Dinsdag 23/07/2019

Interview

Professor publieke financiën Wim Moesen: "We hebben allesbehalve de leiders die we verdienen”

Wim Moesen. Beeld Illias Teirlinck

Wat er mis is met politieke benoemingen? Alles, zegt professor publieke financiën Wim Moesen. Die gaan immers hand in hand met een lamentabel begrotingsbeleid. “Als je aan de top voorbeelden geeft van civiel gedrag, dan straalt dat af op de bevolking.”

CD&V dat koste wat het kost Steven Vanackere wil binnenloodsen bij de Nationale Bank. Open Vld dat na een objectieve selectieprocedure toch per se haar eigen kandidate Carina Van Cauter wil benoemen als gouverneur van Oost-Vlaanderen. Wim Moesen, professor emeritus publieke financiën aan de KU Leuven, keek meewarig toe. “

Een fundamenteel gebrek aan staatsmanschap is het”, zegt hij hoofdschuddend. Maar wat volgens hem nog veel erger is: de impact van dergelijke benoemingen is veel groter dan politici lijken te beseffen.

Het is toch niet zo vreemd dat een regering eigen vertegenwoordigers wil bij een overheidsinstelling?

“Natuurlijk heeft de regering het volste recht om bestuursleden aan te duiden bij de Nationale Bank en eender welk ander overheidsvehikel. Maar waarom moet dat iemand met een partijkaart zijn? Waarom kiezen we niet de meest deskundige kandidaat?”

Wie is Wim Moesen?

- 74 jaar

- promoveerde in 1975 aan de KU Leuven tot doctor in de economie bij Gaston Eyskens 

- was van 1985 tot 1987 adviseur op het kabinet van minister van Financiën Marc Eyskens

- is de éminence grise onder de experts in overheidsfinanciën

- werd zelf ooit politiek benoemd, onder meer in de Hoge Raad van Financiën

Een politiek benoemde is toch niet per definitie ondeskundig?

“Nee en dat bewijst de voordracht van Steven Vanackere. Maar een politieke benoeming is zeker geen garantie op deskundigheid. Weet u hoe men dat aanpakt in Zweden? Men kijkt welke profielen men nodig heeft in een raad van bestuur. Met vijf juristen of zes economen alleen ben je niets. Dan heb je er beter een filosoof bij, een ingenieur, een hr-specialist enzovoort. En vertrekt er een econometrist, dan zoek je een nieuwe met dezelfde specialisatie. Dat doet de raad van bestuur daar overigens zelf. De regering heeft dat alleen maar te bekrachtigen. Hebben die kandidaten nooit een politieke kleur? Ongetwijfeld wel, maar die is ondergeschikt aan hun expertise. Hier is het veeleer omgekeerd.”

Er is een poging ondernomen om de nieuwe Oost-Vlaamse gouverneur via een objectieve procedure te zoeken. Heeft u ooit geloofd dat dat zou werken?

“Ik heb het gehoopt. Dit was een mooie kans om een voorbeeld te stellen, maar dan moeten alle partijen wel bereid zijn om staatsmanschap te tonen. Allez, je kan nu in alle objectiviteit toch niet beweren dat wij goed bezig zijn?”

U bent gebeten op die politieke benoemingen. Waarom?

“Omdat ze een perfect voorbeeld zijn van hoe moeilijk onze politiek het heeft met neutraliteit. Neem nu die zoektocht naar een nieuwe Oost-Vlaamse gouverneur. Er was een beoordeling, maar die wordt dan weer in vraag gesteld. Dat is bijzonder problematisch, omdat zo’n voorval de kern van ons politieke bedrijf en bijgevolg van onze maatschappij blootlegt. Zijn wij een samenleving van grabbelaars die cliëntelisme en favoritisme graag in stand willen houden? Of zijn wij een samenleving die wordt aangestuurd door staatsmannen en -vrouwen die het algemeen belang willen dienen? Het antwoord is duidelijk het eerste.”

Dat is erg hard. 

“Het algemeen belang primeert te weinig voor onze leiders. Ik gebruik graag deze metafoor. In rurale dorpen in de middeleeuwen hadden ze een gemeenschappelijke weide. Iedereen mocht daar zijn vee vrij laten grazen. En iedereen vond uiteraard dat zijn vee er recht op had. Binnen de kortste keren was die mooie weide een barre vlakte of een modderpoel. Dat krijg je wanneer het eigen belang primeert en men enkel op korte termijn denkt.

“In België, meer dan in andere landen, is de publieke ruimte zo’n weide. Onze begroting is daar het mooiste voorbeeld van: iedereen wil daar zo veel mogelijk uithalen voor het eigen profijt. Je hebt allerhande partijen, drukkingsgroepen, belangenverenigingen die allemaal ijveren voor hun achterban. Diezelfde drukkingsgroepen pleiten voor uitzonderingsregels bij de belastingen: niet voor niets zijn wij de kampioen in fiscale vrijstellingen en aftrekposten. Je zit dus met een opwaartse druk op de uitgaven, een neerwaartse druk op de ontvangsten en het resultaat is voorspelbaar: een tekort op de begroting. Dat tekort is een rechtstreeks gevolg van het politieke onvermogen om een begroting op te maken die goed is voor de gemiddelde burger en voor het algemeen welzijn. Men is niet in staat om het eigen belang te overstijgen.”

Is dat probleem in België groter dan in andere landen?

“Absoluut, wij zijn zeer tolerant voor politieke zelfbediening. We knijpen een oogje dicht voor fraudeurs en belastingontduikers en zijn zelf ook zeer bedreven in het zoeken van fiscale achterpoortjes. Wij hebben een mentaliteit waarbij alles kan, zolang je niet wordt betrapt. In Scandinavische landen accepteert men zulk inciviek gedrag absoluut niet, net zo min als in Nederland overigens. 

(haalt er een tabel bij) Kijk, hier ziet u de mate waarin 21 mature industrielanden belang hechten aan hun civiel kapitaal. Dat is de mate waarin ze burgerzin vertonen en ze van hun leiders eveneens een hoog normen-en-waardenpatroon verwachten. België staat op plek 15. Diep in de tweede rechterkolom, om het in voetbaltermen te zeggen. Frankrijk en de VS bevinden zich in onze buurt. Wie staat voor de rest nog achter ons? Portugal, Spanje, Italië en Griekenland.”

Landen die ernstig in de problemen zijn geraakt met hun begroting.

“Exact. Dat zijn landen waar de begroting wordt gezien als die gemeenschappelijke weide waar je zo veel mogelijk voordeel voor jezelf uit moet zien te halen. Er is een duidelijk aantoonbare link tussen de schuldgraad van een land en de mate waarin het belang hecht aan zijn civiel kapitaal.

Wat bedoelt u met civiel kapitaal?

“Het was Nobelprijs-winnaar Robert Solow die als eerste aanwees dat er meer was dan enkel natuurlijk kapitaal, zoals grondstoffen, het aanwezige menselijk kapitaal en het fysieke kapitaal, zoals goede infrastructuur, dat maakt of een land welvarend is of niet. Dat idee is later verder uitgewerkt door econoom Luigi Zingales. Hij kwam tot de constatering dat de ontbrekende factor was hoe wij ons gedragen in de publieke ruimte. Ons civiel kapitaal dus.”

Hoe valt dat te meten?

“Volgens Zingales heb je in een democratie drie dimensies. De eerste is de vraag of er een democratische regering is en of die doet wat ze moet doen. Vervolgens wordt er gekeken of er een competente, neutrale administratie aanwezig is om de beslissingen uit te voeren. De laatste stap is de burger: aanvaardt die de regels die de andere twee niveaus hebben uitgewerkt? En aanvaardt hij de consequenties van het niet-volgen van de regels?

“Zeker wat het eerste en het laatste punt betreft, stoten wij op een reeks problemen. België heeft niet één, maar zes regeringen. Bovendien zijn dat altijd coalitieregeringen, zitten we al eens 541 dagen zonder en als we er een hebben is het een kibbelkabinet. Ook in het navolgen van regels zijn wij geen kampioenen. Niet dat we massaal flitspalen in brand steken omdat we de snelheidsbeperkingen op de baan maar niets vinden, maar we hebben als volk wel een duidelijke voorliefde om de kantjes ervan af te lopen.”

Het zit met andere woorden in onze volksaard?

“Klopt. En u mag dat overdreven vinden, maar de landen die boven ons staan in de rangschikking kijken naar ons zoals wij naar de ‘Club Med-landen’, landen als Spanje, Italië, Griekenland en Portugal, waar vriendjespolitiek de norm is.

“Ik had ten tijde van de economische crisis eens een gesprek met de uitbaatster van een Grieks restaurant in Leuven. Ik vroeg haar of het klopte wat ik in The Financial Times had gelezen. Dat je in haar thuisland steekpenningen moest betalen om zelfs maar een telefoonaansluiting te kunnen regelen. Natuurlijk niet, zei ze. Tot het haar plots begon te dagen dat ik het over de fakelaki had. Het ‘envelopke’, zoals ze dat noemde. Die brave dame zag dat dus helemaal niet als steekpenning, maar als iets doodnormaal. Om maar te zeggen: wij vinden dat erover, maar wat wij doen is ook niet normaal in de ogen van andere landen.”

Hoe komt het dat wij daar zo anders tegenover staan dan bijvoorbeeld Nederland, waarmee we toch een grote geschiedenis delen?

“Daar bestaan veel theorieën over. Er zijn er die zeggen dat het komt doordat wij vroeger altijd bezet zijn en daarom een probleem hebben met macht. Er zijn er die verwijzen naar religie: het katholieke laxisme tegenover het protestantse puritanisme. Het klimaat zou ook een factor kunnen zijn. In Scandinavië heb je grote uitgestrekte gebieden met een lage bevolkingsdichtheid. Om de winter door te komen moet de bevolking plannen maken en samenwerken. Ze heeft namelijk geen meerdere oogsten per jaar, ze is altijd genoodzaakt om aan lange termijndenken te doen. 

“Een laatste theorie die opgang maakt is die van de vloek van de natuurlijke rijkdom. Een land dat veel natuurlijke grondstoffen bezit loopt veel meer risico om te worden gemonopoliseerd door een kleine elite die alles onder elkaar verdeelt. Mogelijk hebben wij wel te lijden onder die natuurlijke rijkdom.”

Zo veel aardgas of metaal zit hier nochtans niet in de bodem.

“In ons geval is dat onze centrale ligging in Europa. Wij maakten in 1956 van meet af aan deel uit van de douane-unie en profiteerden mee van de welvaart van de 200 miljoen koopkrachtige Europeanen rondom ons. Wij surften mee op de groei van de anderen en dat maakte het heel makkelijk om beleid te voeren. Maar zo werd hier ook een politieke gemakzucht geïnstalleerd: wij moesten nooit te ver vooruitkijken. Niet voor niets heeft België in het buitenland de naam van expert de la navigation à vue. Wij varen op het zicht. We zijn kortzichtiger dan de meeste van onze buurlanden. Het is jammer dat de huidige regering, die nochtans de naam van ‘Zweedse coalitie’ draagt, er niet in is geslaagd om wat meer Scandinavisch pragmatisme aan de dag te leggen.”

Hoe bedoelt u?

“Deze regering heeft veel minder opgebracht dan er potentieel in zat. Ook N-VA heeft de cultuur van cliëntelisme niet kunnen doorbreken, laat staan rechttrekken. De taxshift was een enorme gemiste kans. De lasten op arbeid moesten worden verlaagd, daar ben ik het helemaal mee eens, maar in plaats daarvan had men meer groene belastingen moeten heffen en de inkomsten uit vermogen meer moeten belasten om de budgettaire ontvangsten neutraal te houden.” 

Is dat niet wat veel verwacht van een centrumrechtse regering?

“Het zou wel een uiting van Scandinavisch pragmatisme zijn geweest. Dan had je iets echt goeds gedaan voor de economie en voor het land. Nu hebben we de persoonsbelastingen heel miniem laten dalen. En wie heeft dat gevoeld? Niemand.”

Als het gebrek aan burgerzin zo in onze volksaard zit, moeten we toch ook niet klagen? Dan hebben wij gewoon de leiders die we verdienen.

(resoluut) We hebben allesbehalve de leiders die we verdienen. Het is de taak van onze leiders om ervoor te zorgen dat wij niet met een barre weide achterblijven. Om het met mijn 97-jarige schoonmoeder te zeggen: waar de naald gaat, volgt de draad. Als je aan de top voorbeelden geeft van civiel gedrag, dan straalt dat af op de bevolking. Als zij zich beter gaan gedragen, dan zullen wij dat ook doen.

“Ach, er is veel te weinig staatsmanschap. De laatste echte staatsman was voor mij Gaston Eyskens. Dat is al een tijdje geleden,  ja. Een staatsman, die moet zijn zoals de Romeinse veldheer Cincinnatus. Hij werd geroepen om orde op zaken komen stellen bij een oorlog die Rome dreigde te verliezen, overwon glansrijk, en keerde vervolgens terug naar zijn akker in de provincie. Een staatsman, die doet wat goed is en handelt niet met het eigenbelang in het achterhoofd. Gaston Eyskens deed dat. Hij ijverde voor wat hij goed achtte voor het algemeen belang, los van partijpolitieke belangen, en weigerde daar toegevingen op te doen. Daar viel al eens een regering over. Wel, dan stond hij ’s anderendaags op de universiteit gewoon weer les te geven. Ik kan het weten, ik heb bij hem gedoctoreerd. (lachje) Voor hem hebben ze nooit een uitweg moeten zoeken met een of andere lucratieve post.”

Gelooft u dat we ooit naar die linkertabelhelft zullen verhuizen? Kan ons civiel kapitaal groeien?

“Ik weet zeker dat het kan. Af en toe zijn er lichtpuntjes. Ten tijde van de regering-Di Rupo heeft Koen Geens (CD&V) de top van Dexia herschikt. Dat is toen vrij objectief gebeurd.

“Er komt nu ook een grote kans aan die we niet zouden mogen missen. Herinnert u zich de Publifin-affaire nog? Amper twee jaar geleden stond het land op zijn kop omdat er politici zijn met tientallen mandaten in intercommunales en zichzelf zo verrijken. Dat is één keer aan de oppervlakte gekomen, er is veel misbaar rond gemaakt, maar hoort u daar nu nog iets van?” 

Weinig.

“Ik ook niet. Ik zou nu wel eens van de dames en heren politici die toen zo verontwaardigd waren willen weten hoe het zit. Gaan ze hun gedragingen aanpassen? Nu is het daarvoor namelijk het uitgelezen moment: de lokale verkiezingen zijn net gepasseerd, overal worden weer coalities gevormd. Wat gebeurt er met degenen die net uit de boot zijn gevallen? Worden zij nu weer beloond met een mandaatje? Of waren het toch geen loze beloftes, twee jaar geleden?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden