Maandag 14/10/2019

Reportage

Waarom zelfs socialisten niet meer op de socialisten stemmen

Café De Roos in Sint-Amandsberg: vroeger een echt socialistisch volkshuis, nu vooral een buurtcafé. Beeld Bas Bogaerts

Een soortelijk gewicht van zeker 20 procent hebben, maar daar niet veel meer dan de helft van weten te verzilveren: het is de staat van de sp.a vandaag. Als zelfs de socialisten niet meer op de socialisten stemmen, hoe komt dat dan? En wat is er nodig om het tij te keren? 

- “U wilt het over de socialisten hebben? Wij zijn socialisten.”

- “Nee, Simone, dat waren we.”

- “Och Rik, spreek voor uzelf.”

Dinsdagochtend, elf uur, café Den Engel aan het Antwerpse stadhuis. Zoals iedere dinsdag- en zaterdagochtend zit Simone er op haar vaste plaats. 85 is ze nu en samen met Rik (79) haalt ze herinneringen op aan de tijd toen zij en een bende vrienden nog een hele rij tafels vulden. 

Ze zijn de enigen die nog overblijven, mijmert ze. “Vorige week kwam ik Bob Cools tegen op straat. Hij kende me niet meer! Geen goeiendag, niks! Al die jaren dat je mee de straat op bent geweest. Dat je samen op café hebt gezeten. Ha!” 

In hun jongere dagen waren ze felle socialisten. En plezant dat dat was, geniet Rik nog na. “Die 1 meistoeten! Lopen deden we, via de kortste weg, om zo rap mogelijk in ’t café te zijn.” Hij lacht smakelijk, Simone berispt hem. “Dat is niet waar, Rik, die hele stoet deden we mee. Rooie frak aan en al. Altijd was ik op post, áltijd.”

En dan nu, zoveel jaren later, niet meer herkend worden door de oude burgemeester. Ze grijnst. “Nu ben ik niet groot van stuk, maar hij is nóg kleiner geworden.” “Ja, Simone, dat is dan gelàk de partaai, hè”, riposteert Rik droog. 

10,9 procent om precies te zijn, zo klein is de partij geworden. Of toch volgens de peiling van Het Laatste Nieuws en VTM van vorig weekend. Het is maar een peiling, maar de trend is al jaren dalend. Eind jaren 80 waren de socialisten nog makkelijk 24 procent en meer waard. In de jaren 80 dook dat aantal door de opkomst van het Vlaams Blok en affaires als Agusta, Dutroux en de dioxinecrisis naar beneden.

Wonderboy Steve Stevaert zorgde in 2003 nog even voor een eenzame uitschieter met opnieuw net geen 25 procent van de stemmen, maar sindsdien is de partij opnieuw in vrije val. 14,2 procent haalde sp.a bij de jongste federale verkiezingen in 2014.

Misschien is dat niet verwonderlijk, in een jaar dat getekend werd door illustraties van een graaicultuur die sterk op de socialisten afstraalden. Misschien is het ook niet verwonderlijk als zelfs de voorzitter in een recent interview met De Standaard toegeeft dat hij wakker ligt van de verkiezingen. Hij zou die wat graag winnen, maar is er allesbehalve van overtuigd dat dat ook zal lukken. 

En misschien is het bijna logisch dat je als partij de dieperik in gaat als je nieuwbakken socialistisch kopstuk in de grootste stad van Vlaanderen zichzelf vakkundig uit de race zet nog voor die begonnen is. Laat in Den Engel de naam Tom Meeuws vallen en het antwoord is gesnuif. “Twee keer is hij in het nieuws geweest. Eén keer om op de N-VA te kloppen, twee dagen later om te blèten over zijn stommiteiten. Ge denkt toch niet dat de mensen dat gaan vergeten?”

Vervreemd en verloochend

Toch doet zo’n slechte peiling de wenkbrauwen fronsen. Ligt het potentieel van een sociaaldemocratische partij niet veel hoger dan die schamele 10,9 procent? Natuurlijk wel, zegt politiek socioloog en hoogleraar Marc Swyngedouw van de KU Leuven. “Het potentieel van het volledige linkse electoraat in Vlaanderen schommelt tussen 40 en 45 procent. De sp.a zou zeker in staat moeten zijn om daar de helft van te verzilveren. Met Stevaert boksten ze boven hun gewicht, maar er is geen enkele reden om aan te nemen dat een socialistische partij in Vlaanderen geen 20 procent meer zou kunnen halen.”

Daar zijn we vandaag ver van af, hoewel de sterren bijzonder gunstig zouden moeten staan voor een linkse partij die oppositie voert tegen een rechtse regering. Is dat de fout van John Crombez? Geen roodminnend hart dat dat op onze tocht langs volkscafés in Vlaanderen, op zoek naar overgebleven en vertrokken sossen, over de lippen krijgt. De schandalen wegen wel, net zoals de als ‘te verwelkomend’ beschouwde migratiepolitiek van de sp.a, specifiek in Antwerpen: Samen, de samenwerking met Groen.

Maar keer op keer komt tijdens de gesprekken een nog veel diepere, veel fundamentelere onvrede naar boven. En telkens komen de klachten hierop neer: de partij heeft zichzelf verloochend en is door lange bestuursperiodes vol compromissen en toegiften van haar kiezers vervreemd. 

“Ik ben overgestapt naar de PVDA, nadat ik een interview met Raoul Hedebouw gelezen had”, zegt Marianne (59) in café De Roos in Sint-Amandsberg. De naam zegt het zelf: ooit was dit nog een echt socialistisch volkshuis. Vandaag is het in handen van een coöperatie en wil het vooral een buurtcafé zijn. “Ik vond daar wat ik altijd bij de socialisten zocht: het idee dat iedereen gelijk is. De sp.a zégt wel dat ze daarvoor staat, maar uit haar daden blijkt iets heel anders.”

Ook Frank Mulleman (55) heeft al even afgehaakt. Hem ontmoeten we in het Textielhuis, een monumentaal gebouw in het centrum van Kortrijk waar de textielarbeiders na de Tweede Wereldoorlog een thuis vonden en een van de laatste echte socialistische volkshuizen. De plek ademt historie uit. Aan de muren hangen werken die de geschiedenis van het vlas verbeelden. In een nis staat netjes opgepoetst het uitgehouwen profiel van Jozef Coole, senator voor de socialisten tijdens het interbellum en boegbeeld van de Kortrijkse arbeidersbeweging. “In dankbare herinnering”, staat eronder. 

Café Het Textielhuis in Kortrijk: geschiedenis te koop, maar ook vergane glorie. Beeld Bas Bogaerts

Tegelijk voel je de vergane glorie als je binnenstapt. Geen kerstmuts of schreeuwerig fonkelende lichtjes die kunnen verhullen dat het huis al levendiger tijden heeft meegemaakt. De metafoor voor de staat van de partij doet pijn aan de ogen. 

“Ze hebben hun ziel verkocht door te veel regeringsdeelnames”, vindt Mulleman. Hij is nochtans vakbondsafgevaardigde voor het ABVV op de Federale Overheidsdienst Pensioenen, maar nationaal kiest ook hij tegenwoordig liever voor PVDA. “Dinsdag is er een mars voor onze pensioenen in Brussel. Ik zal meelopen en het is geweldig belangrijk dat er veel volk komt als signaal naar deze regering. Maar iedereen is wel vergeten dat de hervorming van onze pensioenen begonnen is onder de regering-Di Rupo, een regering met PS en sp.a.”

‘Ik stem blanco’

Iedereen, maar niet Frank (59) uit Antwerpen. Hij begon op zijn zestiende te werken bij de scheepshersteller Mercantile-Beliard in de Antwerpse haven. Intussen lost en laadt hij vrachtwagens bij de chemiereus BP. “Geen dag ben ik werkloos geweest. En toen ik op mijn 45ste vier vijfde ging werken met tijdskrediet, zeiden ze hetzelfde: geen zorgen, dat wordt gelijkgesteld.” 

Maar toen Frank in 2014 op zijn 56ste na een carrière van veertig jaar zijn SWT (stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, het oude brugpensioen) aanvroeg, bleek het toch net iets anders in elkaar te zitten. “Omdat ik al zo lang tijdskrediet genoot, ging dat ten koste van mijn opgebouwde loopbaan. Ik viel uit de lucht. En ik was verdorie al twintig jaar vakbondsafgevaardigde.” Vorige zomer, op zijn 58ste, deed Frank een nieuwe poging. “Ik kwam nog steeds niet in aanmerking: een paar dagen te kort.” 

Om een lang verhaal kort te maken: op 13 juli 2018 zal Frank eindelijk met vervroegd pensioen kunnen. Hij zal dan 60 zijn en 45 jaar (zowel het jaar waarin hij begon te werken als het jaar van zijn pensioen tellen mee als volledig gewerkte jaren) aan de slag geweest zijn. Hoewel de regering-Di Rupo de gelijkgestelde periodes weliswaar verstrengde, maar enkel voor het pensioen en niet voor het vervroegd pensioen, reageert hij zijn frustraties op de socialisten af. 

“Ik voel me zwaar door hen in de zak gezet. Jaren heb ik me ingezet voor de partij, heb ik te goeder trouw gehandeld, heb ik betoogd, gestaakt, wat er ook maar van mij verlangd werd. En nu zou ik mee moeten betogen tegen de pensioenhervormingen van de regering-Michel? Niet meer met mij. Ik stem in het vervolg blanco. En ik ben lang niet de enige van mijn collega’s.” 

Middenklasse

Wim Vermeersch, hoofdredacteur van het linkse maandblad Samenleving en Politiek, wijt het geworstel van de sp.a met zichzelf aan twee belangrijke transities die de partij nu doormaakt. Maar tegelijk zijn die transities ook de oplossing om uit het dal te klimmen, meent hij.

De eerste uitdaging is opnieuw een samenlevingspartij te worden. Door zo lang deel te nemen aan de macht, heeft de socialistische partij de beweging waarop ze gestoeld is jarenlang verwaarloosd, zegt hij. “En dat terwijl de socialisten net daar hun oorsprong vinden: in de vakbonden, bij het ziekenfonds. Die partij is van onder uit opgebouwd. Ze moet haar voelsprieten weer uitsteken. De wil is er, heb ik de indruk, maar het gaat traag.”

Daarnaast betaalt de sp.a de tol van haar eigen succes, meent Vermeersch. Want was de bestaansreden van de socialisten van oorsprong de uitbouw van de sociale zekerheid, dan stáát die er vandaag. “Onze samenleving is ‘versociaaldemocratiseerd’. Es ist erreicht, in feite. En door enkel in het defensief te gaan tegen wie erop wil beknibbelen, breng je geen wervend verhaal. Terwijl er zo veel nieuwe elementen bij komen om voor te vechten. De gevolgen van de disruptieve economie voor onze welvaart, bijvoorbeeld. De balans werk-leven. Een socialistische partij kan het verschil maken door op die nieuwe uitdagingen voor onze sociale zekerheid een antwoord te formuleren. Dat is de tweede transitie die de sp.a nu moet maken.”

Zijn analyse lijkt wel een blauwdruk van het buikgevoel van Stiene (58), die samen met haar vriendin Marianne in Sint-Amandsberg muntthee drinkt. Soms stemt ze nog rood, uit pragmatische overwegingen omdat ze de N-VA geen cadeaus wil doen. Meestal kleurt ze tegenwoordig de bolletjes van Groen. Wat Vermeersch in theorie giet, voelt zij al lang in de praktijk. 

“Ze zijn zo hard nodig, de sossen. Hoe langer, hoe meer. De mensen staan er opnieuw slechter voor dan enkele decennia geleden, ik heb het gevoel dat we terugkeren in de tijd. De werkdruk wordt weer hoger, er komen dubieuze jobstatuten bij, we doen het overal met veel minder personeel en veel meer stress. De gewone middenklasse verdwijnt, ik heb geen idee of mijn kinderen nog een huis zullen kunnen kopen. Ze zullen er verdorie zwaar voor moeten knokken. Maar ik heb niet het gevoel dat de sp.a nog voor ons opkomt, voor de gemiddelde mens.”

Wat haar misschien nog meer stoort, is dat de socialisten geen zorg meer dragen voor de gemeenschap. Of dat is toch haar aanvoelen. “Had je het in de tijd van mijn ouders moeilijk, dan kwam iemand langs om te helpen. De partij had nog voeling met de mensen in de wijken, ze zette je op weg, bood je een vangnet. Vandaag moet je alles zelf uitzoeken. Zij kennen jou niet meer en jij hen niet. Het netwerk is verdwenen. Een maatschappelijke evolutie, ongetwijfeld, maar ik heb de socialisten er niet tegenin zien gaan.” 

Pas op, CD&V

De verhalen van de mensen op café schetsen een belangrijk deel van het probleem, maar het is nog niet de volledige puzzel. Voor Vermeersch en Swyngedouw ontbreekt er nog een belangrijk element: de tijdgeest. Tegen de polarisering die hoogtij viert en het identiteitsdenken dat een sterke aantrekkingspool vormt, is het lastig opboksen. “Dat ondervinden alle partijen die willen verbinden”, zegt Vermeersch. “Dat zijn niet alleen de sociaaldemocraten, ook de christendemocraten.”

Simone en Rik in café Den Engel in Antwerpen. Beiden hebben de gloriedagen van de socialistische partij nog meegemaakt. Beeld thomas legreve

Een nagel waar ook Swyngedouw op klopt. “Er worden vaak en veel vragen gesteld bij het voortbestaan van de socialisten. Wel: die vraag kun je nog veel meer stellen bij de christendemocraten en zelfs de liberalen. De socialisten zitten nu even in de woestijn, maar die komen er wel door. Misschien nog niet in 2019. Maar stel dat Samen in Antwerpen Bart De Wever klopt, dan kan alles heel snel veranderen.”

Nee, dan die christendemocraten. “De concurrentie op rechts is moordend. Vroeger was alleen Open Vld economisch liberaal. Nu zijn N-VA en CD&V dat ook. Samen hebben ze een potentieel van om en bij 50 procent, maar het potentiële electoraat van CD&V is dat van Open Vld en is dat van N-VA. En dan staat het christendemocratische gedachtegoed er het slechtste voor. De unieke drijfveer om op hen te stemmen is altijd het christelijke geweest. Maar vandaag zijn de kerkelijken nog maar 7,5 procent van het hele electoraat. En ze sterven uit.”

Van deur tot deur

Dat alles nog niet hopeloos verloren is voor de sp.a, blijkt ook uit de getuigenissen. Hoe ontgoocheld de mensen met wie we sproken ook zijn in de partij, in hun hart blijven ze bijna allemaal socialist. En blijven ze bijna allemaal ook bereid om rood te stemmen. Op voorwaarde wel dat die koerswijzingen er komen. Dat de partij weer menselijker wordt, zoals Stiene hoopt. En gewoon weer naar de mensen luistert, zegt Rik, die naar de N-VA overschakelde, maar ook daarin teleurgesteld is. 

Voor Frank Mulleman in Kortrijk moet de partij vooral weer teruggaan naar haar kernwaarden en ongegeneerd links durven te zijn. “En luisteren naar de mensen, inderdaad. Daarom vind ik het ook zo belangrijk dat plekken zoals het Textielhuis hier blijven bestaan. Als de partij weer wil groeien, zal ze eerst weer voeling moeten krijgen met haar publiek. Sluit de volkshuizen, en waar ga je als politicus je achterban dan nog vinden?”

Door bij ieder huis aan te bellen, denkt Kasper Vanpoucke. Hij is 30 en sloot zich op zijn vijftiende bij de sp.a aan. Dat was in de hoogdagen onder Stevaert. De partij waarin hij nog steeds actief is, als vicepresident van de Young European Socialists en als lokaal ondervoorzitter van sp.a Brasschaat, heeft een hele gedaanteverwisseling ondergaan. “Mijn buurvrouw vroeg het me toevallig twee dagen geleden nog. Waarom blijf jij nog bij de socialisten? Zelf is ze overgestapt naar PVDA en probeert ze me regelmatig te overtuigen.”

Zonder succes. Militant blijf je in goede en kwade dagen, vindt Vanpoucke. Vooral in de kwade dagen. “Ik heb nooit getwijfeld. Daarvoor geloof ik veel te hard in onze ideologie. Hebben we in de loop der jaren veel te veel compromissen gesloten en zijn we vergeten onze partijlijn uit te leggen? Heel zeker. Daardoor is er nu veel onduidelijkheid over waarvoor we nog staan.”

Dat er nog veel werk is om dat recht te trekken, geeft hij grif toe. “Door alleen maar de nadruk te leggen op onze integriteit en transparantie zullen we er niet komen. De stappen die dit jaar gezet zijn, waren nodig, maar dat is geen programma om mee naar de kiezer te trekken. Met onze corebusiness kunnen we dat wel. Als de N-VA de federale begroting blijft saboteren, als de sociale zekerheid verder afgebroken wordt en de pensioenen naar beneden blijven gaan, dan zie ik ons echt nog verrassende resultaten neerzetten in 2019.”

En daarvoor zal hij de kiezer zelf gaan overtuigen, belooft Vanpoucke plechtig. “In 2014 hebben we gezien dat dat loont. Het is niet toevallig dat we in West-Vlaanderen, waar Johan Vande Lanotte en John Crombez letterlijk van deur tot deur gegaan zijn, twee procent meer scoorden dan in de andere provincies. Dicht bij de mensen staan, boots on the ground, dat is wat we nu moeten doen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234