Dinsdag 29/09/2020

AchtergrondPolitiek

Waarom het premierschap niet per se een cadeau is

Eerste minister Sophie Wilmès wandelt weg na de Veiligheidsraad van eind augustus in Brussel.Beeld EPA

Wie krijgt de sleutels van de Wetstraat 16? Terwijl de formatie vertraging oploopt door het coronavirus, gaat de strijd achter de schermen door. Maar het hoogste ambt biedt weinig garantie op succes.

Na de coronabesmetting van Egbert Lachaert (Open Vld) onderhandelen de zeven Vivaldi-partijen digitaal voort. Maar echt vlot loopt het niet. De partijvoorzitters kwamen donderdag overeen dat premier Sophie Wilmès (MR) pas op 1 oktober in plaats van 17 september het vertrouwen van de Kamer zal vragen. Zo kopen ze twee weken tijd. Vrijdag zal de koning deze beslissing normaal bekrachtigen tijdens een telefonische audiëntie van preformateurs Lachaert en Conner Rousseau (sp.a).

De vertraging heeft gevolgen voor de strijd om het premierschap. Lachaert en Rousseau hadden de bedoeling om vrijdag de naam van een formateur – en dus van de toekomstige eerste minister – aan de koning over te maken. Nu gaan ze door tot 21 september, in de hoop dat ze tegen dan een naam hebben. Een echte topkandidaat is er niet. De partijvoorzitters zullen dus al hun creativiteit bovenhalen om duidelijk te maken waarom hun kandidaat de beste is.

Familiebanden tussen Nederlandstalige en Franstalige zusterpartijen worden erbij gesleurd om het hoogste ambt te claimen. Net als het feit dat de voorbije drie premiers (Elio Di Rupo, Charles Michel, Sophie Wilmès) Franstalig waren, dat de Nederlandstalige minderheid in deze coalitie wel wat compensatie verdient en of het wel nodig is om een zetelende interim-premier opzij te schuiven. Is een jonge, tweetalige vrouw niet dé wissel op de toekomst?

Volgens de MR is het 70 procent zeker dat Sophie Wilmès premier blijft.Beeld EPA

De Mouvement Réformateur is niet de grootste partij, behoort niet tot de grootste politieke familie en is niet Nederlandstalig. Met Didier Reynders levert ze de Belgische Eurocommissaris, terwijl ze bij de jongste verkiezingen 5 procent van haar kiezers verloor. Weinigen lijken minder aanspraak te maken op de 16 dan zij.

Maar tegenover die wetmatigheden plaatste MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez zondag de simpele vaststelling dat Wilmès de voorbije maanden aan populariteit heeft gewonnen. “In elk ander land ter wereld zou er zelfs geen discussie zijn over het behoud van Wilmès als eerste minister. In de opiniepeiling is zij met grote voorsprong de populairste aan Franstalige kant”, klonk het. Hij voegde eraan toe dat het niet slecht zou zijn om af en toe de bevolking te volgen.

Dat Vivaldi met socialisten, liberalen, groenen en CD&V naar links overhelt, is volgens de MR-voorzitter een bijkomende reden waarom een liberale premier een goed idee zou zijn. Kwestie van tegengas te kunnen geven aan “een meerderheid aan linkse parlementsleden”. Zijn pronostiek: het is 70 procent zeker dat Wilmès opnieuw premier wordt.

De Croo in beeld

Zelf lijkt Bouchez dan wel overtuigd van zijn zaak, anderen dichten de Franstalige liberalen weinig kansen toe. In principe is Paul Magnette (PS) de logische keuze, als kopman van de grootste partij en de grootste politieke familie. “Ik ben beschikbaar”, liet Magnette weten. Ook sp.a-voorzitter Conner Rousseau liet zondag verstaan dat het premierschap in normale tijden naar een socialist zou gaan.

Maar de kansen van Magnette zijn klein als Waalse socialist. Aan de onderhandelingstafel valt te horen dat de volgende premier vlot tweetalig moet zijn én de publieke opinie langs weerskanten van de taalgrens moet kunnen bespelen. Met name in Vlaanderen, waar de kritiek van oppositiepartijen N-VA en Vlaams Belang nu al bekend is: dit is een linkse en Franstalige regering die de Vlaming benadeelt. De toekomstige premier zal deze partijen de wind uit de zeilen moeten nemen.

Met investeringen in veiligheid, justitie en economische relance zal Vivaldi geen puur links verhaal schrijven. Sommige prioriteiten vallen centrumrechts te verkopen. Maar de casting van deze verkoper is dan wel ontzettend belangrijk. Vandaar dat er langs Nederlandstalige kant vraagtekens worden geplaatst bij Magnette. Is de tweetalige burgemeester van Charleroi voldoende thuis in Vlaanderen?

Bart De Wever (N-VA) en Paul Magnette (PS) voor het paleis. Vooral uit Vlaamse hoek zou een premierschap van Magnette op felle weerstand botsen.Beeld Tim Dirven

Er zijn nog argumenten te bedenken om het premierschap aan een Vlaming te geven. Zo is het al maanden duidelijk dat Bouchez en Magnette elkaar het licht in de ogen niet gunnen. De rivalen uit Henegouwen strijden langs Franstalige kant om het electorale leiderschap. Geen van beiden wil de andere met de hoofdprijs zien lopen. Het premierschap claimen om vervolgens alle gewichtige ministerposten naar Vlamingen te zien gaan, is ook geen aantrekkelijke optie.

Zo komt vooral Alexander De Croo (Open Vld) in beeld. De Croo nam dinsdag tijdelijk de fakkel over van de door corona gevelde Lachaert als partijvoorzitter. Hij heeft een streepje voor op Koen Geens (CD&V) omdat de liberale familie iets groter is – al valt dat argument volgens CD&V weg sinds haar zusterpartij cdH uit de ploeg werd gebonjourd. Binnen CD&V wijst men erop dat ze in absolute aantallen meer stemmen haalden dan Open Vld, hoewel ze in zetels gelijk zijn.

Sinds oud-premier Yves Leterme (CD&V) erover begon, wordt Geens inderdaad in het lijstje van kandidaten geplaatst. Al zijn de onderhandelaars van de paars-groene partijen niet echt enthousiast over Geens. De minister van Justitie staat bekend als een koele minnaar van Vivaldi en heeft volgens sommige onderhandelaars niet de mobiliserende communicatiestijl die volgens hen vereist is. Ook binnen CD&V lijken heel wat partijleden te passen voor deze rol in de coalitie.

Met een CD&V-premier kunnen de christendemocraten zich profileren als bestuurspartij, maar gezien hun beperkte aandeel zouden ze amper kunnen wegen. In een coalitie met zeven partijen uit vier politieke families kan een premier maar beter sterk in de schoenen staan. Zo kwam het deze week tot een zoveelste Twitter-rel tussen Bouchez en Rousseau, toen die laatste het idee opperde om zonder medepreformateur Lachaert door te gaan met de onderhandelingen.

Evenwichten

Wie denkt dat hiermee alle kandidaten genoemd zijn, vergist zich. Een verrassing is niet uitgesloten, zegt politicoloog Carl Devos (UGent). “Toen Charles Michel naar Europa trok, is Wilmès premier geworden omdat De Croo en Geens het elkaar niet gunden. Iedereen was er toen van overtuigd dat MR geen ernstige kandidaten had; Didier Reynders was geen optie. Maar toen stond Wilmès op.”

Namen van buitenstaanders die circuleren, zijn onder meer die van de tweetalige Lachaert, die vorige week in de televisiestudio’s een sterke indruk maakte. Of die van Hilde Crevits, een vrouwelijke christendemocrate met een sterk Vlaams profiel. Zij zou de sprong vanuit de Vlaamse regering moeten maken.

Wie het zal halen, durft niemand luidop te voorspellen. De Croo beschikt over goede kaarten, maar het premierschap hangt samen met de verdeling van de andere ministerposten, waarbij allerlei evenwichten gerespecteerd moeten worden. “Dit is een complex spel. Mensen claimen het premierschap vaak om andere redenen. Wie als beginneling aan de onderhandelingstafel zit, wordt weleens gerold”, zegt Devos.

Alexander De Croo (Open Vld) heeft een streepje voor op Koen Geens (CD&V) omdat de liberale familie iets groter is.Beeld BELGA

Hoe dat precies werkt? Bij de verdeling van ministers, vicepremiers, staatssecretarissen en parlementsvoorzitters krijgt elke post een score. Daarbij telt een premier, vicepremier of Eurocommissaris voor anderhalf punt, een minister voor één punt en een staatssecretaris voor een half punt. Hoe belangrijker een partij, hoe meer punten ze mag besteden. De grootste partij krijgt doorgaans het voorrecht om als eerste te kiezen.

Dit puntensysteem bestaat al lang, maar evolueert in de tijd. Vroeger waren het voorzitterschap van Kamer en Senaat bijvoorbeeld allebei een punt waard, terwijl de Senaat nu nog maar half zoveel waard is. En terwijl de begrotingsminister vroeger oppermachtig was, is die invloed nu wat afgekalfd. Vanwege de coronacrisis en de relance zijn de meest gegeerde posten op dit moment vooral economisch en sociaal van aard, zoals Volksgezondheid of Werk.

Het premierschap wordt in consensus beslist. Niettemin neemt het een flinke hap uit je puntenbudget en is het gekoppeld aan inhoudelijke toegevingen. Als De Croo premier wordt en Patrick Dewael Kamervoorzitter blijft, zal Open Vld karig bedeeld worden in andere bevoegdheden. Vandaar dat ze de afweging moet maken: weegt de 16 wel op tegen die prijs? Eenzelfde afweging geldt voor CD&V, die mogelijk haar semivetorecht rond abortus moet opgeven.

Om iedereen tevreden te stellen, kunnen Lachaert en co nog altijd een hoop staatssecretarissen benoemen. Niets is onmogelijk. Zo was Melchior Wathelet (cdH) ooit staatssecretaris voor Begroting onder Guy Vanhengel (Open Vld), minister van… Begroting. Maar de grootte van de ploeg is ook een belangrijke afweging voor de onderhandelaars. Als Vivaldi te veel regeringsposten telt, zal ze in deze crisistijd postjespakkerij verweten worden.

Nog zo’n klassieker is de discussie over wat wel en niet moet worden meegeteld. Wat met de benoeming van Didier Reynders als Eurocommissaris, eind 2019? Vorige vrijdag ontstond daarover een dispuut tussen Bouchez en de andere onderhandelaars. Voor Bouchez is de benoeming een voldongen feit, terwijl ze door anderen op zijn rekening wordt gezet. Bouchezs pleidooi voor Wilmès wordt daarom ook gezien als een tactiek om die prijs omlaag te krijgen.

Nieuw kibbelkabinet

Al deze ingewikkelde kronkels hebben één oorzaak: de versnippering van het politieke landschap. Vroeger leverde de grootste partij, vaak de CVP, de premier. Nu lopen de zetelverschillen niet zo ver uit elkaar. Dat maakt de keuze moeilijker. Bovendien komt de premier sneller tegenover een of meerdere schaduwpremiers te staan, zoals oud-premier Charles Michel tegenover N-VA-voorzitter Bart De Wever. De boutade in de Wetstraat luidt dat wie de 16 intrekt uiteindelijk maar 16 procent overhoudt.

Wie het ook wordt, een echte leidersfiguur ontbreekt. Dat gebrek aan moreel gezag is meteen het gevaar voor wie straks de 16 claimt. Op dit moment lijkt niemand in staat om orde af te dwingen binnen de groep van zeven. Zo deelde Bouchez maandag in de Sudpresse-kranten alweer een rake tik uit aan Magnette. “In 2018 belooft hij dat hij in Charleroi zal blijven als hij burgemeester wordt. Een jaar later komt hij op bij de Europese verkiezingen, wordt hij voorzitter van PS en zou hij graag premier worden.” Zonder strakke hand dreigt de rivaliteit tussen PS en MR uit te monden in een nieuw kibbelkabinet.

Tot slot is er nog het wantrouwen. Denk aan het incident rond CD&V-voorzitter Joachim Coens deze week, waarbij een banaal misverstand over de onderhandelingsnota uitmondde in een acute crisis. Voor een ploeg die elkaar wil laten scoren en “op een nieuwe, constructieve manier aan politiek wil doen” is deze achterdocht een serieuze handicap. Zolang de partijvoorzitters die niet onderling weggewerkt krijgen, gaat de toekomstige premier moeilijke tijden tegemoet.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234