Dinsdag 23/07/2019

Gemeenteraadsverkiezingen

Nieuw vanaf 2019: centrumsteden ruimen baan voor fietsers

Gent is met zijn autoluw centrum een van de voorlopers wat fietsvriendelijker beleid betreft. Beeld Wannes Nimmegeers

De tijd dat de auto het mobiliteitsbeleid van een stad bepaalde, is voorbij. Dat blijkt uit een analyse van de bestuurs­akkoorden van de centrumsteden. De fiets komt meer dan ooit centraal te staan.

De titel van ‘dé fietsstad van Vlaanderen’ is felbegeerd. Maar liefst vier van de dertien centrumsteden hebben die ambitie expliciet uitgesproken in hun bestuursakkoord: Mechelen, Leuven, Kortrijk en Oostende. Maar ook in de andere steden krijgt de fiets een prominente plaats. Dat blijkt uit een analyse van de kersverse bestuurs­akkoorden door deze krant. Vandaag stelt Genk als een van de laatste centrumsteden zijn beleidsplannen voor de komende zes jaar voor.

Het aantal fietsstraten, waar de auto slechts ‘te gast’ is, wordt in de Vlaamse steden verder opgedreven. In Kortrijk komt er zelfs een heel netwerk van straten waar de fietser baas is. Daarnaast moeten er meer en veilige fietspaden en -stallingen komen. Ook is er in heel wat bestuursakkoorden sprake van de verdere ­uitbouw van fietssnelwegen tussen de stad en de deelgemeentes. 

Een opvallend voorstel komt uit Mechelen, met het ‘Huis van de Fiets’ in het centrum van de stad. Daar kan de pendelaar zijn tweewieler veilig stallen en laten herstellen. Er zijn ook ­lockers en douches, voor wie na een fietstocht proper gewassen op de afspraak wil verschijnen. 

Meer in het algemeen is er aandacht voor de zwakke weggebruiker. Antwerpen heeft de ambitie een ‘wandelstad’ te worden, met een grote autoluwe zone. Ook Leuven, Roeselare en Kortrijk hebben in hun beleidsplannen bijzondere aandacht voor wie zich te voet verplaatst.

Er zijn natuurlijk verschillen. Gent staat het verst, sinds de invoering van het mobiliteitsplan vorige legislatuur. Maar ook in Antwerpen is de toon van het bestuursakkoord over mobiliteit heel anders dan zes jaar geleden.

“De omslag is gemaakt”, schat mobiliteits­expert Kris Peeters in. “De auto is niet langer het uitgangspunt van het beleid in de steden, al is er natuurlijk nog een hele weg te gaan om het beleid verder vorm te geven.”

Steden zijn vaak een voortrekker in dit soort evoluties, weet hij. “Ze worden veel scherper geconfronteerd met problemen als luchtvervuiling, verkeersveiligheid en het vastgelopen verkeer”, zegt Peeters. Niet toevallig waren dat ook prominente campagnethema’s bij de gemeente­­raadsverkiezingen. Dat vertaalt zich nu ook in de bestuursakkoorden.

Struikelblokken

De Fietsersbond reageert tevreden. “Het is positief dat de fietser zoveel aandacht krijgt”, zegt beleidsmedewerker Wies Callens. “Onze lokale afdelingen hebben hard gelobbyd bij de coalitiebesprekingen.”

De Fietsersbond ziet wel nog mogelijke struikelblokken. “Voor de financiering van fietspaden of -snelwegen wordt gerekend op het provinciale of het Vlaamse niveau”, zegt Callens. “Mobiliteitsminister Ben Weyts (N-VA) heeft 100 miljoen euro extra beloofd, maar eigenlijk zal er vijf keer zoveel geld nodig zijn.” 

Ook moet de wegcode hier en daar worden aangepast om de vooropgestelde doelen te realiseren, bijvoorbeeld om één groot netwerk van fietsstraten aan te leggen, zoals in Kortrijk. “En met een federale regering in lopende zaken wordt zoiets minder evident.”

Het blijven voorlopig slechts engagementen van de stadsbesturen. “Maar de beloftes staan nu zwart op wit”, zegt Callens. “We zullen niet aarzelen om de beleidsmakers eraan te herinneren om die ook waar te maken.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden