Maandag 14/10/2019

portret

Petra De Sutter: "Jarenlang in een leugen leven, dat vreet energie"

Petra De Sutter schreef een boek over haar dubbelleven als prof, wetenschapper, jonge vader. Beeld Eric de Mildt

Veertig jaar heeft Petra De Sutter (52) over haar outing als transvrouw gedaan. In een boek schrijft de gynaecologe en groene politica de lange strijd van zich af. "Jarenlang in een leugen leven, dat vreet energie."

Het verhaal van Petra De Sutter is een verhaal dat alleen zij echt kunnen begrijpen die groot geworden zijn in de prille jaren zeventig. When men were men and women wore skirts, en kinderen nog gewoon moesten luisteren. Waarom? Daarom!

In Londen liepen de meisjes misschien in minirok op straat. Maar in Oudenaarde werden de sokjes nog hoog opgetrokken en was een jeans taboe. Op zondag zat het gezin De Sutter trouw in de mis. Een "Vlaams, katholiek" nest, zo schrijft ze het zelf in haar net verschenen biografie. Wat niet op de goedkeuring van de CVP kon rekenen, viel automatisch in de categorie "links, en fout". Agalev, de voorloper van haar groene partij? "Een verdachte beweging."

Als jongen van zeven trapte ze, voetballend met een vriendje, de bal door het raam. Ze vroeg hem de schuld op zich te nemen voor het gebroken glas, uit angst voor de reacties van haar vader. Hij was rechter, haar moeder controlearts. Het huishouden werd bestierd met strikte regels en een harde hand. Haar vaders wil was wet. "Je weet wat ze van rechters zeggen. Ze zien overal criminelen, bedriegers, onbehoorlijk gedrag."

In tegenstelling tot haar moeder. "Ik denk dat ik dat van haar heb: ik zie alleen maar goedbedoelende mensen. Tot het tegendeel bewezen is, in elk geval."

Ze beschrijft haar jeugd als "niet bijzonder gelukkig". "Maar met de jaren ga je daar milder naar kijken. Mijn vader had zeker geen kwade bedoelingen. Zelf was hij nog strenger opgevoed. Hij was er ook van overtuigd dat je kinderen met strenge hand moést grootbrengen. Op een bepaalde manier heeft het mij zelfs sterker gemaakt."

Rebel

"Presteren, niet spelen", zo beschrijft haar jongere zus Bea de houding van hun ouders. Petra is de oudste van drie, en volgens Bea "een beetje een rebel. Als ze iets wou, dan zorgde ze er meestal ook voor dat ze het kreeg. Ze was veel minder volgzaam dan wij, haar jongere zussen."

Daar moet Petra om lachen. "Wat is dat, rebelleren? Ik ben nooit van huis weggelopen. Er zat blijkbaar toch zoveel zelfbehoud in mij dat ik besefte dat ik zo meer zou verliezen dan er bij winnen. Ik zocht wel de grenzen op, maar ik bleef altijd binnen de lijntjes. In mijn puberteit was ik opstandig, ja. Ik aanvaardde niet zomaar alles wat mijn vader zei. En ik eiste uitleg. Die ik vaak niet kreeg."

Daar komt haar afkeer voor dogmatisch denken vandaan, denkt ze. "Ik wil begrijpen, discussiëren, praten, de mogelijkheid open laten dat de zaken anders in elkaar zitten dan wat er zo stellig geponeerd wordt. Maar ik zal nooit voor de rechtstreekse confrontatie gaan, dat levert toch niks op. Het zal wel kloppen dat ik die strategie in mijn jeugd heb geleerd. Dat heet overleven."

Ze leefde lang in de fantasie van haar eigen wereld, de slimste van de klas. Terwijl leeftijdsgenoten meezongen met de hits van Abba en Marva, verzamelde het mollige jongetje tapes met klassieke muziek. En postzegels. Ik was, zo schrijft ze zelf, wat we vandaag een 'nerd' zouden noemen.

In de lokale bibliotheek speurde ze naar boekjes over verboden thema's als homo- en transseksualiteit, om die in een grote stapel grote schrijvers (Goethe, Tolstoj, Verne) te verstoppen en zo naar buiten te smokkelen. Als daar aan de keukentafel al over gesproken werd, dan was het in termen als 'ziekelijk verschijnsel', 'een afwijking' en 'niet normaal'. Slimme Petra registreerde en leerde: niet oké.

De naam voor dat onbehaaglijke gevoel dat haar jeugd heeft overschaduwd, kende ze niet. Op haar achtste trok ze stiekem het turnpakje aan van een jongere zus. Dat voelde goed, maar verboden. Het zou nog meer dan dertig jaar duren eer Petra De Sutter de juiste woorden vond. Ze was een transvrouw.

Petra De Sutter. Beeld Eric de Mildt

Publiek geheim

Ze heeft lang de boot afgehouden om over haar privéleven te spreken. Als hoofd van de vermaarde Gentse fertiliteitskliniek liep zij al een hele tijd in de kijker, haar verleden als transvrouw was een publiek geheim. Maar elke journalist die er voorzichtig naar durfde te vragen, kreeg kordaat het deksel op de neus. "Dat zijn uw zaken niet." "Ze gaan toch niet in mijn verleden graven?" Toen ze in 2014 door Groen gepolst werd, dacht De Sutter aanvankelijk dat haar transverleden geen issue zou zijn. "Ik zou niet die transgender op de lijst worden." Het was Marleen Temmerman, collega gynaecoloog en politica voor sp.a, die haar duidelijk maakte dat voor een carrière in de politiek een stukje privacy sneuvelt.

"Uiteraard gaan ze graven", zei Temmerman haar. "Wees voorbereid. En maak van de gelegenheid gebruik om je uit te spreken." Dus toen Het Laatste Nieuws haar belde met de mededeling dat zij in de krant geout zou worden, kwam dat niet als een totale verrassing. Er volgde een interview, en nog één, en nog één, tot elk dagblad, elk magazine en elke talkshow op de VRT Petra De Sutter om haar verhaal had gevraagd.

Zo werd zij, de vijftig al voorbij, opeens een boegbeeld van de regenbooggemeenschap. Het is niet gestopt. "Ik krijg twee vragen per dag om aan iéts mee te werken over transgenders, het lijkt alsof elke humaniorastudent in Vlaanderen er een werkje over wil maken. Daar heb ik geen tijd voor. Net zoals ik vriendelijk bedank voor een gespreksavond die enkel over dat thema gaat. Zijn de mensen dat ondertussen nog niet beu gehoord?"

Neen dus, en daarom is er nu een boek. In de hoop dat het daarna even stopt, zegt ze. "De volgende keer dat iemand mij er over aanspreekt, kan ik gewoon naar het boek verwijzen."

"Schrijf die naam maar niet op." En: "Dat ga je toch voorzichtig moeten formuleren." Ze wil niemand kwetsen, dat is niet haar stijl. Als Petra De Sutter over zichzelf praat, praat ze nooit alleen over zichzelf. Over haar zoon, bijvoorbeeld, wilde ze lange tijd niet vertellen, over haar jeugd weidt ze niet graag uit. Om anderen niet te schaden met haar persoonlijke, soms pijnlijke verhaal.

In het boek schrijft ze over de moeilijkste jaren. Het dubbelleven, als veelbelovende prof, wetenschapper, jonge vader. Die na congressen bleef hangen om bars en drag queens op te zoeken, die stiekem gesprekken voerde met mensen die ook 'zo' zijn. Uiteindelijk stapte De Sutter naar een psychiater. Voor die man was het glashelder: ze leed aan genderdysforie.

Van de moeder van haar kind was ze toen al gescheiden. De geboorte, schrijft ze, had de zaken messcherp gezet. "Als vader zou ik voor altijd iemand zijn die ik niet was." Het is nog zoiets dat moeilijk uit te leggen is aan geschokte vrienden en familieleden: ze was toch getrouwd? Had daarna opnieuw een lange relatie met een vrouw? Dat geaardheid en identiteit niet hetzelfde zijn, was voor een aantal vrienden aanvankelijk moeilijk te verteren: ze was niet alleen transvrouw, maar ook lesbisch.

Rechter

Kort nadat ze haar ex inlichtte over de nakende transitie, viel een kortgeding in de bus. Een rechter zou oordelen of haar zoon wel terecht kon "bij een vader zoals ik". Ze mocht haar kind niet meer zien, "voor onbepaalde termijn". "Ik moest naar de psycholoog, de kinderpsychiater, een politieagent kwam langs voor een moraliteitsonderzoek. Anderhalf jaar later concludeerden al die experts dat er geen enkele reden was om het contact te verbreken. Het was verschrikkelijk vernederend."

Onder begeleiding van een maatschappelijk assistent zagen ze elkaar voor het eerst terug. Haar zoon was acht, zijn vader had opeens lang haar, borsten, droeg make-up. "Even zag hij een vreemde. Gelukkig was het voor hem heel snel duidelijk dat ik dezelfde persoon was, ook al zag ik er anders uit. Het ijs was snel gebroken."

"Ik neem het vooral die rechter kwalijk dat hij niet langer heeft nagedacht over de gevolgen van die beslissing. Op het moeilijkste moment in ons leven kon ik er niet zijn voor mijn kind. Zelfs een misdadiger heeft in de gevangenis recht op bezoek van zijn kinderen." Het is het grootste onrecht dat haar ooit is aangedaan, zegt ze. "Het maakt mij nog altijd boos. Ik kan alleen maar hopen dat zo'n vonnis anno 2016 niet langer geveld wordt."

Transfobie

Mijn strijd als transvrouw, arts en politica, dat is de titel van haar boek. Wie haar bezig ziet, in haar kantoor van het UZ met al die foto's van blije moeders en blozende baby's aan de muur, in gesprek met studenten, voor de camera's of achter het spreekgestoelte, ziet geen strijd. Het blijft voor velen moeilijk te begrijpen, zo geeft ze toe, hoe het mogelijk is dat een professor, een gynaecoloog, een expert fertiliteit, zo lang niet heeft ingezien wat er met haar aan de hand was. Zelfs zij ziet nu pas dat de keuze voor haar vak, gynaecologie, deels werd geïnspireerd door haar verlangen vrouw te zijn.

"Wat ik zelf niet kon zijn, daar wilde ik dicht bij zijn", zei ze eerder in een gesprek met deze krant. Het negeren van die gevoelens uit angst alles te verliezen - werk, carrière, aanzien, kind - kwam waarschijnlijk, zo schrijft ze, zelfs bij mij deels voort uit "transfobie", "het krampachtig verdringen van alles wat transseksueel is."

Zo goed heeft zij die gevoelens verborgen dat zelfs haar meest nabije vrienden, haar zussen en collega's uit de lucht vielen toen zij hen zei dat ze zich vrouw voelde, en er nu ook lichamelijk een zou worden. Aan haar zussen durfde ze het zelfs niet rechtstreeks te vertellen. Ze belde hen op met de aankondiging dat er een brief zou komen met een belangrijke mededeling. "Iets heel ergs." Haar jongere zus Bea dacht dat Petra een ongeneeslijke ziekte had, en zou sterven. "Toen ik hoorde wat er echt speelde, was ik eigenlijk opgelucht: is het dat maar. Maar we hebben nooit iets vermoed. Zij was mijn grote broer en daar gedroeg ze zich ook naar. Uiteraard was dat nieuws een schok. Zeker voor mijn ouders."

Haar vader zei dat ze hulp moest gaan zoeken. "Ik had het mij ingebeeld, het zat in mijn hoofd en ik moest er vooral voor zorgen dat het snel weer over was. Pure ontkenning, natuurlijk. Maar dat heeft niet langer dan een week geduurd. Hij is gaan praten met de psychiater die mij toen volgde, heeft veel gelezen, op internet naar informatie gezocht. Hij had snel door dat er wel degelijk iets bestaat als transseksualiteit, zoals het toen werd genoemd, en genderdysforie. Ok, zei hij. Dan gaan we vooruit."

Sindsdien is hun relatie goed, de weerstand is weg. "Er is eindelijk de klik die altijd ontbrak. Ik, de opstandige zoon, die zich niet gedroeg zoals mijn vader het wou of naar wat hij er van verwachtte. Honderden keren heeft hij gezegd: we gaan van u een man maken. Je zou beter naar het leger gaan. Maar hoe maak je een man van iemand die geen man is? Opeens begreep hij waarom dat nooit was gelukt. Dat heeft veel rust en evenwicht in onze relatie gebracht."

Petra De Sutter. Beeld Eric de Mildt

Ingewikkelde kinderwensen

Alles is goed gekomen: haar wetenschappelijke carrière nam na een dipje - "in die helse jaren was ik even alleen met mezelf bezig" - weer een hoge vlucht. In het universitair ziekenhuis werd positief op haar transitie gereageerd. De patiënten vertrokken niet, integendeel: de wachttijd liep op bij professor Petra De Sutter. Nog steeds komen ze van heinde en verre, de koppels, de singles en de homoseksuele paren met de meest ingewikkelde kinderwensen. Ivf, eicellen invriezen, draagmoederschap: op ethisch en medisch vlak loopt de afdeling van De Sutter voorop.

Ook privé heeft ze rust gevonden. Tien jaar geleden kwam zij haar huidige partner tegen, "mijn zielsgenoot, mijn coach, mijn compagnon de route". Ze verhuisden naar een dorp van tweeduizend zielen in de Vlaamse Ardennen en wonen daar met honden, paarden en kippen in een gerestaureerde boerderij tussen de velden. In het leven van Petra De Sutter zijn de puzzelstukjes in elkaar gevallen.

Ze leeft zo snel, zeggen haar beste vrienden. We weten niet hoe ze het doet. Drie vluchten op een week en in het weekend de boer op met Groen. Ze wuift hun zorgen lachend weg. "Een dag telt 24 uur. Je moet een beetje slapen en voor de rest ben ik bezig." Wat je graag doet, kost geen moeite, zo verwoordde ze het eerder. "Jarenlang in een leugen leven, dat vreet pas energie."

Wat ze zeker van haar ouders heeft geleerd, is een diep plichtsbesef. "Mijn beide ouders hebben altijd hard gewerkt, en ook ik ben daar van doordrongen. Aan je talenten heb je geen enkele verdienste. Je hebt ze enkel te danken aan je ouders en de toevalligheden van de genetica. Je mag niet trots zijn op wat je gekregen hebt. Je kunt enkel fier zijn op wat je ermee doet."

Dat ze in 2014 de politiek in ging, heeft wie haar kent dus niet verbaasd. Ze dook enthousiast in de campagne, ironisch genoeg geruggensteund door de media-aandacht na de door haar gevreesde outing. Ze greep nipt naast een Europese zetel voor Groen. Ze werd gecoöpteerd in de Senaat en kreeg zo een zitje in de Raad van Europa. Zij weet: het is máár de Senaat, het instituut dat gaat verdwijnen. Ook de Raad van Europa is in feite een grote debatclub van 47 Europese landen, die geen wetten kan maken of straffen uitdelen. Toch noemt De Sutter het "een droom die een beetje uitkomt: op Europees niveau praten over mensenrechten." Maar niet iedereen vindt het leuk dat zij mee aan tafel zit. Dat is haar vrij snel, en keihard, duidelijk gemaakt.

Vos in het kippenhok

Geen twee weken na haar eerste vergadering met de Raad in Straatsburg doken online de eerste gemene berichten op. "Mister" Petra De Sutter werd op een obscure blog "de vos in het kippenhok" genoemd. "Meneer De Sutter is eigenlijk een transgender man, dit is een man die denkt dat hij een vrouw is." De aanleiding voor het giftige - anonieme - bericht bleek het rapport over draagmoederschap dat De Sutter voor de Raad zou schrijven, zoals ze eerder deed voor de Belgische Senaat. "Ze is niet alleen een man", zo ging het bericht verder, maar ook een gynaecoloog die draagmoederschap begeleidt, "een praktijk die door de meeste Europeanen wordt verafschuwd".

Kort daarop beschuldigden de conservatiefste leden van de Raad haar van een belangenconflict: als fertiliteitsarts zou ze financieel belang hebben bij het promoten van draagmoederschap. Het verwijt was dubbel, zegt De Sutter. "Als transgender en verdoken homoseksueel zou ik mijn homovriendjes via draagmoeders aan een kind willen helpen. En de fertiliteitsartsen zou ik doen verdienen aan draagmoederschap. Terwijl ik commercieel draagmoederschap net wil verbieden."

Op de tegenkanting volgde steun en bijval. De kwestie werd met een stemming beslecht en De Sutter kreeg het vertrouwen van de meerderheid van de Raad. Ze werkt nu verder aan het rapport, dat ondertussen ook door feministische organisaties is aangevallen, vooral uit Franse hoek. Ze ontvangt nog dagelijks haatberichten, zegt ze, via Twitter en Facebook. Dreigmails, ook, dat ze zal branden in de hel.

"Enkel omdat ik ivf en stamcelonderzoek doe, omdat ik zogezegd embryo's vermoord. Dat van de hel vind ik niet zo erg: al mijn vrienden zitten daar. (lacht) Het imponeert mij niet." Maar het kwetst wel. Ze wrijft over haar arm. "Je kweekt een nog dikker vel. Ik ben er niet goed van geweest, om zo rechtstreeks en onterecht veroordeeld te worden op een heel gemene manier. Dat zijn we in België niet gewoon.

"Het doet mij denken aan Amerikaanse toestanden, aan Donald Trump. Het sterkt mij nog meer in mijn overtuiging dat ik moet doorgaan met mijn politieke werk. Deze conservatieven maken van mij een symbool van alles wat zij haten: als transvrouw, lesbische vrouw, gynaecoloog. En nog vrij succesvol ook, het past waarschijnlijk niet in het plaatje dat er binnen de Raad iemand opstaat en zich tegen hun conservatieve wereldbeeld verzet. Zo dwingt men mij opeens op de barricades."

Petra De Sutter. Beeld Eric de Mildt

Euthanasie en abortus

Maar de barricades, dat was nooit haar bedoeling. Ze weet nog altijd niet zo goed wat ze daarmee moet. "Ik ben net te genuanceerd. Over moeilijke thema's als euthanasie en abortus heb ik zelf juist veel twijfels. Ik heb er persoonlijk heel wat ethische issues mee. Ik heb als gynaecoloog nooit een abortus moeten uitvoeren, ik weet ook niet of ik het zou kunnen. In mijn fertiliteitswerk probeer ik juist het omgekeerde te doen, namelijk zwangerschappen tot een goed einde te brengen.

"En dat is soms verdomd moeilijk. Net zoals ik bij euthanasie niet vind dat het altijd maar meer en sneller moet. Ik weet zelfs niet of ik het zelf zou willen, mocht die situatie zich ooit voordoen. Om maar te zeggen: ik zit met veel vragen en twijfels. Maar ik zal verdomme vechten voor het recht van anderen om die keuze te kunnen maken."

Haar politiek engagement, voor wie er nog aan zou twijfelen, is puur idealisme. "Als ik wil, zit ik morgen terug voltijds in het ziekenhuis. Ik doe niet aan politiek omdat ik het nodig heb, ik doe het omdat ik het graag doe. En ik zou er graag mee doorgaan. Ook als het lastig wordt, ook als ze mij aanvallen. Het maakt mij alleen maar strijdvaardiger."

Petra De Sutter en Elke Lahousse, (Over) Leven. Mijn strijd als transvrouw, arts en politica, Manteau, 256 p., 19,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234