Zondag 23/01/2022

PortretEric Zemmour

Terug naar het Frankrijk van vroeger: wit, hetero en katholiek

Éric Zemmour is een Franse journalist en schrijver. Hij heeft een reputatie als polemist en kwam al vaker in opspraak door radicaal-rechtse uitspraken. Beeld BELGAIMAGE
Éric Zemmour is een Franse journalist en schrijver. Hij heeft een reputatie als polemist en kwam al vaker in opspraak door radicaal-rechtse uitspraken.Beeld BELGAIMAGE

De Franse schrijver en essayist Éric Zemmour zal in april een gooi doen naar het presidentschap. De radicaal-rechtse Zemmour is een controversieel mediafiguur. Hij kwam al vaker in de aandacht door gewaagde uitspraken over vrouwen, moslims en homo’s en werd al meermaals veroordeeld wegens haatzaaien.

Marijn Kruk

Naar het model van de Verenigde Nederlanden riep hugenotenstad La Rochelle in 1627 zijn onafhankelijkheid uit. Dat tot zorg van kardinaal Richelieu, die vreesde voor een staat binnen de katholieke Franse staat. Die angst leidde tot een beleg. Nadat de toegang tot het vasteland is afgesloten liet Richelieu een dijk van 1,5 kilometer lang en 20 meter hoog aanleggen. De Franse vloot blokkeerde de ingang van de haven. Op die manier raakte de stad geleidelijk verstoken van levensmiddelen. Bewoners aten katten, honden, paarden, tot het niet meer ging en op 28 oktober 1628 capituleerde het protestantse bastion roemloos.

Het beleg van La Rochelle figureert prominent in Le Suicide français (2014), het succès de scandale van de Franse schrijver Éric Zemmour (een half miljoen exemplaren verkocht). Dat is niet voor niets want voor Zemmour, die in april een gooi doet naar het Franse presidentschap, zijn er belangrijke parallellen te trekken met het heden. De hugenoten van toen zijn de moslims van nu en La Rochelle de banlieues. Door onoplettendheid van de Franse elites heeft het kunnen gebeuren dat de grote steden ‘omsingeld’ zijn geraakt door ‘islamitische forten’. Een eigen­tijdse Richelieu is nodig om daarmee af te rekenen. Zemmour stelt onomwonden dat de islam ‘de vijand’ is en een burgeroorlog nog slechts een kwestie van tijd.

Bij gebrek aan een Richelieu heeft Zemmour nu dus besloten om eigenhandig de taak op zich te nemen. Dinsdag was het zover: in een YouTube-video die nostalgie afwisselt met geweld uit de banlieue stelde hij zich officieel kandidaat voor het Elysée. “De twaalf werken van Éric Zemmour” kopte het identitair-rechtse weekblad Valeurs Actuelles onlangs nog. Aan Zemmour om de augiusstal die Frankrijk heet uit te mesten.

Zemmour shockeerde eerder met uitspraken over vrouwen en homo’s. Hij trok – hoewel zelf Joods – de onschuld van de wegens landverraad veroordeelde Joodse kapitein Alfred Dreyfus in twijfel en relativeerde het met de nazi’s collaborerende Vichy-regime. Hij hintte eens op de deportatie van vijf miljoen moslims en propageert de theorie van de Grand Remplacement, een complottheorie die stelt dat Westerse elite’s de autochtone witte bevolking proberen te vervangen door moslims en zwarten.

Zemmour eist een verbod op familiehereniging, wil Frankrijk uit de Navo halen en het gebruik van ‘niet-Franse’ voornamen verbieden. Dat alles om wat hij ziet als de Franse identiteit veilig te stellen. Of beter: wat daar nog van over is, want elites hebben volgens hem de afgelopen vijftig jaar uit alle macht geprobeerd om deze stuk te maken. Zemmour heeft meerdere veroordelingen wegens haatzaaien op zijn naam staan, maar dat stuitte zijn opmars niet.

Afgelopen maanden ontpopte hij zich als een geduchte concurrent van Marine Le Pen, lange tijd de gedoodverfde uitdager van president Macron. “Zemmour, dat is l’extrême droite décomplexé”, vertelde de liberaal-conservatieve essayist Alain-Gérard Slama onlangs nog aan het Nederlandse weekblad De Groene Amsterdammer. Een uiterst rechts dat zich niet verhult, maar zich juist in het volle daglicht toont. Dat is opmerkelijk, want de idee was lang dat, wilde rechts een kans maken op de macht, het de harde kantjes eraf diende te vijlen. Daarop was ook de strategie van ‘dédiabolisation’ van Marine Le Pen het afgelopen decennium gericht. Ze wilde haar partij ontdoen van het etnonationalisme van haar vader, Jean-Marie. Maar met Zemmour is dat juist helemaal terug.

Net als Trump

Hij pleit onomwonden voor een terugkeer naar het witte en katholieke Frankrijk van de jaren vijftig – een droomwereld die nog niet is aangetast door niet-westere migranten of de ondermijnende denkbeelden van 1968. Een wereld waarin vrouwen en homo’s hun plaats kennen en politici zich niet door Europa of Washington laten ringeloren. De vergelijkingen met Donald Trump zijn in de Franse media niet van de lucht. Hoewel er grote verschillen bestaan tussen de iele essayist en de onbehouwen zakenman valt daar wel iets voor te zeggen.

Beide waren al bekend bij het publiek ver voor ze in de politiek gingen, en allebei weten hoe ze hoe door schandaal te veroorzaken steeds in het brandpunt van de publieke belangstelling kunnen blijven. Zoals destijds bij Trump kunnen ook de media geen genoeg van Zemmour krijgen, ook de linkse niet. Zo publiceerde weekblad l’Obs onlangs nog een scherp dossier waarin Zemmour langs de meetlat werd gelegd van Franse ultranationalisten en monarchisten uit het interbellum die hij als helden ziet. Net als Trump weet Zemmour de vinger te leggen op angsten die diep in de samenleving sluimeren. En net als Trump geeft hij daar een nationalistische draai aan. Steeds is er sprake van een existentieel gevaar, een ‘danger mortel’, doorgaans in de vorm van migranten.

Waar Trump sprak over verkrachtende Mexicanen, daar heeft Zemmour het over brandschattende bendes Roma, Kosovaren, Maghrebijnen en Afrikanen. Allebei presenteren ze zich als outsiders die zeggen af te rekenen met het decadente en corrupte establishment dat de belangen van het hardwerkende volk te grabbel heeft gegooid. En allebei kunnen ze rekenen op steun van machtige zakenmannen die hun ideeën delen. In het geval van Zemmour is dat de Bretonse magnaat Vincent Bolloré, tevens eigenaar van het CNews, een populaire 24-uursnieuwszender, waar Zemmour bijna constant op te zien is.

Ieder op zijn manier weerspiegelen Trump en Zemmour de aspiraties van hun beider landen, en zijn het tegelijk ook oplichters die met alles wegkomen. Trump appelleert aan de Amerikaanse obsessie met individueel succes en rijkdom; Zemmour aan het Franse zwak voor cultuur en eruditie. Maar waar Trump zijn zakenimperium bouwde op schulden, winkelt Zemmour naar believen in de geschiedenis. Net als bij Trump krijgen tegenstanders geen vat op Zemmour. Amerikaanse journalisten konden factchecken zoveel als ze wilden, menig Franse historicus sloop gefrustreerd uit de tv-studio weg na een verloren confrontatie met de verbaal uiterst begaafde Zemmour.

Het noopte de bekende migratiehistoricus Gérard Noiriel in 2018 tot de publicatie van Le Venin dans la plume, een bijtend boek dat een vergelijking maakt tussen de 19e eeuwse polemist Edouard Drumont en Eric Zemmour. “Historici zijn geen partij voor Zemmour, omdat hij zich aan geen enkele regel voor wetenschappelijk onderzoek houdt”, zegt Noiriel. “Hij speelt voortdurend in op emotie, op het scheppen van een ‘wij’ en een ‘zij’.”

In zijn boek legt Noiriel de opvallende overeenkomsten in retoriek bloot tussen Zemmour en Drumont, auteur van het beruchte antisemitische pamflet La France juive (1886). Steeds weer is er de natie – la France eternelle – die door buitenstaanders wordt bedreigd, bij Drumont door de joden; bij Zemmour door moslims. Tegelijk is er altijd ook de notie van decadentie: de zittende elites hebben zich laten meeslepen door universalistisch verlichtingsdenken en hebben zodoende niet langer oog voor het particuliere, het unieke dat Frankrijk al duizend jaar tot Frankrijk maakt, het zo ten prooi latend aan de vijanden die het bedreigen.

Deze vijanden verenigen zich in wat de roemruchte antirevolutionair Joseph de Maistre ooit ‘la secte’ noemde en die zich in de radicaal-rechtse verbeelding tot op de dag van vandaag in steeds wisselende samenstelling manifesteert. Bij Maistre zijn het behalve de protestanten, de vrijmetselaars en de joden ook iedereen die zich beroept op abstracte principes, het individuele bewustzijn of die een rationele ordening van de maatschappij voorstaan. Het zijn de idealisten, de materialisten, de utilitaristen, sowieso alle reformisten en revolutionairen. Dat is “de sekte, en ze slaapt nooit”. Vandaag de dag vallen naast moslims zeker ook de ‘cultuurmarxisten’ en de ‘islamogauchisten’ onder. En vanzelfsprekend alles wat ruikt naar ‘woke’.

Noiriel wijst in zijn boek ook op omgevingsfactoren die hebben bijgedragen tot het succes van zowel Drumont als Zemmour: een crisis van het liberalisme, die voor ongelijkheid en spanning in de samenleving zorgt, alsook de opkomst van nieuwe media (kranten voor een massapubliek bij Drumont; sociale media en 24-uursnieuwszenders bij Zemmour).

Trump wist zich meester te maken van de Republikeinse partij; Zemmour moet het buiten een gevestigde politieke partij stellen. Maar sinds de verrassende overwinning van Macron in 2017 weet hij dat dit geen belemmering hoeft te zijn. Hij beoogt een synthese tussen de conservatieve bourgeoisie in de steden en het Frankrijk van de gele hesjes. Samen met Le Pen is hij in de peilingen goed voor zo’n 30 procent van de stemmen. Tel daar nog een paar procent van de soevereinist Nicolas Dupont-Aignan bij op en je begrijpt waarom bij Les Républicains de alarmbellen plots zijn afgegaan.

Inmiddels spreken kandidaten van deze centrumrechtse partij in de scherpste bewoordingen over thema’s als veiligheid en immigratie. Zelfs Macron, die als zittend president het liefst zolang mogelijk buiten de politieke arena wil blijven, zag zich genoodzaakt om op Zemmour te reageren. Macron hekelde de ‘vernauwing’ van het debat over de Franse identiteit en de obsessie met voornamen.

Terug naar Tweede Wereldoorlog

In de recentste peilingen vlakt Zemmour wat af, maar hij maakt nog steeds een goede kans om door te dringen tot de tweede ronde. Uit hoe zijn thema’s het debat op rechts beheersen blijkt eens te meer dat het radicaal-rechtse moment allerminst voorbij is. Sterker: het zoekt steeds nadrukkelijker aansluiting bij een oudere extreemrechtse traditie. Tot recent was dat ondenkbaar, de kloof die de Tweede Wereldoorlog had geslagen was simpelweg te groot.

Zemmour tracht die nu te overbruggen. Dat doet hij via een omweg: hij wil aantonen dat het Vichy-regime van maarschalk Pétain niet het absolute kwaad is zoals het nu in Frankrijk wordt gezien. Hoe valt anders te verklaren dat het overgrote deel van de Franse Joden de oorlog heeft overleefd? Zo diabolisch kon Vichy dus ook weer niet zijn. Maar volgens vakhistorici is dat voorbarig. Het is waar dat Vichy aanvankelijk een onderscheid tussen Franse Joden en buitenlandse Joden maakte, zeggen de historici. Maar dat feit alleen verklaart niet waarom in vergelijking met omliggende landen relatief veel Franse Joden de oorlog overleefden.

“Wie dat op het conto van Vichy schrijft, miskent het diep antisemitische karakter van dat regime”, zegt de bekende Holocaust-onderzoeker Jean-Marc Dreyfus. “Vichy aarzelde geen seconde toen het door de nazi’s gevraagd werd om buitenlandse Joden uit te leveren. Naarmate de oorlog vorderde, werd er steeds minder onderscheid gemaakt tussen Franse en buitenlandse Joden. Als de Franse Joden werden ‘gered’, dan was dat door het einde van de oorlog, niet door Vichy.”

Volgens Etienne Girard, auteur van Le Radicalisé, een beknopte biografie van Zemmour, is er een politieke verklaring voor diens relativeren van Vichy. In zijn verlangen om multicultureel links te verpletteren zou Zemmour het oude gaullisme willen verenigen met de erfgenamen van het pétainisme, traditionalistisch katholieken met name. Bovendien kan hij zo aansluiten bij de intellectuele traditie van het Franse nationalisme, zoals dat werd gepropageerd door antisemieten als Maurice Barrès en Charles Maurras, figuren waarover Zemmour in zijn boeken lof zingt. “Het pétainisme van gisteren ontdemoniseren om het harde rechts van morgen mogelijk te maken, wie zag dat aankomen?”, schrijft Girard.

Dat uitgerekend iemand van Joodse afkomst aansluiting zoekt bij de traditie van Franse volks­nationalisme is een macabere ironie. ­Iemand die dat als geen ander beseft, is Zemmours oude vriend Jean-Marie Le Pen. “Zijn Joods-zijn beschermt hem”, becommentarieerde Le Pen onlangs. “Als ik de dingen zou zeggen die Zemmour zegt, zou ik onmiddellijk op de brandstapel worden gezet.”

Eric Zemmour werd in 1958 geboren als zoon van Sefardische Joden die kort na het uitbreken van de Algerijnse onafhankelijksoorlog naar het Franse vasteland waren gevlucht. Hij groeide op in Drancy, even boven Parijs, waar op dat moment de eerste flatwijken werden gebouwd. Zemmour zou daar later met enige nostalgie over schrijven. En ook hoe hij er veel later, door een zwarte man die hem herkende van televisie, gemaand werd zich uit te voeten te maken. Zemmours vader werkte als ambulancier; zijn moeder was huisvrouw.

Later verhuisde het gezin naar de buurt rond het Gare du Nord, al waar hij naar een Joods lyceum ging. Als tiener droomde hij weg bij romans van Dumas, Stendal en Balzac. Zijn favoriete figuur was Eugène de Rubempré, het hoofdpersonage uit Les illusions perdues, een journalist die het liefst historische romans zou schrijven. Vooral de scène waarin Rubempré een artikel voorleest temidden van een groep actrices, die hem vervolgens bewonderend toejuichen beviel de jonge Zemmour. “Toen had ik het,” zou hij daar later over zeggen, “ik wil journalist worden.”

Na het lyceum slaagde hij erin te worden toegelaten op de Parijse eliteschool Sciences Po, maar doorstromen naar de nog elitairdere ambtenarenopleiding ENA lukte niet. In plaats daarvan belandde hij als copywriter bij een reclamebureau. Via via slaagde hij erin een plek te bemachtigen bij de vrijgevochten krant Le Quotidien de Paris, en vandaaruit door te stromen naar het conservatieve dagblad Le Figaro. Als politiek journalist volgde Zemmour Front National (FN) en bouwde hij een vriendschap op met Jean-Marie Le Pen. Binnenskamers toonde hij zich voorstander van een grote partij op rechts waarvan ook het FN deel uitmaakt.

Castraten

Na een paar jaar wist hij door te stoten naar de televisie. Hij publiceerde zo nu en dan een boek, maar zijn doorbraak komt met Le Premier Sexe (2006), een knipoog naar Beauvoirs beroemde traktaat en een aanklacht tegen wat Zemmour de “feminisering van de samenleving” noemde. De vrouwenemancipatie is doorgeschoten, illustreerde hij; Franse mannen zijn gedomesticeerd tot luiersverschonende castraten. Dat zou nog te aanvaarden zijn, ware het niet dat de jonge Arabieren die zich op het Franse grondgebied bevonden wel nog steeds viriel zijn. “Het zijn de veroveraars van een stad zonder muren; de andere jongens observeren hen met een mengeling van angst en jaloezie.”

De oplossing lag niet direct voor de hand, want een castratie maak je niet zomaar ongedaan. Sommigen probeerden het, maar dan als sublimatie, in de vorm van een stem op Le Pen, als een “soort fallus bij volmacht”. Zemmour zou niet hebben verwacht hoezeer dat thema in radicaal-rechtse kringen zou worden opgepakt, zeker na de vluchtelingencrisis van 2015.

Le Premier Sexe vestigde Zemmours reputatie als polemist, en opende de deuren naar de grote talkshows, want zo gaat dat nu eenmaal. De voorlopige kroon op Zemmours werk is het eerder al aangehaalde Le Suicide français, een traktaat dat past in een lange traditie van Franse ondergangsliteratuur en waarvan ook Michel Houellebecq een exponent is. Sinds de dood van generaal de Gaulle in 1970 was alles eigenlijk slechter geworden, zo zou je de centrale these kunnen samenvatten. “Wat veertig Franse koningen hebben opgebouwd, werd in veertig jaar tijd afgebroken.” De traditionele familie, de republikeinse school met haar tucht en rijtjes stampen, de Franse soevereiniteit, het primaat van de politiek, de trotse kleine boer, de winkelier, de viriele heteroman, het staatsgezag, de nationale trots – dat alles was “opgelost in de ijzige wateren van de individualisering en de zelfhaat”.

De achteruitgang die Zemmour eigenlijk overal waarnam, was het gevolg van een keten van beslissingen en gebeurtenissen. Dat gold voor de banlieues, maar bijvoorbeeld ook voor de hypermarkten die de kleine middenstand uit de stadscentra hadden verjaagd en daarmee behalve lelijkheid en smaakvervlakking ook voor kaalslag zorgden. Of voor de scholen die ten onder gingen aan een opeenstapeling van goedbedoelde, maar fnuikende hervormingen. Het desastreuze eindresultaat was door niemand tevoren uitgedacht, laat staan gewild, maar toch draaide het daar telkens op uit.

Directe schuldigen waren er niet, verantwoordelijken wel, de politieke en intellectuele elites met name. De politieke elite omdat die de poorten had opengezet voor vrijhandel en moslims; de intellectuele elite omdat die het deconstructivisme van de jaren zestig had omhelst. Dat had alle traditionele structuren ondermijnd: familie, natie, werk, de school, het staatsgezag... Het had argeloze burgers een gemakkelijk prooi voor de markteconomie gemaakt die hen omvormde tot zielloze en verweekte consumenten.

Het tekent het verraad dat de politiek, van links tot rechts, volgens Zemmour heeft gepleegd. Bijvoorbeeld het dossier van immigratie: rechts dat de werkgevers veel mogelijkheden gaf om goedkope arbeidskrachten te importeren; links dat vervolgens niets deed om immigranten tot assimilatie te dwingen en hen aan hun lot overliet. Een oplossing was er ­eigenlijk niet. De Gaulle is dood en begraven, net als het Frankrijk dat hij achterliet. De toekomst lag ergens tussen Disneyland en de Balkan, tussen een attractiepark en een burgeroorlog.

Het is geen boodschap om een verkiezingscampagne mee in te gaan, en daarom publiceerde Zemmour afgelopen zomer inderhaast nog een vervolg met een wat positievere titel: La France n’a pas dit son dernier mot.

Hier ziet het er nog steeds vrij somber uit, maar niet alles is verloren. De Gaulle had zijn prioriteiten op orde: eerst kwam Frankrijk, vervolgens de Staat, en dan pas het recht. Maar in de loop der tijd was die volgorde omgedraaid. Volgens Zemmour hangt de toekomst van Frankrijk af van de vraag of het terugkan naar De Gaulle’s ordening van zaken. Of hij de tweede ronde haalt weten we in april. De toon in Frankrijk heeft hij intussen al wel gezet.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234