Vrijdag 13/12/2019
Louis Michel: ‘Zelfs na de miskraam waarbij Charles en zijn vriendin een kindje verloren, kwamen er afschuwelijke reacties op Twitter. Dat is onmenselijk. Mijn vrouw en ik hebben toen gehuild.’

Interview Louis Michel

Louis Michel: ‘Ik heb Charles aangeraden om in de privé te gaan: zijn leven was zo ellendig’

Louis Michel: ‘Zelfs na de miskraam waarbij Charles en zijn vriendin een kindje verloren, kwamen er afschuwelijke reacties op Twitter. Dat is onmenselijk. Mijn vrouw en ik hebben toen gehuild.’ Beeld BELGA

Na vijf woelige jaren als premier verlaat Charles Michel in december de dampende mesthoop van de Belgische politiek om Europees president te worden. Zijn vader Louis, die zelf zijn strepen verdiende als Eurocommissaris en minister van Buitenlandse Zaken, aanschouwt de supercarrière van zijn zoon met een mix van trots en bezorgdheid. ‘Gelukkig heeft hij meer zelfbeheersing dan ik.’

In volle fruitpluk vergeeft u ons ongetwijfeld dit bloemige cliché: de appel valt niet ver van de boom. Charles Michel heet een workaholic te zijn en zijn vader is geen haar beter. Op zijn 72ste waakt hij nog altijd mee over de koers van de MR. Hij leest dagelijks vijf kranten en belegt wekelijks vergaderingen met bedrijven, diplomaten en internationale contacten. Daarnaast liet hij zich samen met die andere schijngepensioneerde, Laurette Onkelinx, strikken als politiek analist bij LN24, de kersverse Franstalige nieuwszender. Maar gezien de precaire politieke situatie, en de rol van zijn zoon, moet hij meer op zijn woorden letten dan hem lief is. Een paar keer zal hij een antwoord onderbreken met: “Nee, dat mag ik niet zeggen.” Die muilkorf zit hem niet lekker. We zijn nog geen drie stappen ver in zijn bureau of hij begint erover te sakkeren.

Louis Michel: “Je kunt als politicus níks meer zeggen zonder een rel te veroorzaken. Tegenstanders en media buiten elk verkeerd woord meteen uit, en dat vergroot de kloof tussen burgers en politici. De enige winnaars zijn de populisten, die de media voeden met hun provocaties en steeds zeggen wat het volk wil horen.”

“Mensen laten zich daardoor opjutten, ze aanvaarden geen nee meer. Gisteren had ik een gepensioneerde bij me die een duivenkot wilde bouwen op zijn grond. Hij had een halve hectare gekocht voor 7.000 euro, dat was dus geen bouwgrond. Toch viel hij de burgemeester van zijn gemeente aan, omdat die hem geen toelating gaf voor dat kot. Het kostte me een uur om uit te leggen dat een burgemeester verplicht is de regels te volgen. Ongelofelijk.”

In Vlaanderen leeft het gevoel dat de kiezer zich massaal heeft afgekeerd van de politiek: de extremen wonnen en het aantal blancostemmers en thuisblijvers was gigantisch. Was het in Wallonië even erg?

“Bij ons gingen de proteststemmen naar de PTB (de Franstalige PVDA, red.) en de groenen. Dat is toch minder erg dan wat in Vlaanderen is gebeurd. Ik heb veel vrienden bij jullie – ik speel golf en ben voorzitter van een club op de taalgrens. De mensen die ik er spreek, zijn niet extreemrechts of anarchistisch. Maar Bart De Wever heeft een strategische fout begaan door de regering te laten vallen over het Marrakech-pact. Zo maakte hij van het thema van extreemrechts de inzet van de verkiezingen. De N-VA was als een voetbalploeg die rugby ging spelen op het terrein van een rugbyploeg. Dan moet je niet schrikken dat je slaag krijgt.”

Bart De Wever begrijpt nog altijd niet waarom uw zoon niet wilde instemmen met een onthouding over het Marrakech-pact. ‘Hij greep dat pact aan als een kans om te laten zien dat híj de echte baas was die ons op de knieën kon krijgen,’ zei hij dit voorjaar in een interview.

“De Wever heeft de psychologie van Charles fout ingeschat. Een onthouding was onmogelijk. In álle tv-debatten zat Charles alleen tegenover de PS, Ecolo, CDH, Défi en de PTB, die allemaal zeiden dat hij een verrader was, en de marionet van De Wever. Weken vóór de N-VA moeilijk begon te doen over dat pact, had Charles voor het oog van de wereld al beloofd dat België het zou goedkeuren. Als hij was geplooid voor de grieven van De Wever, was dat de ultieme afgang geweest.”

Is er iets gebroken tussen hem en De Wever?

“Nee, maar De Wever had moeten weten dat Charles niet kon wijken. En dat de val van de regering ons veel pijn zou doen, waardoor een terugkeer van de PS waarschijnlijker werd. Hij heeft hoog spel gespeeld en het resultaat is dat hij nu moet onderhandelen met linkse partijen. En dat allemaal voor een symbolisch verdrag waaraan geen verplichtingen verbonden waren.”

Voordien waren er ook al spanningen tussen uw zoon en Theo Francken.

“U moet weten dat respect voor de mensenrechten diep in het DNA van onze partij zit. De provocerende uitlatingen van Francken berokkenden ons veel schade. Wij moesten dat telkens gaan uitleggen, intern, maar ook aan de Franstalige publieke opinie. Er werd een beeld gecreëerd alsof wij met halve racisten bestuurden. Daardoor is ook de wet op de woonstbetredingen gesneuveld. Inhoudelijk was er niets mis met die wet, maar de media en oppositie spraken over een ‘achterhuiswet’ en Gestapo-praktijken. Door die hysterie groeide het verzet binnen de MR en werd de druk onhoudbaar.”

Dat is precies wat De Wever de premier verwijt: na de eerste golf regeringsmaatregelen waren de MR en CD&V blijkbaar zo geschrokken van de woede van de vakbonden en de oppositie dat ze op de rem duwden en verdere hervormingen tegenhielden.

‘Een echte politicus houdt meer van anderen dan van zichzelf. Als je je volk niet wilt dienen, begin je er beter niet aan’, vindt Michel.

“U kunt zich niet voorstellen wat wij hebben meegemaakt, als enige Franstalige partij in de meerderheid. Charles heeft echt afgezien door de continue aanvallen en verwijten. Niemand kan zeggen dat hij niet moedig is geweest. Hij heeft het aangedurfd om de code te breken en een abnormale coalitie te smeden, mét de N-VA.”

“Aanvankelijk deed zijn regering het beter dan verwacht. Er was communautaire vrede en de N-VA-ministers bleken serieuze mensen. Als we de rit hadden kunnen uitdoen, zouden we de verkiezingen gewonnen hebben en was een voortzetting van de Zweedse coalitie, eventueel met CDH, nog mogelijk geweest. Nu haalde de oppositie haar gelijk: ‘Zie je wel dat de N-VA niet te vertrouwen is. En dat het racisten zijn!’ Dat kregen onze kandidaten overal te horen. Tijdens een verkiezingsdebat had Ecolo-voorzitter Jean-Marc Nollet het lef om Charles een marionet cadeau te doen. (knarsetandend) Zulke vernederingen heeft hij vijf jaar lang moeten ondergaan. Zelf schonk Charles een bal, aangezien Nollet volleybal speelde. Maar Nollet vond het nodig om hem zo te schofferen.”

Is het geen blamage voor uw zoon dat hij het land achterlaat met een put van 8 miljard euro?

“Hij is daar woest over, maar het is niet zijn schuld. De begroting is ontspoord omdat we na de val van de regering niets meer konden aanpassen. De N-VA en de PS weigerden de begroting voor 2019 goed te keuren, waardoor dat een verloren jaar is geworden.”

Charles Michel deed onlangs een geestdriftige oproep om een nieuwe regering te vormen vóór hij begin december naar Europa trekt. Is dat niet wat te gemakkelijk? De kapitein verlaat het schip en zegt tegen de achterblijvende matrozen dat ze het maar moeten oplossen.

“Enfin, u gaat het spel van de populisten toch niet meespelen? Het is zijn rol om dat te zeggen. Welke boodschap moest hij anders brengen? Doe zo voort, we hebben tijd genoeg?”

Is hij blij dat hij straks van de Belgische janboel af is?

(aarzelt) “Na wat hij heeft moeten ondergaan, zal het wel een opluchting zijn. Maar zeggen dat Charles en Didier Reynders vaandelvlucht plegen, is platte demagogie. Reynders draait al twintig jaar mee in de regering. Als je dan de kans ziet om je land te dienen op een breder niveau, is het toch normaal dat je die grijpt? En Charles werd unaniem verkozen als voorzitter van de Europese Raad. Wie zou dat weigeren, zeker in de huidige omstandigheden?”

Klopt het dat u hem eerder had aangeraden om voor het bedrijfsleven te kiezen?

“Wij spreken als vader en zoon, maar hij vraagt me nooit om raad. Als ik hem iets wil meegeven, doe ik dat soms via Gérard Deprez, onze partijgenoot en vriend. Die twee vertrouwen elkaar en wisselen vaak analyses uit.”

Maar waarom zag u hem liever uit de politiek stappen?

“We hebben daar één keer over gesproken. Ik vond zijn leven zo ellendig, met al die aanvallen. Door een miskraam hebben Charles en zijn vriendin een kindje verloren. Zelfs daarop kwamen afschuwelijke reacties op Twitter. Dat je tijdens zo’n drama dát ook nog eens moet slikken, is onmenselijk. Mijn vrouw en ik moesten huilen toen we dat zagen.”

In de privésector sta je minder in een schietkraam, en heb je je agenda beter in de hand. Was het dat?

“Ja. Charles heeft een zoon van 14, een dochter van 3, en de kleine Lucie is 3 maanden oud. Maar hij werkt zo hard dat hij weinig tijd heeft voor hen, ook al doet hij enorm zijn best. Als vader en grootvader ben ik daar bezorgd over.”

Het zal er straks niet op verbeteren, als hij voortdurend in Europa moet rondreizen. Hij krijgt vijf limousines met chauffeur en tien bodyguards ter beschikking.

“Hij houdt daar niet van, maar het hoort erbij. Ik merk dat die Europese uitdaging hem prikkelt. Hij is altijd een overtuigd Europeeër geweest, net als ik.”

Hoe is hij erin geslaagd om al die Europese leiders voor zijn kar te spannen?

“Door zijn diplomatieke kwaliteiten. In de Europese Raad beschouwt men hem als een ernstig man die de verschillende opinies dichter bij elkaar kan brengen. Zijn goede relatie met Emmanuel Macron heeft ook meegespeeld. Hij kende hem al van voor hij president van Frankrijk werd.”

Charles Michel was zo slim om na Europese vergaderingen systematisch op café te gaan met Macron, Merkel, Mark Rutte en de Luxemburgse premier Xavier Bettel.

“Juist, maar dat deed hij vooral om invloed te verwerven, niet om te lobbyen voor zichzelf. Ik denk niet dat hij ooit had gedacht dat hij die job kon bereiken.”

Hebben uw contacten ook geholpen?

“Nee. Ik ken veel belangrijke mensen in Europa, maar de nieuwe leiders behoren niet tot mijn netwerk.”

“Charles had gewoon het juiste profiel voor die functie. Ik heb dat nooit gehad. Ik was te cassant, te spontaan, te rechtlijnig. Charles zoekt altijd de meest efficiënte weg. Hij lijkt op zijn moeder: hij kan luisteren, empathie tonen en geduldig zijn. Ik had nooit de steun van Viktor Orbán kunnen verwerven. Als mij iets dwarszit, moet het eruit. Charles heeft meer zelfbeheersing en kan beter tegen de stress.”

Uw zoon werd gezien als de handpop van De Wever. Wordt hij straks de marionet van Macron?

(boos) “Allee, allee. Toen ik minister van Buitenlandse Zaken was, zat ik heel vaak op dezelfde lijn als de Franse president Jacques Chirac, onder meer in ons verzet tegen de oorlog in Irak. Was ik dan zijn handpop?”

Volgens Jambon werd de premier in de ministerraad zelden boos: ‘Ik heb vaak gedacht: ‘Allee, Charles, dat je je nu nog kalm kunt houden.’’ Zal hij straks tegen die staatshoofden uit zijn krammen durven te schieten?

“Dat hij zijn boosheid zelden toont, is een sterk wapen. Hij weet altijd precies waar hij naartoe wil en zijn kalmte maakt hem zeer doeltreffend.”

“Zijn benoeming bewijst ook dat België nog altijd een status heeft in Europa. Wij worden gezien als bruggenbouwers, omdat het Belgische niveau zo complex is. Als je alleen gelijk wilt hebben, kun je in dit land niks nuttigs doen, en in Europa evenmin. En dat is wat Charles drijft: hij wil nuttig zijn.”


Slinkse Fidel

Net als Charles Michel was u als vader ook vaak afwezig. Vraagt u zich soms af of het de moeite waard was?

“Ik heb álles opgeofferd voor de politiek, en dat was zwaar voor mijn vrouw en kinderen. Maar ik ben een politiek beest en je kunt niet ingaan tegen je natuur. Ik heb dat geprobeerd, maar ben er nooit in geslaagd. Met mijn temperament kun je niet zuinig omspringen met je energie. Zelfs nu ik gepensioneerd ben, kan ik het nog altijd niet loslaten. Ik slaap te weinig en werk te veel. Mijn twee zonen hebben dat van me overgenomen: het zijn werkers.”

“Maar was het de moeite waard? Waarschijnlijk niet. Een echte politicus houdt meer van de anderen dan van zichzelf. Als je je volk niet wilt dienen, begin je er beter niet aan. In alle partijen lopen zulke mensen rond, al zijn er ook die het voor zichzelf doen. Als ik om vijf uur ’s morgens de onnozele commentaren op Twitter lees, kan ik het soms niet laten om mensen te overtuigen, desnoods met zorgvuldig geformuleerde mails van twee bladzijden. Als ik dan een onbeschoft antwoord terug krijg, word ik boos en schrijf ik: ‘Als je het allemaal zo goed weet, doe het dan zelf. Ga bij een partij of richt er één op. Maar besef wel dat je moet werken van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Vergeet de weekends. En de avonden, want dan moet je lezingen geven.’ Zelfs als Europarlementslid gaf ik er nog meer dan honderd per jaar. Na afloop kwamen mensen me brieven geven waarin ze iets vroegen. Die probeerde ik dan zo goed mogelijk te beantwoorden. Meestal was ik pas rond middernacht thuis, zonder dat ik had gegeten. Hoeveel mensen kunnen zo’n ritme aan?”

Waar bent u het meest trots op?

“In mijn gemeente heb ik een verschil gemaakt. En ik koester het idee dat ik de levens van bepaalde mensen heb gered door in sommige landen te bemiddelen en de zaken in de goede richting te duwen.”

Geef eens een voorbeeld.

“In Ethiopië slaagde ik erin om journalisten en opposanten vrij te krijgen uit de gevangenis door mijn goede relatie met president Meles Zenawi. Hij was een marxist, ik een liberaal, en toch klikte het. Bij onze eerste ontmoeting aten we een eenvoudige maaltijd en filosofeerden we urenlang. Uiteindelijk durfde ik hem te vragen of ik de twee Zweedse journalisten mocht bezoeken die hij in de gevangenis had laten gooien. Ze waren veroordeeld tot elf jaar omdat ze illegaal en gewapend het land waren binnengedrongen en met opposanten hadden gepraat. Dat was dom. Het duurde een jaar voor ik hen vrij kreeg.”

Hoe wist u de president te overtuigen?

“Meles sprak vaak met veel bewondering over een oude filosoof uit zijn land. Ik liet die man naar Brussel komen en legde hem de situatie uit. Daarna vroeg ik Meles of hij me wilde ontmoeten in het bijzijn van die wijze. Tijdens dat gesprek vroegen we de president naar zijn voorwaarden om de journalisten vrij te laten. ‘Ze moeten hun fouten toegeven en beloven dat ze het nooit meer zullen doen.’ Meles gaf zijn woord, en liet me naar de gevangenis gaan om de boodschap over te brengen. Zonder die filosoof was dat misschien niet gelukt.”

“De volgende dag legde ik die twee Zweden een brief voor die ik zelf had opgesteld. De journalist tekende meteen, zijn cameraman weigerde. Een uur lang probeerde ik hem aan het verstand te brengen welke moeite ik voor hem had gedaan, en dat het zijn enige kans was op een vervroegde vrijlating. Ook zijn collega probeerde hem te overtuigen, maar niets hielp. Uiteindelijk stapte ik weg, boos om zoveel koppigheid. Maar hij riep me terug en tekende toch.”

“Daarna duurde het nog een tijd voor ze werden vrijgelaten. Meles was ziek en liet zich verzorgen in België. Elke week bezocht ik hem en filosofeerden we over het leven en de dood. Ik bewonderde hem omdat hij zo moedig bleef: hij wist dat hij ging sterven, maar aanvaardde het. Ik was triestig, hij niet.”

“Bij de laatste ontmoeting vroeg hij me om als enige Europeaan te speechen op zijn begrafenis. ‘En op die dag zal mijn opvolger u komen zeggen dat de twee journalisten mogen vertrekken.’ Twee weken later was hij dood. Na de begrafenis kwam zijn opvolger naar me toe: ‘U mag aan de Zweedse minister van Buitenlandse Zaken vertellen dat hij zijn twee landgenoten mee naar huis mag nemen.’ Ik krijg nog kippenvel als ik eraan terugdenk. Nadien heb ik er nog meer vrij gekregen. Maar dat heeft veel energie gevraagd.”

Bent u ook zo moedig ten aanzien van de dood?

“Nee, ik heb hard en ongezond geleefd, waardoor ik veel ontzag heb voor de dood. Ik slaap niet veel, omdat ik dan het gevoel heb dat ik ga sterven. Voor een gelovige is dat gemakkelijker, denk ik, vanwege de overtuiging dat de hemel wacht. (grijpt een boek) Ik ben toevallig hierin begonnen: Sept vies en une, zeven levens in één, de memoires van Nobelprijswinnaar Christian de Duve. Hij was een katholiek hoogleraar die al snel tot de slotsom was gekomen dat er geen leven na de dood zou zijn, maar dat uitte hij pas op het einde van zijn leven, omdat hij ‘de hoop van de mensen niet wilde breken’. Dat vond ik zeer verrassend en aangrijpend.”

Aan welke wereldleiders denkt u met plezier terug?

“Ik had een goede band met Fidel Castro, een verstandig man die zeer doeltreffend communiceerde en niet vies was van slinkse manoeuvres. Onze eerste ontmoeting duurde van twee uur ’s middags tot vijf uur ’s morgens. Ik vertelde hem dat hij, zonder het te weten, de gedachten van de Europese jeugd had beïnvloed – denk maar aan de talrijke Che Guevara-posters – en dat ik oprecht geïnteresseerd was in waar hij met Cuba naartoe wilde. Uren en uren vertelde hij. ’s Avonds nodigde hij me uit om samen te eten, wat niet voorzien was. Maar eerst was er een persconferentie, waar hij met een Belgisch geweer zwaaide: ‘FN, best gun in the world!’ (lacht) Daarna aten we in een ouderwets lokaal dat veel weg had van een balzaal in een bruine kroeg.”

U maakte in Havana ook een onverwachte motorrit.

(geamuseerd) “De dag voordien had de Cubaanse minister van Buitenlandse Zaken, Felipe Roque, me rondgeleid op het eiland in een rode Lada. Onderweg vroeg ik waarom de Cubaanse regering de plaatselijke vestiging van een motorclub weigerde te erkennen. De leden hadden me vooraf gecontacteerd, omdat ze wisten dat ik een motorliefhebber was. Ik had Roque daar al een paar keer mee lastiggevallen, maar hij zei dat el líder daarover besliste. Het leek me gênant om zoiets ter sprake te brengen bij Castro. Ik was daar om over de geopolitieke situatie te praten, hij zou denken dat ik gek was.”

“Toen ik ’s anderendaags de trappen naar Castro’s verblijf beklom, schrok ik van een oorverdovend gebrul achter me. Minstens tachtig Harleys! Die mannen waren gekomen om me te bedanken: de dag voordien had Castro hun erkenning goedgekeurd. Eén van hen gebaarde dat ik bij hem mocht opstappen, voor de ogen van de camera’s. Maar ik wilde zelf rijden. Meteen boden ze me een dikke Harley aan, waarmee ik een ritje maakte langs de zeedijk van Havana. Zonder helm, zonder motorpak, met alle journalisten en veiligheidsmensen achter me aan. Fantastisch! Achteraf interpelleerde de CD&V me in het parlement, omdat ik geen helm had gedragen. (lacht) Toen ik bij Castro kwam, waren zijn eerste woorden: ‘U bent een gevaarlijk man. U heeft mijn veiligheidsdienst een pak problemen bezorgd.’ Dat vond hij grappig. Ik heb veel moeite gedaan om de relaties tussen Cuba en Europa te normaliseren.”

U sprak ook met de omstreden Congolese president Kabila, zijn malafide minister Yerodia en de Libische leider Kadhafi. Is die vriendelijke diplomatieke benadering ook hoe we de zaken in Afrika moeten aanpakken?

“Als je de belangen wilt verdedigen van de lokale bevolking die daar in ellende leeft, móét je met die leiders spreken. Anders heb je geen invloed. Ik kon die staatshoofden, die niet allemaal ernstig waren, toch vaak zeggen wat ze eigenlijk niet graag hoorden. Maar áltijd onder vier ogen, nooit met de delegaties erbij. Als je een staatshoofd iets verwijt in het bijzijn van zijn gevolg, voelt hij zich te kijk gezet en wordt elke dialoog onmogelijk. Daarom vroeg ik vaak of ik mijn gastheer even alleen mocht spreken. De eerste keren waren de diplomaten daar niet gelukkig mee. Maar tijdens die gesprekken kon ik alles zeggen: over goed bestuur, mensenrechten… Ik probeerde hen altijd te doen inzien dat wat ik zei ook in hún voordeel was. ‘Journalisten in de gevangenis gooien, dat maakt de relaties tussen uw land en Europa moeilijk. U zou meer winnen door zulke zaken niet te doen. Dan krijgt u meer internationale steun en kunnen we meer handel drijven.’”

'Ik heb hard en ongezond geleefd, waar­door ik veel ontzag heb voor de dood. Ik slaap niet veel: dan heb ik het gevoel dat ik ga sterven.’

Ondanks het verschil in temperament vertoont die aanpak veel gelijkenissen met die van uw zoon. Hij ging ook opvallend hartelijk met Poetin praten, in een periode waarin dat niet evident was.

“Ja, er is maar één weg als je invloed wilt hebben. Je bereikt niks met straffe publieke verklaringen of boycots. Dan gaan de stekels omhoog en is het gedaan. Ik heb dat maar één keer gedaan.”

oen u Belgen afraadde om nog in Oostenrijk te gaan skiën, nadat extreemrechts daar aan de macht was gekomen?

“Dat was een blunder. Ik ben als een communicant in de val van een journalist getrapt. Hij vroeg of ik de Belgen zou afraden om daar nog op reis te gaan, en ik begon mijn antwoord met ‘ja’. Dom!”

“Ik heb ook de Burundese president Nkurunziza publiekelijk geschoffeerd door te waarschuwen voor een genocide zoals in Rwanda. Dat werd me erg kwalijk genomen, maar ik heb er geen spijt van: met die man was werkelijk niks aan te vangen.”

“Met leiders als Meles en Paul Kagame kon je werken. Zij hadden een visie. Het Rwandese parlement bestaat voor de helft uit vrouwen, net als de regering en de magistratuur. Afrika gaat vooruit. In veel landen, zoals Ghana, Zambia, Tanzania, Togo en Ivoorkust, groeit de economie en zijn er democratische verkiezingen. Maar we zien het niet, omdat de media vooral focussen op slecht nieuws.”


Vrijhandelszone

Tegen het einde van de eeuw zijn de Afrikanen met tien keer meer dan wij. Wordt dat een probleem?

“Als we geen oplossing vinden voor het migratiefenomeen – ik spreek niet van een probleem – dan wordt het een ramp. Dan zal Europa zwaar beschadigd worden, en mogelijk zelfs ten onder gaan.”

Wat is die oplossing?

“We moeten zorgen dat de Afrikanen geen reden meer hebben om massaal naar Europa te komen. Daarvoor is een betere Europese aanpak nodig. Al die kleine maatregeltjes die we tot nu toe hebben genomen, volstaan niet. Het gebrek aan solidariteit tussen de Europese lidstaten en het uitblijven van een spreidingsplan voor vluchtelingen voedt populisme, demagogie en leugens. Kijk maar naar de bedrieglijke propaganda in aanloop naar het brexitreferendum. We kunnen doorgaan met grenzen sluiten, muren bouwen en andere kortzichtige maatregelen, maar dat lost niets op. Afrika is ons buurcontinent, men spreekt daar drie of vier Europese talen. Als we het goed aanpakken, wordt dat een enorme economische en sociale troef. Ik beweer niet dat we iedereen moeten toelaten, maar op lange termijn zie ik een gedurfde oplossing met voordelen voor beide continenten: een Europees-Afrikaanse vrijhandelszone.”

Dat vraagt een totale omslag in de geesten.

“Er is politieke moed voor nodig, maar zo creëer je economische banden en politieke opportuniteiten. Vandaag zijn te weinig Europese ondernemingen actief in Afrika. We laten onze achtertuin over aan de Chinezen, de Turken, de Israëli’s en de BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India en China, red.). Die zien de opportuniteiten, terwijl wij doorgaan met onze ouderwetse aanpak van ontwikkelingssamenwerking: zij bedelen en wij geven af en toe iets. Dat gepruts in de marge volstaat niet meer.”

“Met een eengemaakte vrijhandelszone zouden de Afrikanen die nu naar hier komen, dáár hun lot in handen nemen. Waarom openen we geen filialen van onze universiteiten in Afrika, met Afrikaanse docenten? Er is ook dringend een kanaal nodig voor economische migranten, zodat we de mensen kunnen selecteren die onze knelpuntberoepen kunnen invullen. Als Afrika zich ontwikkelt tot op ons niveau, zou je op termijn zelfs naar vrij verkeer van personen en diensten kunnen gaan.”

Vrije inloop? Dat lijkt een utopie.

“We zijn daar nog lang niet, maar we moeten maken dat Afrika een toekomst krijgt. Vrij verkeer zou de Afrikaanse bloei enorm versnellen, het zou een revolutie zijn. Ik geloof niet dat het migratiefenomeen opgelost kan worden zonder een revolutie. Geef mij dan maar een positieve, vreedzame revolutie. Als we doorgaan zoals vandaag, zal de migratieproblematiek over twintig jaar nog altijd op ons bord liggen. De druk zal niet verminderen, integendeel. De populisten doen alsof we nu al overspoeld worden, maar de instroom is vrij laag. De ware, onmenselijke migratie speelt zich af in Afrika, waar 25 miljoen mensen op de vlucht zijn, in afschuwelijke omstandigheden.”

De aantallen zijn relatief beperkt, maar we hebben onze nieuwkomers slecht geïntegreerd, waardoor de voedingsbodem voor migratie verzuurd is.

“Dat is de fout van de partijen die het electoraal hebben gespeeld. Kijk naar Molenbeek. De PS, Ecolo en cdH beschouwden die nieuwkomers als kiesvee, en duwden hen in de slachtofferrol. De gevolgen daarvan zijn rampzalig. Er zijn parallelle samenlevingen ontstaan die zich afzetten tegen onze levensstijl, en de linkse partijen praten die mensen naar de mond. Wij spelen dat spel niet mee, maar het zorgt ervoor dat we het in de grote steden zeer moeilijk hebben.”

Gelooft u dat de nieuwe Europese Commissie erin zal slagen om het probleem aan te pakken?

“Ik ben hoopvol. Ursula von der Leyen is de geknipte figuur, en haar commissie is zeer evenwichtig, met dertien vrouwen en veertien mannen.”

Ze kreeg de wind van voren omdat ze het migratiebeleid toewees aan Margaritis Schinas, de Griekse commissaris voor de ‘Bescherming van de Europese levenswijze’. ‘Alsof migratie daar een bedreiging voor is,’ riepen critici.

“Dat zijn pesterijen. Is het nu zo erg om te zeggen dat er een Europese levensstijl bestaat die we moeten beschermen? De eerbied voor de mens, de gelijkheid tussen man en vrouw, de democratie, de vrije meningsuiting... Ik herhaal: je mag tegenwoordig niks meer zeggen. Niks.”

© HUMO

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234