Zondag 25/08/2019

Essay

Waarom Hendrik Bogaert maar asiel moet vragen bij Vlaams Belang

Hendrik Bogaert, Theo Francken, Filip Dewinter en Steve Bannon. Beeld rv

Nu ex-Trump-strateeg Steve Bannon naar Europa komt om radicaal rechts nog wat op te peppen, moeten de redelijke en gematigde stemmen vaker – en veel luider – van zich laten horen. En Hendrik Bogaert moet maar asiel aanvragen bij Vlaams Belang.

Sommige politici zijn geobsedeerd door de strenge handhaving van onze landsgrenzen, terwijl ze de grenzen van het fatsoen, en misschien zelfs die van de wettelijkheid, steeds vlotter overschrijden. Zo deelde Filip Dewinter, nog altijd de bekendste en populairste Vlaams Belanger, onlangs een oproep tot moord. Op Facebook had hij gezien dat er een geldsom op het hoofd van een Antwerpse drugsdealer was gezet, waarna hij op Twitter liet weten: “Zolang ze mekaar afmaken, deel ik dit bericht graag”.

Nóg treuriger dan de bloeddorst van Dewinter was de politieke reactie erop. Die was er namelijk niet. In de Wetstraat kon men een speld horen vallen. En dat is ook begrijpelijk, vonden politologen Carl Devos en Dave Sinardet, toen deze krant hen vroeg om die stilte te verklaren: als je reageert op de provocaties van Filip Dewinter, dan duw je hem in een slachtofferrol en maak je zijn partij alleen maar groter.

Dat is een theorie die kan tellen. Devos en Sinardet zeggen dus: als je protesteert tegen een politicus die doodsbedreigingen uit, dan zal dat die politicus stemmen opleveren. Er bestaan ­volgens hen dus kiezers die vandaag níét voor Vlaams Belang stemmen, maar die dat wél zullen doen als ze te weten komen dat Dewinter doodsbedreigingen op Twitter zet. Van een pikzwart, uitzichtloos, apocalyptisch mensbeeld ­gesproken.

Maar misschien klopt dat mensbeeld wel. Wie beseft welke genocidaire praat er wordt verkondigd op sociale media en aan ’s lands tapkasten, weet dat er een grote markt is voor het grens­overschrijdende gedrag van Dewinter – laten we vooral niet vergeten dat het Vlaams Blok zijn topscore haalde bij de Vlaamse verkiezingen in 2004: één op de vier Vlamingen stemde toen voor een partij die pas was veroordeeld wegens racisme. Als VB-voorzitter Tom Van Grieken – die alle hoop op de fatsoenering van zijn partij nu wel mag begraven – beweert dat Dewinter zegt wat vele mensen denken, dan heeft hij gelijk.

Toch sluit ik mij graag aan bij collega Tine Peeters, die eerder deze week al schreef dat het ongepast is om zedig te zwijgen na zo’n uitschuiver van Dewinter. Misschien moet de stem van de redelijkheid vandaag luider klinken dan ooit. Niet alleen tegen ranzig rechts overigens, maar ook tegen een deel van de mainstream dat door ranzigheid is aangetast. Zeker voor de traditioneel gematigde partijen in het midden is het de hoogste tijd om te stoppen met zwalpen en kleur te bekennen. Ook opinie­makers, columnisten, voorzitters van het Vlaams Fonds voor de Letteren en andere liefhebbers van het maatschappelijk debat mogen zo langzamerhand partij kiezen. Het is moeilijk oordelen als je er middenin zit, maar we lijken ons op een scharnier­puntje in de geschiedenis te bevinden.

In Nederland blijkt dat dezer dagen uit de felle reacties op een politieke ontsporing.

De liberaal Stef Blok is nog altijd Nederlands minister van Buitenlandse Zaken, maar de roep om zijn ontslag blijft aanhouden. In een video die onlangs opdook, zegt Blok dat hij over xenofobie ‘zeer pragmatisch’ is: “Noem mij één voorbeeld van een multi-etnische of multi­culturele samenleving waar de oorspronkelijke bevolking nog woont – dus dan vallen Australië en de Verenigde Staten af, want daar is de oorspronkelijke bevolking uitgeroeid – een multi-etnische of multi­culturele samenleving waar de oorspronkelijke bevolking nog loopt en waar een vreedzaam samenlevings­verband is. Ik ken hem niet.”

Stef Blok. Beeld rv

Een merkwaardige uitspraak voor de man die in 2004 voorzitter was van een commissie die het Nederlandse integratie­beleid onder de loep nam. Zijn conclusie was toen dat het de goede kant opging met opleidings­niveau en algehele integratie van Nederlanders met een migratie­achter­grond. En nu toch dat pessimisme? Het moet zijn dat Blok ten prooi gevallen is aan het electorale opportunisme dat hij in 2004 nog veroordeelde.

Normaal gesproken komen ook in Nederland, net zoals bij ons, politici relatief makkelijk weg met onfrisse uitspraken, zelfs met uitspraken die haaks staan op de democratische rechtsstaat. Premier Mark Rutte riep ooit ‘Doe normaal of ga weg!’, een slogan die in Vlaanderen door zijn liberale bondgenoot Gwendolyn Rutten enthousiast werd herhaald – ‘normaal doen’ staat nochtans niet in de grondwet, en ‘weggaan’ doet denken aan die andere slogan: aanpassen of opkrassen.

Om maar te zeggen: het debat is behoorlijk ­verziekt, en de blanke kiezer die zich stoort aan de toenemende diversiteit is de centrale politieke doelgroep geworden.

Maar in Nederland vinden sommigen blijkbaar dat de emmer vol is. Stef Blok kreeg de voorbije dagen flink de wind van voren, onder meer met een petitie die door honderden ambtenaren, academici en kunstenaars werd getekend. De tekst is van een verfrissende helderheid – een citaat: “Uitspraken die tien, twintig jaar geleden onvoorstelbaar waren, worden zonder blikken of blozen uit de mouw geschud. En eigenlijk, zegt onze minister van Buitenlandse Zaken nu, is elke migrant een bedreiging voor de sociale vrede. Want een maatschappij waar meerdere culturen vreedzaam samenleven, bestaat niet. Het lijkt wel alsof iedere politicus die in debatten over ­migratie, integratie, of identiteit de grens opzoekt, niet doorheeft dat die grens daardoor opschuift. Steeds verder naar de kant van racisme, ­ontmenselijking en discriminatie.”

De ondertekenaars van de petitie roepen alle politici op om hun verantwoordelijkheid te nemen. “Stop met het inspelen op de alsmaar groeiende xenofobe en racistische angsten in onze samenleving. Stop met het verschuiven van de grens van het acceptabele in ons maatschappelijk debat. Stop met het voeden van de twee­deling­ tussen een fictief ‘wij’ en ‘zij’. De effecten hiervan op onze samenleving zijn ontwrichtend, polariserend en hebben reële impact op echte mensen. Op Nederlanders, die net zo normaal en gewoon zijn als alle anderen. Nederlanders die het verdienen met respect vertegenwoordigd te worden door hun regeringsleiders.”

Ook bij ons mogen sommigen deze tekst ­inlijsten en boven hun bureau hangen.

Niet meer wegkijken

Het halfgare wereldbeeld van Stef Blok – dat verschillende culturen en etnische groepen niet vreedzaam kunnen samenleven – is een afkookseltje van dat van Filip Dewinter. Al formuleert die het iets forser. Op de rechtse nieuwssite Sceptr.net voorspelde Dewinter onlangs dat we op een “raciale burger­oorlog” afstevenen: “Ik denk dat het dichterbij is dan we vermoeden. Het kan heel snel ontaarden. De grote steden zullen het slagveld zijn. Want hoe lang blijft de autochtone blanke bevolking dit nog allemaal pikken? Mensen gaan zich verzetten. Al dan niet met wapens.”

Nu voormalig Trump-strateeg Steve Bannon naar Europa komt om radicaal rechts bij te staan, zullen we dit soort scenario’s steeds vaker horen. Bannon zal voorzitter worden van The Movement, een denktank waarvan het fundament al vroeger werd gelegd door de Waalse politicus en advocaat Mischaël Modrikamen. De impact van Bannon mag niet worden overschat, maar zeker is dat hij – via sociale en andere media – een rücksichtslos antimigratie- en anti-islam discours zal promoten. Dat zal onder meer gebeuren via de verspreiding van nepnieuws, zogenaamde hoaxes en regelrechte complot­theorieën over moslims en mensen met een migratie­achtergrond.

Bannon wil volgend jaar met radicaal rechts, van Marine Le Pen en haar Rassemblement National tot Matteo Salvini en de Italiaanse Lega, een derde van de zetels in het Europees Parle­ment veroveren. Of het hem zal lukken om die partijen in één fractie te verzamelen, is nog de vraag, maar vast staat dat we ons mogen schrap zetten voor een verrechtsing van het klimaat. Blank Europa zal harder dan ooit worden opgestookt.

Zedige stilte is dan ook geen optie meer. Wegkijken zal niet helpen. Dit debat kan alleen met open vizier worden gevoerd. Desinformatie moet aan het licht worden gebracht en krachtig worden bestreden. Politici moeten worden geconfronteerd met hun leugens. En wie mensen tegen elkaar opzet, moet ter verantwoording ­worden geroepen. Ongezonde polarisering – die tussen de bevolkings­groepen – moet worden bestreden met gezonde polarisering – die tussen de politieke opvattingen.

En het is niet alleen Filip Dewinter die onze aandacht verdient, maar alle politici die zich op papier wel van hem distantiëren, maar stiekem toch op zijn kiezers mikken. Zo mag N-VA-boegbeeld Theo Francken erop gewezen worden dat een staats­secretaris zich beter onthoudt van de verspreiding van nepberichten die moslimhaat aanwakkeren. Een week geleden vroeg Francken op Twitter of het klopt dat een replica van de Venus van Milo in Sint-Lukas was aangekleed na klachten van conservatieve moslims. Nee, dat klopt niet, bleek al snel. Van een rechtzetting kwam evenwel niets in huis.

Hetzelfde geldt voor de hoaxes die werden verspreid door Mia Doornaert, columniste bij De Standaard en binnenkort – op voordracht van de N-VA – voorzitter van het Vlaams Fonds voor de Letteren: eentje over een bank die geen spaar­varken meer in haar logo gebruikte om geen ­moslims voor het hoofd te stoten, en eentje over de Zweedse politie die verplicht zou worden om misdrijven door moslims te verzwijgen. Dat was twee keer fout, maar ze heeft het nooit formeel rechtgezet of toegegeven.

Voor de goede orde: ik wil Theo Francken noch Mia Doornaert in dezelfde zak steken als Filip Dewinter. Helemaal niet. Dat is net mijn punt: Francken en Doornaert behoren als regeringslid en opinie­maakster tot het mainstream ­establishment, en toch gaan ze soms mee in een discours dat wordt aangejaagd door websites uit het Bannon-universum, van Breitbart tot Infowars – die laatste site is momenteel de favoriet van Dewinter.

De totalitaire tsjeef

Het is een van de grote vraagstukken van deze tijd: waarvan gaat momenteel de grootste dreiging uit, van de fundamentalistische islam of van het politieke illiberalisme? Hebben wij op termijn meer te vrezen van moslims die de sharia willen invoeren, of van politici die de rechtsstaat willen afbreken? Mij lijkt dat duidelijk: van die politici, uiteraard. Die sharia invoeren, dat is onbegonnen werk, terwijl de sloop van de rechtsstaat volop aan de gang is – van de Verenigde Staten over Europa tot Israël.

Onder president Donald Trump worden in de VS kinderen van migranten maandenlang van hun ouders gescheiden. In Oostenrijk oppert een mandataris van beleidspartij FPÖ het idee dat joden en moslims zich zouden moeten registreren om nog koosjer of halal voedsel te kunnen kopen. In Italië knaagt men aan de rechten van Roma. In Hongarije is de scheiding der machten zo goed als opgeheven. Israël, het beloofde land voor rechtse partijen die het anti­semitisme hebben ingeruild voor moslimhaat, keurde een wet goed die het land definieert als ‘joodse natie­staat’, waardoor Arabieren tweederangsburgers dreigen te worden. Bij ons wordt gediscussieerd over de vraag of we Belgische peuters en kleuters die opgroeiden in IS-gebied wel in veiligheid moeten brengen. Enzovoort, enzoverder. De lijst wordt elke dag langer.

Het tragische aan deze evolutie is dat ze in een eerste fase niet verontrustend is voor de meeste burgers. De rechtsstaat is er onder meer om minderheden te beschermen tegen de willekeur van de meerderheid – daarom is het een cruciale aanvulling op het principe van de democratie, waarin de meerderheid het voor het zeggen heeft. De meeste burgers – létterlijk: de meerderheid – ondervinden niet meteen grote problemen als er aan de rechtsstaat wordt gemorreld. Tot ze zich, door een speling van het lot of de vorming van een andere politieke meerderheid, in het kamp van de minderheid bevinden.

Om het met de fameuze preek van de Duitse dominee Martin Niemöller te zeggen: ‘Eerst kwamen ze de communisten halen en ik heb niets gezegd, want ik ben geen communist; toen kwamen ze de joden halen en ik heb niets gezegd, want ik ben geen jood; en toen ze mij kwamen halen was er niemand meer die nog kon protesteren.’ Jazeker, dat klinkt nodeloos gezwollen, en de vergelijking met de nazi’s gaat nog niet op, maar het principe is precies hetzelfde: iedereen heeft er belang bij om de minderheid te beschermen.

