Woensdag 16/10/2019

Interview Ulrike Guérot

‘We staan dichter bij burgeroorlogen dan we denken’: Europa-denker Ulrike Guérot

Aan de Oude Dokken in Gent wappert een ‘barcode-vlag’ van architect Rem Koolhaas, een symbool voor de ‘Europese republiek’. Beeld Wannes Nimmegeers

Schaf de natiestaten én de EU af en vervang ze door 52 metropolenregio’s onder het dak van een republiek. Volgens de Duitse politiek wetenschapper en Europa-expert Ulrike Guérot (55) kan alleen een radicale ommezwaai de Europese democratie redden. ‘We hebben de legitieme kritiek op Europa te lang aan de rechtse populisten gelaten.’

Wanneer we Ulrike Guérot treffen in Frankfurt, hebben de Europese leiders in het Roemeense Sibiu net ronkende verklaringen afgelegd over de noodzaak van een ‘betere dialoog met de burger’. “Ik word altijd wat boos als ik zo’n retoriek hoor zonder daden. Het voelt een beetje als Lodewijk XIV die de Staten-Generaal organiseerde omdat hij hoorde dat de mensen ongelukkig waren”, zegt de hoogleraar van de Oostenrijkse Donau-Universiteit uit Krems, waar ze in de aanloop naar de Europese verkiezingen nauwelijks is, omdat ze in heel Europa gevraagd wordt om lezingen te geven over burger­demo­cratie.

“Naar burgers moet je niet alleen luisteren! Je moet burgers laten beslissen”, zegt ze. “Wij zijn de soevereinen, wij moeten Europa beter kunnen sturen – een democratisch begrippenkader dat in de hoofden van de regeringsleiders ontbreekt.”

Sinds de eurocrisis is ze ervan overtuigd dat het roer in Europa radicaal omgegooid moet worden. Vijf jaar geleden stichtte Guérot daarom in Berlijn het European Democracy Lab, een denktank waarmee ze de vervanging van de EU door een ‘Europese republiek’ bepleit. Samen met de gevierde Oostenrijkse schrijver Robert Menasse liet ze in november vorig jaar, honderd jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog, de republiek al symbolisch uitroepen vanop balkons in heel Europa. Ze kregen steun van denkers zoals de Franse econoom Thomas Piketty en architect Rem Koolhaas, die de ‘barcode-vlag’ voor de republiek bedacht.

Guérot is naast intellectuele duizendpoot ook een flamboyante persoonlijkheid. De zon schijnt, dus verkiest ze het gras van een parkje boven de steriele hotel­lobby. De door haar gekozen plek is symbolisch. We zitten voor het enorme euroteken van het voormalige torengebouw van de Europese Centrale Bank (ECB) én naast het nabijgelegen operagebouw. De bühne daar leert ons volgens haar vandaag méér over het Europa van nu dan het munt­symbool.

Guérot: “Laat ik de parallel maken met Gretchen in Goethes Faust. Faust wil met Gretchen naar bed en zij voelt dat aan. Zij wil wel weten of hij religieus is, zoals het een goede vrouw uit de 18de eeuw betaamt. Ze vraagt het vijf keer: wie hast du’s mit der Religion? Faust antwoordt niet. In mijn laatste essay beschrijf ik de Duitse politiek van 1989 tot 2019, en stel ik Duitsland dezelfde vraag: wie hältst du’s mit Europa? We krijgen geen duidelijk antwoord, want Duitsland is de Faust geworden in het Europese verhaal. We troonden Gretchen mee zonder zelf echt religieus te zijn... Gretchen is nu zwanger en opgesloten in de kelder, en wordt op het einde misbruikt. Dát is de mefistofelische component van de Duits-Europese relatie.”

Duitsland verleidde de rest van Europa en ketende iedereen vast?

Ulrike Guérot: “Ja, en zeker als je vandaag de Europese verdragen van 1992 en de verklaringen over het streven naar een ‘ever closer union’ herleest.

