Vrijdag 03/07/2020

InterviewBart De Wever

‘Mijn respect voor Conner Rousseau is enorm gegroeid. Hij is zeer loyaal, dat is zeldzaam in de politiek’

Beeld Geert Van de Velde

Bart De Wever is in een gitzwarte bui. Zelfs een computerscherm en een slechte Skype-camera kunnen zijn diepe ontgoocheling niet maskeren. Voor ons zit een man die vreest dat hij een cruciale tête-à-tête met de geschiedenis heeft gemist. Hij wilde – ‘desnoods als premier’ – in een noodregering stappen die het Belgische schip door de coronastorm zou gidsen en daarna met de PS een historisch akkoord over België 2.0 zou maken. Maar na ‘de vuilste politieke truc in jaren’ zag hij het schip zonder de N-VA vertrekken. 

Bart De Wever: “We staan aan het begin van de ergste crisis van deze eeuw. Na de gezondheidscrisis zal er een economische recessie volgen die heel diep zal snijden. Daarom was het hoog tijd voor een regering van nationale eenheid, met de vijf beste Vlaamse politici en de vijf beste Franstaligen. Maar onze eerlijke pogingen daartoe zijn afgeketst op een muur van politieke spelletjes en platte leugens. In mijn zestien jaar als voorzitter van de N-VA was dit het dieptepunt. Echt het absolute dieptepunt.”

Van wie kwam het initiatief voor de nieuwe gesprekken tussen de PS en de N-VA?

“Ik heb vanaf dag één na de verkiezingen aangestuurd op een akkoord met de PS, maar zij bleven dat consequent weigeren. In ­februari sloeg Paul Magnette de deur volledig dicht. Toch bleef ik signalen uitsturen dat die deur langs onze kant openbleef. Op donderdag 12 maart liet sp.a-voorzitter Conner ­Rousseau me weten dat Magnette opnieuw wilde praten. Hij nodigde me ’s avonds uit bij Magnette, op het PS-hoofdkwartier. Aan het eind van dat gesprek gaven Magnette en ik elkaar een elleboogshake: we zouden samen een noodregering maken. Ik reed naar huis in de overtuiging dat we maandag de eed zouden afleggen. 

“Ook voor Magnette kon het niet snel genoeg gaan. We wilden een kort regeerakkoord van vijf pagina’s met enkele grote principes. Door de coronacrisis konden veel taboes sneuvelen. Een normale regering had moeten besparen en hervormen, maar in de huidige omstandigheden moet je vooral veel geld uitgeven om je economie te redden. ‘Dat is de reden waarom socialisten van crisissen houden’, zei Magnette al lachend. Op het eind vroeg ik hem onder vier ogen hoe hij de casting zag. De noodregering zou alleen kunnen overtuigen als we er zwaargewichten in zetten. Magnette zei dat hij er in geen geval zelf zou in stappen. Ik zei dat ik dat wel wilde doen als het nodig was, desnoods als premier. Dat werd achteraf de strop waarmee ze me hebben opgehangen. Maar op dat moment maakte Magnette geen bezwaar. Het was logisch dat minstens één van ons twee dat project mee zou dragen.”

Waar liep het dan mis?

“Vlak nadien. In plaats van rustig in zijn bed te kruipen, belde Magnette naar MR-voorzitter Georges-­Louis Bouchez. Dat was het stomste wat hij kon doen, want Bouchez is graag de vader van een oplossing, niet degene die ze moet aanhoren, en al zéker niet van zijn grote concurrent uit Henegouwen. Dat zijn twee haantjes die al maanden tegen elkaar op krabben om op de hoogste stok te raken. En uitgerekend hém belt hij dan. Bouchez kroop onmiddellijk in een egelstelling. Hij had de premier, zeven ministers, de Europese president, een Euro­pees commissaris én de senaats­voorzitter. Onze oplossing dreigde hem een paar postjes te kosten, en dat zinde hem niet. Voor het land zou het nochtans geen ramp zijn als Daniel ­Bacquelaine (minister van Pensioenen, red.) en François Bellot (minister van Mobiliteit, red.) moeten stoppen. Die zíjn al gestopt. Nadien belde Magnette ook nog naar het paleis om te zeggen dat hij formateur wilde worden.”

