Zondag 28/11/2021

AchtergrondPolitiek

Na de naam, de inhoud: hoe zit het met de toekomstplannen van Vooruit?

Na de naamsverandering, de inhoud: er is nog veel werk aan de rode winkel van Frank Vandenbroucke en Conner Rousseau.
 Beeld Philippe Callant
Na de naamsverandering, de inhoud: er is nog veel werk aan de rode winkel van Frank Vandenbroucke en Conner Rousseau.Beeld Philippe Callant

Zeg niet langer sp.a, maar Vooruit. Zeg niet langer partij, maar beweging. Anderhalf jaar na het aantreden van Conner Rousseau zitten de socialisten volledig in het nieuw. Maar hoe zit het met de inhoud? De Morgen duikt in de rode toekomstplannen.

Voor het tweede jaar op rij dwingt het coronavirus de socialistische familie om haar feestdag, 1 mei, klein te houden. Geen optochten door de stad, geen eetfestijnen in de volkshuizen, geen enthousiast gezongen ‘Internationale’. Wat wel overeind blijft, digitaal althans, zijn de toespraken van het rode keurkorps. In Vlaanderen is het vooral uitkijken naar Conner Rousseau, de 28-jarige voorzitter van Vooruit. Zeker nadat hij afgelopen week het explosieve voorstel lanceerde om de uitkering van dividenden te koppelen aan het geblokkeerde loonakkoord.

Het minste wat je over Rousseau kunt zeggen, is dat hij zijn belofte om de zieltogende sp.a een ‘elektroshock’ te geven, is nagekomen.

Eerder dit jaar is de politieke partij sp.a officieel omgedoopt tot de politieke beweging Vooruit, maar daar stopt het niet. Ook achter de schermen heeft Rousseau de meubelstukken al verschoven. De organisatie wordt voortaan centraler geleid. De provinciale machtsbastions zijn door de knieën moeten gaan voor Brussel: Rousseau wil zelf controle hebben over hoe het socialistische verhaal wordt verteld en vormgegeven. De studiedienst kreeg extra volk, het mediateam werd uitgebreid.

En niet te vergeten: Rousseau heeft, weliswaar in het zog van PS-voorzitter Paul Magnette, de socialisten de regering ingeloodst. Comeback kid Frank Vandenbroucke en de Limburgse Meryame Kitir mogen de honneurs waarnemen in De Croo I.

Werkmanspintjes

De inhoud, hoe zit het daarmee? Vormelijk lijkt Vooruit klaar, ondanks het conflict met het gelijknamige kunstencentrum in Gent als vervelende stoorzender. In de webshop van de beweging zijn naast ‘werkmanspintjes’ ter gelegenheid van 1 mei ook al paraplu’s, truien, petten en jassen met de naam Vooruit op te koop. Elke socialist vindt er wel iets naar zijn gading. Inhoudelijk lijkt het aanbod van Vooruit vooralsnog maar magertjes. Concreet: de nieuwe beweging steunt nog haast volledig op het ‘oude’ inhoudelijke programma van sp.a.

Volgens de socialisten zijn daar twee goede redenen voor. Eén: tene quod bene, behoud wat goed is. Vriend en vijand zijn het erover eens dat voormalig voorzitter John Crombez het sp.a-programma voor de verkiezingen in 2019 best aardig in elkaar getimmerd had, met vooral veel aandacht voor de thema’s zorg, pensioenen en koopkracht. Daar wil Vooruit verder op doorgaan. Helaas kreeg Crombez het niet aan de man gebracht. Hij moest in 2019 lijdzaam toezien hoe de socialisten, met een resultaat van 11 procent, historisch diep in het electorale moeras wegzakten. Hun thema’s werden door Vlaams Belang gekaapt, met een combinatie van rechtse identiteitspolitiek en linkse sociaal-economische voorstellen.

Twee: de socialisten willen hun inhoudelijk offensief niet te snel aftrappen. Vandaag, aan het eind van een historische pandemie, zit daar niemand op te wachten, redeneren ze. De man op straat is nu vooral bezig met zijn gezondheid of met de vraag of hij straks op vliegvakantie naar Spanje kan, niet met het nieuwste standpunt van Vooruit over een broodnodige fiscale hervorming. Sowieso had Rousseau zich voorgenomen om pas in het najaar van 2022, tijdens een groot inhoudelijk congres, de inhoud scherp te stellen. Andere partijen pakken het gelijkaardig aan. Bij N-VA, de grootste oppositiepartij op federaal niveau, zullen de leden medio 2023 samenkomen. Ook Vooruit wil pas in september dat jaar met concrete beleidsvoorstellen komen om de campagne op gang te trappen.