Daarom is het zo verbijsterend dat CD&V-Kamerlid Hendrik Bogaert niet harder werd en wordt aangepakt op zijn voorstel om moslima’s het recht te ontzeggen om op straat nog een hoofddoek te dragen – een ronduit totalitaire maatregel die zelfs bij Filip Dewinter nooit is opgekomen.

Opnieuw mag hieruit blijken dat niet alleen extremisme, maar ook extreme ideeën in de mainstream moeten worden bestreden. Wat bij Bogaert overigens nauwelijks gebeurd is. CD&V-voorzitter Wouter Beke zei weliswaar dat Bogaert zich ‘op dat punt buiten de partij’ zet, maar tot dusver is betrokkene nog altijd lid van CD&V. Zelf beweerde Bogaert na de nieuwjaars­recepties dat hij van partijgenoten alleen maar steun heeft gekregen. “Ik heb niemand gehoord die mijn voorstel bekritiseerde”, verklaarde hij in januari aan pers­agentschap Belga.

Mijn stelling is deze: zolang Hendrik Bogaert wordt gedoogd bij CD&V, de middenpartij bij ­uitstek, zolang geen enkele CD&V’er zijn lidkaart verscheurt omdat Bogaert nog lid is, zolang Bogaert niet wordt aangepord om asiel aan te vragen bij Vlaams Belang wegens grens­over­schrijdend gedrag – zolang hoeven we nérgens meer van te schrikken.

Leve de vrijheid van menings­uiting, maar die is er ook om luidkeels te protesteren tegen ideeën die de toets met onze normen en waarden niet kunnen doorstaan. Al zullen Carl Devos en Dave Sinardet vast vermoeden dat een verregaande veroordeling van Hendrik Bogaert de man misschien wat extra stemmen zal opleveren. Tja. Et alors?

Racisme of respect

De Duitse topvoetballer Mesut Özil deed deze week stof opwaaien met zijn beslissing om nooit meer voor het nationale elftal uit te komen. Na de uitschakeling van Duitsland op het WK kreeg hij ineens veel kritiek, onder meer omdat hij in mei op de foto was gegaan met de Turkse president Erdogan.

“Ik ben een Duitser als we winnen, maar een immigrant als we verliezen”, schreef hij in een brief op Facebook. “Ook al betaal ik belasting in Duitsland, bekostig ik faciliteiten op Duitse scholen en heb ik in 2014 met Duitsland het WK gewonnen, nog altijd word ik in de samenleving niet geaccepteerd.”

Mesut Özil. Beeld rv

Özil bracht fijntjes in herinnering dat voetbalbaas Reinhard Grindel in 2004, toen nog als lid van het CDU – jawel, de mainstream­partij van Angela Merkel – het multi­culturalisme ‘een mythe’ en ‘een leugen’ noemde. En dat Bernd Holzhauer, een lokale functionaris van de SPD – jawel, de sociaal­democratische mainstream­partij – hem na die bewuste foto met Erdogan een ­’geiten­neuker’ had genoemd, iets waarvoor Holzhauer zich overigens later wél heeft ­verontschuldigd.

“Tot mijn verdriet en na lang nadenken zal ik, zolang ik dit racisme en gebrek aan respect voel, niet meer op internationaal niveau voor Duitsland spelen”, besloot Özil de brief die wereldwijd aandacht kreeg. “Ik heb het Duitse shirt altijd met zoveel trots en blijdschap gedragen, maar dat is niet meer zo. Het was uiterst moeilijk om dit besluit te nemen, want ik heb altijd alles gegeven voor mijn ploeg­genoten, de technische staf en het Duitse volk. Maar als ­hoog­geplaatste functionarissen mij behandelen zoals ze hebben gedaan, geen respect voor mijn Turkse wortels hebben en zelfzuchtig politieke propaganda met mij bedrijven, dan is het genoeg geweest.”

De brief van Özil legt de breuklijn bloot die ons vandaag dwingt om een kant te kiezen. Vinden we diversiteit vanzelfsprekend en horen burgers mét een migratie­achtergrond er evengoed bij als burgers zonder migratie­achtergrond – en ­verdedigen we de rechten van elke minderheid alsof het om ónze rechten gaat? Of vinden we die rechtsstaat maar iets hinderlijks en gaan we ervan uit – al dan niet met zoveel woorden – dat Europa toch toebehoort aan het blanke ras en vooral: aan mensen die geen moslim zijn.
Wat vindt u?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden