Donderdag 13/05/2021

InterviewJinnih Beels

‘Leerkrachten, directies en leerlingen zijn kapot. Gun hun die zomervakantie’

'Ik vrees voor de tol van corona. Jongeren hádden het al moeilijk: het was voortdurend om het best, meest en mooist' Beeld Saskia Vanderstichele
'Ik vrees voor de tol van corona. Jongeren hádden het al moeilijk: het was voortdurend om het best, meest en mooist'Beeld Saskia Vanderstichele

‘Als ik had geweten wat er op me af zou komen, dan was ik niet in de politiek gestapt maar bij de politie gebleven – daar verdiende ik ook goed mijn kost.’ Maar ze wíst het niet, en intussen omarmt Jinnih Beels haar job als schepen van Jeugd en Onderwijs in Antwerpen. Ze is nu één van de boegbeelden van de ‘beweging’ Vooruit – formerly known as de sp.a – en ze heeft de handen vol met drie rampen die een ravage aanrichten bij de Antwerpse jeugd: ‘Sihame-gate’, de coronacrisis en drugs.

U bent bijna 2,5 jaar schepen. Voelt u zich al politica?

Jinnih Beels: “Ik wilde mezelf lange tijd niet zo zien, maar ik heb het aanvaard (lacht). Als ik niet trots kan zijn op wat ik doe, hoe kan ik dan verwachten dat de mensen trots zijn?”

Toch wilt u als vernieu­wer graag met één been buiten de politiek staan.

Beels: “Ik zie mezelf niet als een vernieuwer. Maar ik observeer wel het liefst vanop afstand. Het zit niet in mijn natuur om deel te worden van het geheel. Dat zat in mijn opleiding, en als kind deed ik het vaak ook zo (ze kwam op haar 6de van India naar België, red.). Ik sta niet graag in de schijnwerpers. In de politiek ben je dan een rariteit. Ik doe deze job graag, maar als het op de achtergrond kan: graag!”

Dan was de campagne van 2018 een verschrikking?

Beels: “Ja! Ik weet nog altijd niet hoe ik die heb doorstaan. Dat was lós uit mijn comfortzone. Ik ben iemand die oplossingen zoekt, maar geen verkoper. Gelukkig wist ik vooraf niet wat er op me af zou komen, anders was ik er misschien nooit aan begonnen. Of toch niet als lijsttrekker (lacht). Het is jammer dat de politiek steeds meer wordt herleid tot je aantal tv-optredens, interviews en posts op sociale media. De media bieden ook altijd dezelfden een forum. Soms zeggen mensen: ‘We zien u niet meer op tv, gaat het niet goed’? Euh, jawel, ik werk elke dag keihard voor mijn stad, maar ik hoef toch niet constant interviews te geven? Dan heb ik minder tijd voor het beleid.”

Begin 2019 zei u in De zondag dat het gebrek aan ervaring u parten speelde.

Beels: “Vooral mijn eerste maanden waren loodzwaar. Ik kende geen bal van onderwijs of van het politieke systeem. Ik moest naar een schepencollege en had geen idéé hoe de besluitvorming werkte. Er zou een opleiding moeten bestaan om nieuwkomers daarop voor te bereiden. Na twee jaar weet ik: de meeste deals worden in de wandelgangen gemaakt. Daar kun je rustiger praten dan in de politieke arena, waar voor de camera’s een ideologisch en politiek correct toneelstuk wordt opgevoerd.”

Wat hebt u de voorbije drie jaar over uzelf geleerd?

Beels: “Dat ik me niet in het keurslijf van de politicus mag wringen. Als schepen heb ik dat even geprobeerd. Ik speelde een rol, lette constant op wat ik zei en deed, probeerde allerlei verwachtingen in te lossen: van mijn kabinet, mijn partij, het stadsbestuur. Op den duur had ik het gevoel dat ik een meervoudige identiteit aan het ontwikkelen was. Ik heb dat maar een paar weken volgehouden – doodongelukkig werd ik ervan.

