Vrijdag 18/10/2019

Essay

Na de liberalen en de socialisten begint nu ook CD&V te zwalpen in het diversiteitsdebat

Wouter Beke, Koen Van den Heuvel, Hilde Crevits en Hendrik Bogaert. Beeld DM

Als Kamerlid Nahima Lanjri tegen haar zin een wrange vreemdelingenwet stemt, Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits fel uithaalt naar 'allochtone ouders' en voorzitter Wouter Beke begint te preken over 'de Vlaamse identiteit', dan dringt de conclusie zich op: ook de christendemocraten zijn het noorden kwijt.

Ik zou u willen vragen, waarde lezer, om eerst en vooral eens een lijstje te maken met alle ingrediënten die volgens u deel uitmaken, of deel kúnnen uitmaken, van de Vlaamse identiteit. Neem gerust een paar minuten de tijd, ik wacht wel even.

Oké. Ik weet niet wat u allemaal hebt genoteerd, maar hou uw lijstje bij de hand terwijl u dit stuk leest – als u dat tenminste nog van plan bent, want de Vlaamse identiteit is een bijzonder gevoelig onderwerp. Misschien denkt u van tevoren al dat wat ik erover dreig te schrijven u niet zal aanstaan, en begint u van colère alvast de aardappelen te schillen op deze pagina’s. Of misschien denkt u van tevoren al dat u het met mij eens zult zijn, en vreest u dat dit artikel een nodeloze aanslag vormt op uw schaarse vrije tijd.

Voor de zonderling die zich graag laat verrassen, begin ik bij de werking van het politieke hondenfluitje. Iedereen kent een hondenfluitje: het brengt een ultrasoon geluid voort dat alleen honden kunnen waarnemen. Mensen horen niets, de frequentie ligt veel te hoog. Met een hondenfluitje kun je dus een gericht signaal versturen zonder geluid te maken. Niemand hoort het, en toch komt de boodschap aan bij de doelgroep. Ziedaar de link met de politiek. Ook politici versturen vaak boodschappen die niemand hoort, maar die wel bij de doelgroep aankomen. Dat is dog whistle politics, hondenfluitjespolitiek – de term wordt officieel gebruikt sinds de jaren negentig, toen de Australische premier John Howard ervan beticht werd dat hij met onschuldige codewoorden zoals ‘on-Australisch’ en ‘mainstream’ direct op de racistische onderbuik wilde mikken.

De christendemocraten van Wouter Beke waren tot nu toe de enige traditionele partij die fatsoenlijk op koers was gebleven. Beeld Bart Hebben / Fotobewerking

Ook de Vlaamse politiek kent uiteraard tal van hondenfluiters. Elke Vlaams Belanger die ooit “Eigen volk eerst!” scandeerde, bedoelde daarmee eigenlijk – laten we elkaar vooral geen mietje noemen – “Vreemdelingen buiten!” Maar ook andere partijen blazen soms op het hondenfluitje. Als Open Vld-voorzitter Gwendolyn Rutten zich aansluit bij de slogan van de Nederlandse liberale premier Mark Rutte – “Doe normaal of ga weg!” – dan richt ze zich stiekem tot de kiezer die haar partij te soft vindt als het over de islam gaat. Ook socialisten en Vlaams-nationalisten bezigen met grote regelmaat het hondenfluitje.

Verschillende experts floten haar meteen hoorbaar terug, maar Hilde Crevits had wellicht een punt: het is geen slecht idee om kinderen wier thuistaal niet het Nederlands is, op zo jong mogelijk leeftijd al Nederlands te laten leren. Beeld Bart Hebben / Fotobewerking

De Vlaamse christendemocraten doen daar normaal gesproken niet aan mee. Bij CD&V weerklinkt een verhaal dat duidelijk inclusief is: de fameuze 'WIJ' uit hun slogans, daar behoort echt iedereen toe: Vlamingen met en zonder migratieachtergrond, pilaarbijters, culturele katholieken, vrijzinnigen en moslims. Wij, dat zijn wij allemaal, iedereen die hier woont en werkt en leeft. Dat maakt van CD&V de enige traditionele partij die in de debatten over diversiteit altijd fatsoenlijk op koers is gebleven – daarom schreef ik hier ooit dat linkse kiezers tegenwoordig misschien nog het beste voor CD&V stemmen.

Na de pijnlijke vertoning van deze week moet ik daarop terugkomen. Zowel minister van onderwijs Hilde Crevits als haar partijvoorzitter Wouter Beke hebben net iets te hard en te opvallend op het hondenfluitje geblazen. Na de liberalen en socialisten begint nu ook het christendemocratische schip fameus te zwalpen.

Kijk voor u verder leest even op uw lijstje: vijf keer bidden per dag, behoort dat volgens u tot de Vlaamse identiteit? Nee? En een hoofddoek dragen? Ook niet? Tiens. Kan een moslim dan geen Vlaming zijn?

Het mistige midden

Het was maandagavond en in de Terzake-studio had Annelies Beck een straalverbinding met Wouter Beke in Leopoldsburg. De voorzitter moest wat tekst en uitleg geven bij de uitspraken die minister Crevits in Het Nieuwsblad had gedaan. Die zinderen nog altijd na: Vlamingen met een migratieachtergrond – “allochtone ouders” in haar terminologie – moeten volgens haar harder hun best doen om de kloof in het onderwijs te dichten. De problemen moeten “benoemd” worden, vindt ze. Onze “Vlaamse identiteit” en “normen en waarden” moeten sterker benadrukt worden.

Maakt CD&V een bocht naar rechts? Rolt ze eens terdege met de autochtone spierballen omdat de peilingen de laatste tijd nogal tegenvallen? Helemaal niet, zei Wouter Beke in Terzake: “Dat is totale nonsens.” Zijn partij, aldus de voorzitter, bevindt zich nog steeds in het moedige midden, waar iedereen rechten én plichten heeft, waar nog normen en waarden heersen, en waar – jawel! – “de Vlaamse identiteit” belangrijk is. Beke liep wat verloren in zijn eigen woorden en formuleerde het een beetje mistig, maar de ultrasone boodschap leek klaar en duidelijk: “Die allochtonen krijgen hier alle rechten, ze moeten potverdorie ook hun plichten nakomen.”

Of hoorde u iets anders? Kan best, maar dat is net het linke met die Vlaamse identiteit: aangezien die onmogelijk te definiëren is, hoort iedereen er zijn eigen lijstje in. De ene denkt nostalgisch terug aan het Vlaanderen van Armand Pien, Gaston Bergmans en elke zondag naar de mis. De andere denkt meteen aan vendelzwaaien en legt de rechterhand prompt op het hart om de Vlaamse Leeuw aan te heffen. De kans dat iemand de Vlaamse identiteit spontaan associeert met het graafschap zoals dat er vandaag uitziet – divers en multicultureel – is bijzonder klein. De Vlaamse identiteit verenigt niet, ze verdeelt. Elke keer als een politicus erover begint te preken, hoort iedereen wat hij wil horen.

De Vlaamse identiteit ligt overigens hopeloos in de knoop met zichzelf. En wel hierom: het zijn vooral Vlaams-nationalisten die er belang aan hechten, en die leven van oudsher op gespannen voet met de belangrijkste Vlaamse kunstenaars, van Tom Lanoye tot Luc Tuymans, van wie we toch mogen aannemen dat ze de Vlaamse identiteit mee hebben vormgegeven. Voorts is het zo dat sommigen de Vlaamse identiteit sterk associëren met onverdraagzaamheid. Kijkt u even op uw lijstje? Racisme: staat dat erop? Nee? Het had nochtans gekund, want wat in Nederland op 15 maart kan gebeuren, maakten wij hier in 2004 al mee: een kwart (!) van de Vlaamse stemmen ging toen naar het Vlaams Blok, een partij die was veroordeeld voor de systematische verspreiding van haat.

De Vlaamse identiteit is een hondenfluitje: wie de term gebruikt, maakt bij verschillende doelgroepen verschillende associaties en gevoelens los. En daar is op zich niets mis mee, maar die gevoelens zijn irrelevant voor uw en mijn burgerschap. Het is ons recht om de Vlaamse identiteit, hoe we die ook definiëren, te omarmen of volledig te verwerpen.

Wouter Beke kan het daar niet helemaal mee oneens zijn. In zijn boek De mythe van het vrije ik (2007) vroeg hij zich af hoe burgerschap en identiteit zich tot elkaar verhouden. Hij antwoordde met een citaat van de Franse sociologe Jacqueline Costa-Lascoux: “Afstamming, erfdeel, verwantschap, land van de voorouders, traditie en gemeenschap behoren tot de identiteit; keuzes, steunbetuigingen, afspraken, grondgebied, wetten, verkiezingen en natie zijn aspecten van burgerschap. Waar identiteit domineert, valt de democratie uiteen; wordt burgerschap te abstract, dan gaat dit ten koste van identiteit en broederschap. Beide begrippen moeten dus in evenwicht worden gehouden, maar dit evenwicht is nooit volledig stabiel en migranten zijn de eersten die de negatieve gevolgen ondervinden wanneer het maatschappelijk contract wordt geschonden.” Beke zou die passage nog eens moeten herlezen. Dan zou hij moeten toegeven dat hij vandaag beter over burgerschap kan praten, in plaats van over identiteit.

Pygmalion in de klas

Terug naar Crevits en haar uithaal naar “allochtone ouders”, die door Beke zo ferm werd ondersteund. Hoewel verschillende experten haar meteen hoorbaar terugfloten, had ze wellicht een punt: het is geen slecht idee om kinderen wier thuistaal niet het Nederlands is, op zo jong mogelijk leeftijd al Nederlands te laten leren. “Zonder een grondige kennis van het Nederlands hypothekeer je de kansen van kinderen die thuis een andere taal spreken”, zei onze landgenoot Dirk Van Damme onlangs nog in Humo – Van Damme staat aan het hoofd van het Centre for Educational Research and Innovation van de OESO en weet dus waarover hij het heeft.

Alleen zei hij in datzelfde Humo -interview ook iets anders. Ik lees even voor: “Hoe komt het dat de kloof tussen autochtone en allochtone leerlingen hier groter is? Een van de redenen is het verdoken racisme in het onderwijs: leerlingen met een andere huidskleur worden anders behandeld. Dat heet het Pygmalion-effect: leerkrachten hebben hogere verwachtingen van blanke kinderen dan van kinderen met een migratieachtergrond, en dus stimuleren ze blanke kinderen meer. De niet-blanke kindjes krijgen minder aandacht en haken sneller af, en ze worden sneller doorgestuurd naar het beroeps- of zelfs buitengewoon onderwijs.”

Het is, kortom, een complex probleem. Waar niet alleen ouders, maar ook leerkrachten een rol in spelen. Alleen, en dat is het treurige aan deze affaire: Crevits pakt uitsluitend de ouders aan. Het is totaal ondenkbaar dat de minister van Onderwijs in een interview ooit even hard zou uithalen naar de leerkrachten die blijkbaar – volgens een onbetwiste expert – mee verantwoordelijk zijn voor de kloof in het onderwijs. Integendeel, Crevits zal er vast de nadruk op leggen dat die leerkrachten hard werken, erg hun best doen en altijd alleen maar het beste voorhebben met hun leerlingen. Zoals het leerkrachten met de Vlaamse identiteit betaamt, nietwaar – stond ‘hard werken’ niet op uw lijstje?

Het enthousiasme waarmee CD&V’ers zoals Koen Van den Heuvel (hierboven) en Hendrik Bogaert de uitspraken van Crevits toejuichten, wijst erop dat de ruggengraat van de partij wellicht al een tijdje aan het kraken was. Beeld Bart Hebben

Dat eenrichtingsverkeer kenmerkt het huidige tijdsgewricht: de dominante meerderheid is het beu dat ze mee verantwoordelijk wordt gesteld voor de achterstand van bepaalde groepen. Het discours is de voorbije jaren gekanteld: wie het nu nog over discriminatie durft te hebben, is een zeurpiet en een pamperaar. Van CD&V zou je mogen verwachten dat ze tegen die tijdgeest durft in te gaan, maar blijkbaar is de fut er een beetje uit. Het enthousiasme waarmee CD&V’ers zoals Koen Van den Heuvel en Hendrik Bogaert de uitspraken van Crevits toejuichten, wijst erop dat de ruggengraat van de partij wellicht al een tijdje aan het kraken was – alle Pieter De Cremmen nog aan toe!

Veel succes, dames!

Overdrijf ik? Ben ik versleten politiek correcte praatjes aan het verkopen? Ik dacht het niet. Om dat te bewijzen, neem ik u graag even mee naar vorige woensdag, 8 maart – u herinnert het zich vast nog: Internationale Vrouwendag. Het was de dag waarop Wouter Beke deze tweet de wereld instuurde: “Vrouwendag, een dag om extra stil te staan bij seksisme, geweld en discriminatie. Succes in de strijd, dames!” Partij­genoot Koen Van den Heuvel, die misschien nog altijd licht euforisch was na de uithaal van Crevits, drukte terstond op de retweet-knop. “Succes in de strijd, dames!”

Het moet zijn dat vrouwen sowieso de Vlaamse identiteit belichamen – dat is zo logisch dat ze waarschijnlijk niet eens op uw lijstje stonden. Vrouwen worden nochtans, zoals Wouter Beke in zijn tweet terecht aanstipte, nog altijd gediscrimineerd. Zo verdienen ze nog altijd minder en stoten ze minder vlot door naar de top. Toch was er woensdag geen enkele politicus die riep dat vrouwen maar wat beter hun best moeten doen, als ze het verder willen schoppen in deze samenleving. En dat is wel de boodschap die andere achtergestelde groepen krijgen: “Zeur niet, doe normaal, werk harder!”

Zoals Andreas Tirez, kernlid van denktank Liberales, donderdag in zijn column in De Tijd schreef: “De overheid zegt niet: vrouwen moeten beter hun best doen en wat meer betrokken zijn bij het bedrijfsleven en de politiek, dan komt het wel goed. Integendeel, ze legt de politiek en het bedrijfsleven verplichtingen op omdat ze aanneemt dat – minstens – een belangrijk deel van de verantwoordelijkheid van de lagere vrouwenvertegenwoordiging daar ligt. Die redenering moet worden doorgetrokken naar mensen die in armoede leven of geconfronteerd kunnen worden met racisme. Meer nog, mij lijkt het waarschijnlijk dat ongelijke kansen door armoede en racisme belangrijker zijn dan vrouwendiscriminatie.”

Het kan niet vaak genoeg herhaald worden: Vlaanderen kent op geen enkele manier quota voor mensen met een migratieachtergrond, terwijl quota voor vrouwen in de politiek en in raden van bestuur de normaalste zaak ter wereld zijn. Er is in deze materie één partij die niet zwalpt en dat is de N-VA: zelfs Vlaams-nationalistische vrouwen zoals Valerie Van Peel en Liesbeth Homans zijn tegen vrouwenquota. Verder oogst men op alle banken van het parlement applaus met de stelling dat vrouwen in onze samenleving nog altijd tweederangsburgers zijn. Zeg hetzelfde over mensen met een migratieachtergrond en de meeste dames/heren volksvertegenwoordigers beginnen verveeld te geeuwen. Daar klopt iets niet. Achterstand is achterstand. Discriminatie is discriminatie.

CD&V-Kamerlid Naima Lanjri was er naar verluidt ziek van, maar stemde toch voor de nieuwe vreemdelingenwet, net als de rest van haar fractie. Beeld Bart Hebben / Fotobewerking

Over tweederangsburgers gesproken. Toen de nieuwe vreemdelingenwet onlangs werd gestemd, vormde dat voor CD&V-Kamerlid Nahima Lanjri een flink gewetensprobleem. Die wet laat immers toe dat mensen die hier geboren en getogen zijn het land worden uitgezet zonder dat ze waar dan ook voor veroordeeld zijn. Van tweederangsburgers gesproken. Lanjri was er naar verluidt ziek van, maar stemde toch voor, net als de rest van haar fractie. Ook Wouter Beke knipperde maandag in Terzake niet eens met de ogen toen Annelies Beck die beschamende vertoning nog eens in herinnering bracht – terwijl die nieuwe wet vloekt met alles waar CD&V voor staat.

Een eigen partij

Identiteit. Het gaat over niets anders meer. Identiteit is het Europese verkiezingsthema bij uitstek. Van Nederland tot Frankrijk, van Geert Wilders tot Marine Le Pen – overal blazen radicaal-rechtse populisten op hun hondenfluitje. “Geef Nederland terug aan de Nederlanders! Frankrijk terug aan de Fransen! Vlaanderen terug aan de Vlamingen!”

Dat klinkt onschuldig en vanzelfsprekend, maar de ultrasone boodschap deugt niet. De kiezer wordt uitdrukkelijk aangesproken op een gevoel van nostalgie naar de tijd vóór de migratiegolven die begonnen in de jaren zestig. Naar de tijd dat Nederland, Frankrijk en Vlaanderen nog overwegend blank waren. Dat zal niemand luidop zeggen, maar wie goed naar de hondenfluitjes luistert, hoort die boodschap klaar en duidelijk.

Daarom is identiteit vandaag een gevaarlijk concept. Traditionele partijen mogen zich er niet aan laten vangen. Zij moeten, dwars tegen het radicaal-rechtse populisme is, op koers blijven en praten over burgerschap, niet over identiteit. Om nog eens het citaat van Jacqueline Costa-Lascoux te herhalen, met dank aan Wouter Beke: “Afstamming, erfdeel, verwantschap, land van de voorouders, traditie en gemeenschap behoren tot de identiteit; keuzes, steunbetuigingen, afspraken, grondgebied, wetten, verkiezingen en natie zijn aspecten van burgerschap.” Er zijn talloos veel identiteiten, ieder van ons heeft zijn eigen lijstje. Er is maar één burgerschap. En dat delen we met z’n allen. Mannen én vrouwen. Vlamingen met én Vlamingen zonder migratieachtergrond.

Onze identiteit zegt niet wat ons bindt, maar wat ons verdeelt. Dat maakt het politieke debat vandaag zo polariserend. Op zich is er niets mis met felle tegenstelling, maar als de klassieke partijen de radicaal-rechtse populisten achterna lopen, dan blijven kiezers met een migratieachtergrond achter. Er is haast geen enkele volksvertegenwoordiger die het expliciet voor hen opneemt. En dat zal zich wreken. De Amerikaanse sociaal-psycholoog Jonathan Haidt leert ons dat populisten een morele snaar raken bij de blanke kiezer. Die morele snaar wordt bij de kiezer met een migratieachtergrond vandaag in Vlaanderen door niemand echt geraakt. In Nederland al wel: daar hebben zich met Denk en Artikel 1 twee partijen gemeld die van diversiteit een speerpunt maken – al doet ook GroenLinks dat natuurlijk, veel sterker dan Groen bij ons.

Nu na de liberalen en de socialisten ook de christendemocraten beginnen te zwalpen in het diversiteitsdebat, is dat ook in Vlaanderen de welhaast onvermijdbare toekomst: een partij voor en door mensen met een migratieachtergrond, een partij die een alternatieve Vlaamse identiteit formuleert – al dan niet met een hondenfluitje.

Stond dat al op uw lijstje?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234