Maandag 14/10/2019

Essay

Waarom de blanke Vlaming 25 jaar na Zwarte Zondag nog altijd de norm is

Filip Dewinter en Gerolf Annemans kunnen de uitslag van de verkiezingen in 1991 zelf amper geloven. Beeld Photo News

Donderdag is het 25 jaar geleden dat extreemrechts doorbrak: het Vlaams Blok behaalde op zondag 24 november 1991 voor het eerst meer dan 400.000 stemmen. Onze redacteur, die de historische verkiezingsnacht doorbracht in het hol van de leeuw, blikt terug en stelt vast dat de ongewenste ideeën van toen mainstream zijn geworden.

Ik kende de man van haar noch pluim, en hij kan ook onmogelijk geweten hebben wie ik was. Hij zat vijf meter bij mij vandaan aan de bar en toen onze blikken elkaar kruisten, bleef hij mij aankijken. Strak. IJskoud. Bedreigend. Maar ik was jong, nog maar 26, en niet van plan om mij zomaar te laten intimideren. Ik voelde mij die avond zelfs een beetje baldadig, in elk geval onverschrokken. En dus staarde ik gewoon terug. Niet van plan om met de ogen te knipperen, laat staan weg te kijken.

Het was zondagavond 24 november 1991, iets voor middernacht, en ik bevond mij, als reporter voor het weekblad Panorama/De Post, in het hoofdkwartier van het Vlaams Blok in Antwerpen. Samen met collega Wim Daeninck. We hadden de hele avond de federale verkiezingsuitslagen gevolgd en toen duidelijk werd dat extreemrechts zwaar was doorgebroken, waren we afgezakt naar het hol van de leeuw: een bescheiden lokaal van het Vlaams Blok, met tapkraan, tapkast, stoelen en tafels. Supporters en militanten waren hier aan het wachten op de terugkeer van hun helden uit Brussel: partijstichter en voorzitter Karel Dillen en zijn luitenanten Filip Dewinter en Gerolf Annemans.

Terwijl de mij onbekende man en ikzelf elkaar bleven aanstaren, tikte collega Wim mij ineens op de rechterknie.

"Euh, Joël", trok hij mijn aandacht. "Als ik jou was, zou ik die man niet blijven aanstaren. Weet je niet wie hij is, misschien?"

"Nee", sprak ik naar waarheid.

"Dat is Bert Eriksson", zei Wim. "De voormalige leider van de Vlaamse Militanten Orde. Ik denk niet dat het verstandig is om die man uit te dagen."

Het leek mij een goed advies. De Vlaamse Militanten Orde, alias VMO, kende ik immers maar al te goed. Dat was een extreemrechts legertje dat in 1981 was veroordeeld als privémilitie. Omdat het mijn wens was die avond nog heelhuids thuis te geraken, wendde ik de blik dus maar af en begon ik een beetje nerveus alle kanten tegelijk op te kijken, alsof ik plotseling een speciale belangstelling voor het interieur had opgevat.

Het verhitte debat

Als u besloten hebt om verder te lezen, dan zijn er twee mogelijkheden. Het zou kunnen dat u deze tekst met groeiende instemming leest, omdat u het in grote lijnen met mij eens bent. Maar het zou ook kunnen dat u tijdens de lectuur zo nu en dan boos op mij zult worden, omdat u vindt dat ik gloeiend ongelijk heb. De kans dat wat ik schrijf u veeleer onverschillig laat, lijkt mij klein. Dit is een essay over het maatschappelijk debat zoals dat de voorbije 25 jaar in Vlaanderen is gevoerd, en daarover heeft toch zo goed als iedereen een uitgesproken mening. U ongetwijfeld ook.

Filip Dewinter van het Vlaams Blok in 1991. Beeld Photo News

Dit is een heel persoonlijk essay. Ik heb niet de pretentie dat mijn visie de enige juiste is. Ik wil u wel, zo helder en zo eerlijk mogelijk, mijn argumenten voor die visie geven. Uw tegenargumenten zijn welkom op Twitter, of in mijn mailbox - al zou ik u beleefd willen vragen om scheldpartijen te vermijden. Het debat over de inhoud is al moeilijk genoeg, zonder dat we voortdurend op de man moeten spelen.

Dat het debat extreem verhit is geraakt, bewijst de discussie over Zwarte Piet die deze week nog maar eens losbarstte. Het zogeheten Pietenpact, dat een aantal afspraken wilde vastleggen over de manier waarop de knecht/assistent/vriend van Sinterklaas zal evolueren, schoot bij velen in het verkeerde keelgat.

Moraalfilosoof Patrick Loobuyck begreep dat. "Het pact heeft de indruk gewekt dat er top-down iets is beslist", schreef hij in een opiniestuk in deze krant. "Dat brave mensen zoals u en ik, die belang hechten aan de sinterklaastraditie als onderdeel van onze cultuur, eigenlijk racistisch zijn."

Loobuyck vond het "hoogst ongelukkig" dat de discussie opnieuw aangezwengeld werd. "Dit maakt onnodig enkele maatschappelijk onwenselijke en gevaarlijke demonen los. De politieke recuperatie door nationalistische, populistische en extreemrechtse partijen lag voor de hand. Door immigratie en globalisering groeit een gevoel van ontheemding. Mensen krijgen het vervreemde gevoel dat ze in België geen Belg meer mogen zijn. Of dat gevoel terecht is, is voer voor discussie. Maar dit onbehagen verklaart mee de brexit, Trump en het succes van nationalisme en extreemrechts in Europa. Ik zie het met lede ogen aan, maar het goedbedoelde Pietenpact geeft populisten de wind in de zeilen."

Ik citeer Loobuyck zo uitgebreid omdat ik het fundamenteel oneens ben met zijn betoog. En omdat ik dat betoog de voorbije 25 jaar voortdurend heb gehoord. Sinds die Zwarte Zondag duikt om de haverklap de vrees op dat goede bedoelingen averechts werken. Dat verzet tegen extreemrechts de zaken alleen maar erger maakt. Dat, om hét modewoord van de voorbije kwarteeuw te gebruiken, de veroordeling van racisme contraproductief werkt. Van Vlaams Blok tot Zwarte Piet: wie zich ertegen verzet, wie met open vizier het debat wil voeren, welnu, die maakt de populisten alleen maar sterker. Aldus de stelling die velen verdedigen.

Ik ben het daar niet mee eens en vind die stelling een zwaktebod. Volgens mij heeft de mythe van de contraproductiviteit geleid tot een tirannie van de meerderheid. Door de potentiële kiezers van extreemrechts en andere populisten voortdurend te ontzien - oeps, bijna schreef ik: te pamperen - heeft men het populisme alleen maar groter gemaakt. Sta me toe dat wat nader te verklaren.

Het cordon médiatique

Eerst nog even terug naar 24 november 1991, de dag die voor altijd bekend zal blijven staan als Zwarte Zondag. Ik herinner mij nog de uitzinnige vreugde in het hoofdkwartier van de winnende partij. Hoe de wat houterige Karel Dillen iets over middernacht op tafel werd gehesen en minutenlang werd toegejuicht. Hoe Filip Dewinter stond te klinken met zijn bolleke Koninck. Hoe Wim Verreycken, pas verkozen als senator, het lokaal kwam binnengeschreden met in zijn zog een paar luitenanten die er even gevaarlijk uitzagen als Bert Eriksson, wiens blik ik de rest van de nacht overigens zorgvuldig vermeed.

Dit zijn ze dus, zat ik enigszins verbijsterd te denken, de neonazi's voor wie meer dan 400.000 Vlamingen hebben gestemd. Wat een drama voor de democratie. Wat een ramp voor het land. Voortaan zouden er zomaar eventjes twaalf Vlaams Blokkers in de Kamer zetelen. Ik vond het choquerend en spannend tegelijk - journalisten krijgen nu eenmaal stiekem een kick van catastrofes. Ik voelde mij als een marsmannetje meteen na de landing op aarde: ik begreep er niets van. Wie waren deze mensen? Hoe konden gewone kiezers nu supporteren voor déze partij?

Voor de jonge lezers misschien even uitleggen waar het Vlaams Blok vandaan kwam. In 1977 had de Volksunie, onder leiding van wijlen Hugo Schiltz, samen met socialisten en christendemocraten een staatshervorming goedgekeurd. Dat zogeheten Egmontpact zette evenwel zoveel kwaad bloed bij een aantal radicale Vlaams-nationalisten dat ze zich afscheurden van de Volksunie en in 1978 met een eigen partij naar de verkiezingen trokken: dat was het Vlaams Blok, onder leiding van wijlen Karel Dillen.