“‘Misschien is de politiek toch niks voor mij,’ zei ik tegen mijn echtgenoot. Hij vond dat ik mezelf niet mocht veranderen. ‘Jouw sterkte is dat je níét op je woorden let, zonder mensen te kwetsen.’ Sinds dat gesprek doe ik het weer op mijn manier. Al ben ik voorzichtiger dan in mijn vorige job. Als ik altijd frank mijn gedacht zou zeggen, rol ik van de ene politieke rel in de andere. Maar op debatfiches of communicatiedrills voor tv-optredens knap ik af. Als ik het niet in míjn woorden kan vertellen, of er niet in geloof, lukt het niet. Dat is een zwakte in de politiek. De ‘groten’ kunnen een standpunt verkopen waar ze het niet mee eens zijn.

“Ik moet me al mijn hele leven driedubbel bewijzen: als vrouw, omdat ik een Indiase achtergrond heb, en omdat ik zowel bij de politie als in de politiek snel opgeklommen ben. Ik was de eerste vrouwelijke commissaris met een andere afkomst bij de rijkswacht. Als ik iets zei, werd dat niet aangenomen. Als een mannelijke collega met dezelfde functie hetzelfde zei, wel. In de politiek zie ik sommigen ook denken: ze is nieuw, wat weet zíj er nu van? Maar ik ben niet zomaar van de straat geplukt, ik heb bij de politie leiding gegeven. Toch moet ik vaak hemel en aarde bewegen om dingen in beweging te krijgen. Wat mij zorgen baart, is dat veel jongeren hetzelfde meemaken omwille van hun afkomst of geslacht.”

Ergert u zich nog aan de politiek? Of hebt u nu meer begrip voor hoe het werkt?

Beels: “Ik erger me nog elke dag aan de hypocrisie, de dubbele agenda’s en het gebrek aan consequentie in de politiek, maar ook aan de onverdraagzaamheid in de maatschappij. Ik snap niet waarom alles in kampen moet worden verdeeld en elk debat zo gepolariseerd moet worden. Waarom kunnen we niet met een open geest met iedereen praten? Zei Winston Churchill niet dat je in een democratie soms ook de ideeën van een ander moet kunnen uitvoeren?

“De eeuwige obsessie met peilingen en verkiezingen stoort me ook. Partijen vragen zich voortdurend af: ‘Wat kunnen we doen om meer stemmen te halen?’ En na de verkiezingen moeten ze de helft van hun beloftes in de vuilnisbak gooien, omdat ze toch niet realistisch waren. Zo voelen de mensen zich keer op keer bedrogen.”

IN ZEE MET BDW

U maakte ook al een gierende bocht. In de kies­campagne moest u alles afbranden wat de N­-VA in Antwerpen had gedaan. Een maand na de verkiezingen zei u nog dat u nooit schepen zou worden onder Bart De Wever.

Beels: “Ik heb het daar moeilijk mee gehad, ja. Toen ik zei dat ik geen schepen zou worden in een coalitie met de N-VA, méénde ik dat. Ik kon me niet inbeelden dat ik zou samenwerken met degene die ik maandenlang had bestreden, want ik deelde zijn visie niet. Mijn partij zag dat anders: ‘Je mag zulke absolute uitspraken niet doen: er is een wereld vóór en één na de verkiezingen.’ Dat die twee werelden zo van elkaar verschilden, had ik niet verwacht. Tijdens de onderhandelingen met de N-VA en Open Vld heb ik snel ingezien dat de politieke wereld niet zwart-wit is, maar vijftig tinten grijs. Maar ik snap dat de mensen dat niet begrepen.”

Hebt u het op straat moeten horen?

Beels: “Amai! Het eerste jaar toch, net als mijn collega’s. Nu zien de mensen dat deze coalitie marcheert.”

Wat verweten ze u?

Beels: “Dat ik voor het postje en het geld had gekozen: ‘Jullie zijn allemaal dezelfden!’ (lacht) Ik kan daar tegen. Je moet de mensen je keuzes uitleggen. Als het mij om geld, zekerheid en een mooi pensioen ging, was ik beter bij de politie gebleven – ik verdiende er heel goed mijn kost. Maar ik ben een idealist, en ik wilde iets terugdoen voor de stad die mij op mijn 6de ontving. Hebben wij volledig onze zin gekregen in deze coalitie? Nee. Maar in de oppositie konden we niks doen, en nu maken we het verschil.”

U was tijdens de onder­ handelingen zeer benieuwd of De Wever ‘met zijn palmares’ in staat zou zijn om een verzoenend beleid te voeren.

Beels: “Het antwoord is ja. De toon is veranderd. De puzzel die we met deze drie partijen leggen, is zelfs inclusiever dan wanneer wij alleen zouden besturen. Met onze verschillende visies bereiken we meer Antwerpenaren. De Wever, die tien keer slimmer is dan ik, beseft dat ook. Hij weet dat je geen burgemeester kunt blijven van zo’n diverse stad als je maar op één deel van de bevolking blijft mikken.”

Er gaan al een tijdje geruchten dat u eigenlijk niet in Antwerpen woont.

Beels: “Die zijn fout. Ik woon in Antwerpen, maar mijn zoon van 13 gaat nog altijd naar school in Westerlo. Hij en mijn man zijn in de Kempen gebleven, omdat ze daar hun leven hebben opgebouwd. Ik wilde per se terug naar Antwerpen, voor hen was dat een stap te ver. Ik heb het daar moeilijk mee gehad, net als mijn zoon. Maar nu hebben we onze draai gevonden. Onze momenten samen zijn heel kwaliteitsvol. In mijn tijd bij de politie was ik ook niet vaak thuis, hoor. Er is niet zo gek veel veranderd. Door de week kan ik doorwerken zonder met iemand rekening te moeten houden, en in het weekend ga ik naar mijn gezin. Ik heb tien jaar in de Kempen gewoond en nu heb ik er mijn buitenverblijf.”

Hoe ervaart u de coronaperiode?

Beels: “Ik ben geprivilegieerd: ik kan thuiswerken, heb een mooi kantoor en mensen die me bijstaan. Ik begin wel de sociale contacten te missen: bezoeken aan scholen en jeugdorganisaties, een koffiebabbel met collega’s... Wij werken ook al bijna een jaar non-stop, maar ik wil niet klagen. Mijn echtgenoot steunt me en mijn zoon voelt zich goed, omdat hij voltijds naar school mag. Tijdens de eerste lockdown had hij het zwaarder: hij miste zijn vrienden en leerkrachten.”

'Wij voeren een war on marihuana: de jonge gast met een zakje wiet wordt opgepakt, de welgestelde cokesnuiver niet' Beeld Saskia Vanderstichele
'Wij voeren een war on marihuana: de jonge gast met een zakje wiet wordt opgepakt, de welgestelde cokesnuiver niet'Beeld Saskia Vanderstichele

U zei vorig jaar dat de Antwerpse scholen 25 à 30 procent van hun leerlingen niet meer bereikten. Is het nog altijd zo erg?

Beels: “We zijn die jongeren toen na de paasvakantie gaan terughalen. Leerkrachten sprongen op hun fiets en gingen aanbellen bij kinderen van wie ze niks meer hoorden. Als de deur gesloten bleef, schakelden ze de CLB’s, OCMW’s en jeugdorganisaties in. Zo hebben we dat percentage fors naar beneden gekregen. Ook nu nog doen leerkrachten huisbezoeken. Onze 420 scholen hebben bewezen dat ze er staan in crisistijden.”

Was de extra week paasvakantie een vergissing?

Beels: “Ik was tegen. Volgens sommige experts heeft ze ook weinig uitgehaald. Men heeft in deze crisis drie prioriteiten gesteld: het gezondheidssysteem, het onderwijs, en de bedrijven. Ik heb altijd gezegd dat we vroeg of laat tussen die drie zouden moeten kiezen. Het onderwijs had voorrang moeten krijgen, vanwege de leerachterstand en het mentaal welzijn van onze jongeren, maar in de derde golf is dat niet gebeurd.”

In een open brief pleitten 270 kinder- ­en jeugd­psychiaters vorige week voor voltijds contactonderwijs voor álle kinderen, zoals voor de paaspauze was beloofd.

Beels: “Ik begrijp die noodkreet. De meeste jongeren zien het echt niet meer zitten om de helft van de tijd thuis les te krijgen. Dat is te eenzaam, en hun structuur is weg. Ze staan op wanneer ze willen, zitten aldoor voor het scherm. Helaas hebben sommige scholen niet genoeg ruimte om elke klas een vast lokaal te bieden.”

Hoe groot is de leerach­terstand?

Beels: “We moeten opletten met veralgemeningen. Ik hoor van leerkrachten en directies dat een aantal kleuters niet de basisvaardigheden heeft om na de zomer te starten in het eerste leerjaar: knippen met een schaar, een pen juist vasthouden, figuren tekenen. Vorig jaar zijn we terecht mild geweest, maar de kinderen die toen eigenlijk niet klaar waren om over te gaan en die achterstand niet hebben ingehaald, mogen we geen tweede steen in hun rugzak meegeven. Dan gaan ze door de knieën.

‘Vorig jaar hebben we terecht kinderen laten overgaan die niet klaar waren. Maar we mogen die nu geen tweede steen in hun rugzak meegeven. Dan gaan ze door de knieën.’ Beeld Saskia Vanderstichele
‘Vorig jaar hebben we terecht kinderen laten overgaan die niet klaar waren. Maar we mogen die nu geen tweede steen in hun rugzak meegeven. Dan gaan ze door de knieën.’Beeld Saskia Vanderstichele

“Niet alles is slecht: sommige leerlingen zijn opengebloeid, mede dankzij de digitale sprong die ze hebben gemaakt. We mogen niet spreken van een verloren generatie, en het onderwijs is nu al te vaak een ongelijkheidsmachine. Dat mogen we niet versterken met een bijkomende stempel, want dan krijg je nog meer jongeren die ‘foert’ zeggen omdat wij niet in hen geloven.”

Onderwijsexpert Dirk Van Damme pleit voor een kortere zomervakantie.

Beels: “Daar is nu geen draagvlak voor. Leerkrachten, directies en leerlingen zijn kapot. Gun hun die vakantie.

“Op langere termijn vind ik het wel een goed idee. Onderzoek leert dat negen weken zomervakantie te veel zijn.”

Zwakkere leerlingen hebben drie maanden nodig om dat weer in te halen.

Beels: “Ook de sterkeren krijgen in september alleen maar herhaling. Na de crisis zouden we met het werkveld een nieuw schooljaar kunnen uittekenen, met een kortere zomervakantie en langere pauzes doorheen het jaar.”

De jeugdpsychiaters wezen ook op de schrijnende tekorten in de jeugdzorg. Vorige maand kregen 23.000 jongeren met depressies, eetstoornissen en gedrags­problemen niet de hulp die ze nodig hadden. ‘Stel u voor dat we dat deden met coronapa­tiënten’, schrijven ze.

