Maandag 01/06/2020

Interview

Leona Detiège: ‘Verbittering is niet aan mij besteed’

Beeld BELGA

‘Ik kom hier al vanaf 1947', vertelt ze. Vader Frans hield toen kantoor op de eerste verdieping, in het bureau waar VLD-schepen Luc Bungeneers nu al 2,5 jaar zit. ‘Dit gebouw zit vol jeugdherinneringen. Maar goed, het leven stopt niet vandaag. We mogen de proporties niet uit het oog verliezen. Wat in Irak gebeurt is nog altijd veel belangrijker, ook al leek het de laatste weken niet altijd zo. Het is niet plezierig om op deze manier te moeten vertrekken.’

Bijna dertig jaar geleden werd Leona Detiège voor het eerst verkozen in de provincieraad. Ze was schepen, staatssecretaris, minister (“mijn hoogtepunt”) en burgemeester. Nu is het voorbij. Maar voorlopig heeft Detiège het nog te druk om daarbij stil te staan: ze is bezig met het beheer van de lopende zaken. Tijdens het gesprek liggen er twee zaktelefoontjes op tafel: een van de politie en een van de stad. Via de tweede verwacht ze nieuws van procureur Bart Van Lysebeth over de topambtenaren die zijn aangehouden. De andere rinkelt. Politiemensen willen overleggen over de anti-oorlogsbetogingen die vandaag massaal door de stad trekken. Ook de ambtenaren protesteren: ze willen snel een nieuw bestuur. “Sproei ze nu niet uit mekaar, hé”, zegt de SP.A-burgemeester.

Doet het u echt niets of is het pose?

“Er is nu niet veel tijd om na te denken. Ik ben constant in de weer, ik moet ervoor zorgen dat de stad bestuurd blijft. Gisteren (woensdag, RG/RC) heb ik een hele dag gepraat over de vervanging van de korpschef en een aantal andere mensen uit de politietop. Zeker nu er een oorlog is uitgebroken, moeten we op alles voorbereid zijn. Ik moet er ook voor zorgen dat de gemeenteraad kan blijven vergaderen, dat de commissies kunnen plaatsvinden. En dan is er ook nog ontreddering bij het stadspersoneel na het ontslag van de stadssecretaris. We moeten de boel draaiende houden. (met de glimlach) En ik ben de enige die in deze stad nog een handtekening mag zetten.”

U bent de enige die nog overeind staat, ja.

(lacht) “Voorlopig. Binnenkort niet meer.”

Duwt u alles weg?

“Zeer veel dingen raken mij. Maar daarom toon ik dat nog niet. Alles wegduwen gaat natuurlijk niet. Met sommige van de mensen die nu verdwenen zijn heb ik bijna twintig jaar samengewerkt. Ik ben ook ontgoocheld, ik begrijp nog altijd niet hoe het allemaal is kunnen gebeuren.”

Werkt u op automatische piloot?

“Neen, want dan zou ik steken laten vallen en dat is nu zeer gevaarlijk. Ik probeer gewoon te doen wat ik moet doen. Ik wil mijn verantwoordelijkheid tot het einde opnemen. Zo zit ik in elkaar. (zuinig) Wat de gevolgen zullen zijn weet ik niet. Toen ik mijn ‘Brusselse’ carrière begin jaren negentig vaarwel zei en naar Antwerpen vertrok, wist ik dat het niet makkelijk zou worden. Dat het op deze manier zou eindigen wist ik natuurlijk niet.”

U moet toch geweten hebben dat er dingen fout liepen?

“Het ging altijd om futiliteiten, en er kwamen geen bewijzen. Weet u, er waren hier schepenen die controleerden of hun collega-schepenen niet iets te veel flessen water opdronken. Een burgemeester kan zich daar niet mee bezighouden. Ik had ook andere dingen aan mijn hoofd.”

Volgens Patrick Janssens was deze crisis misschien te vermijden geweest indien het college vanaf het begin alles op tafel had gelegd. Transparantie!

“Wel ja, daarover kreeg ik het steeds met hem aan de stok. (ferm) Maar wat moest ik in hemelsnaam op tafel leggen? Neem nu de heisa over de contracten met de firma JC Decaux. Dat moet je toch eerst grondig bekijken voor je tot verregaande conclusies komt? In een gesloten zitting van de gemeenteraad heb ik die vraag trouwens al eens teruggespeeld naar al die voorzitters van de intercommunales die daar zetelen. Moet ik gaan uitzoeken wat er bij u allemaal verkeerd loopt? Dat kan toch niet. Zij moeten fouten melden. En als ze het melden is er nog twijfel, want wat werd er afgesproken in de raad van bestuur? Misschien was het wel toegelaten.”