Het radicale Vlaams-nationalisme van Dillen en de zijnen had wortels in de collaboratie. Heel wat partijleden, onder wie Filip Dewinter zelf, dweepten met Vlaamse voormannen die tijdens de Tweede Wereldoorlog hun lot hadden verbonden aan dat van de Duitsers. In de Vlaamse pers is liters inkt gevloeid om aan te tonen dat het Vlaams Blok rook naar neonazisme. Dillen had in de jaren vijftig zelfs een boek vertaald van de Franse schrijver Maurice Bardèche, die negationistische ideeën over de Holocaust verspreidde.

De andere partijen hadden die federale Zwarte Zondag niet nodig gehad om het Vlaams Blok uit te sluiten van machtsdeelname. De doorbraak van extreemrechts bij de Antwerpse gemeenteraadsverkiezingen in 1988 had al de nodige onrust veroorzaakt. Onder impuls van toenmalig Agalev-kopman Jos Geysels was het cordon sanitaire sinds 1989 in voege. Het kreeg zelfs een verlengstuk in de media. De meeste journalisten hielden jarenlang een cordon médiatique in stand. Ook ik.

Dat mediacordon kwam hierop neer: we schreven wel over het Vlaams Blok, om het racisme aan de kaak te stellen, maar we gingen nooit Vlaams Blokkers interviewen. We wilden hen geen forum geven, want - zo luidde de redenering - dan zouden ze nóg meer kiezers kunnen verleiden met hun populistische praat.

Vandaag vind ik dat een vergissing. Politici interviewen is weliswaar niet altijd even zinvol, maar áls je politici interviewt, moet je politici van álle partijen interviewen. Niet de journalist, maar de kiezer moet oordelen of deze of gene politicus zijn stem verdient. Het cordon médiatique was, achteraf bekeken, een beetje paternalistisch.

Toch is dat niet de reden waarom het is verdwenen. Het cordon médiatique is verdampt omdat het Vlaams Blok in de jaren negentig alleen maar bleef groeien. Kiezers behoeden voor populistische en racistische praat had, zo luidde de redenering, blijkbaar geen effect in het stemhokje. Sterker nog: volgens sommigen was het tegendeel waar en gaf die strenge aanpak het Vlaams Blok de wind in de zeilen, om de beeldspraak van Patrick Loobuyck te gebruiken. Zo'n cordon werkte averechts.

Het idee van de contraproductiviteit was geboren.

De bocht van Bracke

En toen kwam de ingreep van Siegfried Bracke. De jongere lezers herinneren zich dat misschien ook niet, maar in de jaren negentig was de huidige Kamervoorzitter nog geen N-VA-politicus, maar een journalist bij de openbare omroep. Inmiddels weten we dat hij in die tijd onder een pseudoniem bijkluste als columnist in het partijblad van de socialisten, maar officieel werkte hij dus voor de VRT-nieuwsdienst. Het fameuze strikje dat hem lang typeerde, was hij beginnen te dragen na Zwarte Zondag, uit ludiek protest tegen het succes van het Vlaams Blok. Hij deed die strik pas uit toen hij, samen met Bart De Wever en de N-VA, die partij had gedecimeerd.

Ook als journalist was Bracke al een Mitspieler, zoals dat heet: een journalist die achter de schermen mee aan politiek doet. Hij was het die in de loop van de jaren negentig een duidelijke link zag tussen de strenge journalistieke aanpak en het groeiende succes van het Vlaams Blok. Zijn conclusie: die aanpak is goedbedoeld, maar contraproductief. En dus veranderde hij het geweer van schouder.

Bracke knoopte off the record gesprekken aan met de kopstukken van het Vlaams Blok en begon de partij te normaliseren - lees: te behandelen als een normale partij. Hij deed dat niet omdat hij het Blok een normale partij vond, want dat heeft hij nooit gevonden, maar omdat hij hoopte dat hij de partij op die manier electoraal minder aantrekkelijk zou maken. Hij verving de strategie van het cordon médiatique door de strategie van de normalisering, en bleef dus even paternalistisch: niet de waarheid stond voorop in zijn journalistieke werk, maar het effect dat zijn werk moest hebben op de kiezer.

