Donderdag 01/12/2022

InterviewMentaal welzijn

Politici na de mentale crash: ‘Soms kwam ik om elf uur ’s avonds buiten na úren stilzitten, met nul resultaat’

null Beeld Geert Van de Velde
Beeld Geert Van de Velde

Niet alle politici zijn onvermoeibare, alwetende alfamannetjes en -vrouwtjes met een huid van roestvrij staal. Sommigen worden letterlijk ziek van het gespartel in de politieke arena: van de stilstand, het machtsspel, de hypocrisie, de hoge werkdruk of de beenharde kritiek. Vier politici getuigen over hun mentale crash en de lessen die ze eruit trokken. ‘Mensen zijn erg hard voor ons, maar we hebben geen toverstokje waarmee we alle problemen kunnen wegtoveren.’

Raf Liekens

Anderhalf jaar nadat ze N-VA-ondervoorzitter was geworden, maakte parlementslid Valerie Van Peel tot ieders verrassing bekend dat ze in 2024 stopt met politiek omdat ze haar buik vol heeft van de voortdurende tegenwerking, inertie en vuile spelletjes in de Wetstraat. Ook een moegestreden Meyrem Almaci hield het halfweg haar tweede termijn als voorzitter van Groen voor bekeken. Ze wilde meer tijd voor haar gezin, maar vooral: de grote spanningen in haar partij en de karrenvracht racistische bagger die ze dagelijks moest slikken, werden haar te veel. Vorige maand maakte Tom De Meester, Vlaams Parlementlid voor de PVDA en gemeenteraadslid in Gent, bekend dat hij terug was na een burn-out van een jaar. Ook het aantal schepenen en burgemeesters dat ten prooi valt aan burn-outs, bore-outs en depressies is haast niet meer te tellen. Wat is er aan de hand?

SVEN Gatz (OPEN VLD)

‘Elke dag een pilletje’

Als Vlaams minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel dropte Sven Gatz vier jaar geleden een bommetje bij Gert Late Night: ‘Ik neem al zeven jaar antidepressiva. Maar dat wil niet zeggen dat ik geen minister kan zijn.’ Vandaag is Gatz nog altijd minister, in de Brusselse regering.

Sven Gatz: “Op mijn dertigste merkte ik voor het eerst dat ik gevoelig was voor depressie. Ik zat een tweetal jaar in het Brussels Parlement en was erin gevlogen met het enthousiasme van een scoutsleider: ik nam alles aan wat ze me vroegen. Zo liep ik mezelf voorbij. Ik sliep slecht en kreeg elke ochtend angstaanvallen. Het voelde alsof er iets ergs ging gebeuren, maar ik wist niet wat. Het was een irrationele angst, vergelijkbaar met een nachtmerrie: daar heb je ook geen controle over. Die aanvallen bleven vaak uren duren, waardoor ik steeds moeizamer aan mijn dag begon. Tegen de avond klaarde het op, maar ’s nachts begon het opnieuw. Op den duur zat ik in de voormiddag al te knikkebollen. Ik recupereerde niet meer. Mijn stressmeter sloeg tilt en bleef continu hoog staan. Soms knarsten mijn hersenen zo hard dat ik niet meer uit mijn woorden raakte. Ik verloor ook alle goesting. Zelfs pinten gaan pakken met vrienden of zaalvoetballen zei me niks meer: ik stond totaal apathisch op het veld. De laatste fase was er één van totale inertie: ik lag uren in de zetel voor me uit te staren. Die eerste depressie duurde anderhalf jaar, waarvan ik het zes maanden heel zwaar had.”

Toch bleef u werken.

Gatz: “Thuis hield ik het niet uit, de muren kwamen op me af. Daarom werkte ik voort, op halve kracht. Veel mensen merkten niets aan me, maar ik voelde me zo slecht dat ik aan mezelf begon te twijfelen: word ik ooit weer de oude? Therapie hielp niet en medicatie wees ik af: ‘Maar dokter, ik ben toch niet gek?’ Uiteindelijk ging ik voor de bijl. Ik probeerde een paar soorten pillen en de derde werkte. Na een maand voelde ik het effect. Ik heb die medicatie nog een hele tijd doorgenomen en daarna rustig afgebouwd.

“Vijf jaar later had ik opnieuw prijs. Gelukkig was het niet zo erg als de eerste keer: ik herkende de symptomen en kon sneller ingrijpen. Nadien bleef het om de vijf jaar terugkomen, telkens in drukke, stressvolle periodes. Ik beschouw mezelf niet als een perfectionist, maar ik wil mijn job wel góéd doen. Wellicht deed ik te veel. Een andere oorzaak zit in mijn genen: mijn moeder vertelde dat zij in haar leven ook vaak tegen depressies had gevochten. Dat hielp me om het te aanvaarden en er beter mee om te gaan. Sommige mensen hebben een te hoge cholesterol of aanleg voor hartkwalen, bij mij is de elektriciteit in mijn hoofd kapot.”

Hoe gaat u er nu mee om?

Gatz: “Op mijn 44ste, na mijn vierde crisis, besloot ik om elke dag een pilletje te nemen. Dat doe ik nu al elf jaar en het werkt. Sommige mensen worden loom, apathisch of zwaarlijvig van antidepressiva, ik heb daar geen last van. Ik kan perfect blij, euforisch of verdrietig worden. Het enige nadeel is dat ik niet meer zonder die pillen kan. Dat zwarte beest zit nog ergens in een hoek en als ik stop met medicatie, zal het me opnieuw bespringen.

“Ik heb ook mijn fomo afgebouwd. Vroeger dacht ik dat iedereen me zou missen als ik niet naar een receptie of de opening van een tentoonstelling ging. Nu hou ik minstens één avond per week vrij om thuis te zijn, te fietsen of naar de cinema te gaan. Als ik moe ben na een paar intense weken, weet ik dat ik even moet dimmen om weer op te laden. Politici willen aan iedereen bewijzen dat ze het kunnen, wij roepen allemaal: ‘Kijk eens, mama, zonder handen!’ Als Brussels minister van Begroting pieker ik vaak over hoe we het budget onder controle kunnen houden. Ook ’s nachts. Zonder medicatie zou ik mijn job niet kunnen doen.”

Na vier jaar als fractieleider in het Vlaams Parlement verliet u in 2011 tijdelijk de politiek om directeur te worden bij de Federatie van Belgische Brouwers. Was dat een poging om uit te wijken naar een rustiger levenspad?

Gatz: “Ik had al vaak gedacht dat ik de politieke heksenketel beter zou inruilen voor iets kalmers. Maar dat was een valse redenering: je bent wie je bent. In mijn nieuwe job werkte ik even hard als voordien. Selah Sue en Max Colombie zullen ondanks hun mentale issues ook altijd muzikanten blijven. Je kunt dat vuur niet zomaar doven. Als je ambitieus bent, kun je niet zomaar kiezen voor een gezapig, anoniem bestaan.”

Sven Gatz: 'Vroeger dacht ik dat iedereen me zou missen als ik niet naar een receptie of de opening van een tentoonstelling ging. Nu hou ik minstens één avond per week vrij om thuis te zijn.' Beeld Geert Van de Velde
Sven Gatz: 'Vroeger dacht ik dat iedereen me zou missen als ik niet naar een receptie of de opening van een tentoonstelling ging. Nu hou ik minstens één avond per week vrij om thuis te zijn.'Beeld Geert Van de Velde

Welke reacties kreeg u na uw getuigenis in Gert Late Night?

Gatz: “Veel positieve reacties, maar ook een paar onbeschofte. ‘Gij moogt geen minister zijn, want zotten zijn daar niet voor bekwaam’: dat soort dingen. Zulke mensen begrijpen niet wat een depressie of een burn-out is. Over iemand die dagelijks een pil pakt tegen een hoge cholesterol hebben ze geen negatief oordeel, over iemand die hetzelfde doet tegen depressie wel. Raar, toch? Die onwetendheid is mijn belangrijkste motivatie om er opnieuw over te vertellen. Ik wil niet ‘de minister van de depressies’ zijn, maar ik heb gemerkt dat ik mensen echt kan helpen met mijn verhaal. Eén op de drie mensen krijgt in zijn leven te maken met psychische problemen, meer dan een miljoen Belgen slikken antidepressiva.”

Nood aan een gesprek?

Praten helpt, dat kan bij Tele-Onthaal: bel 106 of ga naar de website tele-onthaal.be.

Wie met vragen zit over zelfdoding, kan terecht bij de Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813 en op de website zelfmoord1813.be.

Depressies leiden niet zelden tot zelfdodingen. Hebt u ooit een wanhoopsdaad overwogen?

Gatz: “Tijdens mijn eerste depressie heeft dat weleens door mijn hoofd gespookt. Ik had nog geen concrete plannen, maar dat beest bracht me op zo’n donkere plek dat ik niet meer zag hoe ik eruit kon raken. Voor wie het nu meemaakt: die uitweg ís er, via medicatie of therapie.”

Speelde de hardheid in de politiek ook een rol?

Gatz: “Dat verhoogt de stress, maar het was niet de belangrijkste oorzaak. De mensen verwachten enorm veel van ons. In normale tijden willen onze bedrijven dat de overheid zich zo weinig mogelijk met hen bemoeit, nu eisen ze dat we ingrijpen in de markt en hen allemaal redden. Maar wij kunnen niet álles oplossen. Politici die doen alsof ze dat wel kunnen, kun je maar beter wantrouwen.”

RENATE Hufkens (EX‑N‑VA)

‘Het eeuwige pootje-lap’

Begin februari 2018 maakte het jonge N-VA-Kamerlid Renate Hufkens (nu 38) bekend dat ze na één legislatuur in het parlement niet meer zou opkomen bij de volgende verkiezingen. ‘Een enorme last valt van mijn schouders’, zei ze destijds. ‘Ik heb een burn-out gehad en dat heeft mijn beslissing versneld.’

Renate Hufkens: “Strikt genomen was het geen burn-out maar een bore-out. Ik was de politiek kotsbeu en moest me naar elke vergadering slepen. Ik zat echt op het randje: als ik ermee was doorgegaan, zou het niet goed gekomen zijn.”

Waaraan lag het?

Hufkens: “Onze lokale afdeling in Leuven draaide vierkant. Er was veel geruzie, veel ellebogenwerk. Als parlementslid moest ik me weinig zorgen maken over een verkiesbare plaats, maar die permanente conflicten demotiveerden me. Ook in de Kamer gebeurde haast niks. De N-VA zat in de meerderheid, wat voor een parlementslid niet zo spannend is. Je mag niks doen dat de verhoudingen in de regering onder druk kan zetten. Ik vroeg me af wat ik daar zat te doen.

“Gelukkig heb ik toch één ding kunnen realiseren: het verbod op tabaksverkoop aan kinderen onder de 16 jaar. Dat leek me een evidentie, een klein thema dat je snel regelt. Weet je hoelang dat heeft geduurd? Vier jaar! De hele legislatuur heb ik moeten trekken en sleuren om het erdoor te krijgen. Alle partijen waren het erover eens, elk Europees land had dat al ingevoerd, maar Open Vld bleef koppig weigeren vanwege een principekwestie: hun minister van Volksgezondheid, Maggie De Block, had eens gezegd dat zo’n verbod geen zin had omdat jongeren dan wel op een andere manier aan sigaretten zouden raken. Als dat verbod er kwam, zou zij gezichtsverlies lijden en zou de N-VA scoren. Dat werd ons niet gegund. Ik werd daar echt ziek van.

“Dat eeuwige spelletje pootje-lap tussen de partijen is de grootste oorzaak van de politieke stilstand. Als je te lang in de politiek zit, dreig je cynisch te worden. Ik wilde mijn positieve energie liever aanwenden om iets te verwezenlijken, in plaats van aan dode paarden te blijven trekken. Ook Valerie Van Peel haakte om die reden af. Dat talenten zoals zij moegetergd de politiek verlaten, zou iedereen tot nadenken moeten stemmen.”

Wanneer zat u het diepst?

Hufkens: “Mijn breekmoment was een zoveelste afdelingsvergadering in Leuven. De discussie ging over onze aanpak voor de lokale verkiezingen van 2018, maar er flitste maar één ding door mijn hoofd: Ik. Wil. Hier. Niet. Meer. Zijn. Ik hóéfde geen plaats meer op de lijst, ik wilde weg uit Leuven. Als Kempense was ik er na mijn studies Bestuurskunde blijven plakken, maar ik droomde al even van een verhuizing naar Antwerpen. Alleen lag mijn lokale basis in Leuven, en dat is je politiek kapitaal. Ik zag geen perspectief meer en besliste: ik kap ermee.”

U had in Antwerpen toch een nieuwe basis kunnen uitbouwen?

Hufkens: “Jaja, van de regen in de drop! Ken je de Antwerpse N-VA? Daar zijn de plekjes nog veel duurder dan in Leuven, er zitten heel veel kopstukken. Ik had geen zin om me in die slangenkuil te gooien (lacht).”

Renate Hufkens: 'In het parlement zat ik hele dagen in commissies te luisteren tot ik er lamlendig van werd. Soms kwam ik om elf uur ’s avonds buiten na úren stilzitten, met nul resultaat. What’s the point?'
  Beeld Geert Van de Velde
Renate Hufkens: 'In het parlement zat ik hele dagen in commissies te luisteren tot ik er lamlendig van werd. Soms kwam ik om elf uur ’s avonds buiten na úren stilzitten, met nul resultaat. What’s the point?'Beeld Geert Van de Velde

Nadat u de knoop had doorgehakt, ging u nog anderhalf jaar door als parlementslid.

Hufkens: “Lokaal ben ik onmiddellijk gestopt, nationaal niet. Daar wilde ik absoluut mijn projecten afronden, zoals het wetsvoorstel op tabaksverkoop. Ik had tijd nodig om mezelf heruit te vinden, want ik had alleen nog maar in de politiek gewerkt. Tijdens de weekends volgde ik een opleiding aan de Vlerick Business School, zodat ik uitzicht kreeg op iets nieuws. Vandaag zou ik sneller zeggen: salut, ik ga iets anders doen. Toen durfde ik dat niet. Ik was nog altijd trots dat ik daar als jonge dertiger mocht zitten.”

Hoe gaat het nu met u?

Hufkens: “Veel beter! Als hoofd public affairs en mediarelaties bij een grote verzekeraar sla ik bruggen tussen de politiek en het bedrijfsleven. Er zit meer regelmaat in mijn leven en als ik ’s avonds thuiskom, heb ik weer het gevoel dat ik iets heb gedáán. In het parlement zat ik hele dagen in commissies te luisteren tot ik er lamlendig van werd. Soms kwam ik om elf uur ’s avonds buiten na úren stilzitten, met nul resultaat. What’s the point?

“Voor politiek moet je geboren zijn. De recepties en pensenkermissen die je moet afschuimen om je gezicht te laten zien: ik had er mijn buik van vol. Overal zie je dezelfde mensen, altijd moet je vriendelijk lachen, knikken en oppervlakkige praatjes slaan. Ik ben blij dat ik nu in het weekend een paar uur kan sporten. Veel leuker en gezonder!”

Francesco Vanderjeugd (OPEN VLD)

‘Geen toverstokje’

Wat ging het hard voor ‘Cesco’: gemeenteraadslid op z’n 18de, burgervader van Staden op z’n 24ste en twee jaar later Vlaams Parlementslid. De jongste burgemeester van het land combineerde zijn sjerp met het runnen van zijn kapperszaak, liep zelfs quasi ongetraind de marathon van New York, en dan… bam! Licht uit.

Francesco Vanderjeugd: “Hoewel ik al zes jaar in de gemeenteraad zat, kwam mijn verkiezing tot burgemeester als een verrassing. Ik twijfelde of ik niet beter eerst ervaring kon opdoen als schepen, maar mijn broer zei: ‘Je hebt de meeste stemmen van allemaal, je moet nú springen.’ Ik heb er geen spijt van, maar het was keihard. Ik haalde het onderste uit de kan om te bewijzen dat alle vooroordelen onterecht waren: ‘Hij is te jong, hij heeft geen diploma, hij is maar een domme kapper...’ Helaas zat de politieke context tegen. CD&V had in Staden lang een absolute meerderheid gehad en kon het verlies van de macht niet verkroppen. Ze speelden het heel persoonlijk. Bovendien was onze meerderheid met de N-VA en de sp.a heel krap: 11 op 21 zetels. Toen een gemeenteraadslid van de N-VA begon tegen te wringen, raakte onze gemeente in een impasse. Negen maanden lang kregen we geen begroting gestemd. De kranten schreven dat ik het niet kon, de administratie begon te rebelleren. Mentaal was dat een erg lastige periode.

“In de zomer van 2016 trok ik mijn stoute schoenen aan en probeerde ik een CD&V-raadslid van wie ik vermoedde dat ze niet meer akkoord was met de blokkeringsstrategie van haar partij, over te halen om naar ons over te stappen. Het lukte, we hadden opnieuw een werkbare meerderheid! Op de eerste gemeenteraad na de zomer verwachtte de massaal opgekomen pers dat ik zou opstappen, nadat CD&V een motie van onbestuurbaarheid had ingediend. Maar tot ieders verbazing stemden we die weg en keurden we de begroting goed. Dat was een enorme opluchting, maar ik ben daar héél diep voor gegaan. De week voordien was mijn moeder overleden. Toch diende CD&V die motie in. Ze pakten me op mijn zwakste moment en gooiden zo mijn rouwperiode overhoop.

“Na die doorbraak ben ik met 300 per uur blijven doorgaan. Ik wilde nog zoveel mogelijk verwezenlijken en moest voortdurend over de schouders van de schepenen meekijken om het overzicht te behouden. Tussendoor organiseerde ik ook nog de awardavond ‘Staden onderneemt’. Ik was mijn kaars aan twee kanten aan het opbranden.”

Tot ze in de zomer van 2018 uitging, twee jaar na het verlies van uw moeder.

Vanderjeugd: “Mijn moeder heeft altijd geworsteld met mentale problemen. Als kind had ik een intense band met haar, nadien zette ik me tegen haar af, maar de laatste drie jaar was die band weer hersteld. Haar verlies zinderde nog na, maar ik nam geen tijd om het te verwerken. In de maanden voor de verkiezingen voelde ik me opgejaagd. Ik kon niet meer slapen, was angstig en altijd moe. Na een paar weken durfde ik zelfs niet meer op straat te komen, uit schrik dat mensen me van alles zouden vragen. Ik verkeerde in een permanente zombiestaat. Op een donderdag ging het mis. Ik moest die avond naar het lokale parkconcert maar raakte niet uit bed. Mijn armen leken van lood en ik hyperventileerde. Ik was zo in paniek dat ik mijn vriendin opbelde. Toen zij niet opnam, belde ik een ambulance. Anders had ik misschien iets doms gedaan.”

Dacht u aan een wanhoopsdaad?

Vanderjeugd: “Ik wilde uit het raam springen om van alles verlost te zijn. (Emotioneel) Toen dacht ik aan de mensen die ik graag zie. Mijn vader, mijn familie, mijn vrienden. Zij verdienden dat niet.

“Ik werd binnengebracht op de spoedafdeling, maar verhuisde al snel naar de psychiatrische afdeling, waar ik zware medicatie kreeg toegediend. Dat was confronterend, het beeld van mijn moeder hing boven me. Ging ik nu ook haar weg op? Ik heb in het ziekenhuis twee weken geslapen en daarna thuis verder gerevalideerd. Het was vreselijk maar toch blijft die burn-out het beste wat me ooit is overkomen. Ik bén er nog, en ik heb lessen geleerd voor de rest van mijn leven. Een burn-out is dodelijk als je nergens met je verhaal terechtkunt. We hebben daar in mijn gemeente al mensen door verloren. Het is cruciaal dat mensen kwetsbaarheid durven te tonen.”

Francesco Vanderjeugd: 'De oppositie speelde het heel persoonlijk, vlak nadat mijn moeder was overleden. Ze pakten me op mijn zwakste moment.' Beeld Geert Van de Velde
Francesco Vanderjeugd: 'De oppositie speelde het heel persoonlijk, vlak nadat mijn moeder was overleden. Ze pakten me op mijn zwakste moment.'Beeld Geert Van de Velde

Tiens, Jean-Marie Dedecker poneerde hier onlangs nog dat burn-out vaak een alibi is voor mensen die niet willen werken.

Vanderjeugd: “Dat discours is echt schadelijk. Maar Jean-Marie vertelt om het even wat om te scoren bij een conservatief machopubliek.”

Bent u sindsdien een andere politicus?

Vanderjeugd: “Ja. Het deed enorm veel deugd dat we, ondanks mijn crash, de verkiezingen wonnen met een absolute meerderheid. Daardoor kan ik meer delegeren en vertrouwen op mijn schepenen. Ik voel me geen opgejaagd wild meer.

“Ik heb in het ziekenhuis een filmpje opgenomen om iedereen te vertellen dat ik het anders zou moeten aanpakken. Ik ga niet meer elk jaar naar elke activiteit. Ik mijd de reacties op sociale media. Messenger-berichten lees ik niet meer en e-mails beantwoord ik niet meer meteen, maar binnen de twee dagen. Ik heb ook een huisje in het groen gekocht, in Watou. Dat is mijn Camp David waar ik me terugtrek om rust te vinden. Ik heb er een vijver met twee zwanen – Filip en Mathilde – en veertien eenden. Soms zit ik daar een uur naar te kijken. Winkelen doe ik net over de Franse grens, waar ik niet voortdurend word aangesproken.”

Klopt het dat u ooit flauwviel tijdens een heftige discussie op een infovergadering voor uw inwoners?

Vanderjeugd: “Ja, in mijn eerste jaar als burgemeester. Eigenlijk ben ik te gevoelig voor de politiek: ik heb geen olifantenhuid. Mensen zijn erg hard voor ons, maar we hebben geen toverstokje waarmee we alle problemen kunnen wegtoveren. Ze aanvaarden ook geen nee meer. Onlangs mailde een man dat hij het schandalig vond dat we de bermen niet meer maaien. Ik antwoordde dat dat te veel geld kost, maar dat het ook beter is voor de biodiversiteit en tegen de droogte. Hij bleef boos: ‘Ik zal eraan denken in 2024.’ Ik heb gezegd dat ik hem een lijstje zou bezorgen van mensen die hem wel naar de mond willen praten (lacht).”

Ondanks uw burn-out stelde u zich in 2019 kandidaat om partijvoorzitter te worden, één van de heftigste jobs in de Wetstraat.

Vanderjeugd: “Ik was te kwaad. Ik kon het niet meer aanzien hoe sommige liberalen de partij gebruikten om hun persoonlijke ambities waar te maken. Een oppositiekuur en herbronning zou ons goed doen. Maar na een intense campagne merkte ik dat ik opnieuw op mijn adem trapte. Omdat Bart Tommelein beloofde mijn ideeën te zullen uitvoeren, heb ik me achter hem geschaard. Ik heb mijn les geleerd: doseren is de boodschap.”

Imade Annouri (GROEN)

‘Scorebordpolitiek’

Begin september postte Imade Annouri (38), Vlaams Parlementslid voor Groen, een acht minuten durend filmpje op zijn sociale media waarin hij toelichtte waarom hij enkele maanden out was geweest.

Imade Annouri: “In april ben ik naar mijn huisarts gestapt, omdat ik volledig op was. Ik kreeg mijn brein niet meer stilgezet, sliep al anderhalve maand niet meer, had paniekaanvallen, hartkloppingen, stress. Ik was een motor die voortdurend op een te hoog toerental draaide. Wekenlang had ik die signalen genegeerd: het zou wel overgaan, dacht ik. Maar het gíng niet over. Volgens de dokter voelde mijn lichaam zich niet meer veilig en was het in een staat van hyperalertheid geschakeld. Ik hoopte er met twee weekjes rust van af te zijn, maar ze was categoriek: ‘Jij zit vlák tegen een burn-out aan. Als je nu niet ingrijpt, ga je crashen.’ De maanden nadien kreeg ik een tsunami van vermoeidheid over me heen. Het heeft tot september geduurd voor ik weer een normaal energiepeil had.”

Wat was de oorzaak?

Annouri: “Een samenloop van omstandigheden. Ik combineerde verschillende jobs: Vlaams Parlementslid, Antwerps gemeenteraadslid en fractieleider in de gemeenteraad. Ik was net vader geworden, we hadden ons huis verbouwd en ik wilde er ook nog zijn voor mijn vrienden. Voor al die rollen had ik een verwachtingspatroon in mijn hoofd waaraan ik moest voldoen. Dat lukte niet, waardoor ik voortdurend als een zot achter de feiten aanholde. Mijn neiging om op alles ja te zeggen hielp ook niet. Eind februari zei mijn medewerker: ‘Imade, je bent de hele maand maar twee avonden thuis geweest!’ In drukke periodes ging ik diep in het rood, met het idee dat het maar tijdelijk was. Maar daarna liep mijn agenda vol met nieuwe dingen waarop ik óók weer ja had gezegd. Zo bleef ik mezelf uitrekken, tot de veer begon te breken.

“Ik heb het geluk gehad dat mijn vrouw en mijn huisarts op tijd aan de bel hebben getrokken. Anders was ik nog veel dieper gevallen. Dat heb ik gezien bij vrienden die ook tegen de muur zijn geknald: ze raakten nog amper uit bed. Zelfs naar de supermarkt gaan of met mensen praten was er te veel aan. Het duurde een jaar voor ze er weer bovenop kwamen.”

Imade Annouri: 'Is er geld om straks een half miljoen Vlaamse langdurig zieken te betalen? We zijn mensen én geld aan het opbranden. Ik geef liever de helft daarvan uit aan preventie.' Beeld Geert Van de Velde
Imade Annouri: 'Is er geld om straks een half miljoen Vlaamse langdurig zieken te betalen? We zijn mensen én geld aan het opbranden. Ik geef liever de helft daarvan uit aan preventie.'Beeld Geert Van de Velde

Bent u, euh, anders gaan leven?

Annouri: “Als groene moet ik ja zeggen, hè? (lacht) Ik heb zaken afgebouwd. Het is de ziekte van onze tijd om zoveel mogelijk ballen in de lucht te willen houden en in alles keigoed te willen zijn. Maar dat móét helemaal niet. Ik heb geleerd om keuzes te maken: het vaderschap en mijn twee mandaten krijgen voorrang, op al de rest zeg ik voortaan nee. De dingen die ik naast het parlement en de gemeenteraad nog deed voor de partij, heb ik laten vallen. Ik probeer een evenwicht te vinden dat ik kan volhouden.

“Ook in andere jobs vallen honderdduizenden mensen uit, omdat ze zichzelf voorbij hollen. In de zorg en het onderwijs is het zelfs rampzalig. Als dat in zulke cruciale sectoren gebeurt, zou er een alarmbel moeten afgaan. Niet toevallig zijn dat ook jobs die mensen doen vanuit een passie of een roeping. Het verschil is dat wij, politici, er ook iets aan kunnen veranderen.”

Hoe dan?

Annouri: “Door erover te praten en het taboe te doorbreken, zodat mensen alerter worden voor zichzelf en hun omgeving. Een winkelierster vertelde me dat haar schoonouders geen begrip hadden voor haar burn-out: ‘Het zit gewoon in je hoofd, zwijg erover en doe voort.’ Dat was wellicht het motto van de generaties die na de oorlog, en na de oliecrisis in de jaren 70, uit de shit wilden raken. Het antwoord van de jonge generatie daarop isquiet quitting: ‘Ik word van negen tot vijf betaald en doe geen minuut langer, want er is nog wat anders dan mijn job.’

Lees ook

Voor een generatie jonge werknemers enkel het strikt noodzakelijke doen al meer dan genoeg: ‘Ik ben al zes maanden aan het quiet quitten’

“Onze maatschappij is te veel in de ban geraakt van een topsportcultuur: je moet presteren, opofferingen brengen en jezelf binnenstebuiten keren om succes te hebben. Als politicus wil ik tonen dat het ook anders kan. Dat je kunt meetellen zonder massa’s overuren te maken en over je grenzen heen te gaan. Een ex-collega zei in een interview dat hij, sinds hij was gestopt met politiek, ’s avonds eindelijk met zijn vrouw kon eten. Dat is toch erg? Zoiets wil ik later nooit moeten zeggen. Ik ben een betere politicus als ik privé energie kan tanken door thuis te genieten van mijn gezin of naar de film te gaan met vrienden. Als je dat niet meer doet, word je opgeslorpt door het gekrakeel in de Wetstraat en kun je geen afstand meer nemen. In mijn zwaarste periode merkte ik dat ik mijn relativeringsvermogen en gevoel voor humor aan het verliezen was. Vreselijk vond ik dat.”

Wat kunnen de politiek en het bedrijfsleven nog meer doen tegen burn-outs?

Annouri: “Onze regeringen streven een werkzaamheidsgraad van 80 procent na, maar wat heb je daaraan als honderdduizenden mensen uitvallen? Waar blijft het debat over werkbaar werk? Wij hebben in Vlaanderen 243.000 langdurig zieken tegenover 185.000 werkzoekenden: we betalen méér geld voor mensen die uitvallen dan voor mensen die een job zoeken. Dat is absurd. Psychiater Dirk De Wachter vergeleek onze maatschappij in Humo ooit met een speedboot: vooraan staan de blitse boys en girls met hun haren in de wind magnumflessen champagne leeg te spuiten, maar achteraan vallen mensen uit de boot omdat er geen relingen zijn. Die mensen worden met de vinger gewezen, terwijl zij niet de schuldige zijn. Het ligt aan de mensen vooraan en aan de snelheid van de boot.”

U wilt geen werkzaamheidsgraad van 80 procent?

Annouri: “Ik heb liever een werkzaamheidsgraad van 75 procent zonder een epidemie van burn-outs. Wel 90 procent van de langdurig zieken geeft ‘stress op het werk’ aan als de hoofdreden: pak dat dan aan! De arbeidsmarkt moet gezonder en zachter worden. Geef mensen inspraak in de organisatie en invulling van hun job. Doe evaluaties. Stop met hen in die gruwelijke landschapsbureaus te proppen waar ze overprikkeld worden. Laat iemand die terugkeert na een burn-out deeltijds herbeginnen. En geef mensen een transitiepremie als ze een opleiding willen volgen om over te schakelen naar een andere baan. Nu blijven te veel mensen zitten in een saaie, afstompende of stresserende job, omdat ze het zich niet kunnen veroorloven ontslag te nemen en zonder inkomen te vallen.”

Moeten we ook het tweeverdienersmodel ter discussie stellen?

Annouri: “Ik ben niet tegen dat model, want het emancipeert vrouwen, maar het wordt een probleem als het systeem de mensen dwingt om met tweeën voltijds te gaan werken. Dat voortdurende gehos eist een tol van ouders en kinderen, voor wie liefde en aandacht van de ouders in de eerste levensjaren cruciaal zijn. In de Scandinavische landen krijgen mensen één jaar ouderschapsverlof, te verdelen onder beide partners. Hier verhoogt de regering dat van drie naar vier weken: dat is te weinig. Geef mensen in belangrijke fases van hun leven voldoende tijd om voor zichzelf of hun familie te zorgen.”

Is daar geld voor?

Annouri: “Is er geld om straks een half miljoen Vlaamse langdurig zieken te betalen? We zijn mensen én geld aan het opbranden. Ik geef liever de helft daarvan uit aan preventie. Als iemand de zorg voor een kind of zieke ouders op zich neemt, brengt ons dat als maatschappij netto geld op.”

Heeft de hardheid in de politiek uw crash mee in de hand gewerkt?

Annouri: “Niet rechtstreeks. Maar hoe graag ik ook aan politiek doe, de job heeft wel heel lelijke kanten. Door de corona- en energiecrisis giert de angst al twee jaar door onze samenleving, en de mensen verwachten oplossingen. Helaas zijn de politieke tenoren continu bezig met scorebordpolitiek: ‘Wij willen dít en jullie hebben dát niet gedaan, en als wij ons voorstel erdoor krijgen, is dat een punt voor ons en zijn jullie de losers.’ Zelfs partijen die samen besturen, doen mee aan die kinderachtige spelletjes – óók de mijne. Doodjammer, want de mensen hebben daar niks aan.”

Welke reacties heeft uw filmpje losgeweekt?

Annouri: “Veel onbekenden deelden spontaan hun verhaal. Een vrouw schreef: ‘Ik begin morgen weer te werken na een burn-out van een jaar en ik lig al de hele dag te wenen, omdat ik er niet klaar voor ben.’ Ik heb geprobeerd haar moed in te spreken. Politici sms’ten: ‘Blij dat je terug bent’ of ‘Ik moet er ook voor opletten.’ Burn-out is een gevaar dat heel veel mensen beloert. Voor mij is dit een nieuwe start. De handrem gaat weer af, maar ik hou mijn hand op de versnellingspook en zal niet meer continu in vijfde vitesse rijden.”

Wie met vragen zit over zelfdoding kan terecht op de Zelfmoordlijn, op het gratis nummer 1813, of op zelfmoordlijn1813.be.
Nood aan een gesprek? Dan kan u 24/7 terecht bij Tele-Onthaal op het nummer 106. U kan ook chatten via www.tele-onthaal.be.
Jongeren kunnen terecht bij Awel op telefoonnummer 102, of via chat op awel.be.

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234