Donderdag 18/07/2019
Liesbeth Homans: ‘Ik heb met die uitspraak over de ‘Belgische vod’ niemand willen choqueren. Ik zal het niet meer herhalen. Dat is bij deze beloofd.’

Interview Liesbeth Homans

Liesbeth Homans (N-VA): ‘Aan alle mensen die hadden gehoopt dat ik erin zou blijven: helaas!’

Liesbeth Homans: ‘Ik heb met die uitspraak over de ‘Belgische vod’ niemand willen choqueren. Ik zal het niet meer herhalen. Dat is bij deze beloofd.’ Beeld Stefaan Temmerman

Even leek het erop dat ze toch geen Vlaams minister-president zou worden. Maar zelf twijfelde Liesbeth Homans (46) daar geen seconde aan, hartklachten of niet. ‘Aan alle mensen die hadden gehoopt dat ik erin zou blijven: helaas!’

Hoe het voelt om de titel te dragen van eerste vrouwelijke minister-president van Vlaanderen? “Ik ben niet de grootste feminist op deze aardbol, dat weet iedereen. Maar ik moet toegeven: het doet wel iets met mij om dit ambt als eerste vrouw te mogen bekleden”, zegt Liesbeth Homans.

Over het Kanaal zouden ze zeggen: she has a spring in her step. Ze loopt op wolkjes. “Ik ben blij, ja. Logisch toch?”

Voorlopig resideert Homans nog op haar oude kabinet aan de Koninginnegalerij, waar een uurtje na dit interview de renners van de Tour de France paraderen. Op het Martelaarsplein 19, het echte centrum van de Vlaamse macht, hangt haar naam al tegen de voorgevel, maar het kantoor staat nog vol met de kartonnen dozen van haar voorganger Geert Bourgeois (N-VA). “Ik heb geen haast.” (lacht)

BIO 
• geboren op 17 februari 1973 in Wilrijk 
• moeder van Stef (15) en Thijs (12) 
• studeerde geschiedenis (KU Leuven) en internationale politiek (UAntwerpen) 
• belandde in de politiek als kabinets­medewerker van Johan Sauwens 
• zit sinds 2009 in het Vlaams Parlement 
• legde in 2014 de eed af als Vlaams viceminister-­president 
• volgt nu Geert Bourgeois op als minister-president

Uw eerste dag als minister-president liep niet zoals gepland.

Liesbeth Homans: “Ik heb een eerste les geleerd: als ‘MP’ zal ik mijn tong altijd twee keer moeten omdraaien. Ik heb met die uitspraak over de ‘Belgische vod’ niemand willen choqueren (tijdens de presentatie van haar nieuwe regering benoemde ze zo een Belgische vlag op de achtergrond, red.). Het is een grapje dat je vaker hoort in Vlaams­gezinde kringen, maar ik zal het niet meer herhalen. Dat is bij deze beloofd.”

Het was niet echt slim om de vlag een vod te noemen.

“Ik was uitgelaten na mijn eedaflegging op het koninklijk paleis. Dat grapje ontglipte me. Tja, ik ben een flapuit: dat weet iedereen. Mijn collega’s konden er ook best mee lachen. De hele heisa begon pas nadat de VRT die uitspraak uitzond in het middagjournaal.”

Hoelang denkt u minister-president te blijven?

“We zullen wel zien. De verkiezingsuitslag heeft de coalitievorming er niet eenvoudiger op gemaakt. Het kan even duren. Ik voel me alvast geen minister-president ad interim. Dat klinkt alsof Geert naar een interimkantoor is gelopen om snel een vervanger te zoeken. Tegelijk blijven we wel een regering in lopende zaken. Het is dus niet de bedoeling dat ik even een nieuw regeerakkoord schrijf. Ik heb wel wat ideeën hoor, maar ik zal me inhouden.” (lacht)

De kilometerheffing invoeren, bijvoorbeeld?

“Die is voorgoed van tafel, wat N-VA betreft. Daar hoeft niemand zich nog zorgen over te maken.”

