Woensdag 26/06/2019

klimaat

Mañana mañana: hoe het Belgische klimaatbeleid uitblinkt in loomheid

De Belgische scholieren spijbelen massaal voor het klimaat. Beeld Tim Dirven

De politiek verweert zich tegen het aanhoudende klimaatprotest. Er is de laatste jaren veel gedaan en gerealiseerd, klinkt het in koor. De Belgische klimaatstatistieken vertellen een ander verhaal.

Daags na de grootste klimaatmars uit de Belgische geschiedenis kon premier Charles Michel (MR) maandag niet anders dan het thema aansnijden. In zijn toespraak op de Diplomatieke Dagen, de jaarlijkse bijeenkomst van de Belgische diplomaten, beklemtoonde hij dat de laatste jaren “veel gedaan en gerealiseerd is maar misschien te weinig uitgelegd”. De premier noemde het klimaat een van zijn topprioriteiten. 

Eerder stuurde Vlaams klimaatminister Joke Schauvliege (CD&V) een gelijksoortige boodschap de wereld in. Zij voelde zich gesteund door de duizenden ‘bosbrossers’. Er is al veel gebeurd, maar de communicatie daarover kan vaak beter, vond de minister. Ze zwaait intussen tien jaar de plak op het Vlaamse milieudepartement.

Wie de Belgische klimaatstatistieken erbij neemt, een feitelijke graadmeter voor het gevoerde klimaatbeleid, komt tot een ander besluit. Tot nu toe heeft de politiek vooral om het probleem heen gedraaid. Het echte werk moet nog beginnen.

Kyoto

De eerste internationale klimaatdoelen, het Kyotoprotocol I uit 1997, heeft België gehaald. In Kyoto verbond ons land zich ertoe zijn uitstoot van schadelijke broeikasgassen met 7,5 procent te verminderen tussen 2008 en 2012, in vergelijking met 1990. Er zijn wel vraagtekens te plaatsen bij de manier waarop dat gebeurde. In die periode steeg de uitstoot van het transport en de gebouwen aanzienlijk. De winst werd vooral geboekt door de industrie en door de aankoop van ‘schone lucht’.

Landen die worstelden met de Kyoto-norm konden hun klimaatschuld afkopen bij landen met een overschot. Opeenvolgende federale regeringen spendeerden minstens 158 miljoen euro aan schone lucht uit onder meer China, Vietnam, India, Brazilië en Mexico. 

Sommige aankopen bleken al snel voor discussie vatbaar. In 2009 werd een deal van 22 miljoen euro afgesloten met Hongarije over de sponsoring van isolatiepremies voor Hongaarse huizen. Dat geld werd pas na 2012, toen Kyoto afgelopen was, uitgegeven. Ook meerdere Vlaamse regeringen betaalden ruim 20 miljoen euro voor schone lucht, onder meer voor een vervuilend affakkelsysteem in Chili.

Uiteindelijk vulde België ongeveer de helft van de vereiste inspanning in via de aankoop van schone lucht. Terwijl het Kyotoprotocol eigenlijk maar het aperitiefhapje was. Op de dag van de inwerkingtreding in 2005 waren veel klimaatwetenschappers al van oordeel dat de doelstelling te laag lag om een impact te hebben.

Europese doelen

Europa besloot daarop zelf de leiding te nemen in de strijd tegen de klimaatopwarming. In 2009 legde de Europese Commissie de lidstaten nieuwe klimaat- en energiedoelen op. Tegen 2020 moest België zijn uitstoot met 15 procent verlagen en het aandeel hernieuwbare energie met 13 procent verhogen in vergelijking met 2005. Daarnaast engageerde ons land zich om 18 procent minder energie te verbruiken.

Voor de Europese 2020-doelen gelden alleen de totaalcijfers van een land. In het federale België betekent dat de optelsom van het federale niveau (bevoegd voor onder meer de spoorwegen, bedrijfswagens en de windmolens op zee) en de regionale niveaus (onder meer isolatiepremies en zonne-energie). Het is aan de verschillende klimaatministers om onderling af te spreken wie welke inspanning levert. 

De gesprekken over een verdeelsleutel werden in 2010 opgestart. Het duurde echter tot november 2015 voordat die inderhaast werd goedgekeurd. Vijf jaar lang bleven de verschillende regeringen in de loopgraven van hun eigen gelijk zitten. Pas toen een blamage dreigde op de klimaatconferentie in Parijs lukte het wel.

Bedrijfswagens

Zal België zijn 2020-doelen halen? Het wordt kantje boordje. De transportsector is het grootste zorgenkind. De uitstoot van auto’s en vrachtwagens blijft torenhoog. Auto’s zijn wel zuiniger geworden, maar tegelijk worden nog altijd enorm veel kilometers gereden. Pas vorig jaar werd een minieme daling vastgesteld. 

Europa maant ons land al jaren aan om het fiscale gunstregime voor bedrijfswagens aan te passen. Zonder succes. Bij de vorming van de regering-Michel werd dit item van tafel geveegd. Ook de uitstoot van gebouwen door verwarming daalt minder snel dan gehoopt. Er is een daling ingezet maar die gaat te traag. Veel Belgische huizen zijn slecht geïsoleerd – de vrijstaande villa's uit de jaren 60 op kop.

De Vlaamse statistieken, die minister Schauvliege vorig weekend bekendmaakte, tonen dezelfde problemen (zie tabel). Volgens de Belgische verdeelsleutel moet Vlaanderen zijn uitstoot met 15,7 procent verlagen tegen 2020. In 2017 kwam Vlaanderen aan een vermindering van 5,9 procent. De kans dat Vlaanderen zijn doel haalt, is dan ook klein. 

Bovendien worden ook de doelen voor hernieuwbare energie en energiebesparing wellicht (net) gemist. In 2017 bedroeg het aandeel hernieuwbare energie 6,7 procent in Vlaanderen. Dat zou in de laatste drie jaar voor de deadline moeten stijgen richting 10 procent. Een onhaalbare sprong, lijkt het.

De Europese Unie als geheel is wel goed op weg om de 2020-klimaatdoelen te halen. Naast ons land zitten alleen Ierland en Malta in de penarie en in mindere mate Duitsland, Finland, Oostenrijk en Luxemburg. De Europese lidstaten die hun doelen missen, riskeren boetes en jaarlijkse dwangsommen tot ze voldoen. België hoopt dat Brussel en Wallonië het Vlaamse tekort kunnen dichtrijden.

In uiterste nood zal de merkwaardige Europese klimaatrekenkunde redding moeten brengen. Europa staat toe dat de overschotten uit het verleden worden gebruikt om de tekorten van vandaag te compenseren. Omdat de theoretische berekening van het Belgische vertrekpunt in 2013 gunstig uitviel, kon ons land de eerste jaren een aantal boekhoudkundige reserves opbouwen (zie grafiek).

Akkoord van Parijs

De mogelijkheid om die reserves in te zetten komt ons op korte termijn goed uit. Maar op lange termijn maakt het de vereiste inspanning niet makkelijker. Aangezien de werkelijke uitstoot hoog blijft, start je dan vanuit een penibele beginpositie aan wat volgt. Tegen 2030 verwacht Europa dat de uitstoot met 35 procent daalt. 

De Wetstraat moet hier eind dit jaar zijn definitieve routeplan voor indienen. In de voorlopige versie hiervan is het vaagheid troef. Er zou “binnen twee jaar” een plan voor een groenere fiscaliteit komen, het spoorverkeer wordt “geoptimaliseerd” en ons land zal streven naar “een echte omslag in mobiliteit”. Concrete plannen daarvoor, bijvoorbeeld voor investeringen in het spoor, ontbreken vaak volledig.

Zo blijft het Belgische klimaatbeleid uitblinken in een ‘mañana mañana’-mentaliteit. In realiteit neemt de uitstoot van schadelijke broeikasgassen in ons land maar heel traag af. Zeker in Vlaanderen. De 2030-doelen halen wordt een herculische taak. 

Ook daarna zal België vol aan de bak moeten. Tegen het midden van de eeuw wil de Europese Commissie de uitstoot met minstens 80 procent verlagen. Op de klimaatconferentie van Parijs heeft Europa zich er zelfs toe verbonden tegen het midden van de eeuw naar een verlaging van 95 procent te evolueren, om de zwaarste gevolgen van de klimaatopwarming te vermijden. 

Eén ding staat vast: met creatief boekhouden en afwachtend lichtgroen beleid zal het dan niet meer lukken.

België heeft voorlopig niet erg veel gedaan en gerealiseerd op het klimaatvlak. Wellicht meteen ook de reden waarom er nauwelijks over gecommuniceerd is.

uitstoot Beeld DM
uitstoot Beeld DM
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden