Vrijdag 19/07/2019

getuigenissen

Wat zou er veranderen als ook jongeren van 16 mogen stemmen?

Emma González met mede­leerlingen op het podium van de March for Our Lives in Washington. Ze zegde politici de wacht aan naar aanleiding van een schietpartij op haar middelbare school in Florida. Beeld Getty Images for March For Our Lives

In de VS voeren scholieren de druk op politici op om het wapen­geweld aan te pakken. In Malta mogen 16-jarigen voortaan naar de stembus. En in Oostenrijk is stemrecht vanaf je 16de al sinds 2007 een feit. Beslissen jongeren straks mee over de politieke agenda? Ook in ons land gaan er stemmen voor op.

Dat de stem van jongeren wel degelijk invloed kan hebben, bewijst het huidige succes van de scholierenprotesten in de VS tegen de wapenlobby. De felle speeches waarin leerlingen hun woede en onmacht uitschreeuwen tegen het alomtegenwoordige wapengeweld vinden massaal gehoor; de betogingen van duizenden scholieren, ouders en docenten blijven aanhouden, de roep om politieke actie klinkt steeds luider. De eerste, voorzichtige resultaten van het jongerenprotest zijn een feit; stootkolven (bump stocks) worden binnenkort verboden en in Florida, waar in februari de schietpartij plaatsvond op de Marjory Stoneman Douglas High School en zeventien mensen werden gedood, is een kleine verscherping van de wapenwet ingevoerd. Wacht maar tot we 18 zijn, zeggen de jonge demonstranten. Zíj zijn de toekomst en ze zullen er, zodra ze stemgerechtigd zijn, alles aan doen om de verkoop van wapens aan banden te leggen.

Of ze daarin zullen slagen, blijft voorlopig koffiedik kijken. Maar het zwengelt het debat over stemrecht op 16 jaar opnieuw aan.

Ook het Europees Parlement gelooft erin. Het vraagt de lidstaten om de minimumleeftijd van 16 jaar in overweging te nemen ‘om de electorale vrijheid van EU-burgers te vergroten’. In Oostenrijk, dat als eerste EU-land stemrecht gaf aan zestien­jarigen, zijn ze positief over de resultaten. Volgens een onderzoek van de Universiteit van Wenen is de opkomst even groot als bij de achttienjarigen. De jongeren blijken ook net zo doordacht in hun keuzes bij het uitbrengen van hun stem als vol­wassenen.

In België duikt het onderwerp om de zoveel tijd weer op. De Vlaamse Jeugdraad is een felle voorstander. Omdat jongeren van 16 alcohol mogen drinken, geld verdienen, een eigen bankrekening hebben, met toestemming van hun ouders alleen kunnen wonen en kinderbijslag ontvangen, vindt de Jeugdraad dat je op die leeftijd ook perfect kunt beslissen of je al dan niet gaat stemmen. “Tegen­werpingen dat zestienjarigen geen interesse in politiek hebben, kloppen niet”, zegt voorzitter Alexandra Smarandescu (21).

“Er zijn veel jongeren die zich zorgen maken om hun toekomst en beseffen dat de politiek een middel is om die zorgen kenbaar te maken. Jongeren staan meer open voor een nieuwe, veranderende wereld en willen daar hun zeg in hebben. Maar ze worden de mond gesnoerd omdat ze op hun zestiende blijkbaar nog niet rijp bevonden worden om een zinnige mening te hebben.”

Trump

Het internationale politieke landschap zou er wellicht heel anders uitzien als de stemgerechtigde leeftijd op 16 jaar zou staan, zegt Koert Debeuf van het Tahrir Institute for Middle East Policy: “Uit statistieken van 2016 blijkt dat het grootste percentage stemmers dat niet voor Trump koos, zich in de leeftijdsgroep van 18- tot 24-jarigen bevindt. Hoe jonger, hoe minder ze voor Trump stemden, zo blijkt.
“Het blijft speculeren want er zijn geen harde bewijzen, maar hieruit zou je kunnen concluderen dat het bij de 16- tot 18-jarigen niet anders is. Als je dat percentage stemmers meetelt, had de balans weleens een heel andere kant kunnen uitslaan.”