Gaat u nog met vakantie nu u minister-president bent?

“Ik zal gewoon doorwerken, een zomervakantie zit er niet in. Tijdens verkiezingsjaren moet je daar altijd rekening mee houden als politica. Normaal kun je er eind juli wel een paar weken tussenuit, om toch heel even de batterijen weer op te laden.

“Maar ik heb mijn voorzorgen genomen: mijn twee zonen krijgen een zomervakantie om u tegen te zeggen. Ze mogen met iedereen mee op reis. Nu zitten ze in Kroatië. Ik vind het belangrijk dat zij in de vakantie niet moeten lijden onder mijn job in de politiek.”

Ligt u daar soms wakker van?

“Lijden is misschien een groot woord, maar tijdens het jaar moeten ze al genoeg inbinden omdat ik als alleenstaande mama zo’n drukke job heb. Vorige week was het de proclamatie van mijn jongste zoon. Ik kon niet gaan omdat ik naar een belangrijke vergadering in Brussel moest. Toen die vergadering uiteindelijk op niets uitdraaide, knaagde dat wel een beetje aan mijn moederhart.”

Zijn uw zonen trots op u?

“Ze vonden het heel stoer dat ik dinsdag bij koning Filip was geweest voor mijn eedaflegging.”

Oei, het zijn toch geen fans van het Belgisch koningshuis?

(lacht) “Nee nee, maar voor hen spreekt dat wel tot de verbeelding. Ze wilden eerst graag meekomen. Om in de tuin van het koninklijk paleis te gaan voetballen. Dat heb ik hen toch maar uit het hoofd gepraat.”

Wat zegt uw dokter over uw werk in de politiek?

“Dat ik meer moet rusten. Maar ik denk dat dit voor veel collega’s geldt. We hebben een jaar met twee verkiezingen achter de rug (in oktober 2018 lokale en in mei 2019 nationale, red.). Dan leef je in permanente campagne­modus. Natuurlijk vreet dat aan je lichaam.”

Hoe gaat het nu met uw gezondheid?

“Goed. Ik wil er niet te veel over uitweiden. Ik kan alleen zeggen dat ik een hart heb en het volgens de dokter nog lang zal meegaan.”

Op sociale media werden ‘grapjes’ gemaakt, à la ‘ze heeft dan toch een hart’.

“Aan alle mensen die hadden gehoopt dat ik erin zou blijven: helaas! In het ziekenhuis hebben mijn zus en ik een uur gelachen met al die onnozele berichten. Ze waren er zo ver over dat ik niet anders kon dan ermee lachen. Tenzij medelijden hebben met die mensen die het nodig vinden om zulke zaken anoniem de wereld in te sturen vanachter hun computerklaviertje. Ik heb trouwens van alle partijen – van het Vlaams Belang tot de PVDA – beterschaps­wensen gekregen. Het is mooi dat daar nog plaats voor is in de politiek.”

Hebt u ooit gedacht dat u het minister-presidentschap zou moeten laten schieten?

“Neen, niet echt. Ik vond het vreemd dat die vraag zo snel gesteld werd. Eerst was er het nieuws dat ik in het ziekenhuis lag. Meteen daarna kwamen er artikels met als kop ‘Brengt dit haar minister-presidentschap in gevaar?’ Alsof dat postje het belangrijkste is.

“Ik was wel wat bevreesd over hoe ver de media zouden gaan in hun berichtgeving over mijn gezondheid. Zoiets kun je niet verbergen als bekend politica. Vijf uur nadat ik in het ziekenhuis lag, stond het bovenaan op alle nieuwswebsites. Gelukkig gebeurde alles met respect voor mijn privacy. Chapeau daarvoor. Er was maar één journalist die het iets te bruin bakte: hij had zich aan de ziekenhuisreceptie voorgedaan als mijn broer – terwijl ik geen broer heb. Die moet zijn huiswerk wat beter maken.” (grinnikt)

Liesbeth Homans: ‘In de sociale economie was iedereen bang toen ik aantrad. Nu zijn daar meer jobs dan ooit. die sector draagt me op handen.’ Beeld Stefaan Temmerman

Is er om politieke redenen ooit getwijfeld over uw promotie?

“Op vergaderingen van mijn partij is daar nooit enige twijfel over geweest. Het was vanzelf­sprekend dat ik Geert zou opvolgen.”

Binnen uw partij vonden een aantal mensen u niet de sterkste kandidaat.

(meesmuilend) “Het heeft lang geduurd voordat we op dat onderwerp zijn gekomen. Ik dacht al: dat interview verloopt hier vlot. Schone liedjes duren niet lang! Ach, er is niets zo gemakkelijk als anoniem je frustraties uiten tegen journalisten. Ik zit zo niet in elkaar. Als ik iets te zeggen heb, zal ik dat altijd on the record vertellen. Dat anonieme geroddel vind ik bedroevend. Ik ben trouwens ook geen uil: ik weet wel van wie de anonieme quotes komen. Van mensen die enkel hun eigen politieke ambitie kracht willen bijzetten. Hun vingerafdrukken staan er op van hier tot in Tokio.”

Ook dat raakt u niet?

“Ik kan me goed voorstellen dat er nu een aantal mensen in mijn partij stikjaloers zijn dat ik de nieuwe Vlaamse minister-president ben. Maar ik trek me op aan de eerlijke reacties. Van binnen en buiten mijn partij. Hilde Crevits (CD&V) heeft me uitgebreid gefeliciteerd. Dat vond ik heel sympathiek, omdat het natuurlijk duidelijk was dat zij ook graag MP wilde worden. Hilde is een grande dame.”

Waar uw tegenstanders wel gelijk over hebben: als minister hebt u een hobbelig parcours gereden.

(kordaat) “Ik heb geen idee waarop dat gebaseerd is.”

U belandde de afgelopen jaren van het ene relletje in het andere.

“Zo heb ik dat totaal niet ervaren. Of bedoelen jullie die keer over de armoedecijfers van Kind en Gezin? Toen ik vertelde dat gekleurde armoede daar ook een belangrijke rol in speelt?”

Om maar iets te noemen.

“Ho ho, dat was me nogal een rel. Dat was toch die keer dat Groen in het parlement mijn ontslag kwam eisen, terwijl Kind en Gezin me niet veel later gewoon gelijk gaf? Ik vond dat vooral pijnlijk voor de groenen.

“Over al die zogenaamde opstootjes: de media wakkeren die natuurlijk zelf graag aan. Als ik een persbericht uitstuur over de hervorming van het woninghuurdecreet, dan krijg ik daar geen telefoons over van journalisten. Tenzij er negatieve reacties komen van andere politici, liefst nog uit de eigen meerderheid. Het is verdomd moeilijk om nog eens met een goed inhoudelijk dossier wat aandacht te krijgen in de krant. Dat merken al mijn collega’s.”

En wat met uw belofte om de kinder­armoede te halveren?

“Die doelstelling dateert uit 2008. Toen een journalist me in 2016 vroeg of ik ze nog steeds wilde halen, heb ik geantwoord: ‘Ja, maar het zal moeilijk zijn.’ Dat was het enige antwoord dat ik kon geven. En laten we een kat een kat noemen: de laatste cijfers tonen misschien geen halvering, maar wel een daling.”

U bent dus tevreden over uw palmares als Vlaams ‘super­minister’?

“Zeker. Ik heb de provincies stevig afgeslankt, het aantal postjes in de intercommunales afgebouwd, de OCMW’s in de gemeenten geïntegreerd. Dat laatste is echt revolutionair. Vriend en vijand erkennen dat ik een recordbedrag heb geïnvesteerd in sociale huisvesting: 3,8 miljard euro. En ik kan nog een hele poos doorgaan.

“Weet je wat ik misschien mijn mooiste verwezenlijking vind? In de sociale economie was iedereen bang toen ik als bevoegd minister aantrad. Iemand van N-VA kon in hun ogen onmogelijk sociaal zijn. Nu zijn daar meer jobs dan ooit. Het klinkt misschien wat onbescheiden, maar die sector draagt me vandaag op handen.”

Liesbeth Homans legde dinsdag de eed af bij koning Filip, in het bijzijn van premier Charles Michel. ‘Mijn zonen vonden het heel stoer dat ik bij de koning was geweest voor mijn eedaflegging.’ Beeld Photo News

Hoe kijkt u terug op de verkiezingen van 26 mei?

“De kiezer heeft de kaarten heel moeilijk geschud. Het is nog eens aangetoond dat België een land van twee democratieën is: in Vlaanderen stemt men centrum-rechts en rechts, in Wallonië links en extreemlinks. Die twee met elkaar verzoenen lijkt me lastig.”

Waarom heeft N-VA zoveel kiezers verloren?

“Dat heeft te maken met onze regeringsdeelname, waar je altijd een prijs voor betaalt. En met het feit dat bepaalde partijen weigeren te luisteren naar de zaken waar de Vlaming van wakker ligt.

“Is migratie alleen maar slecht? Uiteraard niet. Maar je moet ook niet doen alsof het het beste is wat ons ooit is overkomen. Zolang je de problemen niet mag benoemen, kun je ze ook niet oplossen. En dan moet je ook niet schrikken dat kiezers in het stemhokje voor het Vlaams Belang stemmen. Wij hebben ons best gedaan om de zaken te benoemen. Maar we stonden alleen.”

Het Vlaams Belang won veel stemmen op het platteland. Burgemeesters wijten dat aan de onderfinanciering vanuit Vlaanderen.

“Ik deel die analyse niet. Volgens mij had het te maken met de angst rond migratie en de pensioenen. Het Vlaams Belang heeft daar zeer slim op ingespeeld. Als je verhaaltjes verkoopt dat nieuwkomers allerlei voordelen krijgen terwijl mensen het moeten rooien met hun pensioentje van 800 euro, dan klinkt dat aanlokkelijk. Maar de partijen die zeggen dat ze iedereen een minimumpensioen van 1.500 euro gaan geven, maken mensen blaasjes wijs. Budgettair is dat niet realistisch. N-VA doet daar niet aan mee. Ik vind dat het eerlijkst. Neem sp.a-voorzitter John Crombez, een intelligent man. Hij weet heus ook wel dat zijn beloftes aan de kiezer onbetaalbaar zijn.”

Heeft uw partij de angst voor migratie niet zelf aangewakkerd?

“Integendeel. Theo Francken heeft als staats­secretaris voor Migratie een zeer goed parcours gereden. Menselijk maar kordaat.

“Groen-voorzitster Meyrem Almaci zal nooit over haar lippen krijgen dat migratie ook weleens problemen veroorzaakt, en niet alleen leuke zaken. Ik zie haar nog zitten in Terzake, bij het begin van de migratiecrisis: ‘Heel tof, dat zijn allemaal hoogopgeleide mensen die onmiddellijk een meerwaarde zullen geven aan onze economie.’ Tja, dat is gewoon niet waar. Dat moet je durven te zeggen.”

Vindt u Vlaams Belang een racistische partij?

“Dat moet ieder voor zich uitmaken.”

Wat denkt u zelf?

“Ik heb deze week geleerd dat ik mijn mening thuis moet verkondigen en niet in de media. (lacht) Amai, hoor eens hoe diplomatisch ik ben.”

Kan N-VA samenwerken met een partij als Vlaams Belang?

“Ik vind het alleszins belangrijk om met hen in gesprek te gaan. Ze vertegenwoordigen heel wat Vlamingen. Het getuigt van weinig respect als je niet eens naar hen wil luisteren. Of de gesprekken tussen Bart De Wever en Vlaams Belang gewoon show zijn? Neen, we menen het oprecht. Anders zou Bart er niet zoveel tijd insteken. Die man heeft het heel druk. Hij heeft wel wat anders te doen dan toneeltje spelen.”

Liesbeth Homans: ‘De Franstaligen snappen niet wat confederalisme inhoudt. Ze zien het als iets negatiefs, terwijl het hen zeer goed kan uitkomen.’ Beeld Stefaan Temmerman

N-VA legde de Vlaamse formatie stil in af­wachting van de federale. Hoe krijgt u dat als Vlaams-nationalist uitgelegd?

“Ik heb wel een paar kritische reacties gekregen, maar dat valt goed mee. Omdat onze partij een degelijke en aanvaardbare uitleg heeft: we zullen nooit andere partijen de zekerheid bieden dat ze mee in de Vlaamse regering mogen, zonder dat zij ons de zekerheid bieden dat zij nooit in een federale regering stappen zonder Vlaamse meerderheid.

“Op federaal niveau zitten nog altijd veel belangrijke bevoegdheden: sociale zekerheid, migratie, volksgezondheid, pensioenen. Zonder Vlaamse meerderheid krijg je op die domeinen een beleid zoals in Wallonië.”

Hoelang kunnen jullie die Vlaamse formatie rekken?

“Liefst niet te lang. Maar dat hangt af van de andere partijen. Zolang ze geen garanties geven, starten we geen gesprekken op.”

N-VA zei toch dat Vlaanderen niet gegijzeld mocht worden door het federale niveau?

“De situatie is nu veranderd. Federaal ziet het er heel moeilijk uit en sommige Vlaamse partijen hebben al laten verstaan dat ze een federale regering zonder Vlaamse meerderheid wel zien zitten. Dat is nieuw. En dan is er nog de PS, die elk gesprek met ons weigert. Het is onduidelijk wie er op dit moment bij hen de plak zwaait: Paul Magnette of Elio Di Rupo? Dat ze het zelf uitvechten. Maar ik vind het raar dat ze geen gesprek willen. Wij reiken hen de hand. Het minste wat je kunt doen, is toch eens naar elkaar luisteren?”

Waar kan zo’n gesprek toe leiden? Jullie willen confederalisme, de Franstaligen niet.

“Het is jammer dat ze niet begrijpen wat confederalisme inhoudt. Ze zien het als iets negatiefs, als separatisme, terwijl het Wallonië zeer goed zou kunnen uitkomen. Ze zouden het beleid kunnen uitvoeren dat ze zelf willen. Ik hoop oprecht dat ze er eens goed over nadenken.”

Over het einde van de Belgische solidariteit?

“Van de transfers, bedoelt u. Ach, daar kan nog over gesproken worden. De Vlamingen moeten al zo lang miljarden euro’s naar Wallonië doorsluizen. We hebben ook altijd gezegd dat we die kraan niet in één keer willen dichtdraaien. Solidariteit kan, maar binnen de perken. En op z’n minst met confederalisme: zodat iedereen voor zijn verantwoordelijkheid wordt geplaatst. Je kunt niet alles willen.”

CD&V wil de komende jaren een staats­hervorming uitwerken in het parlement. Is dat geen goede tussenoplossing?

“Aha, misschien iets voor de Senaat? Dan kunnen ze zich daar toch nog met iets nuttig maken. Nee, ernstig: de zoveelste praatbarak lijkt me niet zo’n goed idee.”

Ziet u nog een plaats voor uzelf weggelegd in de volgende regering?

“Ik kan alleen maar vaststellen dat mijn partij me heeft voorgedragen als eerste vrouwelijke minister-president van Vlaanderen. Blijkbaar heeft ze dus heel veel vertrouwen in mij. Dat vind ik positief. Nooit aan getwijfeld, trouwens. Of ik een ministerspost krijg, zullen we zien. Maar ik denk dat het omgekeerde zeer vreemd zou zijn.”

Zijn er dingen die u na de politiek nog graag wil doen?

“Ik heb geen grote roeping. Bart zegt altijd dat hij gids wil worden in Rome – iets wat hij echt fantastisch zou doen. Maar ik heb zo niets voor ogen. Tenzij een beetje meer aanwezig zijn voor mijn kinderen. Maar tegen dan zijn ze misschien al het huis uit.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden