Donderdag 09/04/2020

Uitgelegd

Lexicon van de Amerikaanse verkiezingen: alle bijzondere begrippen uitgelegd

Mensen zwaaien met Amerikaanse vlaggen voor het Capitool in Washington D.C..Beeld afp

De Amerikaanse kieskoorts slaat in volle hevigheid toe in aanloop naar de presidentsverkiezingen van november. Met dit ultieme lexicon vindt u alvast moeiteloos uw weg in het Amerikaanse kiesjargon.

Primaries

De primaries of voorverkiezingen zijn bedoeld om van elk van de grootste twee partijen een kandidaat te verkiezen. Er zijn immers verschillende kandidaten, maar er zijn er uiteindelijk maar twee die het tegen elkaar zullen opnemen tijdens de eigenlijke presidentsverkiezingen. Er zijn ook onafhankelijke kandidaten mogelijk. Dat zijn kandidaten van kleinere partijen of kandidaten die aan geen enkele partij verbonden zijn.

De voorverkiezingen gaan van start in de staat Iowa. De laatste wordt gehouden in District of Columbia (Washington D.C.). Hoewel algemeen wordt gesproken van de primaries, worden er tijdens de voorverkiezingen twee verschillende systemen gebruikt: primaries en caucuses (zie verder).

Bij een primary brengen de kiesgerechtigde inwoners van de staat hun stem uit in het stemhokje.

Caucus

Niet alle staten werken met een primary. Sommige staten, zoals Iowa, verkiezen een zogenoemde caucus. Daarbij wordt een volksvergadering belegd waarbij geregistreerde leden van een partij stemmen voor de kandidaat van hun keuze door hun hand op te steken of door in aparte groepen te gaan staan. Er zijn ook open caucuses, waaraan iedereen - los van een partij - kan deelnemen. Tijdens een caucus wordt er vaak eerst ook gedebatteerd over de kandidaten, waarbij iedereen zijn argumenten mag aanreiken om de anderen proberen te overtuigen.

Dit systeem is vooral in het voordeel van kandidaten die een grote en uitgesproken groep aanhangers of vrijwilligers op de been kunnen brengen. De caucus is de oudste methode voor het kiezen van politieke afgevaardigden in de VS en gaat terug tot de periode dat de VS een Britse kolonie waren.

Super Tuesday

Super Tuesday is een van de belangrijkste dagen in het Amerikaanse kiesproces. Op die dag, traditioneel een dinsdag in februari of maart, worden in verschillende Amerikaanse staten tegelijk voorverkiezingen gehouden. Na Super Tuesday zal het voor veel kandidaten duidelijk worden of ze nog kans maken op een nominatie.

Het fenomeen bestaat nog maar sinds 1988, maar zit sindsdien ingebakken in het electoraal proces in de VS. Waarom die dag traditioneel op een dinsdag valt? Ook de presidentsverkiezingen worden op een dinsdag gehouden. Dat heeft alles te maken met de landbouwmaatschappij die de VS in de 19de eeuw was. Boeren hadden een dag nodig om met paard en kar naar de stad te reizen, een dag om te stemmen en een dag om weer thuis te geraken. De keuze viel al snel op dinsdag. Zo konden de boeren op zondag nog naar de mis en waren ze op tijd terug voor de marktdag op woensdag.

Inmiddels is die dinsdag niet meer zo handig natuurlijk, maar pogingen om de verkiezingen te verplaatsen naar een dag in het weekend bleven tot nog toe zonder resultaat. Nochtans zou die weekdag een van de voornaamste redenen zijn voor Amerikanen om niet te gaan stemmen.

Nominatie

Aangezien er meestal meerdere presidentskandidaten zijn in één partij, is er een systeem uitgewerkt om één iemand naar voor te schuiven als kandidaat voor de Democraten en voor de Republikeinen. De kandidaat die tijdens de voorverkiezingen de meeste stemmen haalt, krijgt de meeste afgevaardigden die naar de Nationale Conventie mogen, waar er gestemd wordt.

Nationale Conventie

Zowel de Democraten als de Republikeinen houden een Nationale Conventie waarop ze hun uiteindelijke presidentskandidaat verkiezen.

Kiescollege (Electoral College)

Het kiescollege is het instituut dat om de vier jaar de president en de vicepresident van de Verenigde Staten aanduidt. De president wordt dus niet rechtstreeks verkozen door het volk, maar via een systeem van kiesmannen (zie verder). Het kiescollege is niet te verwarren met de Nationale Conventie.

Kiesmannen

Alle vijftig staten van de VS hebben recht op een bepaald aantal 'electors' of kiesmannen. Het aantal kiesmannen per staat is identiek aan het aantal Congresleden waar een staat recht op heeft en is onder meer afhankelijk van het aantal inwoners van die staat. In totaal zijn er momenteel 538 kiesmannen. De Amerikaanse kiezers stemmen eigenlijk niet zelf voor een president, maar geven kiesmannen een soort ‘volmacht’ om voor hen te stemmen.

Winner-take-all

Op de staten Maine en Nebraska na worden alle kiesmannen verdeeld via het 'winner-take-all'-systeem. Dat betekent dat alle beschikbare kiesmannen van een staat zich automatisch moeten scharen achter de kandidaat die de meeste stemmen haalt in die bepaalde staat. Om verkozen te worden, moet een presidentskandidaat ten minste 270 kiesmannen achter zich krijgen.

Een gevolg van het winner-take-all-systeem is dat een kleine groep kiezers meteen over de hele lijn zijn slag thuishaalt. Dat leidt onder meer tot ondervertegenwoordiging van minderheden zoals vrouwen, jongeren en etnische minderheidsgroepen. Het systeem zorgt er ook voor dat de kandidaat met de meeste stemmen niet altijd de verkiezingen wint. Dat was bijvoorbeeld het geval in 2000, toen George W. Bush het toch haalde van Al Gore, en in 2016, toen Trump 3 miljoen stemmen minder haalde dan Clinton en won.

George Bush (links) en Al Gore tijdens een debat in 2000.Beeld ap

Popular vote

De popular vote of 'stem van het volk' is het aantal rechtstreekse stemmen voor een bepaalde kandidaat. Zoals hierboven uitgelegd wijkt de popular vote soms af van de electoral vote, zoals het systeem met de kiesmannen wordt genoemd. In 2000 haalde Bush in Florida 2.912.790 popular votes, Al Gore kreeg er 2.912.353 stemmen, een verschil van amper 537 stemmen. Hoewel Al Gore nationaal gezien 537.179 meer stemmen had als Bush, deed zijn minimale achterstand in Florida hem de das om en mocht Bush zijn intrek nemen in het Witte Huis.

Geregistreerde kiezers

In de VS is er geen stemplicht maar stemrecht. In de meeste staten moeten kiezers zich echter eerst laten registreren vooraleer ze kunnen gaan stemmen. Soms moet dat ruim op voorhand, soms kan dat op de dag van de (voor-)verkiezingen in het stembureau zelf.

Voter registration drive

Politieke partijen en andere organisaties houden in de aanloop naar de verkiezingen vaak zogenoemde voter registration drives. Dat zijn georganiseerde campagnes of activiteiten die mensen ertoe moeten aanzetten om zich te laten registreren als kiezer.

Republikeinen

"De Republikeinse Partij vecht voor een vrijer en sterker Amerika waar iedereen de kans krijgt om de Amerikaanse Droom te bereiken", zo staat te lezen op de website van de Republikeinen, of GOP. Dat staat voor 'Grand Old Party', al zou GOP in 1875 eerder gestaan hebben voor 'Gallant Old Party'.

Het symbool van de Republikeinen is de olifant. Dat gaat terug tot een tekening die politiek cartoonist Thomas Nast in 1874 neerpende in het magazine Harper's Weekly, en waarin een Democratische ezel te zien is die een Republikeinse olifant schrik probeert aan te jagen. Beide symbolen worden nog steeds gebruikt.

De Republikeinse Partij werd opgericht in een schooltje in Ripon, Wisconsin, in 1854 door een groepje tegenstanders van de slavernij. Ze kozen voor de naam 'Republikeinen' als verwijzing naar de Democratisch-Republikeinse Partij van voormalig president Thomas Jefferson, die de basis legde voor de Onafhankelijkheidsverklaring. Tegenwoordig gelden de Republikeinen als erg conservatief, met uitgesproken standpunten tegen onder meer abortus en strengere wapenwetten.

De kleur van de Republikeinen is rood.

Het logo van de Republikeinen.Beeld rv

Democraten

"Al meer dan 200 jaar leidt onze partij de strijd voor burgerrechten, gezondheidszorg, sociale zekerheid, arbeidersrechten en vrouwenrechten. Wij zijn de partij van Barack Obama, John F. Kennedy en FDR (Franklin D. Roosevelt, red.) en de ontelbare gewone Amerikanen die elke dag bouwen aan een meer perfecte unie", zo prijzen de Democraten zichzelf aan op hun website.

De wortels van de partij gaan terug tot 1792. Daarmee is de Democratische Partij een van de oudste actieve politieke partijen ter wereld, ook al zijn hun standpunten door de eeuwen heen grondig veranderd. Oorspronkelijk waren de Democraten immers tegen de afschaffing van de slavernij en tegen burgerrechten voor zwarten na de Amerikaanse burgeroorlog. Tegen het midden van de 20ste eeuw had de partij een bocht van 180 graden gemaakt, en sindsdien staan de Democraten voor meer rechten voor minderheden en progressieve hervormingen.

De kleur van de Democraten is blauw.

Het logo van de Democraten.Beeld rv

Running mate

Presidentskandidaten kiezen in de loop van de voorverkiezingen een running mate. Die nummer twee wordt dan vicepresident als de kandidaat verkozen wordt. Sinds de jaren 60 werd de running mate bekendgemaakt tijdens de Nationale Conventie, maar tegenwoordig gebeurt dat vaak al vroeger.

Swing states

Swing states of kantelstaten (ook wel battleground states of purple states genoemd) zijn staten waar geen van beide kandidaten met overweldigende meerderheid gesteund wordt. Sommige staten zijn duidelijk pro-Democratisch of pro-Republikeins, terwijl het in andere staten nog alle kanten uitkan. Die swing states spelen dus een erg belangrijke rol tijdens de presidentiële campagne. Een overwinning boeken in deze staten kan immers het verschil betekenen tussen winnen of verliezen. Voorbeelden van zo'n swing states zijn Florida, Ohio, New Hampshire, Colorado en Nevada.

Super PACs

De afkorting PAC staat voor Political Action Committee. Een PAC is een lobbygroep die geld inzamelt voor een politieke kandidaat. Super PACs zijn nog maar sinds 2010 toegestaan en gaan anders tewerk dan een gewoon PAC. Super PACs mogen ongelimiteerde sommen geld verzamelen van bedrijven, verenigingen en individuen, en mogen dat geld gebruiken om een kandidaat te steunen.

In tegenstelling tot de traditionele PACs mogen de Super PACs dat geld niet rechtstreeks doneren aan een kandidaat en mogen ze hun uitgaven ook niet coördineren met die van hun kandidaat naar keuze. De Super PACs maken dus op eigen houtje 'reclame' voor hun kandidaat.

Betogers demonstreren tegen de invloed die grote lobbygroepen en multinationals uitoefenen op de Amerikaanse politiek door het systeem van de Super PACs.Beeld ap

President-elect

De presidentsverkiezingen worden gehouden in november, maar de nieuwe president legt pas op Inauguration Day, op 20 of 21 januari (als de 20ste op een zondag valt), de eed af. In de periode tussen de verkiezingen en de eedaflegging wordt de verkozene 'president-elect' genoemd.

Election Day

De dag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen wordt Election Day genoemd. Die dag valt traditioneel op de dinsdag na de eerste maandag van november. Dit jaar is dat op 8 november.

POTUS/FLOTUS

POTUS is de afkorting die wordt gebruikt voor de President Of The United States. Het is ook de naam van het Twitteraccount van de Amerikaanse president. Dat bestaat nog maar sinds 18 mei 2015, met dank aan Barack Obama. Ook de First Lady (zie verder) kreeg een eigen Twitter-account: @FLOTUS.

First Lady/First Gentleman

De echtgenote van de Amerikaanse president wordt de First Lady genoemd, letterlijk de 'eerste vrouw van het land'. Mocht Elizabeth Warren president worden, komt er voor het eerst in de geschiedenis van de VS een First Gentleman. Die term wordt al gebruikt voor de echtgenoten van vrouwelijke gouverneurs. Als er wordt gesproken over het gezin van de president, wordt de term First Family gebruikt.

Bill Clinton werd ei zo na First Gentleman van Hillary Clinton in 2016.Beeld afp

Congres

Tegelijk met de Amerikaanse president wordt er ook een nieuw Congres gekozen. Het Amerikaanse Congres bestaat uit twee kamers: het Huis van Afgevaardigden (House of Representatives) en de Senaat. Het Congres komt bijeen in het Capitool in Washington D.C. Alle 435 zetels in het Huis worden om de twee jaar opnieuw verkozen, samen met een derde van de Senaat. De ambtstermijn van een senator is dus zes jaar.

Landslide victory

Een verpletterende overwinning, waarbij een kandidaat zo goed als alle Amerikaanse staten binnenhaalt, wordt een 'landslide victory' genoemd. Een mooi voorbeeld van zo'n landslide is de verkiezing van president Ronald Reagan in 1984. Heel de VS kleurde toen rood, op de staat Minnesota na. Enkel daar kon zijn Democratische opponent Walter Mondale winnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234