Patrick Janssens blijft zeggen dat u te lang getalmd hebt.

“Ja. En hij zal er wel voor geëerd worden. Misschien heeft hij, vanuit zijn standpunt, ook gelijk. Alleen zeg ik dat we met de fouten waarover we feiten hadden, naar het parket zijn gegaan. Toen bleek dat er vanalles was misgelopen met de middelen van de vzw Soma, zijn we naar de procureur gegaan. Dat heeft niet lang geduurd.”

Waarom worden al die vzw's in Antwerpen niet gewoon afgeschaft?

“Toen ik schepen was in Antwerpen, eind jaren zeventig, bestonden er nauwelijks vzw's. Daarna heeft de stad tal van bedrijvigheden afgestoten. Neem het Havenbedrijf, de veiligheidscontracten en de sociale sector. De middelen van het Sociaal Impulsfonds zijn vaak via de vzw's geïnvesteerd. Wie nu zegt dat alle vzw's moeten worden afgeschaft, zegt eigenlijk dat de sociale sector moet worden afgeschaft. Die vzw's zijn niet opgericht om te foefelen, hé.”

Maar er is wel gefoefeld?

“Dat zeggen jullie. Ik heb daar, behalve voor Soma, geen enkel bewijs van. Als u zegt dat er gefoefeld is, moet u met bewijzen komen.”

Had u een vermoeden wat er op til was toen er begin februari ruzie uitbrak in de politietop?

“Neen, ik heb die mensen toen bij elkaar gezet. Ik vond dat ik dat moest doen, al behoorde het niet tot mijn opdracht. Korpschef Luc Lamine kreeg tegenwerking van twee zeer moeilijke zones. Daar vond men dat hij de zaken anders moest aanpakken. We hebben dat toen met een goed gesprek kunnen oplossen. Alleen zijn er vanaf dan toch dingen naar buiten gekomen. Waarschijnlijk heeft dat met afgunst te maken.”

Vreesde u toen al voor scandalitis?

“Neen, toen niet. Die representatiekosten van de politie, waarover daarna verhalen opdoken, komen immers ook in de gemeenteraad. We zaten wel al enige tijd met moeilijkheden, we drongen al lang aan op een degelijke boekhouding bij de politie. Er moesten genoeg mensen kunnen worden aangetrokken.”

De financiële controle bij de stadsdiensten laat ook te wensen over.

“Dat is een probleem, ja. Daarvoor lag de verantwoordelijkheid bij de ontvanger (die ondertussen is aangehouden, RG/RC) en bij een auditdienst, maar daar werken slechts twee mensen. Vroeger bestond hier een inspectie rationalisatie maar die is na een aantal reorganisaties afgeschaft. De minister heeft dan, een paar jaar geleden, aangedrongen op een inspectie Financiën, maar die is nooit bemand geraakt. We hebben dat wel geprobeerd, maar het lukte niet. Ofwel daagden er te weinig kandidaten op, ofwel konden we ze niet genoeg betalen. Bon, nu werkt men op Vlaams niveau aan speciale barema's, dat begint dus op te schieten. En tegelijk hebben we een aantal externe audits op de sporen gezet. Dat is allemaal nodig, want je moet goed kunnen controleren.”

Hoe verklaart u dat de drie topambtenaren zo naast hun schoenen gingen lopen?

“Dat moet u aan hen vragen. Van de hoogste ambtenaren kan je verwachten dat ze de regels volgen. Zij moeten controleren. Daarom wordt er nu betoogd door de ambtenaren.”

Was Fred Nolf de échte burgemeester van de stad?

“Neen, maar hij had zo zijn manier van doen. Mij hebben ze vaak verweten dat ik té gewoon was voor mijn functie. (droog) Ik hoop dat mijn opvolgers zich zullen gedragen zoals het hoort.”

Was Nolf een vriend?

“Ik ken Fred al zo'n dertig jaar, van toen hij nog bij Jongsocialisten actief was. Maar het was geen vriend bij wie ik geregeld langsliep. Fred was tot voor de fusie in 1982 actief in Hoboken, ik was bezig in Antwerpen. Het was wel iemand op wie ik bouwde en die ik vertrouwde. Tot een week of twee geleden: toen heeft Tuur Van Wallendael (schepen voor Sociale Zaken, RG/RC) me gezegd dat er stront aan de knikker was in het dossier-Soma. Tevoren waren het allemaal geruchten.”

“Tien dagen geleden ben ik Fred Nolf zelf gaan melden dat we met dat Soma-dossier naar het gerecht waren gestapt. Ik heb hem gezegd: je moet doen wat je denkt te moeten doen. Toen heeft hij zijn ontslag gegeven. Ik heb het voorgelezen in de gemeenteraad. Het is niet het meest plezierige aspect van het burgemeesterschap, maar het hoort erbij.”

De afgelopen jaren kregen we in Antwerpen vaak de indruk dat de ambtenaren machtiger waren dan de politici.

“Het is schepen Gantman die tijdens de vorige legislatuur, in overleg met de vakbonden, de ambtenarij heeft hervormd. Daar is gezegd dat de politiek enkel met de grote lijnen bezig zou zijn. Voor de rest waren de ambtenaren verantwoordelijk. De stadssecretaris en het managementscomité komen enkel nog met de belangrijke dossiers naar het college. Als men dat nu geen goede regeling meer vindt, dan moet men evalueren en iets nieuws bedenken.”

Misschien is dat de goede kant aan dit verhaal. De macht van de topambtenaren is, zacht uitgedrukt, gebroken.

(ernstig) “Ik zie weinig goede kanten aan dit verhaal. Dit is een zeer zwarte bladzijde in de geschiedenis van de stadsadministratie.”

U raakte niet alleen Nolf kwijt. Deze week viel ook uw andere steunpilaar: korpschef Luc Lamine.

“Ik heb dinsdagavond een gesprek met hem gevoerd en hem dan preventief geschorst. Ook dat was helemaal niet prettig. Luc is een heel emotionele man, hij heeft ook een gezin. Maar ik wil daar weinig over vertellen. We zullen zien of hij kan terugkomen. Eerst moet het gerecht zijn werk doen. Ik ben altijd achter Lamine blijven staan, dat leek me niet meer dan logisch. Toen er enkele jaren geleden een korpschef moest worden aangeduid, kwamen Jack Van Peer van de rijkswacht en Luc Lamine van de politie even goed uit de examens. Heel de gemeenteraad vond toen dat het Luc moest worden. Wel, dan ben ik loyaal en steun ik hem.”

Had u voor Van Peer willen kiezen?

“Ze hadden alle twee voor- en nadelen. Van Peer had op een aantal vlakken meer ervaring. Maar Lamine kwam uit de politie, en daarom wist ik dat de gemeenteraad hem zou steunen. Hij heeft goede dingen gedaan en zeer hard gewerkt, maar op het einde is er het een en ander misgelopen. Ik denk dat hij flexibel genoeg is om dat in te zien.”

Tussen Nolf en Lamine door viel ook uw schepencollege. Na de Visa-affaire heeft de publieke opinie de indruk dat het niet op kan als je in Antwerpen schepen of burgemeester bent.

“De journalisten, en sommige kandidaat-burgemeesters, blijken niet altijd perfect op de hoogte. Ik hoorde Hugo Coveliers al spreken over een loon van 250.000 Belgische frank, netto. Wel, ik verdien 160.000 frank netto. Toen ik nog minister was, verdiende ik ongeveer het dubbele. En zelfs wanneer ik mijn onkosten meetel, is het minder dan een parlementslid. Dan krijg je 160.000 frank netto, plus 65.000 frank onkostenvergoeding - waar je geen briefjes voor moet inleveren. Voor een fractievoorzitter in het parlement, zoals Philip Dewinter, komt daar nog eens zo'n 670.000 frank per jaar bij.”

U bent geen zakkenvulster?

“Ik hoop nog altijd dat de mensen slim genoeg zijn. Ik begrijp dat dat niet makkelijk is wanneer je zelf veel minder verdient. Maar ik denk dat er toch nog veel zijn die alles in proportie zien. (cynisch) Tja, dit is natuurlijk een droomjob: ik sliep 's morgens altijd lang uit en lag 's avond vroeg in bed. En ik heb een grenzeloze onkostenvergoeding. Neen dus, eigenlijk kwam het neer op tienduizend frank per maand. Een auto kan je daar niet mee kopen.”

Die onkostenregeling was toch veel te vaag?

“Ja, en zo zijn er misverstanden ontstaan. Enkel Dirk Grootjans, die een advocatenpraktijk heeft en goed op de hoogte was, heeft alles perfect volgens het boekje gedaan. Maar men had ons gezegd: dàt mag en dat niet. Ik heb dat altijd gevolgd. Ik durf het amper nog zeggen, maar bepaalde vormen van kledij waren toegelaten. (grappend) Wil men soms dat ik in schepenuniform rondloop?”

In schepenuniform?

“Wist u dat niet? In de wet werd ooit een schepenuniform vastgelegd. Een pak met een sabel en een vierkant hoedje voor de mannen en zonder sabel voor de vrouwen. (lacht) Enkel ik heb er een als erekorporaal. Ik wil maar zeggen dat men nu van een mandataris een andere vorm van kleding verwacht. Ik krijg vaak opmerkingen over mijn kledij. Misschien was ik beter niet bij Pecotex langsgelopen. En had ik me moeten laten sponsoren, zoals tv-presentatoren. Leona Detiège, u aangeboden door Coca Cola.”

“Mag ik er ook op wijzen dat er toch een verschil in perceptie bestaat tussen mannen en vrouwen? Restaurantbezoek is blijkbaar geen probleem. Maar ik krijg ook veel reacties van mensen die zeggen: liever kledij dan op onze kosten gaan eten. Zo zie je maar.”

Er is toch een verschil tussen een professionele lunch en een flesje parfum?

“Tenzij dat flesje parfum een relatiegeschenk is, een cadeau voor een vrouwelijke collega-burgemeester bijvoorbeeld, in plaats van een sjaaltje of een tinnen schotel. Voor alle duidelijkheid: ik heb dat niet gedaan. Ik denk niet dat ik regels, ook geen morele, overtreden heb. Zelfs Dewinter vond dat Pecotex-kleedje te goedkoop om er in de gemeenteraad over te spreken.”

Uw twee 'opvolgers'....

“Zijn het er maar twee?”

Patrick Janssens en Hugo Coveliers hebben al laten weten dat ze alle voordelen, zoals dienstwagens, zullen afschaffen.

“Een goed idee. Volgens mij is het best dat alle voordelen verdwijnen. Het probleem is dat alles nu, vaak bewust, op een hoop wordt gegooid, terwijl er toch serieuze verschillen zijn tussen meubels en de smoking van Erwin Pairon. Ik hoop dat men op termijn een onderscheid zal maken.”

Wat was uw moeilijkste moment de voorbije weken?

“Vorige week dinsdag, toen Fred Nolf ontslag nam. Toen zag ik dat er inderdaad van alles verkeerd was gelopen.”

Hebt u de afgelopen dagen al eens een goed gesprek gehad met Patrick Janssens?

(lacht) “We zien elkaar bijna om de minuut.”

En zijn jullie nog ‘on speaking terms’? We horen daar weinig goeds over.

“Kom naar de gemeenteraad, dan ziet u hoe het zit. Neen, het lijkt me logisch dat ik onder de huidige omstandigheden mijn ambt ter beschikking stel. Ik kan dat doen met opgeheven hoofd. Dat maakt het makkelijker. Het klopt natuurlijk dat wij een paar keer een discussie hebben gehad. Toen hij mij de gegevens over het Decaux-contract bezorgde, heb ik dat aangekaart in het college en is er een juridisch onderzoek opgestart. En plots komt hij in de gemeenteraad met een mondelinge vraag omdat we de zaken op hun beloop zouden laten. Dat vond ik niet netjes. Zelfs als we wél optraden, reageerde hij publiek. Bon, er zal wel een strategie achter zitten. Helaas ben ik geen communicatiespecialist.”

Is het niet erg moeilijk werken met een fractieleider die ook nationaal voorzitter was en u op termijn wilde opvolgen?

“In de Antwerpse gemeenteraad zitten altijd nationale figuren. Zelfs Rika De Backer en Frans Grootjans hebben er ooit, als minister, in gezeten. Een deel van de nationale politiek weerspiegelt zich op die manier in de raad. Dat zie je nu ook: mensen die zich op 18 mei aan de kiezer moeten aanbieden laten zich nu ook gelden. Misschien heeft dat wel meegespeeld, alles is plots bij elkaar gekomen.”

Hebt u het gevoel dat het Vlaams Blok een grote rol heeft gespeeld in deze crisis?

“Soms wel. Maar evenzeer heb ik de indruk dat ze weleens achter de feiten aanhollen. (lacht) De criminaliteitscijfers lekken in ieder geval niet langer uit nu ze in positieve zin evolueren. In de eerste maanden van dit jaar is de criminaliteit met zo'n twintig procent gedaald. Het zal de meeste mensen worst zijn. Als ik dat nu zeg, zal iedereen blij zijn en verder zal er geen haan naar kraaien.”

“Het probleem is dat het Blok rond een deeltje waarheid een heel verhaal spint. Zo hebben ze al gezegd dat ik met de Kamer van Koophandel naar het buitenland ben geweest en dat die reis 390.000 frank heeft gekost. Terwijl dat de rekening van de hele delegatie was. Alleen pakt dat dus wel: ze hebben geld en ze kunnen die leugens elke maand in alle bussen van de stad droppen. Daarom blijf ik het betreuren dat de politici niet in De Antwerpenaar, het informatieblad van de stad, mogen verschijnen. Het Blok kan zeggen wat er fout loopt, maar wij kunnen niet reageren. Zo'n idiote regeling bestaat in geen enkele andere gemeente.”

Waarom hebt u nooit harder op tafel geklopt? U hebt zelfs vier schoonmoeders naast u getolereerd die de belangrijkste beslissingen namen: Robert Voorhamme, Erwin Pairon, Ludo Van Campenhout en Marc Van Peel.

“Die regeling met de Bende Van Vier is gegroeid. Trouwens, ik nam ook de beslissingen als het nodig was. Maar een goede regeling was het niet. Alleen had ik op een bepaald moment iets van: als je het beter weet, zeg het dan ook. Om te vermijden dat collegebeslissingen telkens werden aangevochten binnnen de meerderheid, hebben we gekozen voor meer overleg.”

Nogmaals, was u niet te soft als burgemeester?

“Vergeet niet dat we hier met vier partijen in de meerderheid zitten. En met heel wat schepenen die niet veel ervaring hadden en die ook niet echt een groep vormden. Als de ene partij haar topmensen afvaardigt en die bij de andere partij aan de kant blijven staan, krijg je dit soort situatie. Tijdens mijn eerste burgemeesterschap was het college veel stabieler. In de tweede legislatuur was de constellatie anders. Er zaten nog maar drie SP.A’ers in het college. Nu zijn er vier VLD-schepenen. (fijntjes) Ze hebben elk hun eigen persoonlijkheid en het was niet altijd eenvoudig om te weten wat ze wilden. Er moest veel meer gepraat worden dan in het verleden.”

Was u wel geschikt om in 2000 opnieuw de ploeg te leiden? U wist dat u in 2006 de vruchten niet meer kon plukken, want dan wordt de burgemeester rechtstreeks verkozen.

“Ik heb daar toen over nagedacht, ja. Maar vergeet niet dat je voor deze job ook heel wat kwaliteiten moet hebben. Je moet veel stemmen halen, je moet tegen kritiek kunnen, je moet een voet aan de grond hebben in de wijken. In Antwerpen is dat nodig. Dit is een stad met 450.000 inwoners. Sommige districten zijn groter dan andere steden. Ik ben constant naar de wijken gegaan. De laatste maanden ben ik heel vaak naar Borgerhout geweest om de mensen daar te kalmeren na de moord op Mohammed Achrak.”

Hoe reageren de mensen nu?

“Ik krijg heel veel brieven met sympathiebetuigingen, ook van oud-collega's uit het parlement. Dat doet deugd. De mensen in de wijken begrijpen niet wat er nu gebeurt, ze voelen zich in de steek gelaten.”

Net als u?

(bulderlach) “Ik heb een brede rug. Toen ik jong was ging ik zwemmen. Zoals het nu voorgesteld wordt in de media... (stopt) Enfin, dat heeft geen zin. Het is niet altijd eenvoudig om alles te verwerken. Neem nu die moord op Mohammed Achrak. Dat heeft me erg geraakt. Toen heb ik echt alles gedaan wat in mijn macht lag om op menselijk vlak te helpen. In dat soort zaken heb ik veel tijd gestoken. Ik wil niet alleen met de grote politiek, met het mobiliteitsplan of de budgetcel, bezig zijn.”

Bent u te weinig met de ‘politique politicienne’ bezig geweest?

“Misschien had ik iets vaker de eer moeten opeisen voor wat ik achter de schermen zelf had opgelost. Ik heb altijd liever in team willen werken. Op de persbriefing vroeg ik aan de schepenen om zélf hun dossiers voor te stellen. Ik draafde wel op als het misliep. Maar ja...”

Hebt u geen tekort aan profileringsdrang?

“Als het nodig is ben ik er, hoor. Dan ben ik krachtdadig. Maar ik blijf rustig. Na de moord op Achrak ben ik niet hysterisch beginnen doen zoals een aantal anderen. (lacht) Als het misloopt, kom ik altijd op de televisie.”

Wat hebben mensen als Bart Somers en Steve Stevaert dat u niet hebt?

“Geen stad als Antwerpen. In Antwerpen kan je niet zeggen dat er niets meer verkeerd loopt, zoals Somers nu doet in Mechelen. Dan krijg je hier op je kop. En Stevaert? (lacht) Die speelt Bende van Vier in zijn eentje. In Antwerpen is het veel complexer.”

Wie zou u het best opvolgen? Patrick Janssens of Hugo Coveliers?

“Patrick. Hij heeft enkele jaren gehad om zich in te werken. Misschien was hij wel beter eerst minister geweest. Die ervaring zou hem van pas gekomen zijn. Hij moet ook leren iets minder impulsief te handelen. Mij verwijten ze vaak dat ik te lang talm. Wel, hij reageert soms te vlug. Maar nogmaals, hij is de communicatiespecialist. Hij bekijkt dat anders dan ik.”

En nu? Kan Antwerpen nog dieper zakken?

“Ik hoop uit de grond van mijn hart van niet.”

Wordt u nooit gekweld door schuldgevoelens?

“Men zegt nu vaak dat de socialisten de schuld van alles zijn. Dat klopt niet. Een voorbeeld. Wij hebben zeventig jaar bestuurd, maar het departement Openbare Werken hebben we slechts een jaar of drie in handen gehad. Die nuance kan je nu niet meer maken. Ik voel me in ieder geval niet schuldig. Dat iedereen maar voor zijn eigen deur veegt. De VLD zit ook al acht jaar in het schepencollege.”

Durft u zich nog in de wijken vertonen?

“Natuurlijk. Als er Blok-mensen zitten, weet je dat ze je zullen uitschelden. Maar anderen vliegen mij rond de nek, ze begrijpen niet wat er gebeurd is. Het probleem is dat men nu niet meer ziet wat er allemaal goed gaat in Antwerpen. Ik geloof dat dat tijdelijk is. Als deze episode achter ons ligt, zal men dat opnieuw zien. Wij waren er beter aan toe. Er is opnieuw meer ruimte om te investeren. We hebben in veel wijken vooruitgang geboekt. Daar kunnen mijn opvolgers de vruchten van plukken. Maar dat is normaal, zo gaat het altijd in de politiek.”

Hoe wordt er in het hart van de partij gereageerd? Is men boos op Patrick Janssens?

“We komen er wel doorheen, maar er zijn veel mensen erg bitter. Ze uiten hun emoties door hun vriendschap voor mij te betuigen. Ook Patrick zal wel steunbetuigingen ontvangen. Ik zal in ieder geval nooit schieten op mijn eigen beweging. Zo ben ik niet grootgebracht.”

Over grootbrengen gesproken. Uw dochter doet mee aan de parlementsverkiezingen op 18 mei. Zou u haar niet beter aanraden uit de politiek te stappen?

“Neen, ze moet voortdoen, op haar eigen overtuiging voortgaan. Ik geef haar de raad die ik van mijn vader heb gekregen: zorg dat je nooit van iemand afhangt. Maya is apotheker. Daar kan ze altijd op terugvallen. Dat is zeer belangrijk.”

Voor wie zult u stemmen op 18 mei?

“De socialisten. Ik ben en blijf een partijbeest. Wij zijn de partij die de zwakkeren verdedigen. Daarom zal ik nooit aan nestbevuiling doen. En dat weten ze maar al te goed.”

Bent u niet verbitterd?

“Neen, ik heb een bladzijde omgedraaid. Verbittering is niet aan mij besteed. Het moet vooruit.”

Het is voorbij, mevrouw Detiège.

(verontwaardigd) “Ik ben pas zestig en u doet alsof ik in mijn graf moet kruipen. Ik zal me niet opnieuw kandidaat stellen, het was nooit mijn bedoeling om hier tot mijn zeventigste te blijven zitten. Voorlopig blijf ik in de gemeenteraad zitten, maar ik zal meer tijd aan mezelf besteden. En ik ga terug naar de verenigingen waar ik de laatste jaren te weinig tijd voor had. Ik ga ook opnieuw lezen. Ik wil het archief van mijn vader, vanaf 1947, en van mezelf op orde brengen. Ik ga in mijn tuin werken. En dan is er nog dat steenpad, dat ziet er smerig uit.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234