“We wilden toen toch niet alleen een monetaire unie maar ook een politieke unie, een begrotingsunie en een sociale unie? We begonnen een project maar werkten het niet af. We hebben nu wel een interne markt en de euro, zonder te geven om de nood aan een gemeenschappelijke democratie. De producten in de EU hebben overal dezelfde normen, in de eurozone is het geld overal hetzelfde, maar de enigen die vandaag níét gelijk zijn voor de wet in de Europese Unie zijn wij, de burgers! Wij zijn nog altijd gefragmenteerd in concurrerende wetskaders. Er zijn verschillende kiesstelsels voor het Europees Parlement, uiteenlopende sociale systemen en belasting­stelsels... Tussen België en Duitsland is de kloof misschien niet zo groot, maar vergelijk dat eens met Portugal, Griekenland, Finland en Estland...

“Kijk, de Europese democratie kan zo niet blijven functioneren. Socioloog Jürgen Habermas, van de Frankfurter Schule hier, zei ooit: ‘Legale gelijkheid is de prijs voor democratie.’ Je móét burgers gelijk behandelen. Eén gelijke markt, gelijke burgerrechten! Dan zeggen mensen: op ons paspoort staat toch al dat we burgerschap hebben van de Unie? Dan zeg ik, ja, het is heel mooi dat je als Belg in Ethiopië naar een Duits consulaat kunt gaan om bijstand te vragen, maar je hebt toch niet dezelfde legale gelijkheid, zoals kies-, sociale en fiscale rechten. Juist op die drie domeinen is Europa nog te gefragmenteerd.”

Wie is Ulrike Guérot?

• geboren in 1964 in Grevenbroich (Dui)
• hoogleraar ‘Europese politiek en democratie’ aan de Donau-Universiteit van Krems, Oostenrijk
• stichtte in 2014 het ‘European Democracy Lab’ in Berlijn, dat streeft naar een Europese republiek
• geeft wereldwijd gastcolleges en Tedx Talks
• in 2014 verscheen de eerste editie van haar bestseller Red Europa! Waarom Europa een republiek moet worden
• in 2018 volgde De nieuwe burger­oorlog, hoe populisme het open Europa bedreigt 

Waar liep het fout?

“Het systeemfalen vond plaats in 2012 toen de eurozone er niet in slaagde om de vicieuze schuldencirkel te doorbreken. Bij de ECB moesten ze hier voortdurend pleisteren om tijd te kopen, ten koste van alles. Sindsdien gebeurde er niets meer... Er werd geen Europees werkloosheidsschema uitgerold – ook al liggen die plannen klaar. Het was eigenlijk het eindpunt van een lange serie verloren jaren waarin ook de politieke wil voor Europa verloren ging. Zoals jullie econoom Paul De Grauwe toen schreef, speelde er geen economische ratio meer maar pure psychologie. Vooral Duitsland toonde toen dat het geen belangen meer had om nog te geloven in een meer geïntegreerde EU. Merkel zei ooit: ‘Als de euro mislukt, mislukt Europa’, maar ze had het bij het verkeerde eind. Als het enkel om de euro blijft draaien, zal de Europese democratie falen. Dat dreigt nu te gebeuren.”

Ook burgers zeggen nu hun geloof op.

“Een recent onderzoek sprak boekdelen: slechts 24 procent van de mensen – vooral oudere, hoogopgeleide mannen – denkt nog altijd dat de EU een levendig systeem is dat werkt. Dan heb je de 14 procent nationalisten die enkel zweren bij de natiestaat. Daartussenin gelooft 62 procent dat noch de EU noch de natiestaat goed werkt! We moeten ons op dat midden concentreren.”

Niet het populisme is het grootste probleem waarmee Europa te maken heeft, schrijft u daarover in Red Europa. Waarom Europa een republiek moet worden, maar het politieke midden dat de systemische problemen niet ziet.

