Zondag 20/10/2019

Interview

“Na de verkiezingen sprak mijn zoontje drie dagen niet tegen me, omdat ik had verloren van Bart De Wever”

‘Ik, de redder van de sp.a? Als ik dat hoor, heb ik goesting om gillend weg te lopen.’ Beeld Marco Mertens

Anderhalf jaar geleden zat ze niet eens in de politiek. Vandaag is ze, ondanks een ferme dreun van de Antwerpse kiezer, uitgegroeid tot de hoop van een hele partij. Het doet Jinnih Beels – ex-politievrouw en kind uit de sloppenwijken van Calcutta – amper met de ogen knipperen. Wat misschien wel wringt, is dat het kersverse sp.a-lid haar zo gekoesterde politieke maagdelijkheid dreigt te verliezen door een coalitie te vormen met Bart De Wever. Maar “ik ben er fier op dat ik van mening durf te veranderen.”

De hele kiescampagne lang stond Jinnih Beels op haar onafhankelijkheid. Op de verkiezingsavond besliste ze dan toch een partijkaart aan te schaffen, om alle ontredderde sp.a-militanten een hart onder de riem te steken.

Jinnih Beels: “Ondanks de grote ontgoocheling voelde ik dat onze mensen zich optrokken aan mijn aanwezigheid. Ik wou hun duidelijk maken dat ik nog geloof in de sp.a.”

Vóélt u zich nu ook politica?

“Nee, dat zal nog een tijdje duren. Ik heb geen dubbele agenda zoals sommige beroepspolitici. Die denken vijf stappen vooruit of azen op postjes. Ik ben een zuivere idealiste die maar met één ding bezig is: een betere stad. En ik ben verstaanbaar voor de mensen, ik draai niet rond de pot.” 

Tijdens de campagne betwijfelde u nog of politiek wel iets voor u was.

“Nog altijd. Sommige dingen blijven me verbazen. Die opzegvergoedingen voor uittredende parlementsleden: degoutant. Honderdduizenden euro's, hoe leg je dat uit aan mensen die hun kinderen met een lege brooddoos naar school moeten sturen? Als politici nog een beetje geloofwaardigheid willen behouden, moeten ze daar komaf mee maken. Walk your talk: geef ze een opzeg zoals elke andere mens die zijn job verliest.”

Wat schokt u nog meer aan de politiek?

“De schizofrenie. Tijdens de campagne moet je je tegenstanders afmaken in debatten, maar in de coulissen zit je samen te lachen en sandwiches te eten, zélfs met Filip Dewinter. Mensen verweten me dat ik hem een kus gaf ter begroeting, maar het is moeilijk om vijf mannen een kus te geven en de zesde koudweg over te slaan.”

Meyrem Almaci doet dat wel.

“Een kus is misschien te veel, maar ik ben goed opgevoed. En ik heb geleerd dat je op straat met iederéén moet praten, of je krijgt problemen.

“Sinds de verkiezingen is de schizofrenie nog groter. Plots worden alle dure eden ingeslikt en moet je met je vijanden samenwerken. Ik was verbaasd toen Groen met De Wever ging praten: tijdens de campagne hadden ze bij hoog en laag gezworen dat ze nóóit met hem in een coalitie zouden stappen.”

U doet toch hetzelfde? Vlak voor de verkiezingen zei u in Humo: 'Ik ben destijds weggegaan bij de Antwerpse politie omdat ik niet kon leven met het beleid van De Wever. Dan zou het toch bijna hypocriet zijn als ik straks met hem een coalitie maak?'

“Maar ik sloot het nooit úít, dat is een groot verschil. De kloof met de N-VA blijft gigantisch, maar ik heb geleerd dat je na de verkiezingen in een andere wereld terechtkomt. En ik ben er fier op dat ik mijn mening durf te herzien. De winnaars van de verkiezingen wilden niet samen aan tafel gaan. Daardoor is het nu aan ons, de verliezers, om wél verantwoordelijkheid op te nemen.”

U voelt zich misschien nog geen raspolitica, maar u praat al wel zo.

(zucht) “Ik begrijp dat mensen kwaad zijn en zeggen: 'We hebben voor links gestemd en nu gaat zij met rechts aan tafel.' Maar als iedereen elkaar uitsluit, is er niks meer mogelijk. Hier moet een stad bestuurd worden, hè. We willen onze kleinkinderen later kunnen vertellen dat we de tanker in een andere richting hebben geduwd. Trouwens, voor de N-VA is de bocht misschien nog groter dan voor ons.”

De Wever heeft de N-VA grootgemaakt, hij kan zich intern wel wat veroorloven.

“Het klinkt misschien raar, maar ik ben wat jaloers op hun partijdiscipline. De Wever is de keizer en zijn partijgenoten volgen hem. Er zal intern wel weerstand zijn, maar dat komt niet naar buiten. Die eendracht missen wij. Interne discussies zijn gezond, maar als we ooit weer een grote partij willen worden, moeten we dringend aan de buitenwereld tonen dat we aan één zeel trekken.”

Geel jurkje

U kwam de politiek binnen als sidekick van Wouter Van Besien en Tom Meeuws. Na de breuk van Samen bombardeerde de sp.a u tot kopvrouw. Moest u daar lang over nadenken?

“Nee, dat doe ik nooit. Als ik íéts kan, is het snel knopen doorhakken. Ik heb geen schrik om mijn grenzen te verleggen.”

Dat getuigt van zelfvertrouwen.

“Ja. Al hou ik er ook rekening mee dat ik kan falen. Verliezen is niet erg, de manier waaróp telt. Daarom heb ik me die slechte verkiezingsuitslag niet te lang aangetrokken. Door de breuk van Samen waren we nu eenmaal begonnen met een blok aan ons been.”

Een deel van dat blok heette Tom Meeuws, die in opspraak kwam door zijn contacten met Land Invest en zijn verleden bij De Lijn. Toch bleef u hem steunen.

“Een échte leider staat achter zijn manschappen, in goede en slechte tijden. Als ik niet in Tom geloofde, had ik dat lijsttrekkerschap nooit aanvaard. Hij is een man met visie en ik bewonder zijn incasseringsvermogen.”

Meeuws en De Wever konden elkaar vóór de verkiezingen wel de kop inslaan. Nu onderhandelen ze samen en fluisteren N-VA'ers: 'Je moet opletten of hij charmeert je broek eraf.'

“Ik zei toch dat het een schizofrene wereld is? (lacht) Wat er tussen die twee speelt, weet ik niet. Als politievrouw ga ik uit van feiten.”

Hebben ze onder vier ogen de plooien gladgestreken?

“Dat weet ik niet.”

Meeuws is uw coach en leidt uw onderhandelingsteam. U weet dat wel.

“Als er al zo'n gesprek is geweest, was ik daar niet bij. Het zijn allebei professionals die hun persoonlijke aversie opzij kunnen zetten in het belang van de stad. Dat is toch sterk?”

Hoe is de toenadering na de verkiezingen tot stand gekomen?

“De Wever heeft ons gewoon uitgenodigd, net als de andere partijen. Zoiets weiger je niet, anders laat je kansen liggen. Iedereen ziet dat hij met de rug tegen de muur staat: zijn huidige meerderheid is te krap en Groen wil niet.”

Eigenlijk staat u alle drie met de rug tegen de muur. Als de gesprekken mislukken, rest de chaos.

“Dat is ons probleem niet. Wij gaan doen wat we kunnen, maar of het lukt?”

Bij de start van de onderhandelingen droeg u een T-shirt met het opschrift: 'Chocolade is beter dan therapie.' De Wever is chocolade, de oppositie therapie?

“Misschien wou ik gewoon zeggen dat De Wever ons genoeg chocolade moet geven (lacht). Humor kan het ijs breken in een onderhandeling, van zulke tactieken ben ik niet vies.”

U denkt wel vaker na over uw kledij. Dat blauwe jurkje op de verkiezingsavond bleef ook niet onopgemerkt.

“Ik wou eerst iets geels nemen, maar dat mocht niet van de partij.” (schatert) 

Beeld Marco Mertens

Machtsverslaafd

U gaat met 11,4 procent van de stemmen proberen wat Groen met 18 procent niet aandurfde. Sommige sp.a'ers vrezen dat u te zwak staat om een goed akkoord te maken.

“Ik denk dat veel mensen appreciëren dat we dit durven. Er is te weinig lef in de politiek. Maar ik begrijp ook het wantrouwen van onze achterban. De manier waarop de N-VA de socialisten de voorbije jaren heeft aangevallen, heeft wonden geslagen. Maar die emoties moeten we aan de kant zetten. Als je je laat leiden door emoties, neem je slechte beslissingen.”

Waarom heeft de sp.a zich na de verkiezingen niet aan Groen gekoppeld, zodat De Wever tegenover een links blok stond?

“Wie zegt dat Groen daartoe bereid was? Wie zegt dat wij dat niet hebben geprobeerd?”

U hebt het dus geprobeerd.

“Dat is interne keuken. Maar denk je echt dat De Wever in zee zou gaan met twee linkse partijen? Dan krijg je een oorlog van zes jaar en vereng je je politieke doel tot het wegkrijgen van De Wever. Terwijl het doel moet zijn: een beter bestuur.”

Is een deel van uw partij niet gewoon verslaafd aan de macht?

“Die mensen heb je in elke partij.”

Dat is zeer eerlijk.

“Ik verkoop geen blaasjes. Maar wie mij kent, weet dat ik dit niet doe voor de postjes. Bij de politie had ik zekerheid en een fantastisch loon.”

Bart Brinckman voorspelde vóór de verkiezingen al in Humo: ‘Sp.a is tot veel bereid, die partij bloedt te hard in de oppositie.'

“Heeft de oppositie Groen dan zo ver gebracht? Als het doel was de meerderheid te breken en een progressieve coalitie te maken, kun je dan nu zeggen dat je de grote winnaar bent? Links heeft gewoon collectief gefaald.”

Gelooft u dat De Wever kan vervellen tot een tweede Bart Somers? Die begon in Mechelen ook met een nultolerantiebeleid tegen criminaliteit, maar verkoopt zich nu als de grote verzoener tussen de gemeenschappen.

“Daarvoor ken ik hem niet goed genoeg. Ik hou wel van Somers' visie, maar zelfs hij stoot op drempels. Denk maar aan de problemen met racisme in zijn politiekorps. We zullen zien of De Wever, met zijn palmares, in staat is tot een verzoenend beleid.”

Heeft hij dat al beloofd?

“Er is nog geen enkele belofte gemaakt.”

Groen stelde als voorwaarde dat De Wever het partijvoorzitterschap zou opgeven, omdat die rol hem aanzet tot forse uitspraken.

“Die dubbele pet is duidelijk niet gezond voor de stad, maar we kunnen ons toch niet moeien met de interne werking van de N-VA?”

De N-VA zal u wel enkele mooie trofeeën gunnen inzake mobiliteit en luchtkwaliteit. Al was het maar om Groen het gras voor de voeten weg te maaien.

“Een links mobiliteitsbeleid als troostprijs zal niet volstaan. Wij willen op alle domeinen zo ver mogelijk gaan. Onze prioriteiten blijven dezelfde: sociaal beleid, onderwijs, samenleven.”

Een maand geleden zei u dat u geen schepen zou worden onder De Wever. Recent ontstond daar twijfel over. Hoe zit het nu?

“Ik heb gezegd dat het water tussen ons diep is. Om de gesprekken alle kansen te geven, ga ik dat niet herhalen. Het draait niet om mij.”

Toch wel. Veel partijleden zien in u de redder van de sp.a. De partij trekt aan uw mouw om volgend jaar lijsttrekker te worden in Antwerpen. En vanwege de decumul kan dat niet als u schepen bent.

“De redder van de sp.a? Als ik dat hoor, heb ik goesting om gillend weg te lopen. Als we erin slagen onszelf opnieuw uit te vinden, zal dat de verdienste zijn van een hele ploeg, die op een andere manier aan politiek zal moeten doen. Daar wil ik graag deel van uit maken, maar ik weiger om hét gezicht te zijn.”

Batteren

Denkt u niet dat korpschef Serge Muyters stilaan nerveus wordt? Bij de Antwerpse politie kwam u frontaal met hem in botsing. Stel je voor dat u schepen wordt.

“Ik heb vier jaar onder hem gewerkt en hij was een goede baas. Maar met de komst van het nieuwe stadsbestuur veranderde de kijk op diversiteit. Het stoorde me dat sommige bevolkingsgroepen op een voetstuk werden geplaatst, terwijl andere werden gestigmatiseerd. Dat kon ik niet verkopen in de wijken waar wij rondliepen.”

U betreurde ook dat de wijkwerking werd afgebouwd.

“Politiemensen moeten wándelen in hun buurten. In een combi zie, hoor en voel je minder, en ben je niet aanspreekbaar. Voor mij heeft politiewerk twee kanten: de vriendelijke, preventieve kant en de stoere, repressieve kant. Onder het huidige bestuur gingen haast alle middelen naar repressie.”

Toen u daar tijdens de campagne op hamerde, schreef Muyters een brief aan zijn manschappen: 'Trek jullie maar niets aan van wat bepaalde Pinokkio's allemaal beweren in de pers.'

“Ik vond dat een korpschef onwaardig. In zijn functie moet hij zich onthouden van politieke meningen. Die brief was een zware fout. Dat hij ermee wegkwam, is helemáál zorgwekkend. De burgemeester had hem moeten terugfluiten. Maar verder lig ik niet wakker van Muyters. Zijn visie op politiewerk en diversiteit is niet de mijne, maar ik heb niks tegen zijn persoon.”

Wat was uw bangste moment bij de politie?

“Oudjaar 2008. Ik was nog maar een maand diensthoofd. De AEL hield op het Kerkplein in Borgerhout een wake voor de slachtoffers van de bombardementen in Gaza. Toen we daar met zes collega's aankwamen, zag het plein zwart van het volk. Ik voelde meteen dat het uit de hand zou lopen. Er liepen gemaskerde jongeren rond, er stond al een vlag in brand, een bus werd klemgezet en aangevallen. In een mum van tijd stonden we midden in die razende massa. Ik probeerde de gemoederen te bedaren en zette een grote bek op tegen die gasten: als ze ruiken dat je schrik hebt, ben je gezien. Gelukkig waren we daar in burger, want als ze hadden geweten dat we politie waren, was het fout gelopen.

“Na een tijd rukten ze op naar de Joodse buurt, terwijl ze een spoor van vernieling trokken door de stad. Auto's, verkeersborden, winkelruiten, alles moest eraan geloven. Pas vlak bij de Joodse wijk werden ze gestopt door een grote ordetroepenmacht. Dat was een zware clash. De les die ik daaruit trok, was dat we de wijken in moesten om te weten wat er leefde. De maanden nadien stonden we bijna wekelijks tussen de relschoppers. We hebben vaak hoerenchance gehad. Maar dankzij onze cultuur van onderhandelen slaagden we erin om de lont uit het kruitvat te halen. En niet alleen bij allochtonen, maar ook in betogingen met vakbonden en havenarbeiders.”

Beeld Marco Mertens

Nooit een pak slaag gekregen?

“Nooit. Dat bewijst dat onze aanpak werkte. Die gasten hadden respect voor ons omdat wij naar hen luisterden, en niet alleen in hun wijk kwamen als het ambras was. Maar ik heb niet alleen gepraat, hoor. Soms was het ook batteren.”

Kijkt u naar programma's als Niveau 4 of Politie 24/7?

Niveau 4 heb ik nog niet gezien, maar van Politie 24/7 krijg ik het op mijn heupen. Politiewerk is veel rauwer dan daar wordt getoond. Het is stress, angst, kalm blijven onder moeilijke omstandigheden. En af en toe zwaar uit je rol vallen.”

Er circuleren verhalen van politiemensen die hardnekkige moslimboefjes mishandelen door salami en hesp in hun mond te duwen, of een matrak in hun anus.

“Zulke zaken gebeuren helaas. Het is vaak werken in stresserende omstandigheden. En als mensen niet voor rede vatbaar zijn, is er soms een harde hand nodig. Maar wat je beschrijft, kan natuurlijk niet.”

De redenering van die hardhandige flikken is: 'Het parket laat hen toch lopen, dus zullen wij hen wel eens straffen.'

“En de huidige politiecultuur in Antwerpen voedt die cowboys. We mogen niet evolueren naar een Amerikaans model, want dat creëert haat langs beide kanten. De politie moet bruggen bouwen.

“Binnen het Antwerpse korps waren wij niet populair, hoor. Wij waren de softies die thee gingen drinken in de vzw's en moskeeën. Het feit dat we resultaat haalden, zónder matrak, werd ons niet in dank afgenomen. Maar een kolkende massa proberen te kalmeren met woorden alleen ís niet soft: je matrak nemen is veel gemakkelijker. En wat is dan de volgende stap? Je wapen trekken tegenover vijfhonderd relschoppers? Dat haalt niks uit: de volgende dag moet je opnieuw die wijk in, zonder grote troepenmacht. En als dat niet meer kan, krijg je no-gozones. Die hebben we gehad in Antwerpen. Er was een periode waarin we ons alleen nog in burger konden vertonen in buurten zoals de Abdijstraat. Gelukkig is dat voorbij, met dank aan óns werk.”

Sommige machoflikken betreuren dat er steeds meer vrouwen van 1 meter 50 worden aangenomen. 'Als het heet wordt, staan we er alleen voor,' zeggen ze.

(boos) “Dat is zó seksistisch! Alsof vrouwen niet kunnen batteren. Mijn echtgenoot – ook politieman – zegt óók altijd dat hij liever met zijn maat naar een vechtpartij gaat dan met mij. Maar ik ben vaak naar rellen en opstootjes gegaan: wij hadden nooit problemen. Sommige vrouwen kunnen zich beter verdedigen dan beren van 1 meter 90. En vrouwen slagen er doorgaans beter in om een situatie te ontmijnen zónder dat er geklopt wordt. Daarom ben ik voor gemengde teams. Als je twee cowboys naar een vechtpartij stuurt, wéét je dat er gebatterd zal worden.

“Toegegeven, de laatste jaren komen er wel poppemiekes binnen waarvan ik denk: 'Duw ertegen en ze vallen om.' Maar dat heeft meer te maken hun uitstraling dan met hun gestalte. Als vrouw moet je er stáán. En als je nooit wilt vechten, moet je niet bij de politie gaan.”

Na uw vertrek uit Antwerpen werd u commissaris in Mechelen. Een collega verspreidde een fotocollage van u, met de tekst: 'Jou (sic) kleur staat mij niet aan.' De rechter beschouwde dat als humor en sprak hem vrij.

“Dat je tegen mij persoonlijk een grapje maakt over mijn huidskleur, is niet erg. Maar dat je zoiets verspreidt onder politiemensen met een voorbeeldfunctie, die dagelijks moeten werken voor mensen die gediscrimineerd worden, is onvergeeflijk. En dan was hij nog zo laf om te beweren dat het een grap was.

“Ik wist dat de rechter hem zou vrijspreken. Er was geen hard bewijs dat hij wou aanzetten tot haat. Dat is het eeuwige probleem van die racismewet: de morele component is vaak moeilijk aan te tonen.”

Had Bart Somers de dader moeten straffen?

“Daar hoop ik nog altijd op. Als Somers hem ermee laat wegkomen, geeft hij het signaal dat het voor herhaling vatbaar is. De schade die dat incident heeft aangericht in Mechelen is enorm. We moesten van nul herbeginnen. De jongerenorganisaties waarmee ik een band probeerde op te bouwen, zeiden: 'Jinnih, als jij al de risee van je korps bent, waarom zouden wij dan met de politie samenwerken?' Geen enkele jongere gelooft daar nog dat de Mechelse politie niet racistisch is. Dat is dramatisch, want in dat korps zitten ook veel integere mensen.”

Trauma in India

Wat was het zwaarste moment tijdens uw verkiezingscampagne?

“De campagne was slopend, maar de ergste tik kwam op de verkiezingsavond, toen ik naar huis belde en mijn zoon niet aan de telefoon wou komen. Hij was woedend: het hele jaar had ik hem amper gezien, en tóch had ik verloren van De Wever. Dat begreep hij niet. 'Was het dat dan allemaal waard, mama?' vroeg hij. Ik voelde me nog zo groot. (houdt duim en wijsvinger vlak bij elkaar) Drie dagen lang sprak hij niet tegen mij.”

En? Wás het dat nu allemaal waard?

“Ja. Ik zou het opnieuw doen. Maar hoe leg je dat uit aan je kind, dat daar het slachtoffer van is geweest? Mijn echtgenoot raadde me aan om hem even met rust te laten. Heel moeilijk voor mij, ik heb graag de touwtjes in handen. Maar ik heb op mijn tanden gebeten, en uiteindelijk kwam hij zelf weer naar me toe. Je kunt je inbeelden wat hij denkt van onze gesprekken met De Wever. (lacht) 'Je strijdt een heel jaar tegen hem en nu gaan jullie samenwerken? Zijn jullie zot geworden?' Voor een kind van 11 is de wereld zwart-wit, hè. In zijn logica verkies ik De Wever boven hem.

“Hij snapt niet waarom ik zo vecht voor een stad die hij niet kent. Hij is hier geboren, maar daarna zijn we verhuisd naar Westerlo. Dat is zijn thuis. Ondertussen wonen we terug in Antwerpen, maar mijn zoon gaat nog altijd naar school in de Kempen. We hebben hem de kans gegeven om het zesde leerjaar nog in zijn vertrouwde school af te werken, omdat hij doodongelukkig was over onze verhuizing. Tijdens de week vangt mijn vader hem daar op. Maar volgend jaar zal hij naar een Antwerpse middelbare school gaan.”

'Wat die politici in hun egoïsme en zelfadoratie hun gezinnen aandoen, is niet met woorden te vatten,' schreef Kaaiman onlangs in De Tijd.

“Dat is een pijnlijke waarheid. Al heeft het bij mij niet te maken met zelfliefde, maar met idealisme. De eerste vier levensjaren van mijn zoon heb ik ook grotendeels gemist, omdat ik baanbrekend werk aan het doen was bij de cel Diversiteit. Het is de aard van het beestje.

“Tijdens de campagne zei ik tegen mijn man: 'Als ik ooit nog eens zo'n briljant idee heb, wil je me dan vastbinden op een stoel? Waarom kan ik niet gewoon in een supermarkt gaan werken?' 'Doe geen moeite,' zei hij. 'Waar je ook gaat, jij zult altijd en overal op de barricades staan.' Dit is wie ik ben, het heeft geen zin om daartegen te vechten.

“En alles in perspectief, hè: in vergelijking met de meeste kinderen is mijn zoon rotverwend. Ik weet waarover ik praat: ik ben geboren in de sloppenwijken van Calcutta. Mijn moeder was een Indiase moslima, mijn vader een Belg die voor een groot scheepsbedrijf werkte. Ik zag hem nooit, maar hij onderhield ons wel. Daardoor hadden we het iets minder slecht dan de meeste mensen in de wijk. Mijn moeder wou dat ik naar school ging, hoewel die heel ver weg lag. Veel andere gezinnen konden zich dat niet veroorloven: zodra hun kinderen groot genoeg waren, moesten ze werken.”

Toen u 3 was, werd uw moeder vermoord.

“Uit jaloezie. Mensen konden het niet verkroppen dat we uitzicht hadden op een beter leven. Mijn familie wees de daders aan, maar ze werden nooit gestraft. Vanaf die dag had ik maar één doel: politievrouw worden. Ik wou voorkomen dat anderen hetzelfde zouden meemaken.”

Een maand later stierf ook uw grootmoeder.

“Van verdriet, denk ik. Mijn vader vond het niet meer veilig om me in die wijk te laten. Hij plaatste me in een internaat, bij een bevriende directeur. Pas drie jaar later waren alle papieren in orde om me naar België te halen. Het afscheid was hartverscheurend. Ik moest iedereen achterlaten om bij een onbekende vader en grootmoeder te gaan wonen, in een vreemd land. Op het vliegtuig wilde ik niet naast hem zitten. Ik riep dat ik hem niet kende.”

Toen al een fel karaktertje?

“Mijn vader heeft afgezien. Maar hij bleef altijd rustig. De eerste maanden in Antwerpen huilde ik mezelf elke avond in slaap. Ik kon dat verdriet ook met niemand delen. Heftig voor een zesjarige, hoor. Ik heb het heel lang moeilijk gehad om contacten te leggen met mensen. In de lagere school lukte het nog net. Dat was een warme familie, zo'n klasje met een tiental kindjes, en een fantastische juf. In het eerste leerjaar lachte een klasgenootje me uit omdat ik bij een prentje niet het woord 'boom' kon zetten. Die vloog meteen de hoek in. Van de juf mocht ik in het Engels zeggen wat ik zag. Daardoor voelde ik me veilig en geborgen. Drie maanden later sprak ik Nederlands en had ik een hechte band met mijn klasgenoten opgebouwd.

“Maar in het vijfde leerjaar besliste mijn grootmoeder dat ik naar een andere school moest. De hele zomervakantie lang huilde ik, omdat ik wéér opnieuw moest beginnen. Elke keer dat ik me aan mensen hechtte, moest ik ze achterlaten. Dan is het logisch dat je in jezelf keert, uit zelfbescherming. Op mijn nieuwe school, het Pulhof in Berchem, had ik maar één vriendin. Voor de anderen stelde ik me niet open.

“Op het eerste gezicht lijk ik heel sociaal, maar eigenlijk ben ik introvert. Het voorbije jaar heb ik serieuze drempels moeten overwinnen. Al die schijnwerpers en aandacht voelen heel oncomfortabel aan. Ik ben het liefst thuis, op mijn eigen, met een boek of één van mijn duizenden series. Als tiener ging ik zelfs nooit uit, mijn vader vond dat fantastisch. Boeken en films, meer had ik niet nodig.”

Is uw jeugdtrauma al volledig verwerkt?

“Ik denk van wel, maar het blijft een litteken. Het heeft me gemaakt tot wie ik ben, het heeft mijn levensloop gekleurd, en het bepaalt nog altijd waarvoor ik vecht. Maar ik besef ook dat ik nog chance heb gehad: als mijn vader geen Belg was geweest, had ik nu misschien tien kinderen.”

Bent u nog teruggekeerd naar India?

“Op mijn 20ste. Ik ging voor een halfjaar, maar na een maand was ik weer thuis. De cultuurshock was te groot. Veel mensen worstelen met hun identiteit omdat ze twee culturen in zich dragen. Mijn boodschap is dat je niet beschaamd moet zijn om te zeggen dat het hier beter is, en dat je je hier thuis voelt. Op sociale media lees ik soms: 'Beels, keer terug naar uw land.' Sorry, dit ís mijn land. Als ik sterf, wil ik hier begraven worden, niet in India. Maar voor het zover is, heb ik nog wat werk te doen in mijn stad.” (lacht)

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234