Zaterdag 14/12/2019

Lopende zaken Analyse

Waarom de kunstensector blij mag zijn met Peter De Roover

Wim Opbrouck stapt mee op in een protestmars van de cultuursector tegen de besparingsplannen van minister-president Jan Jambon. Beeld Eric de Mildt

Het verzet tegen de besparing op kunstsubsidies getuigt meer van verontwaardiging dan van feitelijkheid. Gelukkig is er nog de N-VA om het budgettaire met het ideologische cultuurdebat te vermengen.

De kunstensector mag van geluk spreken met Peter De Roover. In De afspraak op vrijdag van vorige week gaf de N-VA-Kamerfractieleider zijn kijk op de aangekondigde besparing op cultuursubsidies. “De voorbije jaren is het gegeven dat kunst ook schoonheid is, vergeten geraakt”, stelde De Roover. “Wij hadden vroeger kunstenaars die een beter oog voor schoonheid en esthetiek hadden.” Versta: kunstenaars die subsidies willen krijgen, moeten maar wat beter hun best doen om – soms letterlijk – binnen de lijntjes te kleuren.

Over die visie kunnen we kort zijn. Ze is al zo’n jaartje of zeventig, misschien wel honderd, achterhaald. Maar – even belangrijk – het is het volste recht van een volksvertegenwoordiger om die esthetica te belijden.

Beeld DM

Een meer uitgebreide verklaring van De Roover op Facebook maakte het niet per se beter. “Hoe minder overheidssubsidies, hoe minder ruimte voor inmenging van de overheid in het artistieke leven”, klonk het daar. “Vandaar mijn oproep dat niet de overheid zich moet bevrijden van kunstenaars, de kunstenaars moeten zich bevrijden van de overheidsgreep.”

Blote flikker

Die provocatie wordt zowel door mede- als tegenstanders in dank aanvaard. De Roover bedient er het deel van zijn achterban mee dat hedendaagse kunst associeert met acteurs die in hun blote flikker op een podium staan schreeuwen, uiteraard ‘met ons belastinggeld’.

Dat luie cliché staat haaks op de werkelijkheid. Zelfs als je De Roovers eng-klassieke norm van esthetiek hanteert, kun je niet volhouden dat het oeuvre van Anne Teresa De Keersmaeker, Ivo Van Hove , Michaël Borremans, Jos Van Immerseel of Stefan Hertmans niet ‘schoon’ is. Dondert niet, gezegd is toch maar weer eens dat kunst in Vlaanderen een linkse hobby is.

Maar ook in de kunstensector worden de woorden van De Roover als een godsgeschenk ontvangen. Is die retoriek immers niet het bewijs dat de N-VA van minister-president en cultuur­minister Jan Jambon wel degelijk op een revanchistische jacht is naar al wie haar tegenspreekt?

Als dat zo zou zijn, dan moet niet alleen de kunstwereld maar de gehele samenleving zich zorgen maken. Dan zouden we te maken hebben met een autoritair regime dat enkel nog centen overheeft voor wie de hielen likt.

Alleen: klopt dat wel? De bewijslast oogt, eerlijk gezegd, mager. Uit de cijfers blijkt dat de gemiddelde knip van 6 procent in de cultuursubsidies in lijn ligt met besparingen die andere sectoren treffen, van het kmo-beleid tot de armoedebestrijding.

Het maakt de besparing lastig, maar niet unfair. Zou het te verantwoorden geweest zijn om de cultuur­sector als enige te ontzien?

De beleidsopties van Jan Jambon op Cultuur verraden, welja, harde beleidskeuzes. Erfgoed wordt ontzien, prestigieuze instellingen krijgen minder te verduren en de kleintjes onderaan vangen de klap op. Dat getuigt van een precieze, conser­va­tieve visie op kunst en cultuur: behoud wat er is. Daar kan je voor of tegen zijn, maar een visie is het zeer zeker.

Geld voor starters

Rechts-conservatieve meerderheid maakt rechts-conservatieve keuzes: in het cultuurbeleid is dat blijkbaar een schokkende vaststelling. Dat komt omdat ook onder de vorige cultuurministers, Joke Schauvliege (CD&V) en Sven Gatz (Open Vld), een vrij progressieve politiek gevoerd werd, ondanks de besparingen. Daarbij werden bijvoorbeeld pu­bliek­sparticipatie en diversiteit (zachtjes) gestimuleerd.

Die oriëntering volgde meer de consensus in de kunstensector zelf en leidde dus tot minder ophef. Maar ook die keuzes waren wel degelijk ‘politiek’. Wat schokt, is dat er nu andere ideologische opties genomen worden. Is dat een schande? Neen, dat is politiek.

Steen des aanstoots is dat Jambon de beginners onredelijk zwaar treft, met een bijl­slag van liefst 60 procent in de voor hen bestemde projectsubsidies.

Die harde klap wordt hopelijk nog wat bijgesteld. Toch dit: in het huidige systeem werden die projectsubsidies nog weleens misbruikt om organisaties om ‘politieke’ redenen op te vissen die uit de vaste subsidieverdeling weggevallen waren. Als met die bedenkelijke praktijk gestopt wordt, kan alvast wat meer geld gevrijwaard blijven voor echte starters.

Brandschatter

Zijn al die besparingen wel nodig?

Je kunt uiteraard discussiëren over waar er precies moet gesneden worden, maar de Belgische staat stuit, mede door zijn ondoorgrondelijke structuur, op vele punten op zijn limieten.

Dat betekent dat het voor de kunstensector niet erg realistisch is om te hopen dat er snel beter nieuws komt. Het zou niet slecht zijn mocht dat tot een bezinning leiden over het eigen ondernemerschap.

In een opiniestuk in het kunstenblad Rekto:Verso pleit Benjamin Haemhouts, artistiek leider van de muziekwerkplaats Casco Phil (de vroegere Belgische Kamerfilharmonie) voor meer cultureel ondernemerschap. Casco Phil werkt al elf jaar zonder subsidies, en dat was best heilzaam, stelt Haemhouts. “De elementen die ons succes uitmaken: lage overhead, risico­analyse, costs control, oerdegelijke accountancy, originele programma’s, een nauwgezette selectie van de beste musici, een duidelijk profiel, veel doorzetttingsvermogen en elk concert spelen alsof ons leven ervan afhangt.”

Dat zijn vele dure woorden bij elkaar, maar er klopt wel wat van. Op het vlak van professioneel management (alternatieve financiering, prijspolitiek, budgetcontrole) valt er nog winst te boeken in de cultuursector. Niet om subsidies te vervangen, wel om te compenseren. Mag je dat zeggen zonder als neo-Thatcheriaan uitgestoten te worden?

Alarm slaan over een rechts-nationalistische coup op de kunsten is natuurlijk makkelijker dan in het eigen zakelijke hart te kijken. Dat de sanering van de gewantrouwde N-VA uitgaat, lijkt bijna even erg dan dat er minder middelen komen. Alsof het om een brandschatting na een overgave gaat.

Daarom mogen kunstenaars blij zijn met een Peter De Roover. Omdat hij zich met genoegen in de rol van brandschatter wentelt. Het is nergens voor nodig, maar het komt De Roover en de kunstensector, elk in de rol van elkaars slachtoffer, goed uit.

Als het gejoel aan weerszijden straks uitgestorven is, kan de kunstensector maar beter een dubbele strategie volgen. Reken nog minder op overheidscenten (want het geld is op); voer met gloed het debat over kunst en politiek.

Want de tijd dat er geen tegenstand was, is voorbij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234