Feit is dat de groep ouderen – vanaf 45 jaar – zowel in de VS als in Europa de meerderheid vormt. Ouderen bepalen dan ook de uitslag van de verkiezingen.
In de Arabische wereld is de demografie net omgekeerd: 50 procent van de bevolking is jonger dan 24 jaar. Met heel andere gevolgen voor de stembusgang. “Kijk naar de jongste verkiezingsuitslag in Egypte. De jongeren zijn gewoon thuisgebleven”, zegt Debeuf. “Omdat er niemand was op wie ze wilden stemmen. Dat heeft niet speciaal met zestien­jarigen te maken, maar het geeft wel aan hoe demografische verschillen de verkiezingsuitslag bepalen.

“President Al-Sisi heeft gewonnen omdat de jongeren níét gestemd hebben. De machthebbers in Egypte zijn zich goed bewust van het percentage jongeren in het land. Gevolg is dat er geen serieuze tegenkandidaten voorhanden waren waarop de jeugd kon stemmen.”

Ook het lang aanhoudende succes van Vladimir Poetin is deels te danken aan het hoge aantal ouderen dat Rusland telt, volgens Debeuf. “De Russische populatie is enorm aan het vergrijzen, ze krimpt zelfs. In het algemeen geldt: hoe jonger de populatie, hoe meer kans op verandering. De oudere generatie kiest eerder voor nostalgie, voor het behoud van bestaande waarden.”
Diverse onderzoeken wijzen uit dat jongeren eerder heel links of juist heel rechts stemmen.

Verkiezingen 2024

In Vlaanderen zouden de verschillen veel minder significant zijn, mochten zestienjarigen stemrecht krijgen. Volgens Tom Schamp, politicoloog aan de Universiteit Gent, vertegenwoordigen zestien- en zeventienjarigen bij ons 2 procent van het electoraat. “Als je ervan uitgaat dat één partij alle jongeren achter zich schaart, dan betekent dat dus een score van 2 procent meer, maar die 2 procent moet verdeeld worden over minstens zeven partijen. Er zal dan met moeite een zetel meer gewonnen worden. We weten wel dat Groen er waarschijnlijk het meeste voordeel uit zou halen, want uit post­electoraal onderzoek blijkt dat jongeren – weliswaar tussen 18 en 25 jaar – vooral kiezen voor Groen.”

De jongerenafdelingen van CD&V, Open Vld, sp.a en Groen zijn alvast pro stemrecht vanaf 16. “Vlaanderen is in sneltempo aan het vergrijzen, de toekomst is voor de jongeren”, betoogt Stefanie De Bock (22) van Jong Groen. “Neem het klimaat. Om onze wereld straks leefbaar te houden, zal mijn generatie veel moeten veranderen. Stemrecht op 16 kan daar aan bijdragen.”

Jong CD&V plaatst wel een kanttekening. “Stemrecht op 16 kan, op voorwaarde dat het samengaat met voldoende flankerende maatregelen,” stelt voorzitter Sammy Mahdi (28). “Zo zouden scholen meer informatie over politiek moeten geven, want daar is echt een tekort aan. Buiten de school kunnen jongeren vanuit politieke hoek geïnformeerd worden over hun stemkeuze en over waar politieke partijen en politiek in het algemeen voor staan. Nu zijn die flankerende maatregelen er nog niet, dus op zich is het niet erg dat jongeren bij de komende lokale verkiezingen niet mogen meestemmen. We koesteren de hoop om dat met de verkiezingen van 2024 wel mogelijk te maken.”

Bij Jong N-VA denken ze er anders over. “Wij zijn tegen omdat we vaststellen dat jongeren van die leeftijd daar helemaal geen vragende partij voor zijn”, zegt voorzitter Tomas Roggeman (31). “Als ik met zestienjarigen spreek, ook met degenen die wel in politiek geïnteresseerd zijn, hoor ik vaak dat ze het beter vinden om nog twee jaar te wachten. Ze hoeven nog geen verantwoordelijkheid op te nemen voor hun eigen bestaan, waarom zouden ze dan wel politieke verantwoordelijkheid moeten hebben? Op zich vind ik 16 niet te jong; er zijn tenslotte ook heel wat volwassenen bij wie ik me afvraag of ze geschikt zijn om stemrecht uit te oefenen. Het is voor een deel arbitrair. Iemand kan op 16 volwassener zijn dan een twintiger. Maar je moet ergens een grens trekken.”

Het voorstel om voor de lokale verkiezingen van 2018 de leeftijdsgrens te verlagen naar 16 werd vorig jaar door het Vlaams Parlement afgewezen. Volgens de N-VA is er geen enkel bewijs dat jongeren zich op die leeftijd voor politiek interesseren, en zijn ze er dus ook niet klaar voor. Voor­standers denken het tegenovergestelde: door jongeren stemrecht te geven, moedig je hun politieke interesse juist aan, wat leidt tot een actievere deelname aan het politieke proces.

Nauwelijks interesse

Er zijn verschillende studies in omloop over de politieke interesse van jongeren. Met verschillende resultaten. In 2009 zei 51 procent van de Vlaamse jongeren vertrouwen te hebben in de federale regering, in 2017 zou dat vertrouwen gestegen zijn naar 72 procent, aldus een studie van de International Civic and Citizenship Education Study (ICCS) van IEA waaraan 2.932 Vlaamse leerlingen deelnamen.
Volgens Ellen Claes van de KU Leuven die het onderzoek naar de mening van Vlaamse jongeren leidde, was er in 2009 minder vertrouwen omdat “het rommelde op politiek vlak in België”. En er woedde een economische crisis. Jongeren krijgen dat mee omdat er thuis over gesproken wordt.

Een ander onderzoek naar ‘Burgerzin en burgerschapseducatie’ onder 4.100 achttienjarigen wees dan weer uit dat het vertrouwen in regeringen en parlementen juist lager ligt. “Omdat achttienjarigen participeren in de politiek en er actief mee te maken krijgen, zou het kunnen dat ze er kritischer naar kijken,” denkt Claes.

Tom Schamp en Feline Van Quakebeke van de UGent onderzochten of een verlaging van de stemgerechtigde leeftijd de politieke interesse van jongeren beïnvloedt. Uit de resultaten bij een 400-tal Vlaamse middelbare-schoolstudenten van 16 en 17 jaar blijkt ‘niet tot nauwelijks’: ‘De politieke interesse in geval van verlening van fictief stemrecht stijgt met één punt op een schaal van 14 (op een schaal van 0-10 is dat van 6,3 naar 7,1)’, luidt een van de conclusies.

“Opvallend is ook dat tijdens verkiezingen een significant grote groep nooit het nieuws volgt”, zegt Tom Schamp. “Jongeren geven zelf aan dat de inhoud van de verkiezingsprogramma’s te moeilijk en te abstract is. Wat de politieke interesse betreft, blijkt uit de verschilanalyse dat slechts 46 procent van de scholieren bij het verkrijgen van het stemrecht meer met vrienden over politiek zou praten. Bij degenen die al een politieke betrokkenheid hebben – meestal jongeren met een ASO-opleiding – is de invloed het grootst. Terwijl we vooral moeten kijken naar jongeren die nagenoeg niet geïnteresseerd zijn in politiek.
“Als je die niet politiek bewuster maakt, riskeer je dat je hen wel stemrecht kunt geven op 16 jaar, maar dat de opkomst onder die categorie zeer laag zal zijn. Daar ligt een taak voor de politici: politieke betrokkenheid onder jongeren aanwakkeren vooraleer ze naar de stembus trekken.”

Beter informeren

Politieke interesse onder minderjarigen aan­moedigen is een kwestie van onderwerpen naar voren schuiven die hen aanspreken, vindt kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen: “Jongeren van pakweg 15 tot 17 liggen echt wel wakker van thema’s als klimaat, armoede of leerlingenbegeleiding op school. Door hen stemrecht te geven, kunnen ze participeren in het beleid rond deze onderwerpen.”

Met argumenten dat jongeren niet competent en rationeel genoeg zijn om te stemmen heeft Vanobbergen het moeilijk: “Die criteria kun je doortrekken naar volwassenen. Die gebruiken eveneens een hele mix aan argumenten en gevoelens om hun stem uit te brengen. Lang niet alles is gebaseerd op rationele gronden. Ja, maar minderjarigen zijn beïnvloedbaarder, klinkt het dan. Volgens mij zijn we dat allemaal.”