Niet dat de beweging zich volledig in slaapmodus bevindt. Ter voorbereiding van het congres worden nu al digitale meetings gehouden, waar parlementsleden en experts in debat gaan met de leden en buitenstaanders. Het is een van de manieren waarop Vooruit ‘haar deuren wil opengooien’ en ‘frisse ideeën wil aantrekken’.

Vorige zomer, bij de stemming over de naams­wisseling, werd ook al een New Social Deal gelanceerd: een klassiek centrumlinks plan om de economie na de coronacrisis een boost te geven via grote publieke investeringen. In een debat in De afspraak vertelde (een duidelijk gepikeerde) Rousseau hier vorige week over, ­na een scherpe vraag van Dyab Abou Jahjah over het gebrek aan inhoud bij Vooruit: “We zijn de enige Vlaamse partij die al met een plan is gekomen om uit deze crisis te komen. En nu gaan we daar nog een extra dimensie aan toevoegen met dit participatietraject.”

Een grote inhoudelijke koerswijziging zal die participatie allicht niet teweegbrengen. Wie deelneemt aan de debatten heeft dan wel geen lidkaart nodig, hij of zij moet zich wel stilzwijgend inschrijven in de manier waarop de socialisten naar het draaien van de politieke planeten kijken. Rousseau, die zichzelf een ‘millennialsocialist’ noemt, is niet van plan om En Marche achterna te gaan, de beweging rond Frans president Emmanuel Macron die haar ideologie grotendeels heeft losgelaten om zo breed mogelijk te kunnen reiken.

Conner Rousseau moet opletten dat  hij niet de zoveelste voorzitter wordt die geen evenwicht vindt tussen ‘open’ en ‘flinks’. Beeld Philippe Callant
Conner Rousseau moet opletten dat hij niet de zoveelste voorzitter wordt die geen evenwicht vindt tussen ‘open’ en ‘flinks’.Beeld Philippe Callant

In de woorden van een vooraanstaande partijgenoot: “Conner is een jonge gast met een oude rode ziel.” Rousseau blijft overtuigd van de klassieke rode thema’s van een sterke overheid, zorg voor wie het lastig heeft en een billijk loon voor wie werkt. Die lijn zal hij aanhouden. Wel hoopt hij op nieuwe accenten, een meer eigentijdse invulling.

Empathie en sociale media

Zijn voorbeelden situeren zich elders. Tijdens het openingscollege van politicoloog Carl Devos aan de UGent in oktober, dat traditioneel opgeluisterd wordt door de aanwezigheid van een of meerdere toppolitici als spreker, noemde Rousseau parlementslid Alexandria Ocasio-Cortez (AOC) in de Verenigde Staten, premier Jacinda Ardern in Nieuw-Zeeland, het Britse Labour en de PvdA in Nederland als inspiratiebronnen voor zijn nieuwe beweging Vooruit. Op het eerste gezicht is dat een bont allegaartje, maar wie beter kijkt, ziet waar Rousseau op doelt.

Ocasio-Cortez en Ardern staan vooral bekend om hun directe, authentieke communicatiestijl. De eerste heeft zichzelf gekroond tot de koningin van de sociale media in haar thuisland. Ze spreekt er jongeren rechtstreeks aan. En in Nieuw-Zeeland oogst Ardern al jarenlang veel lof voor haar empathische aanpak, na de aanslagen in Christchurch en tijdens de coronacrisis. Een crisis die Nieuw-Zeeland, een eiland in de Stille Oceaan weliswaar, zonder veel ellende doorstaat. Ook Ardern kent de kracht van de sociale media. Toen Nieuw-Zeeland in 2020 in lockdown moest, kondigde ze dat aan in haar joggingpak vanuit haar slaapkamer.

Rousseau heeft sinds zijn aantreden vaker wel dan niet zijn toevlucht gezocht tot sociale media voor belangrijk nieuws, zoals de naamswisseling en de keuze voor Frank Vandenbroucke als nieuwe minister van Volksgezondheid. Op Instagram besteedt hij regelmatig tijd aan het reageren op volgers.

Sp.a scoort al jaren huiveringwekkend slecht binnen de jongere leeftijdscategorieën. Voor Rousseau is dat een cruciaal werkpunt. Als Vooruit wil groeien, wat in de peilingen ook (heel voorzichtig) lijkt te gebeuren, dan moeten meer jongeren zich achter het rode vaandel scharen. Vandaar ook de naam Vooruit, die vintage en dus hip klinkt. De campagneleidster van Ocasio-Cortez, Virginia Ramos Rios, was in 2019 overigens een spreker op het verkiezingscongres van de socialisten.

Nog iets wat Ocasio-Cortez en Ardern verbindt, is dat ze hun digitaal succes aan fysieke actie koppelen. Ze steunen op een leger vrijwilligers, die de straat opgaan en zich in het zweet werken voor hun kandidaat of beweging. In de VS is gewezen president Barack Obama de grondlegger van dit soort bevlogen grassrootsbeweging. In 2008 stuwden zijn jonge volgers hem voorbij de Democratische topkandidate Hillary Clinton in de race naar het Amerikaans presidentschap.

Of Rousseau vol die kant op wil, is onduidelijk. Docent Digitale Media & Politiek Ico Maly (Universiteit Tilburg), die binnenkort het boek Vooruit! Politieke vernieuwing, digitale cultuur en socialisme uitbrengt, ziet een wezenlijk andere dynamiek. Volgens hem zet Vooruit veel minder de socialistische ideologie in de vitrine dan AOC. Vooruit wil vooral een beweging zijn die online de stem van het volk ‘opraapt’. Het echte grassrootswerk blijft achterwege: “Online wat ideeën sprokkelen is nog iets helemaal anders dan je ideo­logie op de agenda zetten omdat de massa en de intelligentsia elkaar in een gezamenlijke strijd vinden.”

Dat een make-over van partij tot beweging geen garantie op succes is voor een politieke partij, bewijzen het Britse Labour en de Nederlandse PvdA. Allebei hebben ze teleurstellende verkiezingen achter de rug. De doodeenvoudige verklaring daarvoor is dat ook nieuwerwetse ‘bewegingen’ uiteindelijk het traditionele machtsspel moeten ondergaan, volgens de aloude regels van de kunst.

Zo wist Labour, dat zich volop op de grassroots stortte, zichzelf nooit een geloofwaardige houding te geven tegenover de brexitdiscussie. Leider Jeremy Corbyn, voor wie in 2017 de festivalwei van Glastonbury ‘Oooh Jeremy Corbyn’ zong op de tonen van het White Stripes-anthem ‘Seven Nation Army’, slaagde er niet in om zijn belofte van een links alternatief voor het discours van de conservatieven bevattelijk te maken – mede door interne tegenstellingen tussen de nieuwe aanhangers van de figuur Corbyn en de klassieke arbeidsachterban van Labour.

Ook PvdA experimenteerde met directe ledendemocratie, wat de aandacht van Rousseau trok. Toch ging de partij, zoals heel links, pijnlijk onderuit bij de recente Nederlandse verkiezingen. De socialisten hadden nochtans goede moed geput uit de Europese verkiezingen, waar ze verrassend de grootste werden, maar vorige maand kregen ze een dreun. De analyse die boven de Moerdijk gemaakt wordt, onder meer door de Volkskrant-columnist Bert Wagendorp: ‘De populaire thema’s zijn gejat, de rest is uit de mode. Links staat met lege handen in Nederland.’ Het moet na de nederlaag van 2019 bekend in de oren klinken bij de leiding van Vooruit. PvdA flaterde bovendien door kopman Lodewijk Asscher kort voor de verkiezingen op te offeren vanwege de ‘toeslagen­affaire’. Zo trokken de socialisten het schandaal zelf naar zich toe.

In die zin is de nervositeit binnen Vooruit over de zaak rond Vlaams Parlementslid Sihame El Kaouakibi (ex-Open Vld) begrijpelijk. Geheel onverwacht nam Johan Vande Lanotte haar verdediging op. Hoewel de ex-minister geen rol van betekenis meer speelt in de beweging, is en blijft hij voor de rest van zijn dagen een socialist in de ogen van het brede publiek, en sleurt hij Vooruit dus willens nillens mee in dit schandaal. Vlaams Belang-voorzitter Tom Van Grieken tweet dezer dagen niet zomaar dat ‘sossen altijd sossen blijven’.

Klimaatstaat

Op een aantal sleutelthema’s lijkt de marsrichting intussen bepaald. Als het over belastingen gaat, voelt de beweging zich zichtbaar aangetrokken tot de lijn van professor fiscaliteit Michel Maus (VUB), ooit nog korte tijd kabinetsmedewerker van Crombez en niet toevallig de centrale gast op een van de eerste onlinemeetings van Vooruit. Maus bepleit al langer een grote fiscale hervorming die begint vanuit het centrumlinkse idee om via fraudebestrijding eerst het ontelbare aantal fiscale achterpoorten te sluiten en daarna een grootschalige lastenverlaging af te kondigen. Ironisch genoeg was dat het fiscale recept van ene Ronald Reagan, Amerikaans president in de jaren 80 en bezwaarlijk een socialist te noemen.

Voor kladderadatsch-ingrepen zoals de miljonairs­taks waar PVDA-PTB al jaren op hamert, lijkt opvallend weinig animo. In de New Social Deal van Vooruit zit geen concreet voorstel voor een ‘coronataks’ om het gat in de begroting – 36 miljard euro – te dichten.

Frank Vandenbroucke is zeer populair, maar hij zuigt zoveel zuurstof op, dat er voor de rest van het vooruit-kader weinig overblijft. Beeld Philippe Callant
Frank Vandenbroucke is zeer populair, maar hij zuigt zoveel zuurstof op, dat er voor de rest van het vooruit-kader weinig overblijft.Beeld Philippe Callant

Op het vlak van klimaat willen de socialisten meer dan ooit het verschil maken met de groene concurrentie. Hun motto: de noodzakelijke groene revolutie zal alleen kunnen slagen met solidariteit als uitgangspunt. In het sociaal-democratische tijdschrift SamPol, waar eerder ook de buitenlandse voorbeelden van Vooruit tegen het licht gehouden werden, deed Antwerps schepen van Klimaat Tom Meeuws in het recentste nummer deze visie op klimaat omstandig uit de doeken. ‘Uit de naoorlogse assen zagen we de welvaartsstaat oprijzen. Morgen, in het postcoronatijdperk, moeten progressieve politici voorop lopen in de uitbouw van de splinternieuwe klimaatstaat en een eigen type van beleid en besluitvorming ontwikkelen waarbij de vervuiler ondubbelzinnig betaalt en de opbrengsten gericht terugvloeien.’

Concreet pleit Meeuws, en bij uitbreiding Vooruit, ervoor om de inkomsten van nieuwe milieutaksen rechtstreeks te gebruiken voor lastenverlagingen voor de lagere inkomens. Dat is, voor de goede orde, geen radicale breuk met klimaatstandpunten van sp.a. Ook Groen zegt ongeveer hetzelfde. Maar onder Rousseau lijken de socialisten wel van plan om hier meer dan ooit een strijdpunt van te maken. Getuige hiervan: de discussie met de groenen over de uitbreiding van de lage-emissiezone (LEZ) in Gent. Ook in het gevoelige dossier van de kernuitstap oordelen de socialisten dat die keuze niet ten koste kan gaan van gezinnen, die al een erg hoge stroomfactuur betalen.

Zorg, pensioenen en lonen blijven evergreens, zoveel is zeker. Op deze domeinen wil Vooruit richting de verkiezingen van 2024 vooral het verschil maken vanuit de regering. Tijdens de formatie hebben Rousseau en Magnette zwaar gewogen op de eis om de laagste pensioenen te verhogen richting 1.500 euro netto. Ook de geplaagde zorgsector krijgt extra middelen toebedeeld van De Croo I. Vandenbroucke moet als vicepremier van nabij toezien op de uitvoering van deze beloftes. Het helpt dat ook de PS-ministers ze absoluut willen realiseren. Dit gezamenlijke rode front toonde zich midden deze week, voor het eerst sinds de start van de regering-De Croo zeven maanden geleden, in de felle discussie over de loonmarge, waar de socialisten duidelijk van plan waren om een statement te maken richting 1 mei. De liberale verontwaardiging namen Vooruit en PS voor lief. Ze hadden hun punt gemaakt naar hun achterban: koopkracht is heilig. En wat tegelijk bewezen werd: Rousseau durft, veel meer dan zijn voorganger Crombez, met panache communiceren als het erom spant.

Als het over integratie en migratie gaat, is Vooruit duidelijk nog op zoek naar vaste grond onder de voeten. Het blijven twee aartsmoeilijke thema’s voor de socialisten omdat ze hen dwingen om continu te schipperen tussen hun gekleurde stedelijke achterban en hun klassieke arbeiderselectoraat. Toen Rousseau vorig jaar in De Standaard suggereerde dat er een hoofddoekenverbod moest komen voor meisjes onder de zestien, choqueerde dat de halve Antwerpse afdeling. Ook toen hij in het najaar van 2020 in Gert Late Night vertelde dat “wie geen Nederlands leert, hier weinig te zoeken heeft”, kwam er her en der een forse reactie.

Binnen Vooruit wordt dit voorlopig met de mantel der liefde bedekt, maar op middellange termijn is er een duidelijker standpunt nodig. Anders dreigt Rousseau een zoveelste socialistische voorzitter te worden die geen goed evenwicht vindt tussen ‘open’ en ‘flinks’. Een ruk naar rechts op het migratiethema, naar het voorbeeld van de Deense socialisten, zien de meeste Vooruit-toppers niet zitten.

Geslaagde gok

Over Vandenbroucke nog dit: de beslissing van Rousseau om hem, na tien jaar in de woestijn, op te vissen als minister lijkt een geslaagde gok. Vandenbroucke heeft zich de voorbije maanden razendsnel opgewerkt tot de voornaamste coronaminister van het land. Tot irritatie van sommige collega’s blijkt ‘de professor’ nog precies dezelfde als bij zijn eerste doortocht in de Wetstraat: slim, hardwerkend en koppig.

Vandenbrouckes houding tegenover de coronacrisis, die hij eerst en vooral ziet als een gezondheidscrisis en pas daarna als een sociaal-economische crisis, kan ondanks alle kritiek nog altijd op veel steun rekenen, getuige zijn hoge plaatsing in de poppolls. In de meest recente peiling van Het Laatste Nieuws en VTM, in maart, moest Vandenbroucke alleen eerste minister Alexander De Croo (Open Vld) en N-VA-voorzitter Bart De Wever voorlaten. Rousseau volgde op plek 4. Voor het overige was het bijzonder ver zoeken naar socialisten.

Ook intern heeft ‘VDB’ intussen een plek helemaal bovenaan in de pikorde ingenomen. Zoals een collega aangeeft: de eerste én de laatste versie van de vernieuwingsteksten van Vooruit zullen door zijn handen passeren, dat staat vast. Rousseau belt nu al zowat elke dag met zijn vicepremier, vaak over het coronabeleid, maar ook om nieuwe ideeën af te toetsen.

Keerzijde van de medaille is dat Vandenbroucke zoveel zuurstof opzuigt dat er voor de rest van het Vooruit-kader weinig overblijft. Bij het aantreden van Rousseau als voorzitter was het de bedoeling om in zijn kielzog ook een hele reeks nieuwe namen – onder meer Melissa Depraetere, Hannelore Goeman en Hannes Anaf – te lanceren. Dat lukt voorlopig onvoldoende. De leden van het federale parlement moeten loyaal zijn aan de eigen coalitie. En ook in het Vlaams Parlement is het vaak oppositie voeren met de handrem op, aangezien twee van de drie Vlaamse regeringspartijen deel uitmaken van de federale ploeg. Alleen N-VA blijft over als doelwit waar vrij op geschoten mag worden.

Vraag is of dit een probleem wordt bij de verkiezingen in 2024? Dat zal moeten blijken. Binnen Vooruit lijken veel mensen zich vooral gelukkig te prijzen dat men toch al twee absolute zwaargewichten in stelling kan brengen. Tegelijk doet in de Wetstraat al langer het gerucht de ronde dat de comeback van Vandenbroucke beperkt zal blijven tot één regeerperiode. Dat hij in 2024 nog als lijstduwer zal fungeren, maar niet meer als kopman. In dit geval moet Rousseau zich beginnen af te vragen of er niet te veel eitjes in dat ene mandje liggen.

In een reactie op dit artikel laat voorzitter Rousseau weten dat hij de inhoud niet drastisch wil omgooien. Vooruit blijft, net als sp.a, een volbloed sociaaldemocratische partij, daar bestaat geen twijfel over. “Onze recepten hebben gewerkt. Wat ze wel nodig hebben, is wat peper en zout. Een moderne toets die we via participatie willen toevoegen. Burgers maar ook het middenveld zullen hun zeg mogen doen.” Over de personeelsbezetting van Vooruit benadrukt Rousseau dat voor het aanpakken van de coronacrisis ervaring nodig was, zoals die van Vandenbroucke. “Maar straks hebben we twaalf lijsttrekkers nodig en die zullen er staan.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234