Maandag 21/10/2019

Achtergrond

Waarom John Crombez de sp.a-machine zo moeilijk aan de praat krijgt

Sp.a-voorzitter John Crombez is een empathische coach, maar met een betere onderlinge verstandhouding win je nog geen kiezers. Beeld Bas Bogaerts

Van John Crombez (43) werd bij zijn aantreden als sp.a-voorzitter veel verwacht. Dat komt er voorlopig niet uit. Maar is het wel de schuld van de voorzitter dat de rode barometer op wisselvallig blijft staan?

Het is niet zo moeilijk om interne kritiek bij de sp.a op te sporen. Je belt Renaat Landuyt (Het Nieuwsblad, vorig weekend: “De sp.a is te weinig bezig met de problemen van de mensen”). Je belt Hans Bonte (De Morgen, 2 januari over de toenadering tot de PVDA: “Dit gaat voor mij te ver.”) Je belt Monica De Coninck. (Knack, deze week: “John (Crombez, red.) zou ook wat meer naar de mensen moeten luisteren die al langer meedraaien, in plaats van altijd eerst naar de jongeren te luisteren.”) Of je belt ze alledrie, met Bruno Tobback als toetje (De Standaard, maandag: “Dat er een versnelling bij mag, is voor iedereen duidelijk.”)

Er zijn redenen waarom precies deze mensen ongelukkig rondlopen. Allen behoren ze tot de garde die onder Crombez niet langer in de dichtste kring van het sp.a-machtscentrum zit. Het intern goedgekeurde cumulverbod voor politieke mandaten raakt een Kamerlid-burgemeester als Hans Bonte ook rechtstreeks. Bovendien staat de sp.a voor een lastige gemeenteraadscampagne in 2018. In de centrumsteden Brugge (Landuyt) en Vilvoorde (Bonte) is een verlenging van het burgemeesterschap niet vanzelfsprekend. En de partij is al aan het bloeden in de steden.

Uitgekiende mediastrategie

Frustratie is dan begrijpelijk. Niks aan de hand dus? Ook wie zijn oor te luisteren legt bij gezaghebbende partijleden die geen reden tot rancune hebben, hoort veel gezucht op een gelijkluidende melodie. Dat er hard gewerkt wordt. Maar dat er maar weinig resultaat volgt. En dat het rap 2018 zal zijn.

Daniël Termont verwoordde dat vorige week zo in deze krant: “Op het partijbureau zie ik welke alternatieven er uitgewerkt worden. Maar tot mijn spijt zie ik dat de volgende dagen niet in de kranten. Ligt dat aan de boodschap, aan de boodschapper of aan de journalisten? Ik weet het niet.”

Over aandacht had de sp.a afgelopen week alvast niet te klagen. Een uitgekiende mediastrategie deed John Crombez met zijn nieuwe boekje achtereenvolgens belanden in Het Laatste Nieuws op zaterdag, VTM op zondag en De afspraak op woensdag.

Of er van al die boodschappen ook wat is blijven hangen, is een andere vraag. Die vertwijfeling borrelt ook intern op. En dus doorkruisten, ook vorige week, kritische analyses over het leiderschap van Crombez de geregisseerde partijcommunicatie. Vervelend.

De kritiek verrast dus niet. Maar is ze ook terecht? Niemand betwist dat de nieuwe voorzitter binnenskamers functioneert als een empathische coach. Na het slagveld aan gebroken menselijke relaties onder zijn voorganger Tobback is dat al heel wat. Maar met een betere onderlinge verstandhouding win je nog geen kiezers. Ook inhoudelijk heeft John Crombez weloverwogen lijnen getrokken. De partij is sociaal-economisch weer wat klassiek-linkser gaan rijden, terwijl de koers op de diversiteitsbreuklijn juist flinkser wordt.

Beeld BELGA

Want het is schrijver Yves Petry blijkbaar ontgaan, maar bijvoorbeeld over de vluchtelingencrisis heeft John Crombez een standpunt ingenomen. Een strak standpunt bovendien – met het terugsturen van vluchtelingen naar Turkije als kern – dat hem op het partijbureau nadien heibel opleverde, maar dat nooit werd herroepen.

Ook al is de kritiek feitelijk onjuist, Petry’s opmerking dat je links (en dus ook de sp.a) nooit hoort over een praktische oplossing voor de vluchtelingencrisis, is wel degelijk relevant. De partij heeft zichzelf er dan wel van overtuigd dat ze een standpunt over asiel en migratie heeft, daarbuiten zijn er maar weinig mensen die dat standpunt kennen. Op dit thema communiceert de sp.a met de handrem op, met veel enerzijdsen en anderzijdsen. John Crombez of Yasmine Kherbache die over migratie praten, daar zit toch telkens een kiertje tussen. Kiezers rieken dat.

En soms wordt er ook werkelijk gezwalpt. Nu weer over de verhouding met de PVDA. Nadat Antwerps kopman Tom Meeuws de deur op een kier had gezet voor een linkse samenwerking in ’t Stad, kreeg hij de steun van zijn nationale voorzitter. Twee weken van debat later heet het alweer bij Crombez dat hij “een kartel met de PVDA niet ziet gebeuren”. Voor beide standpunten valt wat te zeggen, maar als je voortdurend van het ene been op het andere wipt, onthouden kiezers vooral dat.

Een strakke migratiekoers is strategisch legitiem als je de harten en geesten van de kleine man weer wilt veroveren. Maar de koers is ook niet probleemloos. De partijlijn verschilt eigenlijk niet zo gek veel van die van de N-VA. Daar valt niet veel te rapen. Op de diversiteitsas staan Groen en zelfs CD&V complexloos linkser dan de sp.a. Alle feitelijke oppositie van de sp.a ten spijt, zal wie het oneens is met het beleid van staatssecretaris Theo Francken (N-VA) sneller bij groen of oranje belanden.

John Crombez op het sp.a-congres 'Tijd voor morgen'. Beeld Tim Dirven

Diversiteit is een breuklijn die het socialistische kiespubliek doorklieft. Het cultureel conservatievere arbeidersethos staat lijnrecht tegenover het progressieve kosmopolitisme van jonge, stedelijke hogere opgeleiden.

Telkens als de sp.a voor de strakkere lijn kiest, bevalt dat daarom maar matig. Met het lokale hoofddoekenverbod achter het stadsloket vervreemdde Antwerps burgemeester Patrick Janssens in 2008 bijvoorbeeld een groot deel van de jongere of diverse achterban van de partij. De lijn werd officieel gecorrigeerd, maar het Schoon Verdiep was toen al verloren. Ook nu moet de sp.a alweer vooral hopen dat het debat over asiel en migratie tegen 2018-2019 uitgewoed is.

Materiële belangen

Op de sociaal-economische breuklijn gaat de sp.a wel vol in het offensief. Zowel voorzitter John Crombez als zijn luitenant Jan Cornillie van de studiedienst schreef er onlangs een erg lezenswaardig pamfletboekje over. Maar ook hier is de vraag wat er van al dat denkwerk blijft hangen.

Zo nam voorzitter Crombez de gulle media-aandacht van afgelopen week te baat om liefst drie totaal nieuwe voorstellen in de politieke markt te zetten. Op zaterdag ging het over de pensioenregeling, op zondag over schuldverlichting en op woensdag over de hervorming van de arbeidsmarkt. Interessant, maar blijven volgen wordt wel lastig zo.

Dit is het grote inhoudelijke probleem van de sp.a anno nu: je weet niet wat de partij volgende week zal gaan verklaren. Noemt ze pensioenen haar absolute prioriteit? Armoedebestrijding? Arbeidsmarkthervorming? Weer wat anders? Het kan allemaal.

Natuurlijk loopt er een rode draad door al die voorstellen, maar je bent als kiezer op jezelf aangewezen om die te vinden. Zonder Crombez direct te viseren schreef socioloog Mark Elchardus daarover eind vorig jaar al dit in De Morgen: “Centrumpartijen en linkse partijen daarentegen benaderen hun kiezers – niet exclusief, wel hoofdzakelijk – in verband met hun persoonlijke, materiële belangen. Dat spreekt vele mensen niet aan, gewoon omdat zij niet egocentrisch zijn. (…) What’s in it for me, is niet hun eerste zorg. Wat gebeurt er met ons allen? Daar is het hen om te doen.”

Aan dat verbindende verhaal, dat al die ideeën overspant, blijft het mangelen bij de sp.a. Dat blijft toch de erfenis van het post-Stevaerttijdperk. Voor of tegen, maar Steve Stevaert was de laatste socialistische partijleider die wel zo’n helder verhaal in de aanbieding had: herverdeling. Alleen onthielden zijn volgelingen in de partij alleen de aantrekkingskracht van ‘ideetjes’ waarmee dat verhaal aanschouwelijk werd gemaakt.

Daarmee komen we bij de personeelskwestie. De sp.a heeft vandaag geen Stevaert in de rangen. Wat erger is: ze heeft zelfs geen Kristof Calvo of Theo Francken. Ambitieuze, assertieve spitsen die voor hun trainer-partijvoorzitter alle ballen in de goal stampen, die heeft de sp.a niet op het rek leggen. Opnieuw is de persoonlijke verantwoordelijkheid van Crombez zelf beperkt. John Crombez zelf is geen Cicero, maar dat kan bezwaarlijk iemand verrassen. Hij herschikte wel zijn team, en duidde met Meryame Kitir en Joris Vandenbroucke twee goeie fractieleiders aan.

Meryame Kitir. Beeld Eric de Mildt

Naast hen wordt de spoeling gauw dun. Dat is een erfenis uit het verleden. De fracties worden deels bevolkt met oud-regeringsleden, die moeite hebben om aan hun nieuwe status te wennen. Ook vele andere volksvertegenwoordigers stellen tot hun verbazing vast dat er in de oppositie anders en harder gewerkt moet worden dan in de meerderheid.

Wat de partij moet alarmeren, is dat die bloedarmoede diep gaat. Jarenlange verwaarlozing heeft de partijstructuur poreus gemaakt. De scouting van jong talent loopt niet te best. Ook daarom is de stembusslag van 2018 voor de sp.a een overlevingsstrijd. Mocht de partij in de gemeenten extra klappen krijgen, dan dreigt de genadeslag voor sommige in ademnood verkerende lokale afdelinkjes.

De oppositie in het Vlaams Parlement tegen de ‘factuurregering’ komt nog redelijk uit de verf, maar daar heeft de sp.a dan de ‘pech’ dat daar zelden het zwaartepunt van het politieke debat ligt.

Federaal kan sp.a eigenlijk alleen het oppositieleiderschap claimen op het vlak van begroting en financiën met Peter Vanvelthoven en de onvermoeibare Dirk Van der Maelen. Met de harde kritiek op het werk van minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) scoren zij punten. Maar ook hier weer blijft dan de vraag: wat is het bredere verhaal dat buiten de Wetstraatstolp blijft kleven? Het is nog een lange weg van de vaststelling dat een minister zich misrekent, naar een stem op het alternatief van de sp.a.

De schuld van de media

Het moet zijn dat die vaststellingen de voorzitter ook zelf soms frustreren. Nogal gauw durft hij de schuld bij de media te leggen. “In de media is het vandaag niet gemakkelijk om een genuanceerd standpunt te geven op een complex probleem”, zei Crombez in zijn verweer tegen de kritiek van Yves Petry.

Het is niet de schuld van ‘de’ media dat de sp.a haar verhaal maar moeilijk aan de man gebracht krijgt. Wat Crombez wel juist voelt, is dat het op dit moment bepaald lastig is voor een socialist om de boventoon te voeren.

Niets is voor altijd, maar de zogenaamde culturele strijd tussen links en rechts lijkt momenteel beslecht te zijn in het voordeel van rechts. Het is, over het algemeen, niet meer ‘weldenkend’ om progressief te zijn. Rechts is het nieuwe weldenkend.

Beeld BELGA

Meer nog, wie nog weldenkend progressief is, wordt daar electoraal genadeloos voor afgestraft. Vraag dat maar aan Hillary Clinton, die er ten onrechte van uitging dat de oude truc met een podium vol ‘weldenkende’ pop- en filmvedetten volstond om populariteit te claimen.

Ook in Vlaanderen zitten progressieven in het defensief. Het is heus niet zo dat N-VA-voorzitter Bart De Wever altijd gelijk krijgt, zoals hij zelf weleens beweert, maar hij geeft wel de toon van alle belangrijke debatten aan.

Voorbeeldje: terecht krijgt Guy Verhofstadt kritiek voor de plotselinge vrijage tussen zijn pro-Europese liberale fractie en de eurosceptische populisten van Cinque Stelle. Veel minder aandacht gaat naar de Poolse vrienden uit de conservatieve fractie van N-VA. Die zijn momenteel in eigen land druk doende met het afbreken van grondwet en rechtsstaat. Dat lokt ook verontwaardiging uit, maar waar N-VA wonderwel aan weet te ontsnappen.

Verbroken beloftes

Voor socialisten is dat een lastig klimaat om succesvol in te zijn. Om Kermit de kikker te parafraseren: ‘It’s not easy being red’. Meer dan met het leiderschap van John Crombez heeft dat met het moment te maken. Zijn ploeg mist niet alleen een scorende spits, ze moet ook met tegenwind bergop voetballen naar het joelende supportersvak van de tegenstander toe. “Misschien komt 2019 nog te vroeg”, stelde ook politicoloog Carl Devos al in een eindejaarsinterview in deze krant. “Er zijn veel mensen ontgoocheld in het parcours van deze regering, maar dat zijn niet mensen die nu per se naar de socialisten gaan lopen.”

Yasmine Kerbache. Beeld Eric de Mildt

Toch valt op dat Groen en zelfs de PVDA/PTB minder te lijden hebben onder die on-linkse tijden. Ook in de rest van Europa zijn het specifiek de sociaal-democratische partijen die electoraal bloeden. Bij de aanstaande verkiezingen in Frankrijk, Duitsland en Nederland zijn het telkens de socialisten die een forse pandoering mogen verwachten.

De verklaring is natuurlijk dat al die socialistische partijen worden afgerekend op een regeringspalmares van verbroken beloftes en amper te verdedigen compromissen. Dat geldt voor François Hollande evenzeer als voor Diederik Samsom. En dat geldt ook nog altijd voor de sp.a, die haar verleden als regentenpartij nog niet afgeschud gekregen heeft. Groenen hebben daar uiteraard minder last van. Zij kunnen ongegeneerd het alternatief voor een rechts beleid uitstallen.

Dit zijn, in weerwil tot wat velen denken, niet speciaal rechtse tijden. De zogenaamde politieke verrechtsing in Vlaanderen komt vooral van het weer inzetbaar maken door de N-VA van grote aantallen VB-stemmen, waardoor de machtsbalans gekanteld is naar (democratisch) rechts. Anders gezegd: voordien heeft links altijd boven zijn parlementaire gewicht kunnen boksen. Nu niet meer.

Populistischer inslag

Dit zijn wel polariserende tijden, met N-VA als antisysteempartij in het hart van het Belgische systeem. Tegenover marktleider N-VA hebben CD&V in de regering en Groen in de minderheid hun positie gevonden als uitdager en helder alternatief. Voor sp.a blijft het vooralsnog zoeken en zuchten om zich daar nog tussen te wurmen.

De partij schijnt het zelf te beseffen. “Willen we het geloof in de politiek op een ernstige manier herstellen, dan is verder kijken dan de waan van de dag en de compromissen op de apothekersweegschaal de enige weg vooruit. Weg van de post-truthpolitics, maar evengoed weg van het technocratisch consensusbeleid”, schrijft studiedienstchef Jan Cornillie op de nieuwssite van Knack. Weg van het centrum dus ook.

Dat wil dan wel zeggen dat de partij ook haar schroom voor een wat populistischer inslag zal moeten opbergen. John Crombez moet geen populist worden in de in alle opzichten enge zin van het woord. Maar iemand moet wel al die respectabele congresvoorstellen eens ophangen aan een authentiek, vooruitstrevend en samenhangend verhaal dat voluit durft appelleren aan de emoties in de samenleving. Dat is wat Bart De Wever op rechts zo historisch succesvol heeft gemaakt (ja oké, behalve dan dat vooruitstrevende). Zijn discours wordt soms met populistische antisysteemretoriek succesvol aangeblazen, maar het blijft een coherent, conservatief antwoord op de vraag wat van ons een samenleving maakt.

‘Dessine-moi un mouton’, zegt de Kleine Prins tegen de schrijver in het gelijknamige kinderboek van Antoine de Saint-Exupéry. Dat is ook wat kiezers van hun leidende politici vragen. Niet alleen: geef mij tien concrete voorstellen voor een pensioenhervorming. Maar ook: ‘Teken mij een samenleving.’  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234