Als jongeren zo beïnvloedbaar zijn, is dat juist een reden om hen beter te informeren over politieke thema’s, meent voorzitter van de Vlaamse Jeugdraad Alexandra Smarandescu. “Op een manier die begrijpelijk is voor hun leeftijd, want daar ontbreekt het nogal eens aan. Die politieke vorming ligt in de eerste plaats bij de scholen.
“Momenteel is er niet één concreet vak dat zich daarmee bezighoudt. Burgerschapseducatie en politieke vorming zijn onderdeel van andere vakken en komen daardoor te weinig aan bod, waardoor jongeren het gevoel krijgen dat ze de wereld worden ingegooid op hun achttiende, als ze aan de opkomstplicht moeten voldoen.
“Door hen politieke vorming te geven én stemrecht op 16, kunnen minderjarigen die willen stemmen participeren in het beleid en degenen die niet willen stemmen, gaan straks beter voorbereid naar de stembus.”

Neurologisch geen verschil

Het antwoord op de vraag of de hersenen van zestienjarigen volwassen genoeg zijn om eigen beslissingen te nemen, is niet zomaar uit te drukken in een simpel ja of nee. Volgens de Neder­landse hersenonderzoeker Dick Swaab zijn onze hersenen pas op 24 of 25 jaar helemaal rijp. Dat houdt volgens hem ook in dat achttienjarigen dus de zelfstandigheid missen om te kunnen stemmen.

“Het brein van een zestienjarige is qua anatomie niet wezenlijk verschillend van dat van een achttienjarige”, zegt Paul Boon, diensthoofd neurologie in het UZ Gent. “Ga je uit van het puberale brein, dan is dat qua functionaliteit wel anders dan het volwassen brein. Het gaat dan vooral over de frontale kwabben die te maken hebben met strategisch inzicht, impulscontrole en de afweging van een aantal zaken op een snelle en efficiënte manier. Dat ontwikkelt zich bij een volwassene beter dan bij een adolescent of een puber.”

Bij het verlenen van stemrecht aan zestienjarigen ligt het probleem niet zozeer bij de hersenontwikkeling, maar eerder bij het niveau van algemene informatie, stelt Boon. “Het gaat erom dat je de actualiteit volgt en dat je je een eigen mening kunt vormen over ingewikkelde zaken als politiek. Daar kijkt een zestienjarige misschien op een minder volwassen manier naar dan iemand van achttien. Maar puur vanuit neurologisch oogpunt zie ik geen reden om geen stemrecht te geven aan zestienjarigen.”

De prefrontale cortex of hersenschors is zich bij adolescenten nog aan het ontwikkelen, licht neuro­psycholoog Marijke Miatton toe. “Het deel van ons brein dat zich richt op beloning op korte termijn is net iets eerder rijp dan het controlesysteem dat rekening houdt met beslissingen voor de toekomst. Puur intellectueel kan een adolescent wel de rijpheid hebben, maar emotionele en sociale factoren spelen ook een belangrijke rol.
“De thuissituatie is uiteraard belangrijk, als je politiek geëngageerde ouders hebt en het wordt ook op school gestimuleerd, dan kunnen jongeren weloverwogen beslissingen nemen op politiek vlak.
“Tegelijk is een jongere van 16 er veel vatbaarder voor om bij een groep te horen dan een achttienjarige. Dat is belangrijker dan het nemen van een correcte beslissing.”

----------------------------------------

Elien Verholen (16): ‘Stemrecht zou ons meer betrokken maken’  

“Het is belangrijk dat zestienjarigen stemrecht krijgen. We zijn er mentaal klaar voor en boven­dien worden we op die manier veel meer bij de maatschappij betrokken. Als je mag stemmen vanaf 16, kun je je beginnen te oriënteren. Tegen de tijd dat je 18 bent, weet je hoe de zaken in elkaar zitten, zodat je een meer weloverwogen keuze kunt maken.

Elien Verholen, vierde jaar sociale en technische wetenschappen Beeld Wouter Van Vooren

“Nu, ik moet zeggen dat ik nog nooit met leeftijdsgenoten over politiek heb gepraat. We hebben wel een leerkracht die het onderwerp af en toe aanboort. De hele klas luistert dan geboeid en er worden vragen gesteld. Er is dus interesse en ik denk dat die alleen maar kan toe­nemen naarmate we er meer over weten. Dan kunnen we tenminste ook eens met de volwassenen meepraten.
“Ik zou veel vaker stilstaan bij de actualiteit als ik mocht stemmen. Nu weet ik nauwelijks iets over de partijen, ik ken het verschil ook niet tussen links en rechts. Dat geldt ook voor de rest van mijn klas. Maar ik weet zeker dat minstens 75 procent van de klas zou stemmen als dat mogelijk was.”

Jaqian Hu (16): ‘Leeftijdsgrens van 24 jaar lijkt me beter’

“Stemrecht vanaf 16 jaar vind ik geen goed idee. Ik ken geen enkele jongere die met politiek bezig is. We hebben het veel te druk met hobby’s, sporten, school en vrienden.

Jaqian Hu, vierde jaar sociale en technische wetenschappen Beeld Wouter Van Vooren

“Ik denk ook dat de meeste leeftijds­genoten niet volwassen genoeg zijn om te stemmen. Negen op de tien zullen zich laten meeslepen door hun ouders of anderen die het wel weten.
“Of informatie op school zou helpen? Ik betwijfel het. Op het moment zelf zal het effect hebben, maar het resultaat is niet duurzaam. De volgende dag is er weer een ander onderwerp dat onze aandacht trekt. Politiek staat gewoon veel te ver van ons bed.
“Als ik 18 ben, zal ik me wel informeren over politiek, zodat ik me een beeld kan vormen. Maar dat is pas over twee jaar, dat zie ik dan wel. Eigenlijk vind ik 18 zelfs nog te jong voor een opkomst­plicht. Je bent dan nog maar pas afgestudeerd. Stem­récht op die leeftijd zou beter zijn, denk ik. Waar je dan wel de leeftijds­grens moet trekken, is een lastige vraag. Misschien pas rond je 24ste?”

Esmée Demuynck (16): ‘Wat links en rechts is, weten velen niet’

“Het is door een debat op school over stemrecht op 16 dat ik over het onderwerp ging nadenken, anders was ik er nooit mee bezig geweest. Inmiddels ben ik er nog niet helemaal uit: op sommige vlakken ben ik voor, maar ik heb ook tegenargumenten.

Esmée Demuynck, vijfde jaar wetenschappen-wiskunde. Beeld Wouter Van Vooren

“Zestien jaar vind ik bijvoorbeeld nogal jong. De meesten van ons hebben nul levens­ervaring, niet echt een vertrekpunt om te gaan stemmen.
“Maar de belangrijkste reden is dat ik geen enkele leeftijdsgenoot ken die ook maar iets van politiek afweet. Er is totaal geen interesse voor. Verreweg de meesten uit mijn klas hebben niet echt een idee wat links of rechts in de politiek betekent. Alleen degenen die naar het tv-journaal kijken, weten het. Bij de Netflix-kijkers moet je er niet mee aankomen. We vroegen ons in de klas trouwens af of het wel zo normaal is dat je het verschil tussen links en rechts niet kent. Niet dus.
“Het viel me ook op dat veel leeftijdsgenoten wantrouwig staan tegenover politiek. Ook ik. Al weten we er eigenlijk niets over, we vinden wel dat ‘die politiekers veel geld in hun eigen zak steken’.
“Terwijl we Angela Merkel dan weer tof vinden omdat ze zo’n kleine, simpele Nokia heeft in plaats van een dure iPhone. Dat soort dingen leeft bij jongeren. De school én de politiek zelf zouden ons beter moeten informeren over hoe het nu echt in elkaar zit. Laat een politicus eens een spreekuur houden op school, en geef ons de kans om te vertellen wat ons bezighoudt. Dat gaat dan vooral over Netflix, alcohol en uitgaan. Onderwerpen waar een politieker best wat mee kan, denk ik.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden