Donderdag 15/04/2021

AnalyseN-VA

Op zoek naar een opvolger en een nieuwe koers: wat met N-VA?

Hoe ziet de toekomst van N-VA  eruit? In de hoofdrollen: Bart De Wever, Lorin Parys, Valerie Van Peel, Assita Kanko en Theo Francken. Beeld fotomontage dm
Hoe ziet de toekomst van N-VA eruit? In de hoofdrollen: Bart De Wever, Lorin Parys, Valerie Van Peel, Assita Kanko en Theo Francken.Beeld fotomontage dm

N-VA kiest dit weekend twee nieuwe ondervoorzitters. Ambitieuze partijtoppers zoals Valerie Van Peel, Theo Francken en Lorin Parys staan te trappelen. Maar wie het ook haalt, de zware kiesnederlaag van de partij in 2019 heeft duidelijk gemaakt: N-VA moet richting het centrum bewegen.

Augustus 2007. Voor de poort van het koninklijk paleis laat Jean-Luc Dehaene, toch zelf een gepassioneerd amateur-fotograaf, zich betrappen met een nota vol bedenkingen over de moeizame regeringsvorming. Een ervan – ‘Quid N-VA?’ – zal in twee woorden de essentie van het komende politiek decennium samenvatten.

Want ja, wat met N-VA?

Tijdens de jaren 10 raakt de vaderlandse politiek, ten noorden en ten zuiden van de taalgrens, geobsedeerd door de razendsnelle groei van Bart De Wever en diens partij. Zoals de N-VA zingt, piepen de jongen in de Wetstraat.

Of dat vandaag, veertien jaar na de beruchte ‘schootnota’ van Dehaene, nog het geval is: daarover valt te discussiëren. Een nederlaag bij de verkiezingen in 2019 heeft de N-VA tot een middelgroot formaat teruggebracht. In de meest recente peiling van Het Laatste Nieuws blijven de Vlaams-nationalisten net onder de grens van 20 procent hangen. Vanaf uiterst-rechts heeft het Vlaams Belang het politieke marktleiderschap in Vlaanderen overgenomen, met 26 procent in de peiling.

Wat wel vaststaat: na de opgang fascineert ook de neergang van de N-VA. Hoe de partij de komende jaren omgaat met het einde van haar electorale staat van genade en het nakende vertrek van ‘eeuwig voorzitter De Wever (50), zal bepalend zijn voor haar toekomst. Elke politicus weet: what goes up must come down. Op een dag, vroeg of laat, droogt het succes op. Toch blijkt het meestal o zo moeilijk om dat zelf aan den lijve te ondervinden.

Dit weekend komt er al meer duidelijkheid. Zaterdag zit de partijraad van N-VA digitaal samen om twee nieuwe ondervoorzitters aan te duiden. Na drie jaar zit de termijn van het duo Lorin Parys en Cieltje Van Achter erop. Die eerste, een Vlaams parlementslid van 44, stelt zich opnieuw kandidaat. Ook de Kamerleden Theo Francken (42), Valerie Van Peel (41), Kathleen Depoorter (49) en Anneleen Van Bossuyt (41) dienen zich aan. Net zoals het EU-parlementslid Assita Kanko (40).

Vergrootglas

Normaal is de verkiezing van de N-VA-ondervoorzitters een interne zaak, die in de media bijna geruisloos passeert. De partij wil dat ook deze keer liefst zo houden. Tevergeefs. “Bij gebrek aan echte voorzittersverkiezingen – De Wever is blijven zitten – zijn dit blijkbaar de ersatzverkiezingen geworden”, zegt politicoloog Bart Maddens (KU Leuven), die goed zijn weg kent in de Vlaamse middens. “Deze verkiezing heeft een, voor mij echt verbazend, groot belang gekregen voor wat in principe toch niet meer is dan een tweederangsfunctie.”

De uitleg hiervoor is simpel: de N-VA staat op een politiek kruispunt na de kiesnederlaag in 2019, elke interne beweging ligt dus onder een vergrootglas. Wie straks ondervoorzitter wordt, komt in de zwart-gele cockpit en zal (minstens) over de schouder van De Wever kunnen meekijken welke koers er de komende jaren wordt uitgezet. Bovendien: omdat De Wever stilaan aan zijn allerlaatste termijn als voorzitter bezig lijkt te zijn, kan het ondervoorzitterschap een springplank vormen voor wie binnenkort zijn kans voor het hoogste partijambt wil wagen.

Niet toevallig hebben zowel Van Peel als Francken – de N-VA’ers die bij de bookmakers de grootste kanshebbers zijn om het ooit van De Wever over te nemen – zich aangemeld voor het ondervoorzitterschap. Niet toevallig wellicht zijn het ook twee Kamerleden die het vanuit de federale oppositie moeilijk hebben om in coronatijden regelmatig in beeld te komen. Een collega-Kamerlid: “Laten we zeggen dat we wel wat tijd over hebben.”

“Deze verkiezingen zijn belangrijk om het water al eens te testen voor het tijdperk na De Wever. Er zijn al velen aangeduid als potentiële opvolger. Van Ben Weyts en Sander Loones tot Peter De Roover. Telkens werd het niets”, zegt Jan Callebaut, politiek communicatie-adviseur en bevoorrecht Wetstraatwatcher. “Het wordt nu kijken wie van deze kandidaten de breedste paraplu heeft in de partij.”

Wetstraatwatcher Jan Callebaut: 'Deze verkiezingen zijn belangrijk om het water al eens te testen voor het tijdperk na De Wever.' Beeld Tim Coppens
Wetstraatwatcher Jan Callebaut: 'Deze verkiezingen zijn belangrijk om het water al eens te testen voor het tijdperk na De Wever.'Beeld Tim Coppens

Een nieuwe voorzitter lanceren gaat soms vanzelf. Vaker leidt het tot onderhuidse spanningen. Kijk naar het prins-Charles-geduld dat Paul Magnette moest uitoefenen vooraleer hij Elio Di Rupo als hoofd van de Parti Socialiste (PS) mocht vervangen. Na bijna een decennium in de wachtkamer werd de rode kroonprins pas eind 2019 beloond. Wat wel zo was: zodra Magnette voorzitter werd, was zijn gezag onbetwist. Toen Weyts aan zijn mouw werd getrokken voor het voorzitterschap, vroeg een collega hem op de man af of hij geïnteresseerd was: “Neen”, antwoordde Weyts. “Denk je dat De Wever ooit naar me zal luisteren?”

De Wever heeft in het verleden een aantal keer een partijgenoot het kroontje gepast, maar meer dan spielerei – een manier om iemand wat extra media-aandacht te bezorgen – bleek dat vaak niet. Het blijft dus wachten op een opvolger.

Over zijn positie zei De Wever in 2015 aan De Morgen: “Zelfs als het op is, blijven ze je pushen om verder te doen. Tot je toch omvalt. En dan zal iedereen zeggen: kijk hem nu, weer een die niet van ophouden wist. Dat is het lot geweest van Wilfried Martens en Dehaene, twee historische figuren, maar uiteindelijk door de achterdeur met een zure fles porto weggestuurd.”

Melikan Kucam

De zes kandidaten voor het N-VA-ondervoorzitterschap willen vandaag niet veel kwijt: “Het is een interne verkiezing”, luidt hun standaardantwoord. Wel is duidelijk dat ze elk voor een ander facet van de N-VA staan. Met haar focus op sociale en ethische thema’s vertegenwoordigt Van Peel een zachtere kant van de partij. Het is ook haar ambitie om het evenwicht in de partij te herstellen, zo vertelde ze deze week in Humo.

Ze wil minder focussen op hardere beleidsthema’s zoals veiligheid en migratie. “Sommigen vinden het blijkbaar choquerend om vast te stellen dat wij een brede volkspartij zijn die over alle grote thema’s een mening heeft”, benadrukte Van Peel. Voor haar liggen de kaarten goed. In 2018 kwam ze maar enkele stemmen tekort tegen Van Achter en intussen heeft ze binnen de partij verder naam gemaakt.

De kansen van Europees parlementslid Kanko en de Kamerleden Depoorter en Van Bossuyt lijken beperkt. Kanko kwam nog maar twee jaar geleden over van de Brusselse MR. Voor een deel van de achterban ligt zo’n recente overstap gevoelig. Depoorter, die zich als de luis in de pels van het federale coronabeleid profileert, en Van Bossuyt wegen voorlopig te licht tegenover de concurrentie.

Naast de kandidatuur van Van Peel tekent de echte strijd zich af tussen oud-staatssecretaris Francken en afscheidnemend ondervoorzitter Parys, beiden uit Vlaams-Brabant. Francken heeft zijn immense populariteit mee, maar de vraag is in welke mate het schandaal rond Mechels gemeenteraadslid Melikan Kucam intern aan hem blijft kleven. Het was onder zijn auspiciën dat Kucam een zwendel in humanitaire visa voor oorlogsvluchtelingen kon opzetten; Kucam werd midden januari veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf.

Francken wijst zelf graag naar zijn kiesuitslag in 2019 als bewijs dat zijn geloofwaardigheid na de affaire, die begin dat jaar losbarstte, onaangetast is. Zijn puike score in Vlaams-Brabant behoedde N-VA er voor een totale implosie. In zijn omgeving wordt dit aanzien als een teken dat “Theo een enorm talent blijft dat we binnen onze partij moeten koesteren”. Maar sommigen binnen de partij lezen de resultaten van 2019 anders. In de provincies waar N-VA verloren heeft, wordt soms júíst naar Francken en zijn (te) fors discours gewezen als oorzaak voor het verval. Het was ook op zijn aansturen dat N-VA de regering-Michel I vanwege het VN-migratiepact verliet.

Feit is: zeker op de thema’s migratie en veiligheid heeft Francken N-VA de voorbije jaren, waarin Europa eerst door een terreurcrisis en vervolgens door een migratiecrisis werd getroffen, naar rechts geduwd. Pal in het favoriete electorale vaarwater van het Vlaams Belang, de grote winnaar van de verkiezingen.

Parys is eerder een managerstype, maar dat maakt hem niet kansloos. Als ondervoorzitter bouwde hij een goede reputatie op door regelmatig interne brandjes te blussen. Net zoals Van Peel is Parys, die zich al langer toelegt op de sociale thema’s, een centrist. “We moeten ons sociaal weefsel blijven koesteren”, zei hij onlangs in De Zondag. “We zijn een warme partij, maar verstoppen dat soms te veel.”

God de Vader

Volgens Lorenzo Terrière, een jonge politicoloog aan de UGent en oud-kabinetsmedewerker van oud-defensieminister Steven Vandeput (N-VA), is het slechtst denkbare scenario voor N-VA dat waarin de tenoren – Van Peel en Francken – verkozen geraken. Terrière pleit ervoor om van de ondervoorzittersverkiezing geen pure poppoll te maken. “Als politiek een ploegsport is, dan hebben partijen naast een scorende spits vooral ook nood aan sterke defensieve linies”, schreef hij midden januari in een opiniestuk op de Vlaamsgezinde nieuwssiteDoorbraak.be.

“Na mijn opiniestuk heb ik veel sms’jes gekregen”, zegt Terrière aan de telefoon. Hij blijft bij zijn punt en voegt daaraan toe dat de tandem Van Peel-Francken wel eens de interne stabiliteit van N-VA kan bedreigen. “Zo zou men alvast het bestaan van de twee stromingen bevestigen en verder bestendigen”, klinkt het. “Dat zoiets geen goed idee is, heeft de Open Vld bewezen, met Karel De Gucht en Guy Verhofstadt die maar bleven ruziemaken in 2004.” De vete tussen de twee blauwe toppers over het stemrecht voor migranten sleepte jarenlang aan. Tot vandaag leeft de tweestrijd De Gucht versus Verhofstadt binnen Open Vld voort.

Van dit risico lijkt ook De Wever zich bewust. Een van de redenen waarom hij eind 2020 nog een zesde termijn als voorzitter opnam, was omdat De Wever besefte dat een eventuele strijd om het voorzitterschap tussen Van Peel en Francken minstens in de media het beeld van een verdeelde N-VA zou geven. Zelf voelt hij dat naar eigen zeggen anders aan. Volgens hem is N-VA een partij “met één rivier en twee oevers”.

Zeker op de thema’s migratie en veiligheid heeft Francken N-VA de voorbije jaren, waarin Europa eerst door een terreurcrisis en vervolgens door een migratiecrisis werd getroffen, naar rechts geduwd. Beeld BELGA
Zeker op de thema’s migratie en veiligheid heeft Francken N-VA de voorbije jaren, waarin Europa eerst door een terreurcrisis en vervolgens door een migratiecrisis werd getroffen, naar rechts geduwd.Beeld BELGA

Callebaut ziet een parallel met de Volksunie na Hugo Schiltz begin jaren 1990. “Voor een stuk staat N-VA op hetzelfde kruispunt als de VU destijds toen Schiltz een stap opzijzette. Ook toen staken meerdere kopstukken de vinger op, met verschillende stromingen achter zich: van Geert Bourgeois tot Bert Anciaux, met de complete desintegratie van de partij tot gevolg.”

Of het opnieuw zo’n vaart zal lopen, daar is Callebaut niet zeker van. “Maar momenteel blijft De Wever nog steeds de éne God de Vader van N-VA, onder wiens hoede alle strekkingen binnen de partij kunnen schuilen. Hij heeft de intellectuele capaciteiten om ze te verenigen.”

Wie van de ‘volgende generatie’ binnen N-VA van hetzelfde mag dromen, zal dit weekend getest worden, zegt Callebaut. “Francken heeft zijn populariteit mee, Van Peel is mevrouw Gezond Verstand en Parys kan de partij een wat moderner imago geven. Maar het blijft proberen; er is nog geen spoor getrokken.”

Oud-N-VA’er Hendrik Vuye nuanceert die onderlinge verschillen enigszins. “Op ethisch vlak zijn Francken en Van Peel bijvoorbeeld beste maatjes”, zegt de gewezen fractieleider die in 2016 opstapte uit onvrede over de beperkte communautaire agenda. “Over abortus denken ze beiden behoorlijk conservatief. Als het over socio-economische thema’s gaat, is Van Peel zelfs een tikje rechtser dan de gewezen staatssecretaris.”

Sowieso hebben Van Peel en Francken vandaag al een aanzienlijke invloed op de werking van de partij. Ze zijn beiden regelmatige klant op het ‘Dagelijks Bestuur’ van N-VA dat elke dinsdag samenkomt om de belangrijke dossiers te bespreken.

Of de N-VA-partijraad zich zaterdag naar de wetten van de populariteit zal buigen, is nog afwachten. Het ‘Vlaams-nationale parlement’, een bont allegaartje van ruim 250 nationaal en lokaal verkozen partijleden, kan best eigenzinnig zijn. Zo werd Limburger Jan Peumans in 2008 tegen alle verwachtingen in tot ondervoorzitter verkozen, met ruime voorsprong op ene Jan Jambon.

Meteen na zijn aanduiding kreeg Peumans van De Wever de volgende jobomschrijving mee: ‘Je mag voor bloempot spelen.’ Toen er in 2014 gestemd moest worden over een nieuwe penningmeester stuurde de achterban Sarah Smeyers met lege handen naar huis, juist omdat ze vooraf te nadrukkelijk door de partijtop naar voren was geschoven.

Naar adem happen

Wat zeker is: voorzitter De Wever, zijn nieuwe ondervoorzitters – wie het ook mag worden – en de rest van de partijleiding hebben werk op de plank. De N-VA wil na de tegenvallende regeringsdeelname in Michel I en de nederlaag in 2019 ideo­logisch herbronnen. Zoals al zo vaak is gebleken: partijen die regeren hebben het moeilijk om ideologisch topfit te blijven, na jarenlang het ene na het andere compromis met coalitiepartners van een andere gezindte te hebben gesloten.

Bovendien moest N-VA tijdens haar eerste federale machtsdeelname ooit vol aan de bak, met monsterdepartementen zoals Binnenlandse Zaken en Financiën. Binnen de partij geeft men dit niet graag toe, maar de eerste maanden van Michel I was het regelmatig naar adem happen. Een partijtopper: “Uiteindelijk zitten er maar zoveel uren in een dag. Voor ideologisch scherpstellen was er weinig tijd.”

Dit voorjaar wil de N-VA, zoetjesaan, beginnen met een traject richting een groot ledencongres. Een datum is er nog niet, maar De Wever mikt op midden 2023. Zo kan het congres het officieuze startschot worden voor de kiescampagne in 2024, en blijft er ook twee jaar over om de achterban te raadplegen en de prioriteiten naar voren te schuiven. De kans is groot dat de ondervoorzitters hier een voorname rol in zullen krijgen.

Zo ging het toch in het verleden.

In 2014, toen N-VA haar confederale plannen voorstelde, was het toenmalig ondervoorzitter Weyts die tijdens een driedaags congres in Antwerp Expo de honneurs mocht waarnemen. Dit zwart-gele Tomorrowland lokte 5.000 militanten. Het eerste grote congres ooit van de N-VA, in 2002 in Leuven, werd door ondervoorzitter De Wever in goede banen geleid. “De jonge KUL-assistent wordt al een tijdje getipt als de coming man die het N-VA-gat in Antwerpen moet vullen en hij doorstond zijn eerste publieke vuurproef met verve”, schreef deze krant ’s anderendaags. “De Wever was dé revelatie van het eerste N-VA-congres.”

Het belang van een nieuw ledencongres is groot. Het is daar dat de N-VA haar inhoudelijke lijnen voor de jaren 20 zal uitzetten. Een ervaren parlementslid: “Iedereen staart zich blind op die voorzittersverkiezingen. Het belangrijkste moment van deze regeerperiode wordt het congres.”

Noblesse oblige: punt één op de agenda wordt wellicht het communautaire. Tegen 2023 zal het confederale plan van N-VA bijna tien jaar oud zijn. Een update lijkt noodzakelijk, onder meer omwille van de lessen die het coronavirus ons over de gaten in het Belgische staatsbestel heeft geleerd. Bovendien heeft de PS sinds kort een alternatief voor het confederalisme: een nieuw België gebaseerd op vier volwaardige Gewesten: Vlaanderen, Wallonië, Brussel en het Duitstalig Gewest.

Lorin Parys is eerder een managerstype, maar dat maakt hem niet kansloos. Als ondervoorzitter bouwde hij een goede reputatie op door regelmatig interne brandjes te blussen. Beeld Tim Dirven
Lorin Parys is eerder een managerstype, maar dat maakt hem niet kansloos. Als ondervoorzitter bouwde hij een goede reputatie op door regelmatig interne brandjes te blussen.Beeld Tim Dirven

Magnette trekt, met het oog op 2024, nu al met dit model de boer op. In Franstalig België, maar evengoed in Vlaanderen, waar Open Vld-voorzitter Egbert Lachaert er zich al positief over uitgelaten heeft. Iets wat De Wever in een nieuwjaarsinterview met deze krant “van een epische domheid” vond getuigen. “Die kruipt uit zijn loopgraaf voor de slag is begonnen.”

N-VA zit gewrongen met het ‘België van vier’. Volgens De Wever is dat alleen maar een slinkse PS-truc om Brussel uit Vlaanderen los te rukken. Tegelijk kan de N-VA op dit moment niet echt een alternatief op tafel leggen. In het confederale model van de partij houden de deelstaten Vlaanderen en Wallonië samen toezicht op de hoofdstad. Via de ‘Brusselkeuze’ moeten de inwoners van de stad kiezen of ze zich voor de gemeenschapsbevoegdheden zoals zorg en onderwijs aansluiten op het Vlaamse of Waalse stelsel. Zowat alle andere partijen in de Wetstraat vinden die Brusselkeuze een praktisch onhaalbare oplossing.

“Het is de logica zelve dat N-VA straks haar confederale model verfijnt”, zegt Maddens. “De uitgangspunten zullen behouden blijven, maar bijvoorbeeld rond de Brusselkeuze lijkt het me zinvol om de minder rigide alternatieven te bekijken, zolang de band tussen Vlaanderen en Brussel behouden blijft. Als je het land wilt hervormen, moet je op het eind van de rit partners vinden. Philippe Destatte van het Instituut Destrée, een van de bedenkers van het model met vier deelstaten, heeft al gezegd dat hij een compromis mogelijk acht tussen zijn model en het N-VA-confederalisme.”

Inhoudelijk bestaat er voor Maddens geen twijfel over: N-VA zal richting het centrum bewegen. “De partij heeft eigenlijk geen andere keuze. Een terugkeer naar de situatie in 2014, toen het N-VA het Vlaams Belang leegzoog, zit er niet aan te komen. Het Vlaams Belang heeft het momentum, dus moet de N-VA op de centrumkiezers van Open Vld en CD&V mikken. Wie het ook wordt – Van Peel, Francken, Parys, Kanko of plots nog iemand anders – en wat hun persoonlijke overtuigingen ook mogen zijn, de beste kansen voor de N-VA liggen in het centrum.”

Bruusk naar 67 jaar

Er valt inderdaad wel wat te zeggen voor een focus op het centrum. Een: als de N-VA kiezers ziet wegstromen naar het VB, dan heeft dit zeker ook te maken met het socialere gelaat dat uiterst-rechts toont. N-VA is in haar periode in Michel I al te ver richting het neoliberale gaan doorhangen. Dat onder meer bruggepensioneerden op weinig genade konden rekenenen en de pensioenleeftijd bruusk naar 67 jaar werd opgetrokken, bleef bij veel Vlaams-nationalisten door het hoofd spoken. Een thema waar Vlaams Belang in 2019 op ‘cashte’.

Twee: als de N-VA na de verkiezingen in 2024 groot genoeg is om op dag één aan tafel te komen, dan schuift langs de overkant waarschijnlijk de PS aan. Om die gesprekken te doen slagen, zal men verder aan het imago in het andere landsdeel moeten werken. Een gematigde centrumpositie schrikt minder af.

Wel zal de aanwezigheid van Francken in de N-VA-partijleiding altijd een stevig obstakel blijven voor een geel-rode as. Het idee om samen met de voormalige staatssecretaris in een regering te belanden, doet veel Franstalige socialisten huiveren. Vooral in de Brusselse federatie blijft men ervan overtuigd dat Francken een radicaal-rechtse wolf in schaapskleren is. Een man bij wie een sociaal ingestelde partij zoals PS zich beter mijlenver weg houdt. “Partijen kiezen bij mijn weten hun eigen leiding en ministers. als we zo gaan beginnen”, puft een N-VA’er.

Assita Kanko kwam nog maar twee jaar geleden over van de Brusselse MR. Voor een deel van de achterban ligt zo’n recente overstap gevoelig. Beeld Humo
Assita Kanko kwam nog maar twee jaar geleden over van de Brusselse MR. Voor een deel van de achterban ligt zo’n recente overstap gevoelig.Beeld Humo

Omgekeerd lijkt bij de PS wel de communautaire geest uit de fles. De socialisten zijn niet langer demandeurs de rien. Magnette heeft, met een sterk regionalistische ministerploeg in De Croo I, sowieso een signaal gegeven dat het hem menens is.

Drie: zelfs als de N-VA uit zou zijn op een ‘Vlaamse meerderheid’ in 2024 met het Vlaams Belang – iets wat De Wever in een reeks recente interviews heeft ontkend – dan nog is het centrum the place to be. Door op rechts met het VB voor de klassieke flamingante stem te knokken, zal de zwart-gele kiesmassa niet groeien. Om aan 50 procent te komen, zijn stemmen van Open Vld en CD&V nodig. Blijft wel de evenwichtsoefening om radicaal genoeg te blijven voor de eigen achterban.

Nutteloze partij

Niet dat de N-VA plotseling de christendemocraten uit ‘het moedige midden’ hoopt te verdrijven. Daarvoor is de buik van de partij te verschillend met die van CD&V. Wel wil men zich profileren als een duidelijk conservatieve, rechtsliberale partij. In die zin is dat niet ‘centrum’, maar hoogstens centrumrechts. Hier is ook een link met de Beierse CSU, de conservatieve partij waar De Wever vaak naar kijkt. De CSU kreeg het de afgelopen jaren lastig nadat ze bondskanselier Merkel hard ging aanvallen op haar migratiepolitiek. Met die strategie bracht de partij het uiterst-rechtse AfD in de match. Zeer herkenbaar, toch? Nu is de CSU weer ouderwets fatsoenlijk rechts. Én populair.

“Plan A in 2024 is federaal verdergaan waar het vorige zomer is fout gelopen: een confederale deal sluiten met de PS”, denkt Maddens. “Plan B is een coalitie met Vlaams Belang in Vlaanderen, om zo druk te zetten op het federale niveau. Maar dat kan de N-VA niet zeggen vandaag, want dan jaag je PS meteen de kast op.”

Callebaut: “De Wever heeft de partij consequent op het centrum gericht, dat zal hij nu ook doen. Kijk naar zijn uitspraken over Vlaams Belang als een ‘nutteloze partij’. Toen De Wever in 2006 moest kiezen, ging hij niet voor Jean-Marie Dedecker, maar besliste hij het kartel met CD&V te redden. Het is de enige weg om een volkspartij te worden, maar hij ziet de cijfers nu ook zakken. Nog niet zo dramatisch als Steve Stevaert destijds bij sp.a of Verhofstadt bij Open Vld, maar De Wever beseft wel dat er enige vernieuwing nodig is.”

Waarheen dus, N-VA? De Vlaams-nationalisten hebben nog twee jaar om het uit te zoeken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234