“Ja, kijk naar de gele hesjes. Het is een probleem dat ze het sociale drama van Frankrijk niet weten te verbinden aan dat van Europa. Ze hebben terecht veel nationale eisen, maar niemand heeft het over de impact van de beggar-thy-neighbour-politiek in Europa, waarbij het dominantste land – Duitsland – uit eigenbelang beslissingen neemt, in het nadeel van zijn buren! Toen Duitsland aan loondumping deed in 2010-2012, klaagde zelfs België bij de Commissie. Liefst een half miljoen banen ging hierdoor verloren in de Franse industrie! En dan enkele jaren later zegt Duitsland: ‘O, er zijn gele hesjes in Frankrijk, waar komen die nu plots vandaan?’”

En de geschiedenis leert: zonder Duits-Franse verstandhouding dreigt conflict?

“De Frans-Duitse as is zelfs al verleden tijd, vrees ik. De paradigmaverschuiving vond al plaats. Door de oprichting van de EU is er wel geen oorlog meer om grondstoffen zoals kolen en staal, maar is er nu wel een sociale oorlog tussen burgers in naties bezig. Het zijn niet meer de Fransen en Duitsers die met elkaar strijden maar burgers onderling, op een pan-Europees niveau: de welvarenden en de verliezers van de modernisering. In de zakencentra van Frankfurt-Milaan-Lyon zul je weinig problemen zien, maar rij 80 kilometer buiten de steden en je zult soms een economische en sociale woestenij aantreffen. Deze evolutie zal niet meer leiden tot oorlogen tussen naties, maar in het slechtste geval wel tot burgeroorlogen. We staan er soms dichter bij dan we denken. Herinner je de bestorming van de Arc de Triomphe (begin december 2018 palmden de gele hesjes het historisch monument in en brachten het gebouw schade toe, red.). Het eerste wat de Franse minister van Binnenlandse zaken Christophe Castaner zei was: ‘We zijn in een staat van burgeroorlog.’”

U vreest zelfs dat de hele EU kan ‘weimariseren’, een referentie aan het einde van de Weimar­republiek (1919-’33) waarna de nazi’s de macht grepen...

“Net zoals toen zien we een bestuur dat zelf populisme opwekt. In een democratie kan een meerderheid een regering buitenspel zetten. In Europa is er geen klassieke oppositie mogelijk. Ik wil de verdiensten van het Europees Parlement niet minimaliseren, maar zij beslissen niet over de structurele zaken. Ze buigen zich over glyfosaat, datarichtlijnen... allemaal goed en wel, maar niet over de voorwaarden voor de redding van Griekenland. Over de schuldkwesties werd feitelijk in de Duitse Bondsdag beslist, en daarna in de Europese Raad, waar Duitsland dominant is. Als je daar als Europese burger niet tevreden mee bent, kun je er niet tégen stemmen. Dat is een democratisch deficit. Als onvrede overroepen wordt, gaan mensen op zoek naar een exit, waardoor ze antisysteembewegingen oprichten.

“Kijk naar de houding van Hongarije vandaag. Waar is dat ontstaan? Zij hoopten zich bij de eurozone te kunnen voegen, waarop veel Hongaren bij Duitse banken in euro’s een hypotheeklening afsloten, om vervolgens te horen dat hun land er door de bankencrisis toch niet bij mocht! Daarna kelderde hun forint en werden leningen in euro’s peperduur. De vroegere pro-Europeaan Viktor Orbán moest wel het roer omgooien: de eurozone had een groot deel van zijn kiezers verraden. Ik praat zijn xenofobie van nu niet goed, maar het populisme viel ook daar niet uit de lucht. Zijn illiberaal beleid is een gevolg, geen oorzaak.”

In uw boek De nieuwe burgeroorlog provoceert u vervolgens: ‘Laat populisten dan maar deze EU ontmantelen, een meerder­heid van de burgers is pro-Europees en zal dan een beter Europa bouwen...’ Loopt het zo’n vaart?

“Ik trek dit strenge besluit niet uit sympathie voor de rechtse populisten maar vanuit het gezegde: wie niet horen wil, moet voelen. Als een systeem zich verzet tegen elke verandering, is antiparlementair verzet onvermijdelijk. We hebben de legitieme kritiek op Europa’s weeffouten al veel te lang aan de rechtse populisten gelaten.

“Nu zijn we op het punt beland waar Le Pen in Frankrijk, de Lega Nord in Italië en het AfD in Duitsland al bezig zijn om de nationale instellingen van binnenuit in te nemen. Zo beslist het AfD in de Bondsdag al over cultuursubsidies, waardoor politiek theater al geen financiering meer krijgt uit Berlijn. Die is nu uitsluitend voorbehouden voor klassiek Duits theater als van Friedrich Schiller...

“Op Europees niveau dreigen ze het ook zo te doen. Ik kom net terug uit Italië en kreeg daar te horen dat Cesare Mussolini, een nazaat van WO II-dictator Benito Mussolini, zich kandidaat stelt voor het EU-parlement. De ‘identitairen’ tegen ‘de Europeanen’ plaatsen is dus de verkeerde tweedeling. Zij willen ook de Europese instellingen innemen maar niet om het democratischer Europa te bouwen dat de meeste burgers willen, maar eerder een autocratisch geheel dat focust op bewaking, grenscontroles... Daarom is het hoog tijd dat de stille meerderheid een Europees democratisch alternatief zoekt voor de huidige EU.”

U bepleit een ‘Europese republiek’. Waarom?

“De republiek is een van de oudste democratische ideeën. Plato, Aristoteles en Cicero bogen zich al over de vraag hoe de res publica, het algemeen belang, het beste gediend kon worden. Individuen verhouden zich tegenover een republiek door gelijke wetten. Filosofe Hannah Arendt schreef het ook: ‘The law is governing us’! Het is een zeer oude Europese traditie die de EU vergeten lijkt te zijn, zelfs in de republiek Frankrijk. Als Marine Le Pen daar succes heeft, dan is dat omdat ze wil garanderen dat het Franse republicanisme terug gaat zorgen voor alle burgers – wat de huidige Europese eenheidsmarkt niet doet. Het probleem met Le Pen is dat ze de juiste sociale analyse maakt maar dit ook koppelt aan xenofobie. We mogen de prachtige notie van een republiek niet overlaten aan haar, want een republiek behoort alle burgers toe – onafhankelijk van de mensen hun afkomst, of ze uit Finland of Portugal komen, een kleur hebben of niet.”

Hoe moet een Europese republiek er volgens u concreet uitzien, en waarin verschilt ze van de huidige EU?

“Het politieke systeem van Europa zou worden herleid tot twee niveaus: republiek en regio’s. Op Europees republikeins niveau wordt de Europese Commissie een regering onder leiding van een verkozen president. Het Europees Gerechtshof wordt hoeder van de verdragen. Het Parlement – in plaats van de Raad nu – wordt de wetgever.

“Er zou dan wel een klassiek tweekamersysteem moeten komen, waarbij de volksvertegenwoordiging stoelt op de representatie van de burgers volgens het principe ‘één persoon, één stem’ – uit transnationale partijen.

“Daarnaast zou er een Europese Senaat komen met telkens twee senatoren uit de Europese regio’s of autonome provincies, die dichter bij de burger staan.”

Hoe definieer je dan wie een regio vormt?

“Voor alle duidelijkheid: ik wil niet terugvallen op etnisch zuivere regio’s. We moeten goed nadenken hoe we ze indelen – cultureel, economisch, functioneel... Het meeste onderzoek – denk aan wijlen politicoloog Benjamin Barber (die wereldfaam verwierf met het boek ‘Als burgemeesters zouden regeren’, red.) – wijst uit dat je best focust op grootstedelijke metropolen.

“In het boek dat ik nu aan het schrijven ben, zal ik een kaart publiceren met een mogelijke optie. We hebben voor Europa al 52 grote steden geïdentificeerd, sterke economische centra die gelinkt zijn aan de wereldeconomie, en daaromheen telkens een omliggende regio. De meeste daarvan tellen 5 tot 8 miljoen inwoners. De grootstad wordt dan ook verantwoordelijk voor de ruime regio eromheen, waardoor je ook de huidige kloof tussen stad en platteland kunt overbruggen. Dit kan werken. Er was in Frankrijk al een succesvolle hervorming waarbij het Auvergne-departement gelinkt werd aan Lyon.

“De toekomst is aan de glocalisering: het lokale met het globale verbinden en omgekeerd. Glocalisering gaat niet om het uitspelen van één natie tegenover een andere, maar over networking, tussen het verbinden van steden die elk op hun beurt zorg dragen voor hun omgeving.

“Ik zie het Europa van de 21ste eeuw daarom meer als een tapijt, een weefsel dat verweven is met elkaar.”

Waarom zijn regio’s volgens u beter dan de huidige natiestaten onder het dak van een republiek?

“Uit ons onderzoek blijkt dat de meeste burgers een Europa willen dat op wereldschaal sterk kan staan tegenover Amerikanen, Russen en Chinezen, maar met een sterke regionale identiteit, wat in Oostenrijk het heimatgevoel wordt genoemd.

“Kijk naar wat er nu gebeurt in Schotland en Catalonië. Hun streven naar decentralisatie is ook niet nieuw. Wie oude kaarten van Europa bekijkt, ziet ook vijftig tot zestig regio’s – zestien in Frankrijk, waaronder ook oude rijken zoals Savoie; zestien in Duitsland; twee in België... Ik kom zelf uit het Rijnland. Wat deel ik met Beieren? Dezelfde wetten maar géén identiteit.”

Hoe verbind je dan de burgers met elkaar, en hoe vervang je het natiegevoel door een republikeinse gedachte?

“In een Europese republiek kun je dat doen door gelijke wetten en sociale rechten te bedingen voor alle Europeanen. De ervaring van de Franse republiek leert ons dat de idealen van ‘Liberté, égalité en fraternité’ voor burgers enkel als groep van drie kunnen werken. De een kan niet zonder de ander. Ik baseer me ook op de bevindingen van de Franse socioloog-antropoloog Marcel Mauss. Hij was de enige wetenschapper die een natie niet omschreef als een identiteitskwestie maar als een sociale zaak. Hij definieerde een natie als het institutionaliseren van solidariteit, juist om de competitie tussen burgers te vermijden.

“Jullie Belgische staat is een goed voorbeeld. Ik bestudeerde peilingen voor Vlamingen en Walen. Jullie hebben op velerlei vlakken verschillend beleid, behalve als het over sociale zekerheid gaat. Je identiteit kan Vlaams of Waals zijn, maar wat jullie nu nog verenigt als Belgische natie, zijn dezelfde sociale rechten!

“We moeten dus begrijpen dat de huidige 27 natiestaten eigenlijk een toevallig aggregaat zijn van regio’s die soms willekeurig in een functionele solidariteitsunie werden gevoegd. Waarom zouden we geen nieuw systeem kunnen vinden waarin iedereen zijn identiteit kan behouden – van Corsicanen tot Bretoenen – maar, zoals Mauss betoogde, het raamwerk voor recht en solidariteit door één Europese republiek wordt vormgegeven? Alleen dan gaan ook de spelletjes stoppen waarbij Duitsers en Oostenrijkers de Grieken en Italianen met de vinger wijzen, en omgekeerd.”

Zelfs met gelijke sociale rechten gaan economische verschillen toch voor interne competitie blijven zorgen, zoals tussen de leden van de euro- en de niet-eurozone?

“Als ik over één markt, één munt, één democratie praat, doel ik in eerste instantie op één gelijke democratie voor de negentien leden van de eurozone. De anderen zullen later moeten volgen omdat er te veel economische discrepanties zijn. Je moet ze wel een vooruitzicht geven op lidmaatschap, want sinds de invoering van de euro voelen ze zich tweederangsburgers. Wat ik als Duitser argumenteer, is: kijk wat wij deden in 1989! We verenigden het toenmalige West-Duitsland met 16 miljoen mensen uit de ex-DDR samen mét hun waardeloze Monopoly-geld. Toch veranderden we hun valuta een-op-een met de D-mark. Daarop kwam veel kritiek. Maar bondskanselier Helmut Kohl zei: we willen een-op-een want het zijn Duitsers. Hij trok de levenskwaliteit van zijn burgers voor op economische ratio. Alleen hierdoor werden wij de nieuwe Duitse natie. Wisselden we de valuta in 1:2 of 1:4, dan hadden we er tweederangsburgers van gemaakt.

“Ook in de eurozone blijven er natuurlijk economische verschillen maar ook deze zijn al meer regionaal dan nationaal. Tijdens een globale economische crisis zouden er natuurlijk ook in een republiek nog altijd problemen kunnen ontstaan, maar met gelijke sociale rechten zouden de Fransen of Grieken wel een sociale parachute hebben gehad.”

Wannéér is de republiek te verwezenlijken? U verkiest de symbolische datum 8 mei 2045, honderd jaar na WO II.

“Het belangrijkste is dat we een belofte maken, want die kan Europa al omvormen in een beginnende republiek. Of je kunt het stapsgewijs doen: geef iedereen op 1 januari 2025 zijn Europees Sociaal Verzekeringsnummer. Daarna hebben we 20 jaar de tijd om een twintigtal naties te socialiseren in dit systeem, en in 2044 heb je een volledig nieuwe generatie die nooit iets anders heeft gekend, zoals er nu al jongeren zijn die nooit de Belgische frank of de Duitse mark hebben gekend. Met de Europese pensioenleeftijd of belastinghervormingen is het net zo. Stop toch met die verspreide slagordes maar leg datums vast om het overal gelijktijdig in te voeren. Verkondig het aan de wereld. Verras er de Chinezen en Amerikanen mee. Ze zullen jaloers zijn.”

Of blij, want hoe groter je lappendeken, hoe makkelijker het is voor grootmachten om te verdelen en heersen, toch?

“De Chinezen kochten nu al zeehavens zoals Piraeus en Triëste omdat de EU in Brussel zich te zwak opstelde... Uiteraard wil ik geen vijftig Europese Singapores die enkel de Chinezen plezieren, want wiens brood ik eet, wiens woord ik spreek... Waar ik van droom, is dat we een sterk tweekamerstelsel krijgen dat zich tegenover andere grootmachten even sterk durft op te stellen als het Amerikaans Congres. Ik ben dus niet tegen Europese machtsprojectie in de wereld, zolang die verstandig wordt aangewend. Onze burgerlijke vrijheid moet daarin primeren, en vrijheid betekent ook dat we vrij moeten durven zijn van behoeftes. De republiek, de organisatie van ons algemeen belang, moet ons drijven en niet de marktrelatie met China of wie dan ook.”

Stel, de migratiecrisis van 2015 vond plaats in uw republiek. Had München-Beieren dan niet gezegd: ‘Wij sluiten onze grens met Wenen, ook al willen Berlijn-Brandenburg en de republiek dat niet’?

“Dergelijke spanningen zouden er ook zijn maar er zou een gelijker speelveld zijn dan nu. In plaats van 27 lidstaten met allerlei groottes – van groot, sterk, Duitsland tot klein, zwak, Malta – krijgen we dan een voetbalterrein met vijftig gelijke spelers. Dat zorgt voor pragmatischer coalitievormingen en beslissingen, een volstrekt andere energie.”