Formateur van een regering waar hij niet eens zelf in wilde?

“Krankzinnig, maar hij vond dat blijkbaar logisch. Bij ons afscheid had hij gezegd dat hij op vrijdagochtend zijn G9 (een kransje PS-kopstukken, red.) zou samenroepen. Achteraf las ik dat hij tijdens die PS-vergadering groen licht kreeg voor de noodregering, maar hij ‘vergat’ te vermelden dat wij daar in zouden zitten.”

Welke samenstelling had u met hem afgesproken?

“Paars-geel: PS, N-VA, MR, Open Vld, CD&V en desgevallend sp.a. Die regering had bijna een tweederdemeerderheid, een meerderheid in beide taalgroepen én de partijen uit de Vlaamse regering zaten erin, zodat de twee regeringen goed konden samenwerken. Alles wat je maar wilt! Het enige obstakel was dat Ecolo er niet bij was, terwijl die wél in de Waalse regering zitten. Het game plan was om de groenen uit te nodigen en hen zelf te laten afhaken. Zij hadden Magnette gezegd dat ze niet in een noodregering wilden, zeker niet met ons. En als Ecolo buitenrijdt, weet je dat het aanhangwagentje van Groen volgt. Die mensen hebben zich compleet in de irrelevantie geparkeerd.

“Maar tegen vrijdagmiddag lag dat plan al in scherven door de impulsiviteit van Magnette. Daarna hebben de liberalen en socialisten vooral achter mijn rug vergaderd.”

Naar verluidt hebben zij gebekvecht over wie formateur mocht worden: Paul Magnette of Sophie Wilmès. Magnette had van zijn G9 het fiat voor een noodregering gekregen op één voorwaarde: hij moest eruitkomen als de redder des vaderlands. Dat kon enkel als formateur. Bouchez gunde hem dat niet.

“Ik was er niet bij, maar ik weet één ding: de PS luistert niet meer naar de sp.a en de MR veegt de vloer aan met Open Vld. Magnette en Bouchez hebben daar een matchke uitgevochten met wanhopige Vlaamse toeschouwers.”

Op zaterdag pleitte u op VTM voor een noodregering voor één jaar. Was het slim om dat zo openlijk te zeggen?

“Ik voelde dat het schip aan het zinken was en probeerde wat druk te zetten. Zo was er tenminste een deadline: tegen maandag moest er een oplossing zijn.

“Op zaterdagnamiddag onderhandelden we voort tot diep in de nacht. We spraken af dat niemand zou tweeten of interviews geven, en dat de technici op zondagvoormiddag het regeerakkoord zouden schrijven. Daarna zouden wij doorgaan tot de finish. Maar zondagochtend hield de PS opnieuw een partijbureau, dat slecht verliep. Magnette kreeg de wind van voren. Bouchez werd daarvan op de hoogte gebracht en begon meteen weer te tweeten. Ook Ecolo had zich al gemengd. En daarna volgden die afschuwelijke scènes in de tv-studio’s, waar de Franstalige voorzitters me aanvielen omdat ik zogezegd het premierschap had opgeëist en een staatshervorming uit de brand wilde slepen. Echt platte leugens. How low can you go? Dat je binnenskamers soms iets anders zegt dan voor de camera’s, dat hoort bij het politieke spel. Maar uit elkaar gaan met een akkoord, je mensen mobiliseren om het te onderhandelen, en dat dan live op tv torpederen en de schuld in andermans schoenen schuiven? Dat heb ik de voorbije zestien jaar nooit meegemaakt. Magnette had zelfs het fatsoen niet om me vooraf te bellen om te zeggen dat hij het intern niet kon houden.”

Hebt u met uw voorstel om premier te worden de deal niet zelf de doodsteek gegeven? U wist toch dat de PS-achterban zou flippen?

“Als dat het probleem was, had Magnette me dat donderdagavond moeten zeggen. Of desnoods na een nachtje slapen. Er is een erecode onder partijvoorzitters: als je elkaar onder vier ogen spreekt, moet er een minimum aan respect en vertrouwen zijn.”

Wat als hij had gezegd dat dat niet zou passeren bij de PS?

“Daar was ik op voorbereid. Dat was geen dealbreaker geweest. Ik had een plan B klaar. Een andere premier. Wie? Dat hou ik voor mezelf. Maar je kunt je voorstellen hoe penibel de sfeer was toen we op zondagmiddag weer bij elkaar kwamen, na al die torpedo’s op tv. Conner Rousseau schoot onmiddellijk in een tirade die ik nog maar zelden heb gezien. Hij wees alle aanwezigen op hun plichten, dat het gedaan moest zijn met de ego’s en veto’s, en dat er de volgende dag een oplossing moest liggen. Mijn respect voor die gast is enorm gegroeid. Hij stond onder grote druk, maar bleef tot het bittere einde 100 procent op zijn lijn. Hij is zeer loyaal, dat is zeldzaam in de politiek.

“Na zijn uitbarsting zei ik tegen de Franstaligen: ‘Jullie hebben geen eer, geen code en geen respect. Als jullie die leugens van daarnet niet intrekken, ben ik weg.’ Schoorvoetend bevestigden ze dat ik inderdaad níét het premierschap en een staatshervorming had geëist. Daarna waren er veel ongemakkelijke stiltes. Buiten woedde de coronacrisis, binnen maakten we het dieptepunt van het dieptepunt van de vaderlandse politiek mee. Als je daarmee naar buiten komt, zonder oplossing, verlies je allemaal. Dan zeg je tegen de mensen: ‘Wij zijn de grootste bende prutsers ter wereld, die zelfs in de zwaarste crisis nog geen schijn van overeenstemming kunnen vinden.’ Iedereen besefte dat we toch met iéts moesten komen.”

Lag de paars-gele noodregering toen nog op tafel?

“Nee, het was duidelijk dat we zouden eindigen met de restregering-Wilmès. De Franstaligen hadden openlijk geroepen dat zij de kapitein moest blijven. Dus speelde ik mijn laatste kaart uit: een versterking van haar ploeg met de aanwezige partijen. ­Magnette wilde niet meedoen, en dat vond Bouchez prima: zo kon de MR al zijn postjes behouden. ‘Dat is de terugkeer van de Zweedse regering!’, lachte hij. Joachim Coens (CD&V-voorzitter, red.) en Gwendolyn ­Rutten (Open Vld-voorzitter, red.) vonden het oké dat wij erbij zouden komen. Ondertussen bleef Magnette maar vragen waarom de groenen en het cdH niet waren uitgenodigd. Ik nam hem op zijn woord: ‘Goed, wij stappen erin, maar laten we de anderen ook eens vragen wat ze willen.’ Dat had hij niet verwacht.

“De groenen kwamen met z’n drieën (Meyrem ­Almaci, Jean-Marc Nollet en Rajae Maouane, red.), waarschijnlijk om hun enorme politieke gewicht te benadrukken. De avond voordien hadden ze met Magnette in het geheim al een scenario afgesproken: de rest­regering moest maar voortdoen. Zonder hen. Ze zouden die steunen vanuit de oppositie, behalve als wij erin stapten. Ik vroeg Almaci hoe ze dat de Vlaming zou uitleggen: dat de coronacrisis niet door de N-VA bestreden mag worden. Een regering met tíén liberale ministers vond ze geen probleem. De linksen hebben vijf jaar lang geroepen wat een schande het was dat de MR als enige Franstalige partij in de regering-Michel was gestapt. En nu, in tijden van crisis, waarin je normaal voor nationale eenheid kiest, mogen de liberalen van hen quasi alleen besturen, met een hoop bankzitters.”

‘Bouchez en Rutten beschouwden het akkoord als een triomf. Als je te lang in een bubbel zit, besef je soms niet meer hoe de buitenwereld naar je kijkt.’Beeld Geert Van de Velde

Daarna zou u de sp.a en het cdH gevraagd hebben of zij een regering met de N-VA wilden steunen.

“Dat was nog de enige weg naar een volwaardige oplossing. Conner Rousseau was daartoe bereid, ook al bracht dat zijn partij in een moeilijke positie, zonder de PS. ‘Nood breekt wet’, zei hij. Nogmaals: respect. Daarna moest het cdH kleur bekennen. CD&V zette druk, maar ­Maxime Prévot verkoos het dictaat van links Wallonië boven de wil van Coens. Dat illustreert hoe politiek dood dit land is. De enige manier om onze twee democratieën te verzoenen, is de particratie, maar die functioneert alleen als de zusterpartijen overeenkomen. MR en PS behandelen hun Vlaamse tegenhangers als chichiboys, en CD&V hééft zelfs geen zusterpartij meer.

“Zes keer heb ik Prévot moeten vragen of hij een noodregering zou steunen met ons erin. Uiteindelijk was het antwoord ‘non’. Daarna besloot ­Patrick Dewael dat er een oplossing was: de huidige restregering-­Wilmès met steun vanuit de linkse oppositie. Een kaduke regering met een laagje vernis erover.”

Toch was de euforie groot. Georges-Louis Bouchez trok Gwendolyn Rutten tegen zijn gilet en maakte de selfie die een storm van kritiek zou oogsten. ‘Wereldvreemd en wraakroepend’, was de algemene teneur.

“Als je te lang in de bubbel zit, besef je soms niet meer hoe de buitenwereld naar je kijkt. Zij beschouwden dat akkoord als een triomf, terwijl de mensen een échte oplossing hadden verwacht. En ze wáren al zo kwaad vanwege de aanslepende formatie.

“Ik heb zelden zo’n symbolische foto gezien. Bouchez was overgelukkig, omdat hij carte blanche had gekregen van zijn concurrenten. Gwendolyn moest haar enthousiasme wat acteren. En de oscar voor triestigste bijrol ging naar Almaci, die in het decor stond te juichen voor een regering waar ze niet in zit. Absurd. Coens was minder gelukkig, omdat CD&V gevangen zit in de fuik en wij eraf zijn gereden. En de linksen gingen naar huis in de overtuiging dat ze straks, in september, in de regering-Wilmès zullen inbreken, waardoor ze alsnog hun Vivaldi-coalitie krijgen.”

Is de conclusie dan dat Magnette deze veldslag meesterlijk heeft gewonnen?

(verslikt zich haast) Meesterlijk? Allee! Meesterlijk ben je als je binnengaat met een idee en je kunt dat aan iedereen opdringen. Maar als je binnengaat met een idee en je wordt bont en blauw geslagen door je eigen achterban, en daarna gekraakt door je grootste concurrent, komen er andere woorden in mij op.”

Politicoloog Carl Devos was even vernietigend als u. Hij sprak van ‘een regering van nationale verdeeldheid’ en noemde de oplossing ‘politiek bedrog’.

“Het verbaasde me dat hij dat zo durfde te schrijven. Als je dat stuk in één woord moet samenvatten, is het ‘wanhoop’. Pure wanhoop over het onvermogen van de politieke klasse, die er zelfs in de ergste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog niet in slaagt om met een overtuigend antwoord te komen. En daar dan nog kinderlijk blij mee zijn ook.

“Devos heeft gelijk: die regering-Wilmès krijg je niet meer gestopt. Straks kruipen de linksen erbij, wellicht zonder regeerakkoord, en zo sukkelen we voort tot in 2024. Dat is gewoon catastrofaal.”

Doet de regering het zo slecht?

“De regering heeft nog geen kwart van de stemmen! Theo Francken heeft het getweet: hij en ik hebben meer voorkeurstemmen dan alle regeringsleden samen. Dat was niet zo sympathiek van hem, maar het zegt veel. Wat gaat die regering nu doen om de toekomst voor te bereiden? Niks. Nada. Nul. Coronamaatregelen nemen, een beetje op de winkel passen, en in september worden we wakker in dezelfde situatie. Dan liggen alle knopen van de voorbije maanden er nog.

“In een paars-gele noodregering had er tussen ons en de PS een entente kunnen ontstaan, overeenstemming dat we niet meer terug willen naar de miserie van de voorbije tien jaar, met een land dat nauwelijks nog te besturen is en met politieke crisissen van honderden dagen. Iedereen is dat kotsbeu. Dan hadden we een jaar de tijd om in het verborgene een nieuw België voor te bereiden. Dat was een historische kans. Maar die is zo hard de nek omgewrongen dat ik me afvraag hoe het verder moet.

“Misschien was dit wel de laatste kans. Zullen er in 2024 nog gentlemen zijn om een akkoord te maken? En hebben die dan nog de macht om iets door te drukken? Niemand moet straks nog komen janken als de extreme partijen tientallen procenten behalen. Die zijn niet geïnteresseerd in een Belgisch compromis, maar willen het systeem omverwerpen. Het is een momentopname, omdat ik nu zo ontgoocheld ben, maar dat vooruitzicht… Geef de mensen die vinden dat het systeem niet meer werkt nog maar eens ongelijk, hè. Dat is nu verdomd moeilijk geworden.”

Hoe voelt het om bij de politieke klasse te horen die daar mee voor verantwoordelijk is?

“Dat is afschuwelijk. Ronduit afschuwelijk. (zoekt naar woorden) Bon, ik ga van mijn hart geen moordkuil maken. Er zijn andere zorgen op dit moment.”

Johan Vande Lanotte wijst erop dat de vijftien jaar durende stellingenoorlog tussen de PS en de N-VA mee tot deze situatie heeft geleid.

“De PS is tijdens de voorbije verkiezingscampagne ‘jamais avec la N-VA’ blijven roepen, ik heb géén veto gesteld tegen hen. Gewoon besturen gaan we met hen nooit doen, maar een regering met de PS die een historisch akkoord maakt over het institutionele: dat was altijd het doel.

“Speel de film van ons partij­congres in 2014 nog maar eens af. Daar heb ik, voor een volle Lotto Arena, het schema geschetst. ‘Vrienden, we verdrijven de PS nu van de macht’ – groot applaus – ‘en dat zal hen rijp maken voor de omvorming van het land.’ Dat is ook gelukt. De PS is daar klaar voor, er zijn genoeg getuigen die dat kunnen bevestigen. Zij zijn ons even hard beu als wij hen. Ze durven het alleen nog niet publiek toe te geven. Om hun Belgische toneeltje te kunnen volhouden, zetten ze ons nu samen met Vlaams Belang in een cordon sanitaire. Daarmee knippen ze de helft van Vlaanderen weg. En als ze straks hun Vivaldi-coalitie vormen, zitten daar nog twee andere Vlaamse partijen tegen hun goesting bij: CD&V en Open Vld.”

‘Dat ik het premierschap zou hebben opgeëist en een staatshervorming uit de brand wilde slepen, zijn echt platte leugens. How low can you go?’Beeld Geert Van de Velde

U had het over een erecode tussen voorzitters. Vindt u dat u zich daaraan hebt gehouden met uw aanvallen op Gwendolyn Rutten?

“Welke aanvallen?”

U insinueerde dat ze haar programma in de vuilnis­bak smeet in een poging om premier te worden van een paars-groene regering. Zij tilde daar zwaar aan.

(geërgerd) Dat was geen aanval, maar een feit. In november was Open Vld bijna een zusterpartij van de PS geworden. Rutten blies op Twitter een paars-groene zeepbel en was klaar om in zo’n regering te stappen. Daarom zei ze ja op de nota-­Magnette, die een afkooksel was van het PS-programma. Terwijl ze een maand eerder met ons een Vlaams regeerakkoord had afgesloten dat daar lijnrecht tegen­in ging. We hadden toen afgesproken dat zij en Wouter Beke in de regering-Jambon zouden stappen. Zij brak haar woord, en later werd duidelijk waarom: ze wilde de Wetstraat 16. Als je al niet meer kunt verdragen dat een politieke concurrent dat vaststelt, heb je een probleem. Om dan zo als een gewond dier terug te slaan, met beschuldigingen over seksisme en wat weet ik nog allemaal. (blaast) Ik heb het daar echt mee gehád. Ik ben geen heilige, ik heb in de politiek al veel gezegd waar ik achteraf oprecht spijt van had. Maar dit hoort daar niet bij. Als ze een man was, had ik precies hetzelfde gezegd.”

Wat moest er voor u in het regeerakkoord van de noodregering staan?

“Je moet nu, onmiddellijk, een bazooka van 45 miljard euro op tafel leggen om de recessie te bestrijden. Duitsland heeft 550 miljard euro vrijgemaakt. Daarmee kun je koopkrachtmaatregelen nemen en gezonde bedrijven overeind houden. Ik snap niet dat Wilmès die garanties nog niet heeft gegeven (dit gesprek vond plaats op woensdag 18 maart, red.).

“Er zitten een paar sterke mensen in die regering, maar er heerst een sfeer van anekdotisch bestuur: ‘Er zijn een paar probleempjes, wat kunnen we eens doen?’ Dat is echt beangstigend. Men had al lang met de financiële sector in conclaaf moeten gaan. Hoeveel geld stoppen we in het garantiefonds? Welke mechanismen zetten we in? Hoe pakken we fraude aan? Hoe bepalen we welke bedrijven we erdoor sleuren en welke we op de fles laten gaan?

“Nu zien we de ene minister na de andere maatregeltjes aankondigen: een bonnetje voor dit, een premie voor dat. Elke dag iets vers, en niemand die het nog snapt, elke oplossing roept duizend vragen op. Dat is exact wat je in een crisis níét moet doen.”

Uw handen jeuken om u daarmee te moeien, hè?

“In de partij zullen ze kwaad zijn dat ik het zeg, maar: ja, ik had deze crisis graag gemanaged. Dan krijg je tenminste het gevoel dat je je pree waard bent. Misschien was dat premierschap een ramp geworden, maar dan heb je tenminste geleefd.”

En nu bent u de dokter die niet in de operatiekamer binnen mag?

“Dat is een pijnlijk beeld, want mijn persoonlijke dokter heeft corona. Dat is een dubbele klap: hij wil mensen helpen en zit nu zelf in quarantaine. Dat gevoel had ik zondagnacht ook. Ik wilde erin vliegen, maar werd in politieke quarantaine geplaatst. Gelukkig kan ik als burgemeester nog het verschil maken. In de Vlaamse regering doen we dat ook.”

Hoe zal deze corona­crisis de wereld veranderen? Economie­filosoof Rogier De Langhe denkt dat de globalisering voorbij haar piek is. ‘We zullen weer zelf mondmaskertjes en medisch materiaal moeten maken, ook al kunnen ze vanuit China goedkoper geleverd worden’, zei hij in De Standaard.

“Dat denk ik ook. Het gebrek aan internationale samenhang is schrijnend. Tijdens de bankencrisis van 2008 was er nog het besef dat we samen op een zinkend schip zaten en met verenigde krachten de lekken moesten dichten. Nu heerst in de VS de Monroe-doctrine: America First en de grenzen dicht. Ook in Europa is het ieder voor zich. Eigenlijk zou de Europese Commissie met die financieel-­economische bazooka moeten komen, maar die tijd is voorbij. Dat noopt tot pessimisme, want Italië stond in 2008 al op de rand van het faillissement. Als zij de dieperik ingaan, riskeer je een perfecte storm. In 2008 konden we nog schulden maken om de crisis te bestrijden. Die schuld staat er nog. Dit wordt de crisis bovenop de crisis. En de globalisering kréég de voorbije jaren al zo veel klappen door de ongecontroleerde migratie. Als daar nog zware sociaal-economische miserie bovenop komt, krijg je een gedroomde context voor populisten. Dat zie je nu al.”

Wilt u het nu over de jaren 30 hebben, meneer De Wever?

“Er zijn duidelijke parallellen, maar de geschiedenis herhaalt zich nooit exact. Dat komt omdat de context verschilt. Maar het menselijk gedrag verandert nooit fundamenteel. Wie nu met totalitaire praat afkomt, heeft de wind in de zeilen.”

In het weekend van 7 maart ging u verkleed naar de musical Mamma Mia! en riep u op tot kalmte over het coronavirus. ‘Elke dokter die ik ken, ergert zich rot aan de paniekzaaierij. Ik hoop dat men geen draconische maatregelen gaat nemen.’ Drie dagen later pleitte u voor het federale rampenplan. Hebt u deze crisis een tikje onderschat?

“Ja, net zoals bijna iedereen. Ik stond dat weekend niet zomaar uit mijn nek te lullen. Onze experts zeiden dat we de mensen moesten oproepen om de normale griepvoorschriften te volgen, en susten dat de griep ieder jaar ook duizenden doden maakt. Als je die alle dagen in de krant zet, is het ook paniek. Dat was het sfeertje.

“Binnen de drie dagen sloeg dat volledig om. Nooit gezien. Dat kwam vooral door de stijgende curve en de veranderende pathologieën. Eerst dacht men dat vooral ouderen en zwakkeren risico liepen, maar plots kwamen er dertigers, twintigers en zelfs tieners binnen met levensbedreigende symptomen. Dat maakte heel veel indruk, waardoor wij razendsnel moesten schakelen in onze communicatie. En dat heb ik ook gedaan, amai.”

Wat vindt u van de groepsimmuniteit waar Nederland en vooral Groot-Brittannië op inzetten?

“Mijn experts noemen dat een louter politieke keuze. Medisch gezien is er maar één optie: de curve afvlakken en zoveel mogelijk levens redden. Groepsimmuniteit heeft als voordeel dat iedereen snel besmet raakt, waardoor het ook snel voorbij is. Maar in het slechtste scenario kom je duizenden bedden tekort en zullen duizenden mensen sterven in de gangen van het ziekenhuis. Als ze daar al geraken. 80-plussers laat je dan gewoon in het rusthuis sterven. Dat is een gevaarlijke gok. Als het slecht uitdraait, heb je doden op je geweten. ­Boris Johnson heeft kennelijk de ballen om die aanpak te verdedigen, maar ik associeer dat toch eerder met dictatoriale regimes voor wie mensenlevens minder waard zijn dan hier.”

Hoe bang bent u om het virus te krijgen?

“Ik heb een lichte vorm van smetvrees. Handjes wassen en een beetje afstand houden, dat behoort tot mijn vaste gewoontes. Er zit ook altijd een flesje alcoholgel in mijn tas. Ik hoef me dus niet te hard aan te passen, maar ik voel de psychosociale gevolgen wel. Sinds eind vorig jaar zit mijn moeder in een rusthuis. Zij mag nu niet meer buitenkomen en ik kan haar niet meer bezoeken. Gelukkig is ze mentaal nog gezond genoeg om dat te snappen. Ik hoor verhalen van demente ouderen die zich in de steek gelaten voelen door hun familieleden. Ze bellen hun kinderen elke dag om te vragen waarom ze niet meer komen. Dat kun je een week verdragen, maar als dat een maand duurt… Hetzelfde met dat uitgangsverbod: nu vinden mensen het nog plezant dat ze tijd hebben om thuis Monopoly te spelen, te klussen en de boeken te lezen die al zo lang op de stapel lagen. Maar wacht nog eens twee weken. Ik verwacht nog onaangename effecten: huiselijk geweld, alcoholisme, problemen bij de handhaving van het samenscholingsverbod… Mensen riskeren boetes van honderden euro’s als ze blijven samenhokken in parken en op straat. Een deel van mijn stedelijke bevolking is daar niet klaar voor. We hebben veel sociaal zwakkeren, mensen die geen Nederlands begrijpen, die de Vlaamse media niet volgen of die bepaalde religieuze gebruiken koesteren. Wij moeten hen nu dwingen om daar tijdelijk mee te stoppen.”

Sommigen weten misschien niet eens welke maatregelen van kracht zijn?

Put me in jail, maar ik heb de taalwet opgeschort. Wij communiceren hier nu in alle talen om onze 177 nationaliteiten te bereiken. Toch komen we nog bewoners tegen voor wie corona nog altijd gewoon pils is.”

Deze crisis toont nog maar eens aan dat zorg en voeding essentiële sectoren zijn. Wordt het geen tijd om die mensen beter te betalen?

“Ik wil dat na deze storm gerust bekijken, maar ik waarschuw nu al: de miljarden die nodig zijn om onze economie overeind te houden, gaan we met z’n allen betalen. We zitten sinds de crisis van 2008 met een overheidsschuld van 100 procent, dus de marges om de kraan open te draaien naar gelijk welke sector zullen er niet meer zijn. De komende vijftien jaar wacht ons een langgerekte saneringsoperatie. Politici die dan nog allerlei cadeaus beloven, zijn charlatans. Ik ga dat dus ook niet doen.” 

©Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234