Maandag 17/02/2020

Interview

Nederlands historicus Geerten Waling: ‘Maarten Boudry is een onafhankelijk denker, die wars is van dogma’s’

Geerten Waling: “Het debat is heftiger geworden, maar dat is wel gezond.”Beeld Hilde Harshagen

Hij is bevriend met Thierry Baudet, de politieke komeet van Nederland. Maar hij staat ‘onbevangen’ in het debat, zegt hij. De Nederlandse historicus Geerten Waling (33) over nieuw-rechts, Trump, de brexit en de politieke correctheid in Vlaanderen.

“Ik vind het wel grappig”, lacht Geerten Waling. “Met Trump hebben we dat ook gezien. Ik had voorspeld dat hij zou winnen, omdat ik merkte dat de populariteit van Hillary Clinton zwaar werd overschat. Maar door de tunnelvisie van de pers bleef ze tot een dag voor de verkiezingsuitslag dé grote favoriet, met 99 procent kans om te winnen. Dat zag je bij de Britse verkiezingen onlangs dus ook: voor de meeste journalisten en andere waarnemers was de klinkende overwinning van Boris Johnson een verrassing. Ik vind het wel geestig, hoe dat altijd verkeerd wordt ingeschat.”

Geerten Waling is een historicus die bij onze noorderburen stevig op de kaart staat. Zo is hij erg productief als auteur: hij behaalde zijn doctoraats­titel met een proefschrift over de Europese revoluties van 1848, en schreef daarna met Zetelroof en Gemeente in de genen nog twee invloedrijke boeken over de Nederlandse democratie. Maar ook op Twitter laat hij regelmatig van zich horen, én hij heeft een vaste column in Elsevier Weekblad. Hij is persoonlijk bevriend met Thierry Baudet, die hij al kende als academicus, toen er van een politieke doorbraak met Forum voor Democratie nog geen sprake was.

BIO

• Geboren op 19 oktober 1986 in Rotterdam

• Studeerde geschiedenis en wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam

• Promoveerde in Leiden op een proefschrift over de revoluties van 1848. Dat proefschrift ‘1848. Clubkoorts en revolutie’ verscheen in 2016

• Publiceerde daarna nog ‘Zetelroof’ (2017) en, samen met Wim Voermans, ‘Gemeente in de genen’ (2018)

• Schrijft een vaste column in ‘Elsevier Weekblad’

Zijn visie op Baudet, zal straks blijken, is even genuanceerd als die op de brexit. Ook daar verwerpt Waling de progressieve tunnelvisie. Neem nu de idee dat de Britten, door zo massaal voor Johnson en de brexit te kiezen, in eigen voet hebben geschoten. “Dat vind ik echt een arrogante gedachte”, zegt Waling. “Ik kan natuurlijk niet voorzien hoe dit op lange termijn gaat aflopen, maar het is duidelijk dat de Britten hier lang en grondig over hebben nagedacht. Ze willen niet langer deel uitmaken van de Europese Unie, klaar. 

“En vandaag denken velen dat die Johnson gek is, net zoals Trump, maar wat als de gevolgen van de brexit nu blijken mee te vallen? Wat als de economie over een paar jaar weer helemaal prima begint te draaien? Ik weet niet of dat zal gebeuren, maar kunnen we het uitsluiten? En hoe zullen we dan terugkijken op de debatten van vandaag?”

Laten we om te beginnen even uitzoomen. Hoe zijn onze West-Europese democratieën eraan toe?

Geerten Waling: “Beter dan vaak gedacht wordt. Er valt veel te klagen en op te merken: in België over het gebrek aan eenheid om een regering te vormen, in Nederland over de politieke versplintering, en ook Duitsland kent best problemen. Maar met de opkomst van nieuw-rechtse bewegingen hebben we vandaag toch meer representatie in het parlement, dus daar ben ik zelf niet zo negatief over.”

Velen vinden dat een teken van crisis.

“Ik niet. Ik vind dat het beter is dat zulke stemmen vertegenwoordigd worden in het parlement, dan dat ze buiten het parlement in de samenleving zouden woekeren, zonder politieke stem. Het debat is heftiger geworden, maar dat is wel gezond. De thema’s zijn almaar belangrijker – het klimaat, immigratie, de verdeling van de welvaart. In de jaren negentig was het veel minder heftig, toen heerste er een soort gezapigheid. Deze tijd is weer echt politiek.”

Maar toch: radicaal-rechts baart zorgen.

“Dat is op zich prima, hoor, dat je kritisch bent voor radicale stemmen. Waren we maar zo kritisch geweest toen radicaal-linkse bewegingen zo sterk waren, in de jaren zeventig, en nog lang daarna. Wij hebben politici gekend die openlijk Pol Pot en Mao steunden, en die daarvoor nooit excuses hebben aangeboden – communisten, maar ook socialisten en voorlopers van GroenLinks in Nederland. Waakzaamheid is goed, we willen zeker geen autocratieën. Maar nieuw-rechts wordt te makkelijk gelijkgesteld met extreemrechts.”

Dus de vergelijking met de jaren dertig, die sommigen maken, deugt niet?

“Niet zonder meer. Je kunt altijd vergelijken, dat betekent dat je zowel gelijkenissen als verschillen ziet. Bepaalde reacties op vreemdelingen zijn inderdaad xenofoob, en de zoektocht naar identiteit kan een mechanisme van uitsluiting worden. Maar ik vind de vergelijking met de jaren dertig tendentieus, omdat iedereen weet wat je daarmee bedoelt: de jaren dertig zijn uitgemond in de Jodenvervolging en de Holocaust.”

Hoe kijkt u naar Donald Trump?

“Ik ben niet per se een fan, maar hij is wel een van de meest vreedzame Amerikaanse presidenten sinds lang. Amerika heeft decennialang een politiek van interventionisme gevoerd. Talloze soldaten zijn gesneuveld tijdens oorlogen – van Vietnam tot Irak – die gedoemd waren om te mislukken. Trump is realistisch. En grillig, dat wel. Zo had hij de Koerden in het noorden van Syrië moeten beschermen. En ook zijn relatie met China gaat de verkeerde kant op. Maar hij wil niet meer de politieman van de wereld spelen.”

En dat is gezond?

“Dat is een te rechtvaardigen standpunt. Hij maakt duidelijk waar hij voor staat en zegt tegen zijn NAVO-partners dat ze hun deel zullen moeten betalen. Terecht. Bovendien geldt ook voor Trump dat veel mensen zich door hem vertegenwoordigd voelen. Dat is positief in een democratie. Al is het wel belangrijk dat oppositie mogelijk blijft, dat de rechtsstaat beschermd wordt. Dat de media hun werk kunnen doen.”

En is dat nog het geval?

“Dat lijkt mij wel. Trump probeert de pers te ondermijnen, maar echt bedreigen kan hij de media toch niet. En de huidige polarisatie is niet alleen zijn verantwoordelijkheid. Het klopt gewoon dat de Amerikaanse journalistiek lang een soort eenheidsworst was, die de fouten van Hillary Clinton met de mantel der liefde bedekte en hysterisch tekeerging tegen Trump. Vandaag heb je echt twee kampen, en dat is ook niet gezond: het is Fox versus CNN. Twee kampen die met de vingers in de oren tegen elkaar staan te roepen.”

Over zijn vriend Thierry Baudet (Forum voor Democratie) zegt Geerten Waling: “Hij provoceert graag, maar hij meent het ook altijd.”Beeld ANP

Dat lijkt hier soms ook al het geval.

“En dat is een probleem. Het is een loopgravenoorlog, ik vind dat een mooie metafoor: als je tussen de loopgraven staat, bevind je je in niemandsland en vliegen de kogels je van overal om de oren. Daarom heeft iedereen de neiging om toch ook maar één van de loopgraven in te duiken. Daar ben je veilig.”

Staat u in niemandsland?

“Dat probeer ik. Ik wil niet het slachtoffer uithangen, maar ik word van beide kanten onder vuur genomen. Rechts vindt mij soms een deugdpronker, links zet mij vaak weg als een aanhanger van Thierry Baudet en zijn Forum voor Democratie.”

Bent u dat niet?

“Nee, dat heb ik al vaak gezegd. Ik ben geen lid van zijn partij. Dat ik dat zo duidelijk moet zeggen, vind ik op zich al merkwaardig. Ik wil ze de kost niet geven, de journalisten die wél lid zijn van een politieke partij. Ik behoor tot geen enkele partij. Ik ben de voorbije drie keer zelfs niet gaan stemmen, omdat ik als commentator en columnist volkomen onbevangen wil zijn. Dat men altijd per se wil weten waar iemand staat in het politieke landschap, vind ik nogal vervelend. Ik heb geen agenda. Luister gewoon naar wat ik zeg.”

Maar uw vriendschap met Baudet is intact gebleven?

“Die vriendschap is er nog, maar zo vaak horen we elkaar niet, hoor. Twee of drie keer per jaar, en dan praten we niet over politiek, maar over ons privéleven. Ik heb al een paar keer openlijk kritiek geuit op Forum voor Democratie, maar ik ben in staat om het persoonlijke en het politieke niet met elkaar te vermengen. We zijn loyale vrienden, maar Thierry heeft het nu sowieso vreselijk druk met zijn partij.”

Wat vond u van zijn fameuze overwinningsspeech, waarin hij het onder meer had over de ‘boreale’ wereld, volgens velen een verwijzing naar het blanke Noorden.

“Ja, dat vonden velen een hondenfluitje. Een subtiele verwijzing, bestemd voor de eigen achterban – de honden die als enigen het fluitje kunnen horen, als het ware. Maar zeg eens eerlijk: hoeveel ‘honden’, tussen aanhalingstekens, denkt u dat het woord ‘boreaal’ überhaupt kennen? In Nederland is dat helemaal geen gangbare term. Dus als het een hondenfluitje was, dan wel een bijzonder slécht hondenfluitje.”

Maar hondenfluitjes bestaan wel degelijk.

“Dat zal zeker. Het gebeurt ongetwijfeld dat politici subtiele boodschappen naar de achterban sturen. Maar ik denk dat het daarmee in Nederland nogal meevalt. Je mag ook niet overdrijven met verdachtmakingen, want dan is de sfeer van wantrouwen compleet: elk woord kan tegenwoordig een hondenfluitje zijn.”

Omvolking: dat is er toch zeker eentje.

“Ja, dat woord verwijst naar de theorie dat een elite de blanke beschaving wil uitroeien en vervangen door immigratie te bevorderen. Maar dat woord heb ik Baudet nog niet horen gebruiken.”

“Als je hoort wat een beweging als Extinction Rebellion beweert – dat miljarden mensen gaan sterven – dan bestaat de neiging om de democratie uit te schakelen, om voor een dictatuur te kiezen.”Beeld Hilde Harshagen

Hij heeft het weleens gehad over de ‘homeopathische verdunning’ van het Nederlandse volk.

“En daar heeft hij veel kritiek op gekregen. Maar goed ook. Zulke uitspraken zal hij niet zo snel meer doen, denk ik. Ik denk ook niet dat het in Nederland veel kiezers zou opleveren.”

Hoe verklaart u zijn snelle opmars?

“Hij vindt het leuk om tegenstand te hebben, om in de contramine te gaan. Hij provoceert graag, maar hij meent het ook altijd. Hij mist als het ware een gen om sociaal ongemakkelijke situaties aan te voelen en te vermijden. Hij neemt geen gas terug als zo’n situatie ontstaat, maar gaat er dan nog harder in. En hij is snel en scherp in zijn hoofd. Intellectueel is hij zijn tegenstanders vaak de baas. En zijn grote overwinning, bij de Provinciale Statenverkiezingen, heeft hij te danken aan het klimaat.”

Aan het klimaat?

“Ja, dat debat heeft hij heel slim aangepakt. Zelfs een rechtse regering, met de liberale premier Mark Rutte, dreigt in Nederland een links klimaatbeleid te voeren. Dan laat je de weg helemaal open voor Baudet, die een fris geluid is in dat debat: hij was de enige die zich afvroeg wat het ging kosten en wat het zou opleveren. Dat zijn legitieme vragen, en ze sloegen geweldig hard aan.”

Klimaatopwarming is een groot probleem.

“Er zullen zeker problemen ontstaan. Maar er wordt nogal gauw gezegd dat de democratie dit probleem niet kan oplossen. Als je hoort wat een beweging als Extinction Rebellion beweert – dat miljarden mensen gaan sterven – dan bestaat de neiging om de democratie uit te schakelen, om voor een dictatuur te kiezen. Dat is precies hetzelfde als de rechtse waarschuwing dat de barbaren voor onze poorten staan. We moeten zulke problemen in het parlement bespreken, en oplossingen zoeken.”

Maar welke dan?

“Als ik naar Nederland kijk, zie ik wel een mogelijkheid. Wij wonen hier al grotendeels tien meter onder de zeespiegel. Wij zijn bijzonder goed in dijken bouwen en in watermanagement. De vraag is dus wat wij moeten doen: ons specialiseren in zonnepanelen, of technieken voor betere dijken ontwikkelen en die exporteren naar plekken in de wereld waar ze nodig zullen zijn – zoals de Filipijnen? Voor Nederland zit daar zelfs nog een verdienmodel in. Dat debat moeten we voeren.”

Dat debat is vaak een scheldpartij.

“Dat geldt voor vele andere debatten ook. Lelijkheid is er volop. Maar het debat is wel eerlijker en opener dan ooit tevoren. Vandaag heb je als burger allerlei middelen om jezelf uit te spreken. Ook als je niet rijk of invloedrijk bent, kun je meepraten via Twitter of Facebook. De democratisering van kennis heeft een enorme vlucht genomen. Dat is zeer gezond, want het gaat machtsmisbruik tegen.”

En het werkt fake news in de hand.

“Dat is een gevaar. De democratisering van het debat doet soms pijn, zeker aan de elite, die gewend is om altijd zelf de touwtjes in handen te houden. De patiënt die tegen de dokter zegt dat hij kanker heeft, de leek die de wetenschapper tegenspreekt – dat is tegenwoordig perfect mogelijk, omdat mensen toegang hebben tot alle denkbare informatie. Dat moet de elite accepteren, gezag is niet meer vanzelfsprekend.”

In de wetenschap heeft dat nadelen.

“Dat is zo. Ik had laatst twee uur lang een discussie met een jongedame die gelooft in de flat earth theory, sinds ze daarover op YouTube verschillende filmpjes heeft gezien. Ik heb haar idee niet meteen weggewuifd, maar heb haar uitgedaagd en vragen gesteld. En uiteindelijk leek ze bereid om er nog eens over na te denken. Mensen zomaar meteen dom noemen, is geen goed idee. Dat geldt ook voor politici en bestuurders. Zij moeten vandaag meer dan vroeger moeite doen om mensen ergens van te overtuigen.”

En lukt dat nog met argumenten?

“Ik ben op dit punt misschien wat idealistisch, maar ik geloof dat je de redelijkheid in mensen kunt aanspreken. Iemand die de Holocaust ontkent, kun je volgens mij van zijn ongelijk overtuigen. In de marge van de samenleving zullen altijd rare figuren bestaan die geloven in buitenaardse wezens, maar is dat zo erg? Mensen hebben altijd al rare ideeën gehad, alleen hebben ze nu de mogelijkheid om die ideeën te verspreiden. Dat is een neveneffect van de ongekende democratisering van het publieke debat.”

In een interview met De Standaard Weekblad zei u ooit dat we vandaag misschien te hoge verwachtingen hebben van de democratie.

“Ja, dat idee wordt ook uitgewerkt in het boekje Overspannen democratie van mijn landgenoot Gijs van Oenen. Ik ben er niet zo cynisch over als hij, maar ik zie dat mensen steeds meer naar de overheid kijken als ze een probleem hebben. De burger is een consument geworden, en de bureaucratie wordt almaar groter. Dat is iets wat de Franse aristocraat Alexis de Tocqueville al begin negentiende eeuw schreef in zijn boek Over de democratie in Amerika. In Nederland vraagt men zelfs aan de premier om zich uit te spreken over Zwarte Piet.”

Misschien omdat die discussie in Nederland bijna tot geweld heeft geleid?

“Dat is zo. En als het gaat om officiële intochten, moeten bestuurders natuurlijk de knoop doorhakken: wordt het Zwarte Piet of Roetpiet of Glitterpiet of Stroopwafelpiet, voor mijn part? Maar het gaat om een volksfeest, dus in principe hoeft de premier zich daar niet mee te bemoeien. In de negentiende eeuw zou dat ondenkbaar zijn geweest.”

Over Trump: “Ik ben niet per se een fan, maar hij is wel een van de meest vreedzame Amerikaanse presidenten sinds lang.”Beeld AP

U neemt die discussie niet ernstig?

“Nee. Ik heb ooit de kans gehad om daarover te debatteren in De wereld draait door, hét programma waar je als Nederlands auteur wil zitten, maar ik heb dat geweigerd. Ik ga niet over Zwarte Piet zitten discussiëren. Ik ben er ondertussen wel van overtuigd dat veel mensen nu eenmaal aanstoot nemen aan die figuur, en dat het wel een kwestie van fatsoen is om van die Piet geen zwarte slaaf uit de 19de eeuw te maken. Dat is te kwetsend voor heel wat mensen. Maar voorts is dit toch vooral een Amerikaans debat.”

Hoe bedoelt u?

“Nou, de Amerikanen hebben natuurlijk een hele geschiedenis met slavernij op eigen bodem. Die geschiedenis hebben wij in Nederland niet, althans niet op eigen bodem. Wij hebben hier nooit mensen opgehangen als strange fruit aan de bomen, zoals Billie Holiday zong. Wij hebben wel een geschiedenis van kolonisatie, maar de mensen van kleur – zoals je dat tegenwoordig moet zeggen – die in Nederland wonen, zijn hier niet eeuwenlang onderdrukt en ondergeschikt gemaakt, zoals zwarten in de VS.”

Hoe kijkt u naar de identiteitspolitiek?

“Je ziet die zowel op links als op rechts. Blijkbaar voelen veel mensen zich erg onzeker over wie ze zijn. Op rechts merk je dat kiezers het gevoel hebben dat men alles van hen wil afpakken – tot en met Zwarte Piet, dus. Alles staat ter discussie, en daar worden mensen erg moe van. Dus zetten ze de hakken in het zand. Kijk ook naar het protest van de boeren, die veel hebben moeten investeren in hun stallen en nu te horen krijgen dat hun veestapel kleiner moet, omdat ze te veel stikstof uitstoten.”

Ook dat heeft tot veel commotie geleid.

“Ja, er was zelfs een boer die zei dat het begon te lijken op de Jodenvervolging in de jaren dertig. Dat is een compleet absurde uitspraak, natuurlijk. Maar daaraan zie je dus hoe iemand die het niet gewoon is om deel te nemen aan het publieke debat, uit de bocht kan gaan. Veel sympathie zal zo’n uitspraak de boeren niet opleveren. Terwijl het voor boeren in Nederland juist heel makkelijk zou moeten zijn om de sympathie van de bevolking te krijgen. Nederland houdt van zijn boeren.”

In Vlaanderen wil de overheid een historische canon laten samenstellen door een aantal experts. Goed idee of slecht idee?

“Slecht idee. In Nederland voeren we die discussie ook opnieuw, er is een commissie aangesteld om de canon te herzien. Ik begrijp het idee wel, dat men mensen een beeld wil geven van de geschiedenis. Maar het probleem is dat je jezelf met een canon in vijftig vensters letterlijk aan hokjesdenken bezondigt. Daarnaast ben je ook geneigd om elk wat wils te geven. Voor de Surinamers doen we iets over slavenhandel, voor de Joden iets over Anne Frank en de Jodenvervolging, en ga maar door.”

Dat is toch juist goed?

“Nee, want zo wordt het identiteitspolitiek, maar dan in een ander jasje. Je mag de vele facetten van de geschiedenis niet los van elkaar zien. Dan houd je geen groot verhaal over de geschiedenis meer over. En dat is juist wat wij historici moeten vertellen.”

Maar niet iedereen kan zich in de geschiedenis verdiepen. Is zo’n canon voor de modale burger toch niet zinvol?

“De discussie erover kan interessant zijn, dat geef ik toe. Maar de uitkomst kan rare resultaten opleveren. Denk maar aan de verkiezingen van de Grootste Nederlander die wij ooit hebben gehouden: daarin moest Willem van Oranje het uiteindelijk opnemen tegen Pim Fortuyn. Dat is een beetje raar. Het is veel beter en interessanter om de samenhang der dingen te laten zien, dan aparte vensters.”

Wat vindt u van de critici die zeggen dat de Gouden Eeuw helemaal niet zo geweldig was als we altijd hebben gedacht? Dat is een actueel debat in Nederland.

“De zeventiende eeuw heeft niet alleen Nederland gevormd, maar heeft ook een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van de democratische rechtsstaat. Denkers zoals Spinoza, John Locke en Montesquieu hebben hier gewoond en gepubliceerd. Mag je die zeventiende eeuw dan geen Gouden Eeuw noemen?”

Er was ook de slavenhandel, de kolonisatie, en noem maar op.

“Dat is juist. Ook in Nederland zelf heeft niet iedereen van die Gouden Eeuw geprofiteerd. Voor een turfsteker of keuterboer in de zeventiende eeuw was het leven niet zo fraai.”

Maar het was niet alleen maar een Gouden Eeuw. Terwijl Thierry Baudet wel erg zijn best doet om te benadrukken dat het dat wél was.

“Ik vind beide benaderingen even fout. Ik heb het trouwens heel erg moeilijk met de sentimenten trots en schaamte. Dat is een veel te narcistische manier om naar de geschiedenis te kijken. Hoe kan ik nu trots zijn op iets wat iemand driehonderd jaar geleden heeft gedaan op de plek waar ik woon? Voor schaamte geldt hetzelfde: wat heb ik nu te maken met de Holocaust? Ik voel me daar ongemakkelijk bij, ik vind dat een dieptragische gebeurtenis, maar ik voel er geen schaamte over.”

Dan bent u geen nationalist?

“Dat is een interessante kwestie. Ik moest onlangs lachen toen ik bij een lezing was van Kwame Anthony Appiah (Ghanees-Amerikaans filosoof, red.), die een pleidooi hield voor nationalisme: zonder nationalisme zou er vandaag geen onafhankelijk Ghana zijn, zei hij. En die uitspraak had het publiek duidelijk niet verwacht, want Appiah is vooral populair bij kosmopolieten. Dat is toch iets merkwaardigs: veel progressieve mensen zijn wars van nationalisme, behalve als het over het nationalisme gaat van gekoloniseerde landen die onafhankelijk werden.”

Zoals progressieve intellectuelen in Vlaanderen diepe gesprekken kunnen voeren over de Russische ziel zoals grote Russische schrijvers die verbeelden, maar ineenkrimpen van afkeer als het over de Vlaamse ziel gaat.

“Dat is het helemaal. Daar heb ik laatst nog een column over geschreven. Die hypocrisie getuigt van een dubbele standaard. Ik ben niet per se een enorme nationalist, maar op z’n minst wel een beetje patriottisch. Toen oud-CDA-leider Sybrand Buma eens suggereerde om kinderen op school het volkslied te leren, vonden velen dat eng. Ik vond dat juist een goed idee.”

Zal de Europese Unie erin slagen om het nationalisme te overwinnen?

“Niet op deze manier. Misschien in de toekomst ooit, maar de EU is niet op de goede weg. Men zou de diversiteit moeten omarmen, in plaats van top-down een nieuwe Europese identiteit te willen smeden, met een vlag en een volkslied. Zo werkt dat niet. Het moet van onderuit groeien. De Erasmusbeurzen creëren weliswaar een gevoel van samenhorigheid, maar die zijn toch alleen gericht op de hoogopgeleide elite. Ook dat is niet slim, want het versterkt het idee bij vele burgers dat de EU er alleen voor de elite is.”

Volgt u het debat in Vlaanderen?

“Te weinig. Al heb ik wel filosofen zoals Tinneke Beeckman en Maarten Boudry leren kennen, bijvoorbeeld. En Etienne Vermeersch volgde ik ook wel, toen hij nog leefde. Ik vind in het algemeen wel dat er in het academische debat in Vlaanderen nog veel meer strenge politieke correctheid zit. Wat Maarten Boudry allemaal over zich heen heeft gekregen naar aanleiding van die leerstoel-Vermeersch vond ik schandalig. Je weet dat die tegenstand kwam van jaloerse collega’s die het niet kunnen verkroppen dat hij zoveel succes heeft.”

U hebt het ooit voor Boudry opgenomen, toen hij na een vergelijking van de nazi’s met Islamitische Staat een storm over zich heen kreeg.

“Hij maakte daar een volstrekt correct punt. Hij verdedigde de nazi’s niet, maar wees er wel op dat het niet in hun cultuur zat om te pronken met hun wandaden. Er zijn geen propagandafilms gemaakt over de concentratiekampen, integendeel, filmpjes van Hitler straalden louter vrede en samenhorigheid uit. IS, daarentegen, verspreidde zelf die onthoofdingsvideo’s. Maarten is een onafhankelijk denker, die wars is van dogma’s. Dat kun je niet van alle academici zeggen. Velen onder hen zijn veel te activistisch.”

“Als wetenschapper moet je een beetje, hoe zeg je dat, schroomvallig omgaan met je politieke overtuigingen.”Beeld Hilde Harshagen

Geef eens een voorbeeld?

“Leo Lucassen (Nederlands historicus, red.). Hij doet onderzoek over migratie en neemt politieke standpunten in. Dat mag, hoor. Maar ik vind het onverstandig en oninteressant. Wat kan mij het nou schelen wat hij vindt van de huidige migratiestromen? Ik wil weten hoe het vroeger ging. Ik wil zien wat de verschillen en overeenkomsten zijn met vandaag. Niet wat hij ervan vindt. Dat soort activisme is slecht voor de reputatie van de wetenschap. Als wetenschapper moet je een beetje, hoe zeg je dat, schroomvallig omgaan met je politieke overtuigingen.”

Het wordt u ook verweten, niet?

“Dat kan, maar ik ben wars van politiek activisme.”

U noemt nieuw-rechts een goede zaak voor de democratie.

“Daarmee zeg ik niet dat ik het eens ben met de nieuw-rechtse standpunten. Helemaal niet. Ik vind bijvoorbeeld dat ze op een verkeerde manier omgaan met de islam: door die godsdienst te behandelen als een politieke ideologie miskennen ze de religieuze dimensie van het bestaan. Dat is gevaarlijk. Maar die rechtse visie mag in een democratie wel vertegenwoordigd worden. Diversiteit is erg belangrijk, maar echte diversiteit is ook diversiteit aan opinies. Vooruitgang ontstaat alleen uit de botsing van ideeën.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234