Donderdag 17/10/2019

Voor u uitgelegd Confederalisme

N-VA wil confederalisme, maar wat is dat juist?

Vlaanderen stemt rechts, Wallonië kiest voor een links bestuur. Die tegenstelling werd bij de verkiezingen van 26 mei scherper gesteld dan ooit. Het vormen van een federale coalitie lijkt een huzarenstukje te gaan worden. Voor N-VA biedt het confederalisme de uitweg.

Wat is confederalisme?

De opeenvolgende Belgische staatshervormingen gingen telkens uit van dezelfde logica: federale bevoegdheden werden volledig of – vaker – gedeeltelijk naar de regio’s doorgeschoven. Het confederalisme draait de redenering om: alle bevoegdheden gaan naar de deelstaten, die daarna samen afspreken of ze bepaalde beleidsdomeinen toch nog samen willen organiseren.

Wat N-VA bepleit is een soort confederalisme à la belge. In de strikte zin bestaat een confederatie uit twee onafhankelijke staten, die op vrijwillige basis beslissen enkele dingen samen te doen. De confederatie is daardoor het ondergeschikte niveau. “Bij N-VA blijft er nog een rest-België over. Dat maakt de overgang trouwens makkelijker, omdat je niet eerst een onafhankelijk Vlaanderen moet uitroepen”, zegt politicoloog Carl Devos (UGent).

Voor Sander Loones, die binnen de partij mee de communautaire plannen uitstippelt, is de discussie over de confederale techniek niet de essentie. Het gaat in de eerste plaats over het democratisch doel, zegt hij. “Beide delen van het land het beleid geven waarvoor ze kiezen: linkser aan Waalse kant, centrumrechtser in Vlaanderen.”

Hoe werkt het?

De grote sociaaleconomische domeinen worden door de regio’s bestierd. Personenbelasting, tewerkstelling, zorg, gezondheid, klimaat: het zwaartepunt verhuist onmiskenbaar naar de deelstaten Vlaanderen en Wallonië. Onder meer defensie en buitenlands beleid worden wel nog samen georganiseerd, op het confederale niveau dus.

Dat heeft grote gevolgen voor de bestuursniveaus. De provincies verdwijnen volledig. De Kamer en de Senaat worden gereduceerd tot één parlement met vijftig volksvertegenwoordigers, die niet rechtstreeks verkozen worden maar afgevaardigd worden uit de deelstaatparlementen. De Belgische regering bestaat nog uit zes ministers, van wie er twee uit de deelstaatregeringen komen.

Wat met Brussel?

Traditioneel is de hoofdstad een van de moeilijke punten in plannen voor een boedelscheiding tussen Vlaanderen en Wallonië: Brussel ligt geografisch binnen Vlaanderen, maar in het zuiden van het land wil niemand de hoofdstad loslaten. N-VA lost dat op door van Brussel een aparte regio Brussel-Hoofdstad te maken met een eigen parlement en regering. Alle andere niveaus, van gemeente tot gewest, verdwijnen.

De hoofdstad krijgt wel de zogenaamde grondgebonden bevoegdheden zoals ruimtelijke ordening, economie en toerisme, maar voor onder meer gezondheidszorg, kinderbijslag en onderwijs zullen Brusselaars moeten kiezen tussen het Vlaamse en Waalse stelsel, en dus ook tussen twee belastingsystemen. Overstappen van systeem kan, maar dan wel met een wachttijd. “Om shopgedrag te voorkomen”, verduidelijkt Loones.

Wat met de centen?

Een ander heikel punt is de staatsschuld. Als Vlaanderen en Wallonië grotendeels hun eigen weg gaan, moet eerst nog de openstaande rekening verdeeld worden. Zo’n splitsing is allesbehalve evident, want de regio’s hebben niet even veel verantwoordelijkheid in de opbouw van de schuld. De oplossing van N-VA noemt Loones “het slimste dat we al voorgesteld hebben op communautair vlak”: de schuld wordt niet gesplitst maar op 25 jaar tijd door de regio’s afgebouwd met de inkomsten van de btw en accijnzen.

De financiële transfers worden eveneens over een kwarteeuw afgebouwd tot een basissokkel. Tegelijk wil de N-VA de solidariteit tussen Vlaanderen en Wallonië behouden met een ‘permanent solidariteitsmechanisme’. Dat moet ervoor zorgen dat de financiële slagkracht van inwoners uit de ene deelstaat niet te ver onder het gemiddelde zakt, en desnoods gestut wordt door de andere deelstaat.

Biedt confederalisme een uitweg uit het politieke kluwen na de verkiezingen?

Door de federale staat uit te kleden, krijgen de deelstaten het bestuur waar ze voor stemden. Zo’n Copernicaanse omwenteling, zoals N-VA het noemt, kan wel van vandaag op morgen uitgetekend worden, maar is niet op een dag te realiseren. Als er bevoegdheden van de federale staat naar de regio’s verhuizen, dan betekent dat ook dat administraties gesplitst en hertekend moeten worden, dat beleidsstructuren uitgezet moeten worden, en dat de bureaucratische molen helemaal anders moet gaan draaien. Dat vraagt veel tijd om klaar te spelen. “Het is compleet onrealistisch om dit op korte termijn gerealiseerd te krijgen”, zegt Carl Devos. “De geesten zijn niet rijp, de modaliteiten zijn er niet, de hele oefening moet zelfs nog beginnen.”

Wat volgens Devos wel kan, is om in het nieuwe regeerakkoord af te spreken de komende jaren zo’n confederale hervorming uit te tekenen. “Maar de geschiedenis leert dat N-VA zo’n oplossing niet wil, omdat je een kat in een zak koopt. Toen N-VA uit de regering Peeters II stapte of het vertrouwen in Leterme I opzegde, was dat omdat ze garanties eiste. Een louter engagement voor een staatshervorming was voor hen niet genoeg. Dat zal het nu ook niet zijn.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234