Donderdag 15/04/2021

PortretFrank Vandenbroucke

‘Meer Frank dan hij ooit was’: Frank Vandenbroucke, dé sp.a-intellectueel in de Wetstraat

Een oud-minister: ‘Vanden­broucke kent zijn dossiers tot in de puntjes, maar ook de dossiers van zijn collega’s.’ Beeld BELGA
Een oud-minister: ‘Vanden­broucke kent zijn dossiers tot in de puntjes, maar ook de dossiers van zijn collega’s.’Beeld BELGA

Na meer dan tien jaar weg uit de Wetstraat is er geen politicus dominanter aanwezig dan minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (sp.a, 65). Le nouveau Frank blijkt vooral de oude Frank: onwaarschijnlijk slim, maar ook onwaarschijnlijk koppig. Bij de sp.a zijn ze laaiend, elders houden ze hun hart vast voor wat komt.

Hij zet de grote lijnen uit om de coronacrisis aan te pakken, communiceert empathisch maar streng. En passant kondigt hij aan dat hij de ziekenhuisfinanciering en de dokterslonen gaat hervormen, een ambitie waar elke minister zich de afgelopen twintig jaar de tanden op stukbeet. Frank Vandenbroucke heeft zijn rentree in de Wetstraat niet gemist. Hoe makkelijk hij zich die rol laat welgevallen, bleek vorige zondag toen hij een tik uitdeelde aan N-VA-voorzitter Bart De Wever, die zich wilde mengen in de discussie over de kernuitstap. “Wie is Bart De Wever in deze?”, zei hij in De zevende dag.

“He’s back bitches”, zo kondigde zijn voorzitter Conner Rousseau hem aan op de vooravond van de eedaflegging. Na net geen twee maanden Vivaldi is hij inderdaad de federale minister die al het meest zijn stempel heeft gedrukt. Na meer dan tien jaar afwezigheid heeft hij haast achteloos de draad opgepikt en is hij als een levend anachronisme de Wetstraat binnen gefietst. “Zelfs zijn pak en schoenen zijn nog dezelfde”, grapt een collega-minister. “En hij is nog meer Frank dan hij ooit is geweest”, zegt zijn partijgenoot Bruno Tobback.

Vandenbroucke torst een reputatie mee, en die lijkt hij opnieuw waar te maken. Hij is het slimste jongetje van de klas, de professor die anderen de les spelt, een koppigaard die erg overtuigd is van zijn eigen gelijk. Tijdens het Overlegcomité half oktober kreeg MR-minister David Clarinval het op de heupen. Toen de beslissing om de horeca te sluiten op tafel lag, doceerde Vandenbroucke, zwaaiend met wetenschappelijke rapporten. “De professor kan nog steeds drammerig zijn”, klinkt het binnen de regering. “Hij pakt uit met zijn kennis en durft je al eens te jennen”, zegt Vlaams minister Hilde Crevits (CD&V), ook aanwezig op het bewuste Overlegcomité. “Je moet daarmee om kunnen.”

Crevits herinnert zich een van haar eerste ministerraden als minister van Leefmilieu in 2007. “Toen ik een dossier op de regeringstafel bracht, vroeg hij maar naar de Latijnse naam van een plantje. Een detail van een detail van wat voorlag. Hij wilde testen wat die nieuwkomer waard is”, zegt ze. “Ik kon antwoorden. Als je die stijl niet lust, dan wordt het lastig. Maar ik heb het altijd uitstekend met hem kunnen vinden.” Ook met toenmalig minister-president Kris Peeters (CD&V) en vice-minister-president Dirk Van Mechelen (Open Vld) was de verstandhouding uitstekend.

Afserveren

De karikatuur die van Vandenbroucke wordt gemaakt, verdient nuance. Hij staat wel degelijk open voor overleg. Maar kom niet af met buikgevoel, wel met harde cijfers en logische argumenten. “Je dossier moet stevig in elkaar zitten”, zegt Philippe De Coene, sp.a-schepen voor sociale zaken in Kortrijk en goede vriend van Vandenbroucke.

De Coene geeft twee voorbeelden uit de coronacrisis. “Over de beslissing om de winkels te heropenen dit weekend wilde hij zich breed informeren”, zegt hij. “We hebben met elkaar gesproken hoe je zoiets praktisch en veilig zou kunnen organiseren in een stad.” Wat betreft het inzetten van sneltests, zag De Coene hoe Vandenbroucke zijn mening bijstelde. “Ik wilde die tests gebruiken om corona-uitbraken in onze woon-zorgcentra in te dijken. Hij was geen voorstander, hij had twijfels bij de betrouwbaarheid. Toch heeft hij me in contact gebracht met microbioloog Herman Goossens (UAntwerpen). We hebben samen een methode uitgewerkt en kregen intussen groen licht.”

Heilige huisjes van vakbonden, mutualiteiten of zelfs de partij zijn niet aan hem besteed. Zijn belangrijkste graadmeter: het beleid moet sociaal zijn. Beeld Photo News
Heilige huisjes van vakbonden, mutualiteiten of zelfs de partij zijn niet aan hem besteed. Zijn belangrijkste graadmeter: het beleid moet sociaal zijn.Beeld Photo News

Vandenbrouckes grootste troef is zijn grootste probleem: zijn dossierkennis. Hij studeert de materie au fond in, consulteert en bepaalt zijn positie. Als anderen afkomen met argumenten die hij al heeft overdacht en afgeserveerd, zijn ze eraan voor de moeite. Eens overtuigd, is hij moeilijk van de wijs te brengen. Kwaad zal hij niet snel worden, wel zal hij zijn irritatie laten merken door te zuchten, met de ogen te rollen en zijn uitleg nog eens van voren af aan te beginnen. “Dat kan soms pedant overkomen”, geven ook zijn medestanders toe.

Koningsdrama

Dat koppige, eigenzinnige karakter werd aangegeven als verklaring waarom de toenmalige sp.a-top hem door het venster keilde in 2009. Het werd het pijnlijkste koningsdrama van de recente politieke geschiedenis. Voorzitter Caroline Gennez liet Vandenbroucke voor het oog van de pers alleen wachten in het Errerahuis aan het Warandepark in Brussel, terwijl de voorzitters elders de laatste knopen doorhakten. De man die het hele regeerakkoord mee had onderhandeld kon geen minister blijven. ‘Oude krokodillen’ als Steve Stevaert, Freddy Willockx en Louis Tobback hadden eerder al het licht op groen gezet voor zijn liquidatie. Het resultaat van een aanslepende machtstrijd.

Persoonlijk ging Vandenbroucke na zijn Kaltstellung door een diep dal. Toch was dat voor hem niet het sein om anders aan te kijken tegen rol die hij als politicus meende te vervullen. Hij kreeg (en krijgt) nog steeds lof voor zijn werk als minister, zeker van het terrein. Het sterkte hem in het idee dat niet hij, maar de partij in de fout was gegaan. Dat hij in 2010 als lijstduwer voor de Senaat 177.000 voorkeurstemmen haalde, amper 10.000 minder dan absolute kopman Johan Vande Lanotte, bevestigde zijn overtuiging.

Vandenbroucke besliste zich opnieuw te richten op zijn academische carrière. In 1995 trok hij al eens naar Oxford, nadat hij als minister was moeten opstappen door de Agusta-affaire. In 2011 werd hij weer voltijds professor aan de KU Leuven en bekleedde aan de UAntwerpen de leerstoel Herman Deleeck. In 2015 ging hij aan de slag aan de universiteit van Amsterdam. Vandenbroucke diepte er zijn visie op sociaal beleid verder uit.

“Hij toonde nooit enige bitterheid over de politiek”, zegt sociologe Bea Cantillon (UAntwerpen), een van zijn academische fellow travellers. “Hij is vrij snel verveld tot academicus. Hij vond er dezelfde drijfveer: zijn inzet voor het algemeen belang.” Cantillon kent Vandenbroucke als een vrije denker, weg van dogma’s. “Hij stelt zichzelf voortdurend in vraag”, zegt ze. “Vandenbroucke is geen ideoloog, wel intellectueel. Hij is steeds op zoek en wil zich niet laten leiden door denkkaders die hem worden opgelegd. Zijn kompas is zijn sociaal-democratische overtuiging.”

Heilige huisjes van vakbonden, mutualiteiten of zelfs de partij zijn niet aan hem besteed. Zijn belangrijkste graadmeter: het beleid moet sociaal zijn. Zo kende hij ook als federaal minister voor Sociale Zaken heel wat tegenkanting tegen de invoering van dienstencheques, omdat die vorm flexibilisering de arbeidsmarkt zou schaden. Vandenbroucke zag vooral het emancipatorische potentieel om heel wat mensen uit het zwartwerk te helpen en dus toegang te geven tot de sociale zekerheid.

Als voorzitter van de expertencommissie die de pensioenhervorming moest voorbereiden tegen half 2014, zette Vandenbroucke die lijn door. “Hij is er toen in geslaagd tegengestelde meningen met elkaar verbinden”, zegt Ria Janvier (UAntwerpen), lid van de commissie. “Hij was veeleisend, telkens wanneer je met een tegenargument kwam, vroeg hij daar een nota over te schrijven. Hij pushte iedereen om buiten het eigen denkkader te treden.” Jean Hindriks (Universiteit van Namen, ook verbonden aan Itinera en lid van de commissie): “Hij was een echte chef d’équipe.”

Een van de meest opmerkelijke conclusies van het pensioenrapport was om de pensioenleeftijd op te trekken tot 67 jaar. Compleet onbegrijpelijk voor de socialistische vakbond. “Toch was zijn insteek steeds een van een sociaal-democraat”, zegt Hindriks. “Hij focuste op de lengte van de loopbaan, niet de leeftijd. Voor hem was het systeem fundamenteel rechtvaardig. Mensen die op hun 18de gaan werken zouden wel kunnen stoppen rond de 60.”

Tijdens zijn hernieuwde carrière aan de universiteit kwam hij ook internationaal steeds meer op de radar. Hij mocht zowel de Franse als de Nederlandse regering van advies voorzien voor hun pensioensysteem en stond de Europese commissie met raad bij over het Europese sociale beleid, een van zijn stokpaardjes. Zijn netwerk groeide verder, zowel in de administratie als bij beleidsmakers. Bovendien kon hij de voorbije twee maanden snel weer zijn contacten activeren uit de periode dat hij minister was. Nu hij in een regering zit met voornamelijk neofieten is dat ontegensprekelijk een troef.

In overleg met eerste minister Alexander De Croo (Open Vld).  Beeld BELGA
In overleg met eerste minister Alexander De Croo (Open Vld).Beeld BELGA

Nooit formele verzoening

Bij de sp.a zijn ze onder meer daarom nog altijd laaiend over zijn komst. “Er was euforie bij de aankondiging”, zegt Kamerlid Joris Vandenbroucke – geen familie overigens. Na de grote verjongingsoperatie was het zoeken voor de partij naar degelijk politiek personeel. De minister-professor geeft de partij meteen een enorme boost op het vlak van geloofwaardigheid en sérieux.

Ondanks de defenestratie van 2009 heeft Frank Vandenbroucke nooit gebroken met zijn partij. “Hij ziet de sp.a nog steeds erg graag”, zegt Joris Vandenbroucke. Hij nam afstand, maar was steeds beschikbaar voor advies over pensioenen of andere sociale thema’s. Hij kwam nog naar partijcongressen, en voelde daar het respect van de leden. Op het laatste, eind vorig jaar, werd hij na een speech over de vernieuwing van de partij getrakteerd op een minutenlang applaus van de militanten.

Met Gennez kwam er nooit een formele verzoening. Bij zijn aanstelling als minister twee maand geleden stuurde ze hem een bericht om hem te feliciteren, waarna hij haar uitvoerig bedankte. Zelf komt Vandenbroucke het liefst zo weinig mogelijk op terug op wat gebeurde in 2009, ook voorzitter Rousseau wil nog maar weinig adem verspillen aan het verleden. Achter de schermen deed die er wel alles aan om alle mogelijke spanningen weg te masseren. Zijn grote voordeel: van de oude krokodillen en clans is intussen geen sprake meer in de partij.

Het is opmerkelijk dat een oudgediende als Vandenbroucke de partij in volle vernieuwingsfase komt stutten. Rousseau heeft hem uitdrukkelijk gevraagd om mee te schrijven aan de ideologische herbronning van de partij. Na de nieuwe naam ‘Vooruit’ volgt tegen eind volgend jaar ook een heel nieuw partijprogramma. Als belangrijkste sp.a-gezicht in de regering, leidt het geen twijfel dat Vandenbroucke ook bij de verkiezingen in 2024 zal worden uitgespeeld. Tegen dan loopt hij stilaan tegen de 70 aan.

Door hem zo expliciet weer op het voorplan te duwen, neemt Rousseau een risico. Wat als Vandenbroucke buiten de partijlijnen gaat kleuren? “Frank en ik maakten duidelijke afspraken”, zegt Rousseau. Zo was de voorzitter betrokken bij de samenstelling van zijn kabinet en posteerde er ook mensen van de partij. “Er kunnen geen eilandjes meer zijn, we zijn één team”, zegt hij. “We bellen bijna elke dag om te overleggen. Hij apprecieert ook enorm hoe ik de partij aan het reorganiseren ben.”

De voorlopige rolverdeling: Rousseau verzorgt de communicatie, Vandenbroucke de fond. Hij overtuigde overigens Vandenbroucke ook een Facebook- en Instagram-account aan te (laten) maken. Dat had hij voordien niet. Op Twitter is hij nog steeds afwezig. Dat die rolverdeling geen garantie is op succes, bleek bij de machtsstrijd tussen Stevaert, de man van het buikgevoel, en de cerebrale Vandenbroucke. “Bij politiek komt toch ook steeds enige feeling kijken”, zegt Bruno Tobback.

Vandenbroucke wil beleid maken op basis van feiten. Steekvlamrelletjes zijn niet aan hem besteed, laat staan gespin en achterklap bij journalisten. Eens gaan lunchen met de pers vindt hij tijdverspilling. Zijn haast ascetische werkhouding is legendarisch. Als een werkvergadering uitliep tot het middaguur durfde hij zijn broodzak bovenhalen om boterhammen te smeren, herinnert toenmalig minister-president Kris Peeters zich. Tijdens een dag hard werken trakteerde hij zijn compagnon de route De Coene ooit op een appeltje. “Hij sneed het netjes in twee, zodat we elk een helft hadden”, lacht die nu. “Dat was het dan.”

Vandenbroucke lijkt voor de buitenwereld misschien een halve robot, tegenover zijn medewerkers toonde hij zich altijd erg betrokken. De buitenwereld maakte kennis met die emotionele kant van Vandenbroucke, toen hij na een bezoek aan een ziekenhuis in Luik eind vorige maand een traan moest wegpinken.

‘Derde Weg’

Binnen de regering houden ze toch hun hart vast voor wat komen gaat. Vandenbroucke is de man die we nu nodig hebben om de coronacrisis aan te pakken, valt te horen zowel bij PS als Open Vld. Na het stuurloze beleid van de regering-Wilmès, is de vaste hand van Vandenbroucke een verademing. Ook hoe hij De Wever op zijn plaats zette, werd op appreciatie onthaald. “Maar alles hangt af van hoe zich daarna zal opstellen”, zegt André Flahaut (PS), die samen met Vandenbroucke in de federale regering zat begin jaren 2000.

Bij de PS hebben ze nog altijd nare herinneringen aan die periode. Vandenbroucke, toen minister van Pensioenen en Sociale Zaken, botste regelmatig frontaal met vicepremier Laurette Onkelinx en voorzitter Elio Di Rupo. Ze verweten Vandenbroucke te veel voor de ‘Derde Weg’ koos, de formule waarbij liberalen en socialisten elkaar ideologisch in het midden vonden. Waarom kwam hij anders aanzetten met die dienstencheques, dwars tegen het ABBV in?

Zelf vindt hij nog altijd dat hij ten onrechte dat etiket kreeg opgeplakt. Hij was dan wel non-conformistisch, zijn uitgangspunten waren in zijn ogen steeds rood, met bijvoorbeeld een bepalende rol voor de staat, niet per se de vrije markt. Tekenend nu ook: de euforie over het nieuwe coronavaccin van Pfizer, temperde hij meteen met de melding: ‘Het is op dit moment maar een persbericht’. Als socialist vertrouw je de big pharma nu eenmaal niet blindelings. Niet toevallig was hij als student ooit overtuigd trotskist.

In 2004 had de PS het helemaal met hem gehad. Op instigatie van Di Rupo haalde Stevaert hem weg van het federale niveau om hem in de Vlaamse regering te parkeren. Dat hij zijn werk als minister van Sociale Zaken niet kon afmaken, was voor hem een grote opdoffer en speelt mee in zijn beslissing om nu opnieuw het departement in handen te nemen.

Maar ook daar geldt: de PS is intussen geëvolueerd. Met staatssecretaris voor Relance Thomas Dermine en minister van Werk Pierre-Yves Dermagne heeft voorzitter Paul Magnette twee ‘moderne socialisten’ in de regering gedropt. Blijft tegelijk de vaststelling dat de PTB en FGTB (Franstalige ABVV) de PS zullen blijven opjagen om zo veel mogelijk naar links te sturen.

Een eerste grote klip zijn de pensioenmaatregelen die deze regering voor september volgend jaar wil nemen. Komt het tot een clash tussen Vandenbroucke en bevoegd PS-minister Karine Lalieux? Bij de liberalen hopen ze stilletjes dat ze bij Vandenbroucke een medestander vinden om zonder taboes te hervormen, bij de PS hopen ze dat zijn uitgebreide dossierkennis kunnen gebruiken om hún visie door te drukken.

Het is in elk geval Vandenbrouckes reputatie niet om als vicepremier achterover te leunen, wel in tegendeel. “Hij kent zijn eigen dossiers tot in de puntjes, maar ook elk dossier van zijn collega’s”, zegt een oud-minister. En als vice voelt hij zich ook bevoegd voor álle beleidsdomeinen. “Soms kon hij dan de strijd aangaan over een of twee details over een dossier, terwijl er anders al lang een akkoord had gelegen.”

Bij de sp.a malen ze er niet om. Het is zijn taak om te vechten voor dossiers die voor de partij belangrijk zijn, klinkt het. Zijn grote voordeel is dat hij op het einde van zijn carrière niet meer hoeft te scoren als politicus. Tegelijk rekent de sp.a op hem dat hij de partij wel opnieuw kan laten scoren. Pas uiterlijk 2024 zal blijken of de ‘oude’ Frank Vandenbroucke de ‘nieuwe’ partij weer op de kaart kan zetten.

Dit portret kwam tot stand na gesprekken met in totaal 21 (oud-)ministers, (oud-)voorzitters, (oud-)kabinetsmedewerkers, academische collega’s en partijgenoten. Sommigen wensten niet geciteerd te worden. Vandenbroucke zelf verkoos niet te reageren.

Frank Vandenbroucke

* Partijvoorzitter SP (1989 tot 1994)

* Minister van Buitenlandse Zaken (1994-1995), nam ontslag na Agusta-affaire

* Federaal minister van Pensioenen en Sociale Zaken (1999-2003), en van Pensioen en Werk (2003-2004)

* Vlaams minister van Onderwijs en Werk (2004-2009)

* Maakte opgang in academische wereld voor zijn expertise in sociaal beleid. Was onder meer verbonden aan de KU Leuven, UAntwerpen en de Universiteit van Amsterdam.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234