Beels: “Dat zijn waanzinnige cijfers. De schijnwerpers staan al een jaar terecht op het fysieke lijden in de ziekenhuizen, maar het mentale leed wordt te vaak vergeten – net zoals na de terreuraanslagen in Brussel. Mijn man is politieambtenaar en was die dag in de metrohalte van Maalbeek. Hij heeft tot een stuk in de nacht mensen verzorgd en weggedragen en ziet daar nog altijd van af, tot nachtmerries toe. Ik heb hem naar de hulpverlening moeten dúwen. Hij heeft het twee sessies volgehouden. ‘De rest doe ik zelf wel’, zei hij. Maar er zijn mensen die wel om hulp smeken en die niet krijgen.

“Ik vrees voor de tol op lange termijn. Jongeren hébben het al moeilijk met de druk van onze maatschappij: het is voortdurend om het best, meest en mooist. Vroeger konden ze nog bij elkaar terecht, maar het voorbije jaar viel ook dat weg. En door de stress grijpen ze naar zaken die ze anders nooit hadden gedaan. We zeggen te weinig dat het oké is om je kwetsbaarheid te tonen en te zeggen dat je even niet mee kunt.”

DE POLITIE, UW VRIEND

Hoe kijkt u naar de rellen in het Ter Kamerenbos, waarbij acht jongeren, 26 politiemensen en zeven paarden gewond raakten?

Beels: “Ik praat niet goed wat daar is gebeurd, maar de laatste weken zagen we die revolte bijna aankomen. Sommige jongeren kúnnen dit geen jaar volhouden – ze waren al maanden aan het roepen dat het niet meer ging. We hebben hun alles afgenomen en deden er vlak voor Pasen nog een week schoolsluiting bovenop. De overgrote meerderheid volgt de maatregelen nog altijd braaf op, omdat ze hun ouders en grootouders willen beschermen. Anderen zien het leed in de ziekenhuizen als een ver-van-mijn-bedshow. Zelfs al nodig je hen allemaal uit op intensive care, dan nog houden ze dit niet vol.”

In het Ter Kamerenbos ging het vooral om witte studenten. Hebt u evenveel begrip voor jongeren uit Molenbeek en Anderlecht die rel schoppen tegen de politie?

Beels: “Ik heb begrip voor geen énkele vorm van geweld, maar wel voor de sociale situatie van jongeren. Na de knokpartij in Blankenberge van vorige zomer struikelden politici over elkaar om hun afschuw uit te schreeuwen. Er werd zelfs een parlementaire commissie opgericht. Dat was schieten met een bazooka op een mug. Na het Ter Kamerenbos bleef het stil. Daarmee geven we die gasten uit de moeilijke wijken een heel fout signaal: twee maten en twee gewichten. Daar verzet ik me al mijn hele leven tegen.”

Enkele weken geleden getuigden politiemensen in Humo dat ze systematisch worden beschimpt, bedreigd en in de val gelokt. Wordt het geen tijd om de orde kordaat te herstellen?

Beels: “Ik pas voor zo’n Amerikaanse aanpak. Je ziet toch tot wat die leidt? Meer escalatie en geweld, jongeren die de politie haten, ouders die doodsbang zijn dat hun 14-jarige zoon tijdens een politie-interventie zal worden neergeschoten: dat willen we toch niet? Mensen hoeven geen schrik te hebben van de politie. De slogan ‘De politie, uw vriend’ gaat te ver, maar politiemensen staan ten dienste van de maatschappij en moeten iedereen gelijkwaardig behandelen.

“Ik heb jaren geleden bij de Antwerpse politie de bemiddelingsteams opgericht die nu zo populair zijn: de moeilijkste interventies losten wij op door te praten, niet door te kloppen. Wij gingen theedrinken in de wijken, zodat we de mensen kenden. Dat leverde ons, naast een indrukwekkende theekennis, een netwerk op dat van pas kwam als de vlam in de pijp sloeg. Dan kalmeerden we de amokmakers en vroegen hun om de meute stil te krijgen.”

Welke cultuur installeer je als de politie zich elke dag moet laten uitschelden?

Beels: “Ik heb met mijn 1 meter 63 een paar keer tegenover dokwerkers van 1 meter 90 gestaan. Dan moet je je boodschap overbrengen zonder een boks op je neus te krijgen. Dat lukt alleen als je je op het niveau van de ander zet. Als de eerste woede weg is, willen mensen wel luisteren. Maar dan moet je er tegen kunnen dat je eerst wordt uitgescheten. Als je daar al op flipt, ben je voortdurend aan het vechten. Dan ben je een slechte flik, want je handelt systematisch vanuit je machtspositie en brengt zo ook je collega’s in gevaar. Politiemensen zijn opgeleid om moeilijke interventies te doen en moeten zich kunnen beheersen. Soms kan het niet anders en moet je batteren, maar zoals de Chinese filosoof Sun Tzu schreef in The Art of War: ‘Een vermeden conflict is beter dan een gewonnen conflict.’”

Was uw team populair bij de Antwerpse politie?

Beels: “Nee. De hardliners binnen het korps zagen ons als softies die hun job afpakten. Als wij gingen bemiddelen, konden zij niet meer gaan batteren. Niet iedereen was zo, maar die Amerikaanse mentaliteit leeft nog bij de politie.”

Jongeren klagen over ethnic profiling en racisme bij de politie. Sammy Mahdi, CD&V­-staatssecretaris voor Migratie, zei in Humo: ‘Stop met zagen en doe je best.’

Beels: “Als we van dat ‘gezaag’ willen afraken, zal het van twee kanten moeten komen. Er moeten meer initiatieven komen om beide kampen dichter bijeen te brengen. Laat hen samen voetballen, niet tegen elkaar, maar in gemengde teams. En laat hen eens in mekaars schoenen staan, zodat ze snappen hoe het is om als politie-inspecteur met zoveel haat te worden geconfronteerd, of als jongere tien keer per week tegen de muur te worden geplakt.”

Met Operatie Sky heeft de politie de Antwerpse drugsmaffia een stevige schop verkocht. Hebt u daar een cavaatje op gedronken?

Beels: “Ik ben niet zo’n drinker.

“De politie heeft schitterend werk verricht, maar we hebben alleen het topje van de ijsberg eraf gesjot. Dit krijg je lokaal, zelfs nationaal, nooit opgelost. En hoe meer middelen je de politie geeft, hoe meer die daarmee uitpakt en hoe meer ze zal onderscheppen. Dat heeft twee consequenties: mensen krijgen de indruk dat ze in een narcostaat leven, en andere vormen van criminaliteit verdwijnen naar de achtergrond. Tijdens mijn opleiding criminologie heb ik al geleerd dat je met statistieken alles kunt bewijzen.”

U gelooft niet in de war on drugs?

Beels: “Nee. De drugsmaffia moet je aanpakken, maar kleine gebruikers oppakken en berechten, daar geloof ik minder in. Het bezorgt politie en justitie eigenlijk best veel werk, en je lost er weinig mee op.”

‘Ik heb als agent met mijn 1 meter 63 een paar keer tegenover dokwerkers van 1 meter 90 gestaan: dan moet je je boodschap overbrengen zonder een boks op je neus te krijgen.’ Beeld Saskia Vanderstichele
‘Ik heb als agent met mijn 1 meter 63 een paar keer tegenover dokwerkers van 1 meter 90 gestaan: dan moet je je boodschap overbrengen zonder een boks op je neus te krijgen.’Beeld Saskia Vanderstichele

Wilt u drugsgebruik dan legaliseren?

Beels: “Tussen de huidige nultolerantie en een legalisering ligt een waaier van mogelijkheden. Portugal heeft alle vormen van drugsbezit en -gebruik uit het strafrecht gehaald. Wie daar wordt gepakt met drugs op zak, gaat naar de hulpverlening, niet naar het gerecht. Daardoor kan de politie meer energie steken in de strijd tegen de drugsmisdaad. In Antwerpen zijn veel hulpinitiatieven voor drugsgebruikers, maar nationaal gaat te weinig geld naar preventie. Waarom kunnen we geen doordacht drugsbeleid uitdokteren, zoals we dat hebben gedaan rond alcohol en tabak?

“Professor Tom Decorte (criminoloog gespecialiseerd in drugs, red.) zegt terecht: wij voeren geen war on drugs, maar een war on marihuana. De jonge gast met een zakje wiet wordt opgepakt, maar de welgestelde cokesnuiver niet. Dat is niet fair. In Amerika werd de war on drugs onder president Nixon ook gevoerd tegen de arme, zwarte crackgebruikers. Daar zat een populistisch doel achter: met veel machtsvertoon laten zien dat je iets doet tegen drugs. Maar wat los je ten gronde op?”

Is de redenering niet dat de snuivende advocaat op het chique feestje minder overlast veroorzaakt dan de kleine wiet­ of crackgebruiker in de louche buurt?

Beels: “Drugsgerelateerde overlast moet je altijd aanpakken, anders worden buurten onleefbaar.

“Maar minstens even belangrijk is dat je vermijdt dat de georganiseerde misdaad de reguliere economie ondermijnt door horeca- en handelszaken op te kopen en geld wit te wassen. In een documentaire over de cosa nostra zag ik dat één van de rechters die het verschil heeft gemaakt, niet achter de drugs aanging, maar achter de geldstromen van de maffia. Gelukkig doet onze federale politie dat nu ook. Alleen zit je dan al snel in Nederland en Dubai.”

VOORUIT!

Wat vindt u van het coronabeleid van onze regeringen?

Beels (zucht): “Het politieke gehakketak van de laatste maanden stoort me. Uit de crisissen bij de politie heb ik geleerd dat je moet gaan voor een duidelijke aanpak op lange termijn, met eenheid van commando. De hoogste in rang communiceert en de rest schaart zich erachter of zwijgt. Hier zie je politici die willen scoren op korte termijn, met allerlei versoepelingsideeën. Daarnaast heb je experts die in de media discussiëren. De dagen voor een Overlegcomité lekken hun adviezen uit, en de avond daarna komen ze in de nieuwsprogramma’s hun persoonlijke commentaar geven op de beslissingen. Zo krijg je een kakofonie, waardoor de mensen álles in vraag stellen. Politici en experts zouden beter één team vormen.”

Dreigt er geen volksopstand als de heropening van de terrassen alsnog zou worden uitgesteld?

Beels: “Ja, ik snap het ongeduld van de mensen. Sommige politici hebben al zo vaak met wortels voor hun neus staan zwaaien, ‘want er was nood aan perspectief’. Dan kun je het de mensen niet kwalijk nemen dat ze nu in die wortel willen bijten. Maar iedereen is blijkbaar al vergeten dat de heropening van de terrassen aan voorwaarden was gekoppeld – behalve Frank Vandenbroucke. Ik bewonder zijn consequente lijn. Hij maakt zich daar niet altijd populair mee, maar hij is tenminste een echte leider.

“In een crisis moet je mensen naar een veilige haven leiden, zoals Mozes zijn volk naar het Beloofde Land loodste. Als die zich had laten afleiden door alle volksopstanden onderweg, waren zij er nooit geraakt. Op lange termijn denk ik dat Frank zelfs populairder wordt met zijn aanpak. De mensen weten wel dat hij niet aan zichzelf, maar aan de volksgezondheid denkt.”

Keek u al naar hem op?

Beels: “Nee, politiek zei me vroeger niks.”

Vooruit viert haar eerste 1 mei als beweging. Blij met de partijvernieuwing?

Beels: “Ja. Zonder die vernieuwing had ik vroeg of laat misschien afgehaakt. De politiek is toe aan nieuwe zuurstof. Mensen vinden ons allemaal zakkenvullers die alleen maar met zichzelf en de partij bezig zijn. Ik ben op de kar gesprongen van Samen (het afgesprongen verbond tussen Groen en de sp.a in Antwerpen, red.) om de partijpolitiek te overstijgen en de stem van de gewone mensen te vertolken. Dat is precies wat we met Vooruit willen doen: de partijmuren afbreken en mensen bij de politiek betrekken. Vooral jongeren moeten weer geloven dat het in de politiek ook anders kan.”

In De afspraak kreeg Conner Rousseau van Dyab Abou Jahjah het verwijt dat de vernieuwing alleen maar marketing was, zonder inhoud.

Beels: “Natuurlijk heb je marketing nodig om een nieuwe naam in de markt te zetten. Onze oerwaarden zoals gelijkheid, solidariteit en rechtvaardigheid steken in een nieuw jasje, maar zijn niet veranderd. Door met nieuwe mensen te praten, zullen er wel nieuwe ideeën bij komen.”

Moeten die links zijn?

Beels: “Mijn mantra is: ‘Denk niet links of rechts, denk na.’ Ik wil graag anders- en breeddenkenden bij onze beweging betrekken, anders verval je in de oude patronen. In het politieke spectrum zullen wij altijd op links staan, maar we mogen geen taboes hebben. De socialisten hebben thema’s als veiligheid en migratie te lang laten kapen door rechts. Dat is fout. Die belangen ook ons aan.”

Mogen die nieuwe mensen ook sociale onderne­mers zijn?

Beels: “Haha, iedereen die binnen ons kader wil meedenken, is welkom.”

Uw voorzitter zou vorig najaar hebben gesproken met Sihame El Kaouakibi over een overstap.

Beels: “Daar was ik niet bij.”

Kende u El Kaouakibi?

Beels: “Nee. Ik heb haar voor het eerst gezien als schepen, bij de eerstesteenlegging voor het nieuwe Urban Center. Nadien heb ik haar nog wel eens gekruist, maar we hadden geen band.”

In 2019 nam u de fakkel over van N­-VA­-schepen van Jeugd Nabilla Ait Daoud. Zij had een goede relatie met El Kaouakibi en was gul met subsidies voor Let’s Go Urban (LGU). Maar volgens de audit van de stad kende ook u haar in 2020 nog voor 200.000 euro werkingssub­sidies toe terwijl de jaarreke­ning van 2019 niet eens was goedgekeurd. Daarin had u kunnen zien dat ze zich een jaarloon van 100.000 euro uitkeerde.

Beels: “Ik ga daar nu niks over zeggen. De stad heeft LGU in gebreke gesteld, de vzw mocht vorige week reageren. We bekijken nu wat onze volgende stap wordt. Eén ding is zeker: ik wil de jongeren niet in de steek laten. Het Urban Center is eigendom van de stad en we hebben er de voorbije maanden voor gezorgd dat de werking kon doorgaan. Dat willen we blijven doen. Met LGU, of met een andere vzw? Dat zien we dan wel.”

Waarom zag niemand dat de stroom aan subsidies fout werd aangewend?

Beels (zucht): “Een waterdicht systeem bestaat niet. De controle gebeurt door mensen, en die maken fouten. Uiteraard moeten we die rechtzetten, maar ik wil geen heksenjacht beginnen tegen administraties die zogezegd hun werk niet goed hebben gedaan. In 98 procent van de gevallen doen ze het wél goed.”

Vlaams Belanger Sam Van Rooy zegt dat er geen euro meer naar ‘de integratie­ en diversiteitsindustrie’ mag gaan.

Beels: “Dan is het goed dat meneer Van Rooy niet in de meerderheid zit. Heel veel organisaties doen schitterend werk en houden zich aan de regels. Als je wilt dat jongeren uitgroeien tot goed opgeleide, geïntegreerde burgers, moet je in hen investeren.”

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234