Het lijkt soms op de Verenigde Staten van Europa maar dat is het niet, schrijft u. Wat is het grootste verschil?

“Ik introduceer de republiek als paradigmaverschuiving om het juist níét te hebben over de idee van de Verenigde Staten van Europa. Want dat zou impliceren dat de huidige natiestaten nog meer integreren en de burgers zich daar niets van hoeven aan te trekken. In een hertekende republiek met gedecentraliseerd bestuur daarentegen zullen veel burgers zich intuïtief herkennen, want dan begrijpen zij dat de republiek om hén gaat. Het gaat niet om de vereniging van staten, maar om de vereniging van burgers. Zij worden niet geregeerd maar regeren.

“Nog een verschil zijn de grenzen. De VS hebben al welomlijnde grenzen tussen de oceanen. Wij in Europa zijn er nog niet uit. Een vriend van me uit de Balkan vertelde dat hij door vluchtelingen werd gevraagd ‘waar Europa begint en wie de Europeanen zijn?’ Het antwoord is dat we zelf het antwoord niet weten. Grenzen zijn in onze geschiedenis een dynamisch proces. Zelf suggereer ik niet zozeer een buitengrens waarmee we ons, met Frontex, definitief afschermen van de ander. Wel zie ik het moment waarop je een grens definieert altijd als het moment waarop je tegelijk ook je opening moet vastleggen. Dan kan je ook duidelijk maken wat de legale manieren zijn om naar Europa te komen, een soort green card-systeem bijvoorbeeld.”

U bepleitte ook al om het Europees Parlement te laten rondreizen, want een hoofdstad als Brussel of Straatsburg vindt u niet meer van deze tijd?

(lacht) “Dat was begonnen als gimmick, maar werd ernstig. Er is inderdaad een denktrend die tegen hoofdsteden pleit. Heeft België Brussel nodig als hoofdstad? Heeft Duitsland Berlijn nodig? Is Berlijn altijd goed geweest voor Duitsland als hoofdstad? Ik denk het niet. We hadden meer evenwicht met een netwerk van grote steden als Hamburg, Düsseldorf en München. Het is niet goed voor Frankrijk om enkel Parijs te hebben en van de rest de woestijn te maken. En heb je nog een hoofdstad nodig in tijden waarin je je zaken met de overheid met een smartphone kunt regelen? Jullie David Van Reybrouck schreef in zijn boek Tegen verkiezingen ook al over de nood aan kleinere stadsgemeenschappen die zoveel mogelijk zichzelf besturen.”

U begon dit interview met een verwijzing naar Gretchen uit Faust, en schrijft ook bewust over Europa als een vrouw. Het huidige Europa is te macho?

“Jazeker, Europa is in de hele Europese kunstgeschiedenis altijd al een vrouw geweest. Maar Europa werd in de financiële crisis misbruikt door mannen, terwijl de grootste slachtoffers in de zuidelijke lidstaten vrouwen waren. Kijk ook maar naar het brexit-verhaal, dat ook een 20 centimeterkwestie was tussen Boris Johnson en David Cameron. (lacht) Ernstig nu: de republiek zou natuurlijk een vrouw moeten zijn. Ik denk aan een schilderij van Eugène Delacroix (‘De vrijheid leidt het volk’ uit 1830, red.), waar ze met ontbloot bovenlichaam het strijdgewoel overstijgt. Ze staat in tijden van crisis klaar om de burgers aan haar borst te drukken.”

Ulrike Guérot, De nieuwe burgeroorlogAtlas Contact, 112 p., 10 euro.

Ulrike Guérot, Red Europa. Waarom Europa een republiek moet worden, Atlas Contact, 352 p., 32,50 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234