Vrijdag 07/08/2020

Onderwijs

Terug naar het college met Bart Eeckhout: waarom N-VA een nieuwe schoolstrijd voert

De zesde Latijn-Griekse van 1990 poseert voor de klasfoto in het Sint-Jozef-Klein-Seminarie in Sint-Niklaas. Rechts bovenaan Bart Eeckhout (nu opiniërend hoofd­redacteur van deze krant) en vooraan, met baard, provisor Walter Roggeman (nu adviseur onderwijs van minister-president Geert Bourgeois). Centraal een bord met Latijns motto dat de strijd tegen het ‘eenheids­type’ accentueert, een strijd die N-VA nu opnieuw voert. Beeld RV

Er kan geen debat gevoerd worden in het Vlaamse onderwijs of de N-VA legt er haar leeuwenklauw op. Waar komt die nieuwe schoolstrijd vandaan? Voor een antwoord op die vraag moet Bart Eeckhout terug naar zijn eigen collegetijd.

Op een zonnige lentedag in 1990 slenteren zestien slungelige tieners door de gangen van het Sint-Jozef-Klein-Seminarie in Sint-Niklaas. In de doorgaans voor de directie voorbehouden collegetuin stellen zij, leerlingen van de zesde Latijn-Griekse, zich op voor wat de laatste klasfoto wordt van hun middelbareschoolloopbaan. De foto staat hierboven.

Zie je die jongen met het rozerode T-shirt uiterst rechts? Dat ben ik. 
Interessanter voor dit verhaal is het kloeke bord met Latijns motto dat centraal opgesteld staat: ‘Permiciabili novo isto/ discendi ordine/ feliciter elapsi/ hi iuvenes/ abituri sunt’. 28 jaar later kost het me nog altijd weinig moeite om de spreuk te vertalen. “Deze jongeren zijn klaar om af te studeren, gelukkig ontsnapt aan die verwerpelijke nieuwe onderwijs­methode.”

Verwerpelijke nieuwe onderwijs­methode? Een boodschap als een finale pauken­slag. Het Latijnse bord was een stil en laat protest vanwege de school­directie tegen het van bovenaf opgelegde eenheids­type voor het secundair onderwijs.
Dat eenheids­type was precies in dat schooljaar verplicht ingevoerd, als compromis tussen voordien naast elkaar bestaande types ‘klassiek’ en vernieuwd secundair onderwijs (vso). Wij zouden de laatste generatie zijn die dat niet hoefde mee te maken op school.

Voor het college van Sint-Niklaas voelde het eenheids­type als een belediging. Verraad vanwege de ‘eigen’ christen­democratische minister van Onderwijs Daniël Coens (CVP).

Het college is/was een elite­school. Meer in de pedagogische dan in de sociale zin van het woord (maar, en dit terzijde, toch nog altijd niet het natuurlijke biotoop van de familie Eeckhout). Toen hij aantrad, zei de vorige minister van Onderwijs, Pascal Smet (sp.a) in
Humo dat hij een kind van de (laagdrempeligere) broederschool was, en niet van dat elitaire college. Voor hem was dat een treffend politiek symbool. Het college was voor hem een toonbeeld van het blanke, conservatieve onderwijsideaal van de N-VA, die de hervorming afremde.

Het Sint-Jozef-Klein-Seminarie in Sint-Niklaas ademt nog steeds de typische college­­sfeer. Beeld Wouter Van Vooren

Blank? Ach. Wie vandaag door de gangen van het SJKS loopt, merkt dat de schoolpopulatie behalve deels vrouwelijk ook flink divers geworden is. Maar conservatief, dat zeker wel. Jarenlang was de school de fiere, conservatieve stormram geweest tegen de pedagogische nieuwlichterij van het vso. Die vernieuwing was halfweg jaren 70 ingevoerd om de democratisering van het onderwijs te versnellen. Daarom zouden kinderen, ongeacht hun achtergrond, langer breed gevormd worden, zodat sociaal-economische achterstanden konden worden weggewerkt.

In het Klein-Seminarie vonden ze dat maar niks. Wie niet meekon, kreeg de niet zo verfijnde boodschap mee het maar eens in een vso-school te proberen. De kritiek dat in zulke scholen de lat effectief naar beneden ging, was niet zonder grond. Mede daarom is de vernieuwing eind jaren 80 stilletjes begraven. Voor de klassieke Vlaamse colleges en lycea (en ook wel enkele rijks­athenea) voelde dat compromis niettemin als een gedwongen overgave. Dienden ze toch elementen over te nemen van dat verduivelde vso. Vandaar dus de foto met de Latijnse protestplaat.

VSO 2.0

Waarom is die anekdotiek nu nog relevant? Omdat de bekommernissen van ‘mijn’ college toen, exact de drijfveer zijn van de schoolstrijd die de N-VA vandaag, 28 jaar later, aan het opvoeren is.

Dat zeg ik niet zomaar. Kijk nog eens naar de klasfoto. De grijze man met ringbaard in het midden is Walter Roggeman. Toen provisor (onder­directeur) van de school, nu adviseur voor onderwijs van minister-president Geert Bourgeois (N-VA). Het is een kleine wereld.

De strijd van het college toen, is de strijd van de N-VA vandaag, bevestigt hij. (Meneer Roggeman, zoals ik hem graag blijf noemen, spreekt in dit stuk in eigen naam, niet namens de partij of de minister-president.) Net zoals de traditionalistische scholen van toen, voert de N-VA nu de forcing voor een conservatievere benadering van het onderwijsbeleid. En ditmaal met meer succes.

Beeld Wouter Van Vooren

Een eerste strijdperk werd, niet toevallig, de hervorming van het secundair onderwijs. Die zal uiteindelijk op 1 september 2019 ingevoerd worden. Onder druk van N-VA zijn de plannen verwaterd tot een systeem waarbij iedereen min of meer mag blijven doen wat hij wil.

“De oorspronkelijke hervormingsplannen, dat was het vso 2.0”, zegt Walter Roggeman. “Ik heb nooit begrepen dat men twintig jaar na het debacle met het vso daar weer stond met dezelfde ideeën. Weer wou men een brede eerste graad invoeren. In uw krant heeft Oeso-expert Dirk Van Damme, toch geen N-VA’er, zelf gezegd dat die brede eerste graad een vergissing zou geweest zijn.”

Wie de nochtans zeer bedaarde Walter Roggeman wat kent, begrijpt beter waarom de N-VA zo strijdlustig tekeergaat over onderwijs. Roggeman staat symbool voor een aanzienlijke groep onderwijsmensen – directies, leerkrachten, maar ook ouders – die de vernieuwingsdrang met scepsis aanschouwen. Aangezien elke ouder zijn eigen schoolverleden als referentie neemt, is het onderwijs bij uitstek ook een domein dat zich leent voor nostalgie.

“Wat van vroeger komt, is niet per definitie slecht”, bromt Roggeman. “Als ik nu mensen zoals Dirk Van Damme bezig hoor, denk ik: we hadden geen ongelijk met ons verzet. Plots klinkt het nu dat directe instructie toch weer goed is. Tja, hadden ze ons dat destijds gewoon gevráágd, hadden we dat ook wel kunnen vertellen.”

Geen eenheidsworst

Er is meer. In de meest recente uitgebreide onderwijsnota die de N-VA verspreidde, toch alweer van de vorige regeerperiode geleden, valt juist de gematigde toon op. Ja, de Vlaams-nationalisten vragen uiteraard extra aandacht voor taalkennis, ze verzetten zich tegen ‘eenheidsworst’, maar voorts past het programma netjes binnen de onderwijs­consensus van de voorbije decennia met veeleer progressieve ideeën over buurt­scholen, brede scholen…

Wat is er dan veranderd, dat de partij nu zo fel het vuur jaagt in elk onderwijsdebat? Simpel. Onderwijs is cruciaal in de identitaire strijd, de zogenoemde cultuur­oorlog, die de N-VA zo graag voert.
Zo ziet ook Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) haar coalitiepartner: “Kinderen zijn het kapitaal van de toekomst. Het is in het onderwijs dat identiteiten gevormd worden. Als je van het identitaire je speerpunt maakt, kun je niet buiten het onderwijs.”

Het verklaart waarom N-VA-voorzitter Bart De Wever zo gretig tekeergaat tegen de katholieke dialoogscholen, die zich meer willen openstellen voor een moslimpubliek. En het verklaart waar­om ook de rest van de partij zich fel roert over identitair-culturele onderwijskwesties, zoals deze week over het onderzoek naar benadeling van kans­arme kinderen bij de onderwijs­oriëntatie.

Tegen dat universitaire onderzoek, uitgevoerd op vraag van het gelijke­kansen­centrum Unia, zijn wel meer methodologische bezwaren geuit. Ook minister Crevits windt er zich behoorlijk in op. “Het onderzoek is veel genuanceerder dan de conclusie die Unia wou doorduwen. Het laat ook de inspanningen buiten beeld die in deze regeerperiode ondernomen zijn.”

Apartheid

Nog zoveel feller reageert N-VA-volksvertegenwoordiger Koen Daniëls, zeg maar de ‘schaduwminister van onderwijs’. “Met de dag wordt de motivatie groter om een eigen school op te richten en leerkrachten te vrijwaren van allerlei ‘correct denkende’ adviezen. Met ambitieus onderwijs, mét de mogelijkheid tot uitblinken, mét kennis, mét oriëntering, mét leerkrachten die echt les willen geven. Wie doet mee?”, tweette hij afgelopen maandag na de bekendmaking van het onderzoeksrapport.

Beeld Wouter Van Vooren

Het voorstel van een eigen school – ook staatssecretaris Theo Francken (N-VA) gaf aan een te willen oprichten – is vooral een ‘intellectuele provocatie’, geeft Koen Daniëls aan, al leeft de droom wel. “Ik ben overstelpt met sollicitaties van leerkrachten en ouders die meteen zouden willen meedoen. Ik ben geen fan van privaat onderwijs, maar ik ben bang voor de dag dat kapitaal­krachtige mensen het voor zichzelf zullen beginnen organiseren, omdat het huidige onderwijs niet meer geeft wat ze belangrijk achten: structuur, ambitie, leerlingen laten excelleren, een goede kennisbasis.”

Door de harde, identitaire toon laadt de N-VA het verwijt van xenofobie op zich, dat ze elite­scholen wil reserveren voor de blanke middenklasse. Onzin, zegt Roggeman. “Wij hebben met het college ook de schoolfacturen betaald van vluchtelingenkinderen uit Armenië, Servië… Onze leerkrachten hebben die leerlingen geholpen met extra lessen Nederlands en Frans. De enige voorwaarde was wel dat ze net zo hun best zouden doen als alle anderen. Dat is nooit een probleem geweest.”

Blijft wel de door experts soms betwiste harde klemtoon op taalkennis. “Taal is nu juist een uitsluitingsmechanisme”, repliceert Koen Daniëls. “Anderstalige kinderen blijven achterop hinken. Daarom hebben wij taalbad­jaren Nederlands mogelijk gemaakt, waarin anderstaligen eerst ondergedompeld worden in de taal om dan aan te sluiten in het gewone onderwijs. Neem een jaar en geef ze een leven. De koepels ondermijnen dat en stellen dat voor alsof wij apartheid willen in­voeren in het onderwijs. Het tegendeel is waar.”

Collegementaliteit

Net als Walter Roggeman (en Pascal Smet en ikzelf dus) komt Koen Daniëls uit het Waasland. Weliswaar niet vanop hetzelfde college, maar hij gaf wel zelf ooit les op een andere Sint-Niklase school, met tso- en bso-opleiding. Dat hij verlangt naar blanke, elitaire colleges, vindt hij een intentieproces. “Dat is wat links ervan maakt. Zij zijn het die daarmee het stigma op tso of bso bevestigen. Alsof je daar niet zou kunnen excelleren. Onze hotelscholen zijn parels van excellent onderwijs, net als scholen met verzorging, elektronica of noem maar op.

“Natuurlijk moeten we tso en bso herwaarderen. Maar dat doe je niet door dan maar het aso te slachtofferen. Dat werkt goed, laat dat gerust. We moeten niet terug naar de blanke colleges, maar ik ben wel fan van de ‘college­mentaliteit’, voor alle scholen en richtingen. We moeten jongeren weer structuur en ambitie durven aanbieden.”

Net zoals de eerste, negentiende-eeuwse schoolstrijd is ook nu de ‘ziel van het kind’ dus weer de inzet. De indeling van de kampen ligt wel anders. Toen vochten katholieken een ideologisch-pedagogische knokpartij uit met de liberalen. Nu staan conservatieve krachten tegen de progressieven. Concreet betekent dat dat de twee concurrerende onderwijskoepels – het vrije en het gemeenschaps­onderwijs – zich plots soms samen in hetzelfde, veeleer vernieuwings­gezinde kamp bevinden, bien étonnés de se retrouver ensemble.

Beeld Wouter Van Vooren

Ook op dit terrein lijken de conservatieven momenteel aan de winnende hand te zijn, na decennia van een meer hervormings­gezinde consensus. Ook Raymonda Verdyck, afgevaardigd bestuurder van het GO!, ziet een duidelijke verschuiving. “De slinger gaat weer terug naar de volle nadruk op onderwijs als bron van abstracte en cognitieve kennis­verwerving. Uiteraard zetten we in op excellentie, maar voor ons gaat onderwijs ook over hoe je als mens in de wereld gevormd wordt. En die brede vorming willen we aan iedereen meegeven, niet enkel aan de 'topgroep'.”

Recente, licht alarmerende internationale vergelijkingen over onderwijs­prestaties hebben de behoudsgezinde krachten de wind in de zeilen gegeven. Het meest recente Pisa-onderzoek voor lezen, wetenschappen en wiskunde uit 2016 toont een dubbelzinnig beeld. Vlaamse vijftienjarigen scoren gemiddeld sterk en houden het Vlaamse onderwijs­niveau bij de Europese top. Maar tegelijk kalft het aantal jongeren dat het topniveau haalt snel af, halen steeds minder leerlingen het basisniveau en verbreedt de prestatiekloof tussen top en achterhoede. Die kloof blijkt dan ook nog eens sterk gekleurd door de thuissituatie en taalkennis van de ouders.

Die laatste vaststelling – de brede kloof in onderwijskansen – leidt tot tegengestelde conclusies in het onderwijs­veld. Progressieven zien er een aansporing in om nog meer in te zetten op gelijke kansen en anti­discriminatie. Conservatieven menen juist dat nu wel is bewezen dat het huidige gelijke­kansen­beleid niet werkt. Het was ook de verontrustende conclusie van de al genoemde Oeso-expert Dirk Van Damme, nochtans zelf een van de architecten van dat beleid.

“Wij zijn niet tegen gelijke kansen”, beklemtoont Walter Roggeman. “Ik ben zelf kind van een kapper die maar tot zijn veertien naar school mocht gaan. Mijn ouders waren brave mensen, maar bij ons thuis kreeg ik geen enkele culturele prikkel. Ik heb dat op school moeten leren. Wel, dát is gelijke kansen krijgen.
“Alleen door de ongelijke thuissituatie zoveel mogelijk uit te schakelen krijg je gelijke kansen. En dus moet de lat op school hoog liggen. Als je daar over komt, raak je vooruit in het leven. Als de lat laag ligt, zullen de getalenteerde kinderen uit de hogere klasse zichzelf wel opwerken, de anderen blijven uiteindelijk achter. Dat is wat ik vaak ervaren heb op scholen.”

Boompjes en struiken

Wat stoort N-VA dan zo aan het gelijke­kansen­beleid zoals we het kennen? “Het overdreven geloof in de maakbaarheid”, zegt Koen Daniëls. “Het idee dat je van iedereen alles kunt maken, als je er maar hard genoeg aan trekt. En om iedereen toch maar samen over de lat te krijgen, wordt de lat verlaagd. Of wordt de snelste gevraagd wat trager te lopen.”

Het is een beeld waar de geviseerde onderwijskoepels zich niet in herkennen. “Op het vlak van sociale mobiliteit scoren onze scholen juist goed”, zegt Raymonda Verdyck. “Dat lukt niet met nivellering of pamperen.”

Juist die koepels liggen onder voortdurend N-VA-geschut. Een ideologische kwestie: de netten zijn restanten van de verzuiling waar ook wijlen de Volksunie al tegen tekeerging. Bovenal is het een machtskwestie. Overal waar macht gedelegeerd wordt naar middenveld­organisaties, staat N-VA op de rem. Het primaat van de politiek moet ook in het onderwijs gelden.
En de netten hebben véél te veel macht, vindt de N-VA. Walter Roggeman: “Ze bemoeien zich met alles. Officieel behouden scholen de vrijheid, maar de druk om te plooien is immens.” Koen Daniëls: “Zij zijn het die zo cruciale beslissingen doorduwen. Bijvoorbeeld dat herexamens beter vermeden worden, of dat je punten best vervangt door boompjes en struiken.” 

Het ultieme strijdtoneel wordt nu de bepaling van de eindtermen. Minister Crevits en het katholieke net willen die niet te strak invullen, zodat de netten de vrijheid behouden. N-VA, en ook wel sp.a namens het gemeenschaps­onderwijs, willen juist dat de staat de eindtermen helder en uitdrukkelijk bepaalt. Beide kampen beroepen zich op de ‘vrijheid van onderwijs’: de enen leggen die vrijheid bij de netten, de anderen bij de scholen.

Zoals immer voert de N-VA haar cultuur­strijd met een zekere genadeloosheid. Met topman Lieven Boeve van het vrije katholieke onderwijsnet is de vete stilaan persoonlijk. De N-VA-top vindt hem ‘te links’ – een merkwaardige beoordeling voor een behouds­gezinde theoloog als Boeve.

Beeld Wouter Van Vooren

Vanuit N-VA-standpunt is het ‘logisch’ dat het katholieke net het meeste geïnterpelleerd wordt: het is daar dat de objectieve bondgenoten verwacht worden voor de conservatieve standpunt­bepaling. Dat ziet het vrije net zelf anders: “Onze levensbeschouwelijke inspiratie is onze leidraad, niet wie de politieke meerderheid uitmaakt”, klinkt het.

Daar is Theo

Misschien laait de strijd nog heviger op, na 2019. Er zijn redenen om te geloven dat de N-VA, als veruit de grootste partij van Vlaanderen, in een volgende Vlaamse regering het zeggenschap zal willen claimen over de grootste bevoegdheid: onderwijs. Mogelijk, zo schreef deze krant al, ligt daar zelfs de politieke toekomst van Theo Francken.

Sinds De Morgen het denkspoor wereldkundig maakte, ging er een stroomstoot door het onderwijsveld. Staatssecretaris Francken zelf doet weinig moeite om het gerucht de wereld uit te helpen: “Nog veel belangrijker dan migratie, ons onderwijs!”, tweette hij deze week nog. Als het enkel de bedoeling is om de boel wat op te ruien, wat altijd kan, dan is de missie alvast geslaagd.

Theo Francken en Koen Daniëls studeerden samen pedagogie aan de KU Leuven. Daniëls: “We zaten met achttien in de richting onderwijs­beleid. We konden elkaar niet mislopen.”
En net zoals Koen Daniëls en Walter Roggeman was Theo Francken ooit adviseur onderwijs bij (toen nog) minister Bourgeois.

Of hoe je in deze kleine wereld in twee stappen van een klasfoto uit 1990 bij de populairste en meest polariserende politicus van het land uitkomt. De Latijnse spreuk is wat verbleekt, maar de kans is gering dat de cultuur­oorlog in het onderwijs snel tot een nieuwe gods­vrede zal leiden. Het verzet tegen “die verwerpelijke nieuwe leer­methode” is springlevend.

Beeld Wouter Van Vooren
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234