dan dat geld vond ik dat mensen naar mij toe kwamen en zeiden: ik begrijp wat u schrijft. Ik ben zelfs bij mensen thuis geweest waar mijn boek in de vitrinekast stond naast het schoon servies, omdat ze er zoveel uit geleerd hadden. Daarvoor doe ik het ook: ik werk bij elk boek vier maanden op de inhoud en schaaf dan nog twee maanden aan de taal.”

Beeld Sven Franzen

Over recepten en de boekskes

In de officieuze politieke-boekentop (officiële cijfers van dit subgenre zijn er niet) krijgt een buitenbeentje de derde plaats: Koken met Steve, door de inmiddels overleden socialist Stevaert. Het boek werd weggelachen door de ‘serieuze’ politieke analisten, maar het leverde hem wel een plek op in alle mogelijke ‘boekskes’, waardoor hij een geheel nieuw (kies)publiek bereikte.

Eigenlijk lijken schrijvende politici dus verdacht veel op hun gewone, schrijvende medemensen: op eenzame hoogte qua status en verkoopcijfers staan de absolute bestsellerauteurs. Veel, veel lager bevinden zich echter de meeste schrijvers. Zij die al een gat in de lucht springen wanneer ze uit de kosten geraken. “Een schrijvend politicus begint al met een probleem”, zegt Maarten Van Steenbergen van uitgeverij Lannoo. “Elke lezer heeft in zijn achterhoofd: dit is propaganda. Als die politicus genoeg volgers of believers heeft, is dat geen onoverkomelijk probleem. Maar voor vele andere politici, die minder bekend en gegeerd zijn, is het hard werken om dat vooroordeel te overstijgen en goed te verkopen.”

Vicepremier Alexander De Croo (Open Vld), die net De eeuw van de vrouw uitbracht, erkent dat euvel: “Ik heb wat geaarzeld om dit boek te schrijven: wat kan een man, en dan nog een politicus, immers vertellen over feminisme? Ik beschouw het dan maar als een zelfhulpboek voor mezelf, en hopelijk voor enkele andere mannen.”

Het belang van neveneffecten

Politoloog Devos moet toegeven dat hij al heel wat boeken van politici heeft voorgesteld waarvan hij nu de titel niet meer kent. “Van veel boeken heb ik achteraf echt nooit nog iets vernomen”, zegt hij. “De neveneffecten zijn voor de meeste politici belangrijker dan waar een boek echt voor dient: om te lezen.”

Die neveneffecten laten zich makkelijk raden: de gratis reclame in de media, een scheut prestige en een toer langs alle mogelijke parochiezalen en verenigingen. Mertens gaf naar aanleiding van Hoe durven ze? ruim 150 lezingen. “In gehuchten die ik voorheen niet op de kaart had kunnen aanwijzen, heb ik staan discussiëren met de plaatselijke bankbediendes.” De PVDA’er gaf zelfs op verzoek van de Christelijke Mutualiteiten, toch niet meteen een extreemlinks vehikel, een reeks boekvoorstellingen. “Hij kon de verontwaardiging over de bankencrisis goed capteren”, vat Devos samen. “Maar electoraal heeft hem dat nauwelijks wat opgeleverd.”

De gratispolitiek van Crombez

Er zijn zelfs politieke boeken die nooit in de reguliere boekhandel belanden. Voorzitter John Crombez (sp.a) bood zijn twee delen van Ctrl+Alt+Del gratis aan via de partijwebsite en op evenementen van de partij. Van het eerste boek werden er 17.000 exemplaren verspreid, van het tweede 15.000. Crombez: “Als je een boek gewoon verkoopt, sluit je bepaalde mensen uit. Omdat ze naar een bepaalde boekenwinkel moeten en omdat ze ervoor moeten betalen. Ik wilde een debat met iedereen en daarom zo veel mogelijk drempels vermijden."

Meer gebruikelijk is een deal tussen de uitgever en de politicus over een vaste afname van een paar honderd exemplaren die ze dan zelf versjacheren bij hun aanhang. Daardoor raakt meestal de eerste druk verkocht en zijn de kosten gedekt. “Tegen grote namen – zoals een Herman De Croo of Miet Smet – kun je niet zeggen: neem 500 exemplaren van je eigen boek af, anders geven we het niet uit”, zegt Van Steenbergen. “Dan kom je wel heel erg als een inhalige kruidenier over. Bij anderen hoort het er wel bij om zich te engageren. De kern van de zaak is dat de auteur zelf actief moet meewerken aan de promotie van zijn boek. Dat levert een bijkomende verkoop op, en in ons grote Vlaanderen is dat natuurlijk welkom.”

Meerdere partijen, zoals N-VA en PVDA, verkochten de boeken van hun partijleiders ook aan een gunstiger tarief op debatavonden of via hun ledenblad of de partijwebsite.

Hebben al die boeken enig nut?

Omwille van de gegarandeerde verkoop blijven uitgevers veel politieke boeken uitgeven, maar dat is niet hun enige drijfveer. Want, zeggen ze allemaal, in een ideale wereld schrijft elke politicus zijn denkbeelden neer in een vuistdik traktaat.

“Ik geef elk boek uit in de volle overtuiging dat het nuttig en waardevol is”, zegt uitgever Harold Polis. “Politici bezitten waardevolle kennis die meer waard is dan 2.000 woorden.”

Bekende koppen gaan vaak met alle aandacht lopen, klagen de boekenmakers wel, en dat zegt niks over de kwaliteit van hun werk. “Ik stond geweldig achter het boek van Peter Van Rompuy over het bruto nationaal geluk”, zegt Van Steenbergen nog. “Dat heeft het vrij aardig gedaan: er zijn 1.500 exemplaren van verkocht, maar had zeker meer verdiend.”

Waar zelden over gesproken wordt, zijn de boeken die politici niet eens kunnen en mogen schrijven. Bij Lannoo weigeren ze twee à drie voorstellen per jaar die politici zelf aandragen. “Omdat het manuscript niet sterk genoeg is”, zegt Van Steenbergen onomwonden. “Of omdat het niet genoeg zal verkopen, zelfs met de eventuele afname van de auteur.”

Wie hij allemaal de deur wees, houdt hij wijselijk voor zich.

Schrijven is groepstherapie

Elke politicus zal beweren dat hij zelf de pen vasthield van zijn boek, maar de waarheid blijkt lichtelijk anders.

“Sommige boeken worden quatre mains geschreven, met de politicus en een medewerker of journalist”, zegt uitgever Harold Polis. “Andere zijn meer een groepswerk. In mijn ervaring blijkt het vaak gunstig dat grote groepen schaven en schrappen aan een boek. Aan welk boek ik intussen het meeste werk heb gehad? Dat behoort tot het colloque singulier tussen de politicus en zijn uitgever."

De Wever, om maar één voorbeeld te geven, verschanst zich niet op ‘t Schoon Verdiep om zijn boek over de Vlaamse normen en waarden te overpeinzen. “Hij ‘gebruikt’ het partijbestuur op maandagochtend en de besloten vergaderingen van de partijtop op dinsdagavond”, zegt zijn rechterhand Joachim Pohlmann, zelf auteur van fictieboeken. “Daar ontaarden de discussies wel eens in brainstorms over zijn boek. Het broeit en borrelt in zijn kop, en hij laat zijn ideeën op die vergaderingen botsen met die van anderen.”

Landbouwer uit Michelbeke

Een geheel aparte categorie, merkt elke uitgever op, zijn de memoires. Tindemans, Dehaene, Martens: allemaal schreven ze hun ‘geschiedenisboek’. Herman De Croo leverde vorige week nog zijn biografie af, gelijktijdig in het Frans en het Nederlands. Elke versie kent meer dan 500 bladzijden.

Lannoo trok tien jaar aan zijn mouw om zijn leven te boek te stellen en was zeker niet de enige die op vinkenslag lag. “Ik heb het van het eerste tot het laatste woord zelf uitgedacht”, zegt de nestor van de liberalen. “Vijftig blauwe stylo’s heb ik leeg geschreven.”

De Croo sprak alles in op een ouderwetse dictafoon en liet die redevoeringen dan uittypen. Hij bracht op dat manuscript, met een van die vijftig stylo’s, verbeteringen aan. Drie keer herhaalde dat proces zich. “Ik heb gelukkig een sukkelaar gevonden die mijn geschrift kon lezen”, geeft hij toe. Elke dag tussen 4 en 8 uur ’s morgens, maandenlang, wijdde hij aan zijn levensverhaal. “Ik heb me mentaal en fysiek pijn moeten doen. Want ik ben nog landbouwer ook, hier in Michelbeke.”

Zijn
Geworteld in het leven verschijnt op 3.000 exemplaren. “Wij weten uit ervaring dat memoires doorgaans een iets langer leven beschoren zijn dan andere boeken van politici”, zegt Van Steenbergen. “Wij proberen de auteurs ook aan te zetten tot analyses die de bekende geschiedenis nuanceren of bijstellen. Het kransje politici dat dergelijke memoires kan schrijven, is in Vlaanderen wel maar op één hand te tellen.”

Kartonnen dozen

Een politicus mag dus nog zulke hoge verwachtingen hebben bij de publicatie van zijn boek, zelden raken die ingelost. Veel vaker wenkt voor hun literaire ontboezemingen de vergetelheid.

“Na de splitsing van de Volksunie”, herinnert N-VA-woordvoeder Pohlmann zich, “mocht ik als 21-jarige jobstudent meehelpen met de verhuis van N-VA uit het toenmalige hoofdkwartier aan het Brusselse Barricadenplein. In de kelder trof ik daar rijen met kartonnen dozen aan. Nog dichtgeplakt met bruine tape. Toen ik er een opende, bleek het laatste boek van Bert Anciaux erin te zitten.”

Niemand had, na het vertrek van Anciaux, de moeite genomen om die tientallen boeken uit de kelder te halen en ergens te slijten. Zegt Pohlmann nog, niet zonder enig leedvermaak: “Ik heb al die dozen toen maar bij het oud papier gezet.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden