Woensdag 18/09/2019
Paula D’Hondt (rechts).

Interview

Paula D’Hondt: ‘Ik heb nog nooit zo’n intense haat ervaren als in deze functie’

Paula D’Hondt (rechts). Beeld BELGAIMAGE

Dit interview verscheen in De Morgen op 21 november 1990. We publiceren het nu opnieuw naar aanleiding van 40 jaar De Morgen.

‘Koninklijke commissarissen zijn tot nu toe zeer hoogstaande mensen geweest die zo weinig mogelijk zegden, hard studeerden, een mooi rapport afleverden en weer in de vergetelheid afdaalden. Ik dacht dat ook te doen, er waren tenslotte geen andere voorbeelden en zo moest het dus zijn. Velen hadden trouwens gehoopt dat ik juist dat zou doen. Uitbollen, maar vooral rustig blijven. Maar ik kan het niet. Want als ik niet spreek, spreekt er niemand meer.’

Paula D’Hondt, Koninklijk Commissaris voor het migrantenbeleid: “Ik ben ervan overtuigd, en dat staat los van alle partijpolitiek, dat Martens het echt meent. Ik heb hem nu weer meegemaakt op de ministerconferentie over migrantenbeleid. Hij zat daar geprikkeld tot en met - het was enkele dagen na de uitspraak van Van Rompuy - goed voorbereid, met inzet. Alleen constateer ik dat een aantal ministers die belangrijk zijn voor de beeldvorming, de machtsuitoefening, er vanuit hun temperament of overtuiging veel minder mee bezig zijn. Bij de vice-premiers leeft de problematiek niet, bijvoorbeeld. Bij Claes en Wathelet wel, bij de laatste omdat hij er dag aan dag mee bezig moet zijn, maar de anderen beschouwen het als bijzaak. Ze werken niet tegen hoor, maar om iets te verwezenlijken met een kernkabinet moet je een overtuigende, aaneengesloten groep hebben, die de macht uitoefent.”

“Je weet wie de machtige mannen in deze regering zijn: onder meer duo Dehaene-Moureaux... Laat het mij zo zeggen: mocht Dehaene hier zitten en gegrepen zijn door deze problematiek, dan gaat hij dwars door betonnen muren. Aangezien die muren blijven staan... enfin, ik moet er geen tekening bij maken. En Moureaux. Ach. Weet u wat de politiek van de PS inzake migranten is? Nee? Ik ook niet. Is daar ooit al een echte uitspraak uit die partij gekomen? De sensibiliteit ligt daar anders.”

“Naast de personen zit je met de structuren. De regio’s die hun pas verworven bevoegdheden zo zorgvuldig koesteren en afschermen. Dag aan dag moet je die sensibiliseren, slaan en zalven om daar beweging in te krijgen.”

“De eerste keer dat de ministerconferentie samenkwam, werd er nog niets beslist, maar werd afgesproken dat we in een hoog ritme zouden werken. Op dat ogenblik klopte dat. In Frankrijk was men toen ook net begonnen en daar kwamen ze iedere week samen. Dus dat wou men ook hebben. En zo zijn ze begonnen: iedere week. Maar dan werd het twee-, driewekelijks, dan kwam de minister niet meer maar de kabinetschef, dan een adviseur, zo is de status gaan dalen, en nu kom je, als ik even mag overdrijven, bij wijze van spreken iedere maand met de koffiemadammen van de kabinetten samen. Pas op, niet veralgemenen. Brussel, in de persoon van Picqué (voorzitter Brusselse executieve, nvdr.) is een gunstige uitzondering. Die komt altijd, minstens met een acte de présence. Ook Jan Lenssens is er altijd.”

“Dat leidt tot situaties. Bijvoorbeeld, De Wulf (Vlaams gemeenschapsminister van Tewerkstelling, nvdr.)... pas op, De Wulf werkt goed mee, ik heb daar niets over te klagen... maar nu vraagt de geïrriteerde Martens op de conferentie: ‘Maar enfin, hoe zit dat nu met de taallessen voor migranten in de arbeidsbemiddeling, dat hebben we toch al maanden geleden beslist?’ Waarop de afgevaardigde van De Wulf met benepen stem zegt: ‘Meneer de premier, ik kan u daar niet veel over zeggen, ik zit pas sinds gisteren op het kabinet.’ Begin maar, hé. Wat moet je dan doen?”

Ingewikkeld

“De procedures zijn ook vaak enorm ingewikkeld. De premier wil weten hoe het zit met de uitvoering van de dingen die we al zo lang beslist hebben. Bijvoorbeeld: we hebben beslist dat in het openbaar ambt contractuele werknemers ook migranten moeten en kunnen zijn. Hoe werkt dat dan? Wel, de administratie op alle niveaus, rijk, gemeenschap, provincie, gemeenten moet richtlijnen krijgen. De minister moet bekijken welke wetten aangepast moeten worden, welke koninklijke en ministeriële besluiten. Er bleek dus dat een bepaald ministerieel besluit veranderd moet worden. Hoe doet men dat? Men stopt het in het pakket met alle andere veranderingen die na de laatste syndicale ronde zijn afgesproken. Dan start de carrousel. Eerst de ministerraad, dan de Raad van State, dan bespreken in het comité B, maar ook laten onderhandelen tussen nationaal, gewesten en gemeenschappen. Alles is oké, behalve die twee laatste stappen, daar passeert het niet. Daar gaat het plots deel uitmaken van de algemene problematiek van het personeelsbeleid in gewesten en gemeenschappen. Het wordt weggeschoven en het slaapt.”

“Wij inventariseren nu waar alle voorstellen zitten, in welke commissie, wat er al gebeurd is en wat er stapje voor stapje nog moet gebeuren. Bij het handje leiden. Moe word je daarvan.”

“De laatste keer heb ik gebruld, enfin, wat luider gesproken: ‘Premier, wat zitten wij hier te doen, wat is het nu van dit interministerieel comité?’ En dan zegt hij, sereen, beslist: ‘Wij zitten hier om beslissingen te nemen, en die moeten uitgevoerd worden. Moesten al uitgevoerd zijn.’ En dan zitten al die kabinetards daar: ‘Ja maar, we moeten eerst onze minister raadplegen.’”

“Enfin, er is nu beslist dat het migrantenluikje apart van het hele pakket uitgevoerd moet worden. Hetzelfde voor Miet Smet en de OCMW’s. Ook daar zat de aanwerving van migranten in het globale pakket van de herstructurering van de OCMW’s. Dat is dan weer voor de ministerraad verwezen naar een werkgroep. Die is twee keer bij elkaar geweest, en dan stilgevallen. Wij zeggen: zo niet, dat moet daaruit, dat moet nu, onmiddellijk, los van het pakket waar je nog jaren over zult praten. En zo gaat dat eindeloos door. De Belgische staat heeft zoveel bestuursdrempels gecreëerd dat een beleid, zeker een dat wil reageren op korte termijn, bijna niet kan functioneren.”

“Maar ondertussen lees je dat een Antwerps ziekenhuis veertig Hongaarse meisjes gaat invoeren om ze op te leiden als verpleegsters omdat ze er te kort hebben. Verdomme, ze komen er niet toe binnen het OCMW migranten aan te trekken als gezondheidswerkers. Je zit met een ongelooflijk groot reservoir Marokkaanse meisjes, die schitterende verpleegsters zouden kunnen worden in Antwerpen, maar niet mogen worden aangenomen, en ondertussen gaan ze naar Hongarije. Die absurditeit...”

Paula D’Hondt, geflankeerd door Wivina Demeester en Miet Smet. Beeld BELGAIMAGE

‘Allez, nu nog de migranten’

“Er zijn kabinetten die over de problematiek niet nadenken, en diegenen die het wel doen hebben er twee man en een paardenkop voor. Op de administratie hetzelfde. Jan Lenssens, de coördinator voor het minderhedenbeleid in Vlaanderen, heeft daarvoor twee ambtenaren. En een halve Turk, allez, een part-timer die ze er onlangs hebben bijgevoegd. Dat kan toch niet. Ik roep dan: ‘Jan, in godsnaam, creëer een cel, een continuïteit, die daarrond kan werken.’ Die een migrantenbeleid kan ontwerpen, begeleiden, verwezenlijken, verdragen van de politieke verantwoordelijke naar de volgende. Ik benijd de Nederlanders. Die mannen hebben niet alleen competentie in hun ambtenarenrangen, ik bedoel, een kerel die doctoreert op de migrantenproblematiek wordt daar van de universiteit weggeplukt en hoofd migranten van een dienst. Hij blijft daar tien jaar zitten en krijgt de ruimte om met zijn ministers een beleid uit te bouwen. Als je dan bekijkt hoe het hier gebeurt, ocharme toch.”

“Wat gaan ze doen als wij er in ’93 niet meer zijn? Men moet dringend een beleidsstructuur op poten zetten, los van dit commissariaat. Of denkt men dat er in ’93 geen probleem meer zal zijn. Eigenlijk is er maar één echt goede oplossing: bij de volgende regering Dehaene ertoe verplichten dit departement onder zijn hoede te nemen.” (Schatert het uit) 

“Nee, het wordt moeilijk, het betekent dat de migrantenpolitiek in de geest van vele politici nog tot de marginaliteit behoort. Neem nu het onderwijs. We hebben maanden gepalaverd voor een pakket maatregelen, specifiek voor migrantenkinderen. Da’s in orde, we stellen dat voor. Wat gebeurt er? Zegt er een slimme: ‘Ja-maar, en de Belgische kansarmen dan?’ En hop, pakket van tafel, want eerst gaan we nu enkele maanden onderzoeken wat we voor de Belgische kansarmen kunnen doen. Zonder enige gegronde reden, let wel, enkel uit angst dat een kiezer van hun van favoritisme ten voordele van een migrant zou beschuldigen.”

“Jaak Billiet heeft hun daar ongewild een alibi gegeven dat kan tellen. (Doelend op een studie van KUL-vorser Billiet die stelt dat een deel van de publieke opinie maatregelen ten voordele van migranten als argumenten zal gebruiken om zelf nog racistischer te worden, nvdr.) Iedereen steekt die studie nu als een vlag voor zich uit. Het nieuwe ordewoord: niet choqueren. Verdomme, via de migranten heeft men de kansarmen ontdekt, men wist niet eens dat ze bestonden. Kansarmoede is de modeterm geworden om niet meer te moeten spreken over migranten. Overal, hé. Ik zat onlangs naar De Zevende Dag te kijken. Mia De Vits (nationaal secretaris ABVV, nvdr.) tegen Van den Brande (minister van tewerkstelling en Arbeid, nvdr.) over de risicogroepen op de arbeidsmarkt. En De Vits begon ze op te sommen: de oudere werklozen, de langdurige werklozen, de vrouwen... En ik zat achter mijn tafel thuis te hopen: ‘Allez Mia, nu nog de migranten.’ Maar de migranten kwamen niet, ze werden niet eens vernoemd. Waarom is er ineens een taboe om dat te zeggen? Waarom durft men niet meer over migranten te praten? Ik begrijp dat niet. Allez, ik begrijp het al te goed, Billiet heeft hun een wetenschappelijk alibi gegeven om niet meer te moeten praten over hetgeen waar ze bang voor zijn.”

Elitarisme

“Ik was eigenlijk blij met Van Rompuys ‘er is geen politieke meerderheid meer om iets te doen aan het migrantenbeleid’. Da’s een koele analyse van een intellectueel. Ge kent van Rompuy, hé. Maar hij is te verstandig om dat zomaar gratuit te zeggen en daarna over te gaan tot de orde van de dag. Kijk eens wat er gebeurd is in de week na de uitspraak. Opeens schrijven alle kranten weer over migranten. Vandenbroucke (SP-voorzitter, nvdr.) reageert: ‘Dat kan niet zijn’; Martens loopt geïrriteerd de conferentie binnen, en Martens is nooit beter dan wanneer hij geïrriteerd is. In de Vlaamse Raad wordt de werkgroep migranten opgericht en Beysen belooft dat we nu eens wat gaan zien. Kortom, het debat waarvan wij al sinds mei vreesden dat het stilgevallen was, heeft blijkbaar dankzij die uitspraak van Van Rompuy weer dynamiek gevonden. De man is een strateeg, hij weet dat je soms moet choqueren om de wagen weer op gang te krijgen. En geloof me, dat is een zegen, want ik ben nog politica genoeg om te weten welke koorts nu de kabinetten bekruipt.”

Het ideologisch debat tegen het Vlaams Blok verlies je, zei hij ook. Ik weet dat niet. Ze hebben een simpele boodschap, hé. Eigen volk eerst en de rest buiten. Met een intelligentiecoëfficiënt  van tien ben je mee. Maar voor de rest heeft het Blok niets. Niets. Want stel dat de migranten uitgedreven worden: hoe gaan ze dat doen? Op boten zetten, op wagons? Dat weten ze niet. En ondertussen worden hier mensen geboren, worden ze ziek, gaan ze naar school. Wat vind je daarover in het programma van het Vlaams Blok? Zero. De problemen blijven bestaan, ook met hun ‘oplossing’. Ze geven mij dikwijls de raad om in stilte te werken. Ik ga daar niet mee akkoord. Ik zit met het enorme probleem dat ik mijn boodschap niet in een slogan kan samenvatten. En dan is het moeilijk, vooral als het Blok aan pure desinformatie doet. Filip Dewinter (kamerlid Vlaams Blok, nvdr.) gaat vertellen dat ik gezegd heb dat alle migranten in 2000 stemrecht krijgen. Nergens heb ik dat gezegd. Ik leg uit dat derdegeneratiemigranten, wier familie hier dus al minstens veertig jaar zit, stemrecht gaan krijgen. Niemand heeft daar een probleem mee.”

“Het debat polariseert zich enorm. Want, nu eerlijk, en met alle sympathie voor Agalev, buiten het stemrecht zijn er in hun programma ook niet veel ‘publieke items’. Dus je hebt aan de ene kant ‘allemaal buiten’ en aan de andere kant ‘allemaal stemrecht’ en tussen die twee zitten wij met een rapport van tweeduizend pagina’s, dat ze zelfs op de meeste kabinetten nog niet eens gelezen hebben.”

“Ik weet dat ik hard klink maar ik moet mijn stem laten horen. Ook tegen de eigen kringen. Wij zijn duidelijk in ons rapport. Geen ‘witte’ scholen in ‘zwarte’ wijken, en ieder net moet zijn verantwoordelijkheid op zich nemen. Ik stel vast dat in het katholiek onderwijs, naast scholen die uitstekend werk leveren, er zijn die de ‘pedagogische vrijheid’ misbruiken  als schild voor elitarisme, en weigeren migrantenkinderen in te schrijven. Dat heeft weinig te maken met een christelijk geïnspireerd onderwijsproject. Anderzijds, in veel athenea en lycea zul je ook met een vergrootglas naar migranten moeten zoeken. Zij kunnen ze wel niet vlakaf weigeren, maar het elitarisme heerst daar ook. De top van het katholiek onderwijs is zich bewust van de problemen, maar lokaal hebben die scholen zeer grote autonomie en je mag de druk van de ouders niet onderschatten.”

Haat

“Ik heb ervaringen gehad waar ik echt van geschrokken ben, die je niet voor mogelijk houdt. Vooral omdat ik thuis een man heb die zeer vredelievend is, zeer tolerant. Toen die gasten van het Vlaams Blok bij mij zijn binnengevallen, niet één keer, maar twee keer, toen heb ik de verschrikking op het gezicht van mijn man en mijn kinderen gezien. Via hen heb ik eronder geleden. Het is ook een aanzet om meer en meer te durven zeggen wat ik denk. Ook als ik daardoor het gevaar loop uit mijn taak te stappen.”

“Ik ben zwaar gepakt in mijn carrière, onder meer door jullie, maar ‘Paula Post’ en zo, dat hoort nog bij het politiek spel. Het is van een heel andere orde dan wanneer je in Lokeren rondstapt en er opeens een vrouw je aanvliegt, bleek van woede, en met overslaande stem krijst: ‘En weet ge dat gij het zijt die de katholieke kerk hier kapotmaakt?’ Het is een van een heel andere orde dan een soldatenlaars die tussen uw voordeur zit en waar een Vlaams Blok’er aan vasthangt. Het is iets heel anders om op straat te worden gemolesteerd en de hulp van Filip Dewinter te moeten krijgen omdat men u in de goot tracht te trappen.”

“Kijk, er is ooit een schietpartij in Verviers geweest, waarbij twee postmannen gedood werden. Ik was toen hun minister en ik ging daarnaartoe. Aan de kerk in Verviers werd ik uitgefloten door tweeduizend postmannen. Dat was geen haat, maar protest, maar ik heb mij nooit zo eenzaam gevoeld. Dat gevoel heb ik nu, telkens als er zich zo’n incident voordoet.”

Ik ben bij de familie Hannes (de 84-jarige man die na de rellen in Antwerpen aangepakt werd door jonge migranten en overleed aan de opgelopen verwondingen, nvdr.) geweest de dag voor de begrafenis. De confrontatie met dat leed, die verbittering... dat maakt me eenzaam. Dan heb ik het moeilijk. Thuis moet ik dan bijkomen, een uur mijn frustraties op mijn man afreageren, en de dag erna dat nog eens overdoen bij mijn kabinetschef, Johan Leman. Dan kan ik er weer even tegen.”

“Ik vrees de dag dat die haat gaat openbarsten, als een rijpe zweer. Dat kan. En de dag dat het ontploft, zal het ernstig zijn. Belgen lopen dikwijls met open ogen de afgrond in. Kijk naar Congo, kijk naar de Koningskwestie, kijk naar ’60-’61. Dan helpt er niets, tot de afgrond er is, er slachtoffers vallen, en dan komt eindelijk het gezond verstand weer eens boven. De laatste jaren zijn we beschaafder geworden, maar inzake de migranten denk ik dat de afgrond dichterbij is dan we denken. Dat er doden moeten vallen voor men het eindelijk doorheeft. Antwerpen is een gasbel aan het worden, waar het Vlaams Blok constant met een vlammenwerper boven aan het spelen is.”

“Er zijn er die grinniken omdat ik, na decennia actieve politiek, nu plots met zeer morele standpunten kom aandraven. Dat ik mij verzet tegen politieke toewijzingen van sociale woningen, bijvoorbeeld. Ik weet dat ik veel fouten gemaakt heb. Maar je moet toegeven dat ze op mij geschoten hebben omdat ik een kleine garnaal was. Anderen heeft men nooit verweten dat zij hun sector met streekgenoten hebben volgezet. Je denkt toch niet dat er één politicus zijn arrondissement vergeet, zeker? Maar toegegeven, ik heb ook aan dienstbetoon gedaan. Ik vraag me soms af waarom, want aan het raam van een woning die ik iemand had bezorgd, hing later een SP-affiche. Toen dacht ik: ondankbaren. Nu denk ik: chapeau, dat ge uw vrijheid van gedachten hebt behouden.”

“Het is een uitwas van het systeem, verderfelijk. Ik zeg er direct bij: mea culpa. Het is droevig, en het verandert ook niet. Want als oude politica zie ik hoe de jonge wacht eraan komt of klaargestoomd wordt, en vervalt in dezelfde fouten. Ze gaan weer een cliënteel opbouwen, of ze nemen de adressenbak van hun voorganger over. Nu vind ik dat erg. Zeer erg. Anderzijds, een volk heeft de politici die het het verdient. De burger voelt zich ook goed bij het systeem. Meer participatie in democratie, een grote betrokkenheid en drukking van de burger op de politicus zou een godsgeschenk zijn voor België. Maar voorlopig blijft het systeem doorgaan, en hoe je eronderuit komt is mij een raadsel. Want ik geef toe, de gemakkelijkste momenten voor een politicus zijn die waarop hij of zij door niemand geïnterpelleerd wordt.”

Struisvogelpolitiek

“Daarom pleit ik zo erg voor het Centrum voor Etnische Gelijkheid: een hoog moreel organisme dat onderzoek kan doen naar discriminatie, kan sanctioneren, een beleid kan uitwerken. Dat is belangrijk. Ten bewijze, het was het allereerste voorstel waar het Vlaams Blok heidens woest op reageerde. Dat hadden ze meteen begrepen, hoe gevaarlijk zo’n orgaan voor hen kan zijn.”

“We moeten ook dringend werk maken van een werkgroep clandestienen. Niet om repressief op te treden, maar om te weten waar we voor staan. Er komen enorme migratiegolven op ons af. Uit Afrika, waar de armoede en de wanhoop surrealistische niveaus bereiken; uit Oost-Europa, waar men nu eindelijk eens met eigen ogen dat land van melk en honing wil gaan bekijken. Maar ik ben hier uiterlijk in ’93 weg, en er is niets, maar dan ook niets voorzien binnen het staatsapparaat om over deze problematiek na te denken, laat staan er een beleid voor te formuleren. Het migrantenprobleem wordt een mondiaal, allesomvattend probleem, en voor onze politici is het migrantenvraagstuk de vraag of er in een straat in Borgerhout al dan niet twee moskeeën mogen staan. Dat kan niet langer, dat is pure struisvogelpolitiek. En hoe diep ze hun kop ook in het zand steken, van één ding mogen ze zeker zijn: de klop op de deur komt er. Duizend-, honderdduizend-, miljoenvoudig.”

“Weet je wat helpt? Dat de derde generatie nu automatisch de nationaliteit gaat krijgen. En dan zeg ik tegen een minister... nee, je krijgt zijn naam niet: ‘Weet je nog wat voor spel je hebt gemaakt bij de verlaging van de meerderjarigheid om de tienduizenden nieuwe stemmen binnen te rijven? Wel, op wie denk je dat die derde generatie over enkele jaren gaat stemmen? Want die hun politiek bewustzijn, hun voorkeur wordt nu gevormd, op basis van wat jullie nu zeggen en doen.’ Toen, ik zweer het, zag ik lichtjes in zijn ogen flikkeren, nam hij zijn zakcomputertje en begon te tellen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234