In amusementsprogramma's is het Vlaams Blok nooit doorgedrongen, want dat vonden de VRT-bonzen nog altijd een brug te ver. Maar Bracke kreeg wel de vrije hand om politici, ook die van extreemrechts, op te voeren in infotainmentprogramma's. Zo kon het gebeuren dat Ben Crabbé in 2003 in het verkiezingsprogramma Bracke & Crabbé aan Filip Dewinter vroeg of hij nog een goede Marokkanenmop kende. Dat is alsof een journalist vandaag op badinerende toon aan Donald Trump zou vragen of hij de laatste tijd nog veel leuke vrouwen by the pussy heeft gegrabt - in de hoop op die manier een tweede ambtstermijn voor de pas verkozen president alvast te voorkomen.

Niet alleen de kritische journalistiek was zogezegd contraproductief. Van wijlen sp.a-voorzitter Steve Stevaert mocht er helemaal niet over het VB gepraat worden, want dan werd "het gat in de haag" alleen maar groter. Ook het cordon sanitaire zelf, zo begonnen velen gaandeweg te denken, leverde de partij alleen maar sympathie op. Om nog maar te zwijgen over het proces dat de Liga voor Mensenrechten begon tegen drie vzw's in de dampkring van de partij. Dat proces zou de electorale steun voor de politieke underdog volgens sommigen pas helemaal door het dak jagen. Zij zagen hun gevoel bevestigd in juni 2004, twee maanden na de veroordeling op basis van de antiracismewet: het Vlaams Blok behaalde bijna 25 procent van de stemmen.

Eén op de vier Vlamingen die stemde voor een racistische partij. Hoe was dat mogelijk? Op tal van krantenredacties vielen commentatoren van hun stoel. Ik heb die reactie nooit begrepen. Ik ben sinds Zwarte Zondag in 1991 nooit meer geschrokken van een verkiezingsuitslag - wie zegt dat het Vlaams Blok zonder het cordon en het proces niet nóg beter gescoord zou hebben? Dat is onbewijsbaar, maar ook onweerlegbaar.

Vandaag behoor ik ook niet tot de wereldvreemde elite die de brexit en de overwinning van Trump niet voelde aankomen. Wie zo nu en dan eens praat met mensen, weet dat er een enorme electorale markt is voor racisme, sterk leiderschap, law and order, gesloten grenzen, en ga zo maar door. Mij heeft het succes van extreemrechts populisme de voorbije decennia dus niet verbaasd, integendeel, ik ben er altijd van uitgegaan dat het Vlaams Blok voor hetzelfde geld een absolute meerderheid had kunnen behalen.

Op de keper beschouwd is dat ook wat er uiteindelijk gebeurd is. Dat is tenminste de stelling die ik hier wil verdedigen: Vlaanderen leeft al 25 jaar onder de tirannie van een virtuele Vlaams Blok-meerderheid. Als u deze krant, of deze app, nog altijd niet van colère hebt weggegooid, dan leg ik u graag uit waarom ik deze boude stelling poneer.

De morele paniek

Als u eens een uurtje of twee tijd hebt, moet u het arrest maar eens rustig nalezen. U zult versteld staan. Een groot deel van de teksten waarvoor het Vlaams Blok op 21 april 2004 door het Hof van Beroep in Gent werd veroordeeld, zijn - in het licht van wat een mens vandaag allemaal hoort - helemaal niet zo choquerend. Toen ik ze deze week herlas, vroeg ik me herhaaldelijk af: is die partij hiervoor veroordeeld?

Ik geef drie voorbeelden, leest u even mee.

Voorbeeld 1: "We moeten echter de waarheid onder ogen durven zien. Die waarheid is dat Brussel stilaan aan het verworden is tot een stad waar de Brusselse Vlamingen verdwijnen, tot een stad die haar identiteit aan het verliezen is, tot een stad die verpaupert en waar de misdaad welig tiert, tot een stad ten slotte die langzaam maar zeker wordt ingepalmd door een mengelmoes van volkeren met een sterk Arabisch-islamitische inslag."

Voorbeeld 2: "Ruim 40 procent van de gevangenisbevolking bestaat uit vreemdelingen. Bijna de helft van deze categorie zijn Turken en Noord-Afrikanen. Al deze vreemde gevangenen kosten ons 2,8 miljard per jaar."

Voorbeeld 3: "Het ethisch imago van de islamitische wereld houdt maar stand zolang men niet achter de façade kijkt of de getuigenis van een islamitische vrouw hoort. In de islam is de vrouw binnen het huwelijk totaal rechteloos. De Koran voorziet uitdrukkelijk dat een man zijn vrouw mag slaan als hij vreest dat ze ongehoorzaam zou kunnen worden."

Volgens het Hof van Beroep hanteerde de partij stelselmatig het "zondebokmechanisme" en gebruikte ze "slogantaal" die niet de bedoeling had om mensen te "informeren", maar om "het gevoel van onveiligheid" nog wat aan te wakkeren. En dat zal best, maar ik hoor en lees vandaag veel hardere, onjuistere en sloganeskere taal. Veel van wat het Vlaams Blok jarenlang geroepen heeft, is ondertussen volkomen mainstream geworden.

De bokshandschoenen stonden begin jaren 90 centraal in de Vlaams Blok-campagnes. Beeld BELGA

Met, uiteraard, één cruciale uitzondering: in het fameuze 70 puntenplan, waar het Hof van Beroep het zwaarst aan tilde, staan maatregelen die andere partijen nooit hebben overgenomen. Het Vlaams Blok wilde de verplichte terugkeer voorbereiden, onder meer door het migranten onmogelijk te maken een eigendom te verwerven, door hun kinderen naar aparte scholen te sturen en door voor hen een aparte sociale zekerheid in het leven te roepen. Kortom, het Vlaams Blok wilde van migranten tweederangsburgers maken. Daarin heeft geen enkele andere partij het Vlaams Blok ooit gevolgd, want dat zou het einde van de rechtsstaat hebben betekend.

Maar voor de rest zijn zowat alle andere partijen, met uitzondering van Groen en CD&V, langzaam maar zeker opgeschoven in de richting van het VB-discours. In de hoop op die manier de electorale leegloop richting extreemrechts te stoppen. Het debat en het beleid stonden de voorbije 25 jaar in het teken van de potentiële Vlaams Blok-kiezer. Van de zwijgende meerderheid, die zeker niet tegen de haren mocht worden ingestreken. Dat zou immers contraproductief zijn geweest. Het buikgevoel van de blanke Vlaming is altijd het kompas geweest waarop politici voeren. De facto kwam dat neer op een soort emotionele tirannie van de meerderheid. Ik geef ook hiervan een paar voorbeelden.

In 1974 werd de islam in ons land erkend. Toch zou het dertig jaar duren voor de eerste moskeeën werden gefinancierd. Reden: politici liepen met een grote bocht om de islam heen, uit vrees voor islamknuffelaar te worden uitgescholden.

Mensen met een migratieachtergrond hebben een achterstand in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Men is niet in staat om een doortastend beleid op poten te zetten. Reden: politici lopen met een grote bocht om dat probleem heen, uit vrees de meerderheid tegen zich in het harnas te jagen - over quota op de werkvloer durft zelfs niemand meer te praten, hoewel quota voor vrouwen de normaalste zaak van de wereld zijn.

Vlak na de eeuwwisseling stichtte activist Dyab Abou Jahjah de Arabisch Europese Liga. Ofschoon hij geen enkele wet overtrad en zijn eisenpakket volkomen legitiem was, werd de man gecriminaliseerd en in de gevangenis gegooid. Zelfs links was toen zenuwachtig en viel ten prooi aan morele paniek. Abou Jahjah had misschien wel gelijk, luidde het in progressieve kringen, maar zijn stijl was - hou u vast - veel te contraproductief.

En zo ontstond de ultieme omkering. De achterstand en discriminatie van minderheden op de arbeidsmarkt en in het onderwijs zijn niet het gevolg van racisme, nee, het is andersom: mensen worden racistisch omdat minderheden achterstand hebben. Zo werd het in de markt gezet door voorzitter Bart De Wever en zo staat het op de debatfiches van de N-VA. Praat er maar eens over met iemand van de partij. Ze zullen dit zeggen.

"De Vlaming is helemaal geen racist. Wij weigeren dat te geloven."

"Natuurlijk bestaat discriminatie. En dat is heel erg en verwerpelijk."

"Maar dat is niet het grote probleem. Het grote probleem is het mislukte beleid."

"We hebben de grenzen opengezet en met onze nationaliteit gesmeten."

"We hebben massaal vreemdelingen geregulariseerd."

"En we hebben die mensen niet ingeburgerd, niet verplicht om onze taal te spreken, niet opgenomen in onze cultuur van waarden en normen."

"Geen wonder dat sommige Vlamingen racistisch zijn geworden. Geen wonder dat er weleens gediscrimineerd wordt op de arbeidsmarkt."

"Maar als we de oorzaken aanpakken, zal ook het probleem verdwijnen."

De logica achter die debatfiches komt terug in het debat over Zwarte Piet. "Zwarte Piet is helemaal niet racistisch. Het probleem is dat een kleine minderheid onze tradities wil kapotmaken. En daar worden mensen net racistisch van." In feite is de tirannie van de meerderheid een vorm van emotionele chantage: "Opgepast, of we worden racistisch!" En zo worden vandaag niet de minderheden gepamperd, zoals extreemrechts altijd heeft beweerd, maar de meerderheid. De blanke meerderheid is nog altijd de norm.

En zo kunnen we volgens mij niet verder. Het debat zou prettiger en rechtvaardiger zijn als meer mensen de overtuiging van de liberale Mechelse burgemeester Bart Somers zouden delen: de overtuiging dat wij allemaal nieuwkomers zijn in deze superdiverse samenleving. Dat vergt een rationele ingesteldheid, zoals ook de legalisering van abortus en het homohuwelijk het resultaat waren van rationele overwegingen die sterker waren dan het emotionele verzet dat zulke ethische wetten altijd oproepen.

Na de overwinning van Trump liet filosoof Alain de Botton op Twitter weten dat die zege ons inzicht verschaft in de donkere kant van de menselijke aard. De mens is geen verlicht wezen, dat louter rationele beslissingen neemt op basis van inhoudelijke argumenten. De mens is een aap met kapsones, die grotendeels op buikgevoel en intuïtie leeft. Ook in het stemhokje: mensen kiezen niet zozeer met hun verstand, maar met hun moreel kompas. Ook linkse, progressieve kiezers, hoewel ze dat zelf niet zullen geloven.

In een democratie moet er begrip en aandacht zijn voor alle stemmen. Ook voor die van de Trumpisten, de brexiteers en de populistische kiezers bij ons en elders in Europa. Die mensen zijn niet dom of idioot, en het is zeer ongepast om op hen neer te kijken. In een democratie is elke stem evenwaardig. Punt.

Maar net daarom mogen we die kiezers ook niet langer naar de mond praten. Mogen we het debat en het beleid niet afstemmen op de emoties van de zwijgende meerderheid. Als we iedereen ernstig nemen, mogen we niemand pamperen. En moeten we aan alle kiezers en politici blijven uitleggen dat we in een rechtsstaat leven, waar elk individu en elke minderheid bescherming verdient tegen de tirannie van de meerderheid. Juridisch is dat vandaag al zo. Maar van mij mag het iets meer zijn dan alleen maar juridisch: we zouden ons dat principe van de rechtsstaat emotioneel eigen moeten maken. Er mag, na 25 jaar emotionele chantage, een einde komen aan de tirannie van de meerderheid.

Ik zal daar in elk geval voor blijven vechten. En ik ben bereid om daarover met iedereen het debat aan te gaan. Met open vizier. Ik ben niet van plan om met mijn ogen te knipperen, laat staan om weg te kijken.

25 JAAR ZWARTE ZONDAG

Vanaf maandag in de krant en online: elke dag een grondig interview met een bevoorrechte waarnemer die een analyse maakt van de voorbije 25 jaar.

Bob Cools, oud-burgemeester van Antwerpen (sp.a)
“Eén vraag kwam altijd terug: wat gaat u met die vreemdelingen doen?”

Wim Van Rooy, schrijver en islamcriticus
“Het Vlaams Blok voelde goed aan wat er leefde bij heel veel mensen”

Nadia Fadil, docente sociologie (KU Leuven)
“De opkomst van de Arabisch Europese Liga was een kantelmoment”

Jos Geysels, oud-politicus (Agalev)
“Het cordon sanitaire was geen vergissing: het heeft zijn werk gedaan”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234