Dinsdag 21/05/2019

Analyse

Van hondenfluitje tot trombone: waarom we N-VA nu ‘radicaal rechts’ mogen noemen

Jan Jambon, Bart De Wever en Theo Francken. Beeld Photo News

Nu N-VA omwille van het migratiepact de stekker uit de regering heeft getrokken, kan een hardnekkig misverstand naar de schroothoop. De partij van Bart De Wever en Theo Francken hoort wel degelijk thuis in het rijtje van Trump, Wilders en Orbán.

Ooit moet een politieke wetenschapper daar eens een doctoraat over schrijven. Over de fluwelen handschoentjes waarmee zoveel Wetstraat-watchers de voorbije jaren de N-VA hebben aangepakt, met de hoofden eendrachtig en metersdiep in het zand, niet bereid of niet in staat om de simpele waarheid onder ogen te zien: dat de N-VA geen dam is tégen, maar deel uitmaakt ván de radicaal rechtse golf die Europa overspoelt.

Mocht de N-VA geen Vlaamse, maar pakweg een Hongaarse of Italiaanse of Franse partij zijn geweest, dan zou die schroom niet hebben bestaan. Dan zou iedereen veel strenger zijn geweest. En dan zouden zowel het discours als het beleid van bijvoorbeeld kopman Theo Francken vlotjes zijn ingedeeld bij dat van Europa’s populisten.

Gelukkig had men een goed excuus om niet door te pakken: Vlaams Belang. Die partij is altijd wél eensgezind in de zak van het rechts-populisme gestopt. In de commentaren die volgden op de brexit, en daarna op de verkiezing van Donald Trump, waren het Tom Van Grieken en de zijnen die altijd in één adem werden genoemd met Marine Le Pen, Geert Wilders, Viktor Orbán en de anderen. Nooit Bart De Wever en de N-VA. Als dat doctoraat er komt, met de nodige bijlagen en ferm notenapparaat, zal iedereen die commentaren eens rustig kunnen nalezen. Historici zullen de wenkbrauwen fronsen en de oren voelen flapperen bij de soms verbluffend kritiekloze behandeling die De Wever te beurt viel.

De donkere flank

En ja, natuurlijk past Vlaams Belang naadloos in dat rijtje van Wilders en Orbán. Het is zeker niet verkeerd om hen daarin op te nemen. Het vroegere Vlaams Blok was zijn tijd dan ook ver vooruit. Wat Europa na de aanslagen van 11 september 2001 meemaakte, had Vlaanderen in de jaren 90 al beleefd: de opmars van een partij die gretig teert op xenofobie, autoritarisme en aanvallen op pers, gerecht en middenveld.

En ja, toen N-VA het politieke strijdperk betrad, deed ze dat als een – zoals dat heette – ‘fatsoenlijk rechts’ alternatief. Centrumrechts, zeg maar. Nationalistisch, maar inclusief. Dat De Wever erin slaagde om kiezers weg te halen bij Vlaams Belang, leidde tot applaus op alle banken. De draak leek verslagen, de dreiging afgewend.

Maar die fase ligt achter ons. Behalve aanvallen op pers, gerecht en middenveld werden ook xenofobie en autoritarisme gaandeweg een handelsmerk van N-VA. Nooit expliciet, natuurlijk. Het bleef bij dog whistle politics – een hondenfluitje hoort niemand, alleen de doelgroep. Xenofobie kan worden verspreid per hondenfluitje: officieel hoort niemand iets verkeerds, maar de boodschap komt wel aan, via de tweets van Francken en de uitspraken van De Wever – als het over Mawda en haar ouders ging, of over jongeren met Arabische roots, of over Berbers – over vreemdelingen, kortom, of toch: mensen die door de witte stamboom-Vlaming als vreemdelingen worden gezien.

De voorbije weken is dat hondenfluitje een trombone geworden. Vandaag mag iederéén het horen: de N-VA schaart zich luidkeels achter het verzet dat bij radicaal rechts weerklinkt tegen het VN-migratiepact. Dat De Wever de overblijvende regeringspartijen de ‘Marrakech-coalitie’ noemt, is geen toeval. Marrakech ligt niet alleen in Marokko, het klinkt allicht eng in xenofobe oren. Dat is de bedoeling. Telkens als een N-VA’er straks de term ‘Marrakech-coalitie’ gebruikt, mag u in de verte Geert Wilders horen roepen: ‘Wilt u meer of minder Marokkanen?’

De campagne die vorige week zogezegd per abuis werd gelanceerd door de propaganda-afdeling van partijwoordvoerder Joachim Pohlmann was evenmin toeval, en ook geen uitschuiver: wie zijn columns in deze krant een beetje volgt, weet dat Pohlmann, samen met Francken, de donkere flank van de partij vertegenwoordigt. De flank die bang is dat de barbaren straks aan de poort staan, en dat we ons daartegen moeten wapenen.

Met de val van deze regering over het migratiepact is het die flank die het gehaald heeft. Weg met de impact van de immer fatsoenlijke Geert Bourgeois, weg met de progressieve mensenrechtendenkers Jan Peumans, Elke Sleurs en vele anderen. Net zoals de Zweedse coalitie mét N-VA is ook de centrumrechtse coalitie bínnen N-VA gevallen. Het mag nu voor iedereen duidelijk zijn: de N-VA is een radicaal rechtse partij. Het onderscheid met Vlaams Belang is niet langer fundamenteel, maar gradueel, een kwestie van nuance. Tussen haakjes: geen van beide partijen is ‘extreemrechts’. Die term wordt best bewaard voor partijen die niet vies zijn van geweld en die de parlementaire democratie willen afschaffen. Gouden Dageraad is extreemrechts. Vlaams Belang en N-VA niet.

Het rechtse antiglobalisme

Vlaams Belang en N-VA zijn dus niet antidemocratisch, wel integendeel: ze bewijzen de democratie een dienst. In een democratie zijn duidelijke standpunten gezond. Zo valt er tenminste iets te kiezen straks. Zo staat er tenminste iets op het spel. De tijd dat mensen nog wel van regering konden veranderen, maar niet meer van beleid, zoals de boutade lang heeft geluid – die tijd ligt achter ons. Vandaag gáát het ergens over.

Over soevereiniteit, bijvoorbeeld. We hebben in de 20ste eeuw nogal wat soevereiniteit overgedragen aan inter- en supranationale organisaties. Zowel door de Europese Unie als door de Verenigde Naties worden haast geruisloos veel ingrijpende beslissingen genomen, die zelden of nooit aan de kiezer worden voorgelegd. Zo groeien vormen van globaal bestuur die binnen de natiestaat steeds vaker op verzet stuiten. Het is de botsing tussen begrensde democratie en het globale liberalisme van mensenrechten. De botsing tussen een kosmopolitische elite en de burger onder de kerktoren.

Met dat debat is niets mis. Het komt geen moment te vroeg, het komt veeleer decennia te laat. Daarom was de uithaal van Tom Lenaerts bij Van Gils & gasten zo ongepast. “Los het op!” zei hij tegen Peter De Roover van N-VA en Kristof Calvo van Groen. Terwijl dit niet op te lossen valt: Groen en N-VA staan hier lijnrecht tegenover elkaar. Zij verschilden daarover gisteren van mening, zij verschillen daarover vandaag van mening, en zij zullen daarover morgen nog altijd van mening verschillen. Calvo en De Roover moeten dit niet oplossen, de kiezer moet dit oplossen. Ook Tom Lenaerts, dus. In mei 2019.

De N-VA denkt dat de identitaire kerktoren – het rechtse antiglobalisme, zeg maar – het zal halen op de pleitbezorgers van de liberale wereldorde, of wat daar tegenwoordig nog van overblijft. Dat heeft de partij met zoveel woorden laten verstaan: in het parlement is een tweederdemeerderheid vóór het VN-pact, maar bij de bevolking is een meerderheid tégen dat pact. Aldus Bart De Wever. Dat is een zware gok.

En het ruikt naar populisme, omdat het een tegenstelling impliceert tussen volk en elite. Is het parlement niet bij uitstek de plek waar de wil van de bevolking zich manifesteert? Ja, toch? Met andere woorden: als N-VA in mei 2019 geen verpletterende overwinning boekt, zal dat een blamage zijn voor de radicaal rechtse flank. Het is alles of niets. Tenzij de kiezer om welke reden dan ook alsnog vroeger wordt opgetrommeld, wordt zondag 26 mei alweer een feestdag voor de democratie. Of het ook een feestdag wordt voor de liberale democratie, dát valt nog te bezien.

De illiberale democratie

Want laten we ons niet vergissen. Laat alle commentatoren nu eindelijk de hoofden uit het zand halen en het stof uit hun ogen wrijven. In mei volgend jaar staan niet alleen de mensenrechten van Soedanezen, Marokkanen en Syriërs op het spel. In mei volgend jaar staan ook ónze rechten op het spel. Zowel Vlaams Belang als N-VA sturen aan op een ‘illiberale’ democratie, een democratie waarin de rechtsstaat verzwakt wordt. Waarin men uw huis gewapenderhand kan betreden als u mensen zonder papieren herbergt. Waarin men mensen die hier geboren en getogen zijn hun Belgische nationaliteit kan afnemen. Waarin men Belgische kleuters nog liever in oorlogsgebied laat creperen dan het fatsoen te hebben om hen terug te halen. Waarin men doelbewust een asielcrisis creëert om de bevolking angst aan te jagen.

Dat Maggie De Block, als opvolgster van Francken op het departement Asiel en Migratie, onmiddellijk heeft beslist om de asielquota op te heffen, wijst erop dat de partijen van de regering-Michel II zich bevrijd voelen, de schouders rechten en een ruggengraat kweken. Ook dat is pure winst met het oog op de komende verkiezingen, want behalve met milde commentatoren was De Wever tot dusver ook gezegend met zwakke tegenstanders.

We gaan onvoorspelbare tijden tegemoet. Maar als de kiezer zich herinnert dat N-VA niet heeft gepiept terwijl het migratiepact werd onderhandeld en merkt dat het verschil tussen Vlaams Belang en N-VA klein geworden is, dan zal de kopie weer terrein moeten prijsgeven aan het origineel. Tel daar het ongenoegen van ondernemers bij op, die van N-VA meer hervormingen hadden verwacht, en het is duidelijk dat De Wever voor de stekker die hij uit de federale regering heeft getrokken misschien nooit nog een nieuw stopcontact vindt. Tenzij in Antwerpen, waar hij noodgedwongen de staatsman speelt die zich verzoent met de socialisten. Al die acrobatie: het politieke circus blijft verbazen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.