Maandag 14/10/2019

Interview Filip Watteeuw

‘Mee besturen? We moeten de vraag stellen of de partij er klaar voor is’

Hoezo slechte verkiezingsresultaten voor Groen? De Gentse kopman Filip Watteeuw ziet vooral groei. Maar moeten de groenen straks ook mee besturen? ‘Een partij moet volwassen genoeg zijn om daarmee om te gaan.’

Groen leek de wind in de zeilen te hebben, maar bij de verkiezingen op 26 mei bleef de partij steken rond de 10 procent. Voor Gentse kopman Watteeuw is er geen reden tot treurnis. “Ik laat me geen nederlaag aanpraten.”

De verslagenheid bij uw partijgenoten is nochtans groot. Een historische kans om door te breken mislukte.

Watteeuw: “Ik ben het niet eens met die benadering. Ik ben tien jaar geleden verkozen in het Vlaams Parlement, in een fractie van 7 zetels. Nu hebben we er 14. Een verdubbeling! Sorry, maar dat is een positieve tendens. Voor het eerst in meer dan 30 jaar zijn in Gent niet de socialisten of de liberalen de grootste partij, maar wij, met 20 procent. Dát is pas historisch. In de politiek wordt veel te veel op korte termijn gekeken. In het beste geval wordt de vergelijking gemaakt met de vorige verkiezingen, in het slechtste geval met de laatste peiling. Maar wat zegt dat? Als je wat verder kijkt, kan je alleen vaststellen dat Groen een politieke factor is die steeds aan belang wint.” 

U bent wel zowat de enige in de partij die de uitslag zo positief opvat. 

“Het is hun goed recht dat zij de uitslag anders interpreteren, maar ik ben het er niet mee eens. Laat ons niet flauw doen: van mij had het ook beter gemogen. Maar ik ben al 32 jaar actief in de partij, ik kan wat meer afstand nemen. Uiteindelijk gaat het niet over de drie weken van de campagne, wel over hoe je jouw thema’s laat leven in de samenleving.

“We hebben ook een ander businessmodel dan de meeste partijen. Wij zijn een aanbodpartij. Wij gaan uit van een zekere politieke zakelijkheid, die we ook gaan koppelen aan emotie: hoe wordt de burger hier beter van? Veel andere partijen peilen welke emoties er leven in de maatschappij en bepalen op basis daarvan hun standpunten. Hoe je je resultaten binnenhaalt is helemaal anders. Wij groeien stap voor stap. Bij andere zie je een plotse groei, waarna een forse daling volgt.”

Een van jullie voorstellen was om de salariswagens af te schaffen. De emotie die bleef hangen was negatief: de groenen willen mijn auto afpakken.

“Dat klopt. Het is belangrijk om je keuzes krachtig te blijven verdedigen. Kijk naar het circulatieplan hier in Gent. Ik heb daar als schepen heel wat tegenkanting voor gekregen, maar ben er achter blijven staan. Door het uit te voeren, zien de mensen met hun eigen ogen dat er meer ruimte is voor fietsers en voetgangers. Zo kan je ze ook echt overtuigen. Het verschil met een campagne van enkele weken is dat ik bijna tweeënhalf jaar heb gehad om dat circulatieplan in te voeren.”

Als opkomende factor moet je de tegenwind kunnen trotseren. Jullie hadden geen antwoord klaar.

“Het gaat ook over hoe je aan politiek doet. We hebben op een heel open en kwetsbare manier ons programma gepresenteerd. Ik ben er zeker van dat die open en kwetsbare houding op termijn veel meer opbrengt dan het korte gewin van één verkiezing. We mogen niet de fout maken om te focussen op enkele campagnemomenten en enkele personen. Dan krijg je nooit het juiste beeld.”

In de steden doet Groen het niet slecht, daarbuiten is het veel minder. Wat is de verklaring?

“Wat ik leer uit de uitslagen: op plaatsen waar we een degelijke lokale werking hebben, met sterke figuren, scoren we ook goed. Je ziet dat in Vlaams-Brabant, maar ook bijvoorbeeld in Aalter met Mieke Schauvliege, waar je het misschien niet zou verwachten. In de Kempen en delen van West-Vlaanderen valt het dan weer tegen.

“Er is kritiek op Meyrem (Almaci) en Kristof (Calvo). Omdat ze te drammerig of te agressief zouden zijn? Onterecht. Ze hebben hun nek uitgestoken, met overtuiging en durf. Het is met zulke krachtige figuren, over heel Vlaanderen, dat we onze groei kunnen verderzetten. We hebben meer Meyrems en Kristoffen nodig, die de lokale werking kunnen optillen.

“Laat me de vergelijking maken met de verkiezingen in 1995. Net als nu waren de verwachtingen torenhoog, maar we gingen minder vooruit dan gedacht. Toen hebben we de juiste conclusies getrokken: we hebben de interne organisatie op punt gezet, het partijapparaat geprofessionaliseerd. Daarom stonden we in 1999 veel sterker. De dioxinecrisis heeft ons misschien geholpen. Maar we stonden klaar, anders kan je niet oogsten.”

Zijn jullie nu klaar om mee te regeren? In 1999 bleek het te vroeg, de electorale afstraffing volgde.

(denkt lang na) “De eerste vraag is natuurlijk of we gevraagd worden. Ik denk dat we over voldoende krachtige figuren beschikken om het wel te doen. Maar we moeten ons ook de vraag stellen of de partij er klaar voor is. Die inschatting moeten we de komende weken maken. In een regering, net als in een stadsbestuur, krijg je niet altijd wat je wil. Je programma komt onder druk te staan. Halen we genoeg strijdpunten binnen om andere compromissen te slikken? Zijn we in staat om het grotere plaatje te verdedigen? Een partij moet volwassen genoeg zijn om daarmee om te gaan. In de oppositie is het veel gemakkelijker om bij je principes te blijven.”

Straks zijn er voorzittersverkiezingen in uw partij. Wie moet het worden?

“Iedereen kan zich kandidaat stellen. Ik ga het niet doen, daarvoor ben ik te graag schepen in Gent. Maar ik ben een fan van Meyrem. Ze gelooft in wat ze zegt, en dat straalt ze ook uit. Let wel, het zal nooit business as usual zijn. Zelfs bij de grootste overwinning moet je gaan kijken waar je moet verbeteren. Je mag nooit zelfgenoegzaam worden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234