Zaterdag 19/10/2019

Interview

Laurette Onkelinx neemt afscheid van de politiek: ‘Le bruit des bottes is oorverdovend geworden’

Laurette Onkelinx: ‘Als mijn Franstalige moeder en mijn Limburgse vader mij in een bad met hun twee talen hadden gegooid, dan was mijn leven wellicht anders gelopen.’ Beeld Stefaan Temmerman

Twee jaar geleden kondigde ze het al aan, nu doet ze het echt. Na meer dan dertig jaar aan de top stopt Laurette Onkelinx (61) met politiek. Behalve dan dat ze nog aan een project werkt met Joëlle Milquet. En dat ze – o ja – gevraagd is om te helpen bij de federale onderhandelingen. ‘Gaat de PS vanop het balkon staan toekijken hoe dit land gevild wordt? Neen.

Laurette Onkelinx is een vat vol tegenstellingen. Zo rustig als ze erbij zit en zo luid als ze lacht, zo snel ontvlamt ze ook weer. En hoe vaak ze tijdens het interview ook benadrukt dat ze “een vrije vrouw” is nu ze stopt met politiek, even vaak blijkt dat ze de politiek nooit helemaal zal loslaten.

Bij wijze van test laten we de woorden ‘federale’ en ‘onderhandelingen’ vallen. Ze fulmineert minutenlang over de regering van lopende zaken die nu geen meerderheid meer heeft aan Franstalige én aan Nederlandstalige kant. Over hoe de MR, door in de ‘kamikaze­regering’ te stappen, de huidige désamour voor het federale niveau in de hand heeft gewerkt. Over al de ministers die nu weglopen uit de federale regering.

BIO • geboren op 2 oktober 1958 in Ougrée • dochter van een Limburgse vader en een Franse moeder • studeerde rechten in Luik • werd in 1987 voor het eerst verkozen als volks­vertegenwoordiger • was van 1992 tot 2014 onafgebroken minister • is getrouwd met top­advocaat Marc Uyttendaele, met wie ze één dochter heeft • heeft nog een zoon en dochter uit een eerder huwelijk  

“Sommigen hebben blijkbaar zelfs een aller-retour-ticketje genomen, zoals Wouter Beke. Ze komen en ze gaan weer weg. Het lijkt wel alsof ze totaal niks meer geven om die regering. Alsof dat niveau geen belang meer heeft en België niet meer telt.”

Het maakt haar boos en bezorgd. “België beleeft een zware identiteits­crisis: er zijn twee samenlevingen in dit land, dat zie je ook aan de uitslagen van 26 mei en de beleidskeuzes van de regionale regeringen. We hebben al meerdere moeilijke momenten gekend, maar nu balanceren we echt op het lemmet van een scheermes.”

N-VA en PS hebben elkaar al meermaals in het geheim ontmoet. Waarom starten jullie geen échte onderhandelingen op?

“Als u vraagt of de PS vanop het balkon kan staan toekijken hoe dit land gevild wordt, dan is mijn antwoord ‘neen’. Als België verdampt, wat niet uitgesloten is, zullen de eerste slachtoffers de zwaksten zijn. In álle regio’s. Net zoals bij het failliet van een fabriek. Wij gaan niet, zoals andere politieke partijen, zeggen dat we ons er niks van aantrekken en niet mee aan tafel zitten. Zo zijn wij niet.

“Maar als wij onderhandelen, dan is dat in het volle besef dat driekwart van de Franstaligen links of centrum­links gestemd heeft. En dus zal de Parti Socialiste vechten voor haar vier prioriteiten: sociaal welzijn, ethische vooruitgang, het klimaat en het respect voor de waardigheid van iedereen, dus ook van de migranten. De vorige regering heeft het recht op respect van de nieuwkomers genegeerd. Als we dat respect niet herstellen, zullen we onze ziel verliezen.”

Dan was u wellicht blij dat Theo Francken op 18 september in de Cercle de Lorraine meerdere sociale maatregelen bepleitte, zoals een verhoging van de laagste pensioenen.

“Waarom zou ik dat geloven? Ze geloven dat zelf niet eens. Bart De Wever heeft na de vorming van de Vlaamse regering gezegd dat het regeer­akkoord de blauwdruk vormt voor de heropstart van de federale gesprekken. Gelooft u nu echt dat de PS kan leven met de principes die in dit Vlaams regeer­akkoord staan? Ik niet, nog geen nano­seconde.

“Zelfs de democratie kent niet meer dezelfde spelregels in Vlaanderen en Wallonië, omdat het Vlaams regeer­akkoord de opkomst­plicht afschaft. Wat me nog meer zorgen baart, is de aanvaarding van en de poreus­heid tegenover het extreem­rechtse gedachte­goed van het Vlaams Belang. Ook dat heeft zich geïntegreerd in de Vlaamse regeer­cultuur.

“Wat ik nog meer niet snap: lange tijd leek het alsof Francken de Vlaamse onderwijs­minister zou worden, maar nu blijft hij blijkbaar een federale sleutelfiguur van N-VA. Vindt u dat geen vreemd signaal?”

Zou het dan makkelijker zijn om een akkoord te sluiten met N-VA zonder Theo Francken aan tafel?

“Die weg wil ik niet opgaan. Maar ik heb in 2014 gesproken over ‘le bruit des bottes’ die met hem de Kamer binnen­trad. Dat geluid is door zijn tweets en zijn voorstellen oorverdovend geworden. Als die man het land moet verbinden, dan pas ik.”

‘Als een meerderheid van de partijen zegt dat ze niet meer gelooft in België, dat we dan terugkeren naar de stembus en het aan de bevolking vragen.’ Beeld Stefaan Temmerman

‘Le bruit des bottes’ is een verwijzing naar de Tweede Wereld­oorlog. Dat is een zware uitspraak.

“Herinner u wat hij allemaal gezegd heeft. Over de mannen, vrouwen en kinderen die crepeerden op de Middellandse Zee, bijvoorbeeld. Ik weet wat ik zeg en ik zeg het niet lichtzinnig.

“Als ze hem kiezen als hun bruggenhoofd met de Franstaligen, dan wordt het toch enorm moeilijk. Rien n’est impossible, maar we zullen alleen ergens raken wanneer er respect is voor de Franstaligen, en voor de identiteit en de prioriteiten van de PS.”

Niets is onmogelijk, maar veel ruimte laat u toch niet.

“De PS gaat altijd in op de uitnodigingen van de informateurs. Wij stellen geen exclusieven, behalve tegen Vlaams Belang. Maar ze moeten niet afkomen en zeggen: ‘Voilà, hier hebben jullie een paar kruimels, enkele sociale symbooltjes, en voor de rest zullen het de prioriteiten van de N-VA zijn.’”

N-VA bepleit een strenger migratie­beleid, in ruil zou u meer geld krijgen voor sociaal beleid. Een aanvaardbaar voorstel?

“Dat zal niet gaan. We gaan het respect voor elk individu niet afbouwen. Nooit.”

Als u een oplossing voor België wilt, zal de PS toch ooit een akkoord moeten sluiten met N-VA?

“Er zijn andere mogelijkheden dan onderhandelingen tussen de PS en de N-VA. Dan hebben we het eventueel over een regering met een Vlaamse minderheid. Of ze kunnen proberen een regering zonder de PS te maken. Ik hou hen niet tegen.”

Er is nog een optie: het confederalisme.

(maakt afwijzend gebaar) “Als je een staats­hervorming wilt, dan moet je dat duidelijk maken tijdens de campagne. De kiezer mag toch weten waarvoor hij stemt? Wij hebben nu heel duidelijk gezegd dat we géén staatshervorming wilden.”

U geeft zelf toe dat dit land uit twee samenlevingen bestaat. Heeft het dan nog wel zin om te proberen het land samen te houden?

“Iedereen oreert maar dat België niet bestaat en nooit bestaan heeft, maar dat is niet waar. We hebben een gemeenschappelijke geschiedenis. We bestaan sinds 1830. We hebben een plek in Europa. We hebben een samenleving, een land gebouwd, dat volgens de Organisatie voor Economische Samen­werking en Ontwikkeling (OESO) – ondanks de afbraakpolitiek van de afgelopen jaren – een van de beste is om in te leven. Dit land is nog steeds de moeite waard. Maar het evolueert wel onophoudelijk. Ik heb meegewerkt aan zoveel onderhandelingen en hervormingen. Het is geen schande om ons systeem aan te passen, te verbouwen.”

Het houdt u ’s nachts niet wakker?

“Als je onze sociale sokkel wilt verpulveren, dan zal het niet met ons zijn. Maar ik heb geen nachtmerries over een zevende staatshervorming, nee. Ik zeg niet: (roept) ‘Help, er komt een staatshervorming aan!’ Ik vind wel dat iedereen zich eerst moet kunnen uitspreken over dat onderwerp. Als een meerderheid van de partijen zegt dat ze niet meer gelooft in België, dat we dan terugkeren naar de stembus en het aan de bevolking vragen. Aan de Franstaligen én de Vlamingen.”

Uw man, advocaat Marc Uyttendaele, stelde drie dagen na de verkiezingen al nieuwe verkiezingen voor. Met het institutionele vraagstuk als inzet.

“Ik ben een vrije vrouw, en niet enkel op politiek vlak. (lacht luid) Oei, wat zeg ik nu? Ik bedoel maar: ik praat niet in zijn naam, en hij niet in de mijne. Laten we eerst afwachten wat de koning doet. De bal ligt in zijn kamp. Het koppel Reynders-Vande Lanotte heeft deze zomer wat rondjes gedraaid terwijl de regionale regeringen werden gevormd. Maar Reynders vertrekt straks, hij ook al, nu hij geslaagd is voor zijn examen als Europees commissaris. Nu komen we in een nieuwe fase.”

Als u dan toch vrij bent: wat denkt u van een duobaan met Bart De Wever?

“Dat zou wat zijn!

“Het moet niet per se weer een koppel zijn. Het mag ook een man of vrouw alleen zijn. Je kunt het initiatief ook gewoon geven aan de grootste partij? Of eens wat totaal anders proberen. (wild gesticulerend) De kleinste, de jongste, de meest vrouwelijke partij: de mogelijkheden zijn eindeloos.”

Yves Leterme, de man die u ooit ‘un homme dangereux’ noemde, zei vorige week in Humo dat het moment niet veraf is dat niemand nog met de Franstaligen wil praten.

“Yves Leterme heeft al vaak dwaasheden verkondigd. Ik denk dat op dit moment net véél mensen met de Franstaligen willen praten. Ik heb – behalve Vlaams Belang – nog geen enkele Vlaamse partij, over de hele regenboog aan kleuren heen, horen zeggen dat ze niet met ons willen afspreken. Waar haalt Leterme dat dan? Ach ja, dat is de man die zei dat er slechts vijf minuten politieke moed nodig waren om B-H-V te splitsen, hè.”

Houdt u eigenlijk van Vlaanderen?

“Maar natuurlijk. Quelle question! Ik ben emotioneel verbonden met Vlaanderen. Vlaanderen, c’est aussi ma terre. Mijn geschiedenis. Mijn familie. Maar ik kom er niet vaak. Al ben ik vaker aan zee dan in de Ardennen.”

Toch is uw Nederlands, ook na zoveel jaren als vice­premier – nooit vloeiend geworden. Wilde u dat niet?

“Toch wel. Ik hou van het Nederlands, alleen ben ik er niet goed in. (schakelt voor het eerst over op het Nederlands) Het gaat toch al beter, hé? Mochten mijn Franstalige moeder en mijn Limburgse vader mij in een bad met hun twee talen hebben gegooid, dan was mijn leven wellicht anders gelopen. Maar dat hebben ze niet gedaan.”

In het weekend van 20 oktober verkiest de Brusselse PS een nieuwe voorzitter die u mag opvolgen. Erg rustig gaat dat niet: uw lokale afdeling wordt geteisterd door twisten. Voelt u zich verantwoordelijk?

“Het was een groot plezier om de PS in Brussel te leiden, maar ook een behoorlijk karwei. Ik heb veel vernieuwingen doorgevoerd, en dat zorgt altijd voor spanningen.”

Al voor de verkiezingen in mei waren er spanningen bij de Brusselse PS, onder meer over de hoofddoek. Had u daar toen geen intern debat over moeten voeren?

(afgemeten) “Zo’n debat haspel je niet in een-twee-drie af. En we hebben daar al vaak over gepraat. Philippe Moureaux heeft er zelfs ooit een colloquium over georganiseerd. Sommigen zeggen dat de scheiding van kerk en staat hét probleem is, ik ga daar niet mee akkoord. De scheiding van kerk en staat is een hoofdbestanddeel van de identiteit van de PS. Het is de beste garantie voor de gelijkheid tussen de mensen, het is de beste manier om de staat te organiseren én een barrière tegen obscurantisme.

“Tijdens de campagne hebben sommigen bij PTB-PVDA en Ecolo gedaan alsof de hoofddoek het voornaamste probleem is in Brussel, en dat vond ik schandalig. Dit gezegd zijnde, moeten we wel opletten dat de scheiding van kerk en staat geen perverse effecten oplevert.”

Sp.a kampt met hetzelfde probleem. Sommige leden houden mordicus vast aan de laïciteit, anderen willen moslims of andere gelovigen meer tegemoetkomen.

Met Paul Magnette op het Congrès de Participation in september. ‘Paul is de man van de toekomst, die niet zal aarzelen om de boel op z’n kop te zetten wanneer dat nodig is.’ Beeld BELGA

“Maar de leken­staat staat toch helemaal niet haaks op de islam? Ik zie daar geen tegenstelling. Ik ken zoveel gelovige moslims die de leken­staat vurig verdedigen.”

Welk model draagt uw voorkeur weg? Dat van het Verenigd Koninkrijk, waar agenten hoofddoek en tulband mogen dragen?

“Engeland is zeker mijn voorbeeld niet. Ja, iedereen mag daar doen wat hij wil, maar men laat de problemen etteren. Wat zeggen ze daar tegen al die gemeenschappen? Trek uw plan.

“Het Franse model van assimilatie, daarentegen, daar moet ik ook niet van weten. In Frankrijk negeert men de gevoeligheden, de identiteit van verschillende gemeenschappen. Ze hebben een proto­type van de Fransman voor ogen en daar moet iedereen aan voldoen. Er bestaat een Belgisch model: een mix van die twee.”

Dat model is vlees noch vis en geeft bovenal problemen.

(misnoegd) “Dan zal ik het u nog eens uitleggen. Ik ben tegen assimilatie en ik ben er zeker tegen om mensen in de kou te laten staan. Je afkomst, die interesseert me niet. Alle Belgen die miserie kennen, die worstelen met hun integratie of maatschappelijke problemen, zij zijn mijn voornaamste bekommernis. (nadrukkelijk) Zij zijn de zaak van ons allemaal.

“Toen ik minister van Gelijke Kansen was, hebben we al gekozen voor een duidelijk model: dat van samen­leven. We hebben daarover toen een pact ondertekend, met alle mogelijke partners. Maar wat typisch is aan het Belgische model: dat verandert steeds. We moeten daarover blijven praten, al mag het de rest niet overschaduwen. Bij de Brusselse verkiezingen is dat – ten onrechte – wel gebeurd.”

Wie van de twee kandidaten moet u opvolgen: Rachid Madrane of Ahmed Laaouej?

“Ik heb mijn voorkeur, maar u zult die niet te weten komen. Niemand. Ik ben niet van plan om de militanten een bepaalde richting uit te sturen. En ik hoop dat de zogenaamde baronnen van de PS dat ook niet doen.”

De nationale PS is eveneens aan een nieuwe voorzitter toe. Is...

(onderbreekt) “Mag ik even zeggen wat een ongelooflijke voorzitter Elio is geweest? Zo intelligent, uitzonderlijk geduldig, standvastig. Kijk maar hoeveel socialistische voorzitters hij overleefd heeft, in Vlaanderen én Europa.”

De PS heeft onder zijn leiding heel wat schandalen gekend.

“Hij was er nooit bij betrokken, maar heeft ze altijd opgelost. Dankzij Elio zijn wij nog steeds de grootste Franstalige partij.”

De hele affaire-Publifin is nog steeds niet helemaal van de baan.

“Geduld, hij is ermee bezig. Zoals Elio altijd mijn onvoorwaardelijke steun heeft gekregen, zal Paul Magnette die ook genieten. Iedereen weet hoe intelligent en creatief hij is.”

De grote vernieuwing zal niet van hem komen: Magnette is al vijftien jaar de dauphin van Di Rupo.

“Ja, en? Paul is burgemeester van Charleroi, schitterde als Waals minister-president. Bent u vergeten hoe hij zijn stempel gedrukt heeft op de CETA-onderhandelingen? Hij is de man van de toekomst, die niet zal aarzelen om de boel op zijn kop te zetten wanneer dat nodig is.”

Hoe ontgoocheld bent u dat u zelf nooit voorzitter bent geworden?

“Oh, dat ben ik helemaal niet. Er is veel geschreven dat het mijn ambitie was, maar dat klopt niet. Bij iedere nieuwe verkiezing vroeg Elio me: ga jij je kandidaat stellen? Maar ik heb daar nooit over moeten nadenken. Mijn antwoord was altijd: als jij je kandidaat stelt, dan doe ik het niet. En hij deed het elke keer, dus... (lacht luid)

“De militanten weten bovendien dat Elio en ik een bijzonder hecht team zijn. In goede en in kwade tijden. C’est vraiment l’union chez nous qui fait la force. Daar hebben we ons verkiezingsresultaat aan te danken.”

‘De regering die het meest rock-’n-roll was, waar alles mogelijk leek en waar we ons echt amuseerden, dat was Verhofstadt 1.’ Beeld AFP

U bent lang de machtigste vrouw van het land geweest, maar u moest wel altijd een man boven u dulden. Wringt dat niet?

“Ik ben minister-president van de Franse Gemeenschap geweest, vergeet dat niet, maar inderdaad nooit voorzitter of premier. Wel federaal vice­premier, jarenlang. Dat was hard werken, dat was vechten, daar was moed voor nodig en ik moest veel weerwerk bieden.”

Dat u zich tevreden­stelde met die rol als secondant, is dat iets typisch vrouwelijks?

“Dat is uw visie. Ik zie dat anders. Ik was de nummer één van de socialisten in de federale regering, jaren aan een stuk. Het was de rol die ik verkoos. Ik was overigens heel vaak de enige vrouw aan tafel.”

Was dat lastig?

“Goh, je moet je laten gelden, dat is zeker. Er zitten wel ‘karakters’ tussen. Mijn grote geluk was dat ik uit een gezin van zes kinderen kom en dat ik het eerste meisje was na twee oudere broers. Dus heb ik me altijd moeten verweren tegen die twee costauds.”

Wie waren de grootste costauds in de regering?

(lacht luid) “Dat is voor een andere keer, in een ander soort interview.”

Als u straks wordt afgelost als Brussels voorzitter, slaat u hier dan definitief de deur dicht?

“Ik snap uw vraag, want ik was 28 toen ik voor het eerst verkozen werd. Ik heb me altijd in het gewoel gegooid, ik was liefst 22 jaar minister. Mijn eerste minister­raad was in 1992, met Dehaene als premier, moet je nagaan. Maar het antwoord is: ja. Ik ben blij met mijn keuze, al wil dat niet zeggen dat ik met mijn duimen ga draaien. Ik zal me blijven inzetten voor de publieke zaak.”

Wat zijn uw plannen?

“Wel, ik blijf natuurijk PS-militante. En zowel Elio als Paul Magnette als Jean-Claude Marcourt hebben me al gevraagd of ik beschikbaar ben wanneer het tot federale onderhandelingen zou komen. Uiteraard heb ik ja gezegd. Als ze mijn hulp nodig hebben, zal ik klaar­staan.”

Sorry, maar Laurette Onkelinx als back­office in een achterafzaaltje, bent u daar wel toe in staat?

(giert het uit) “Wacht maar!

“Daarnaast heb ik nu samen met Louis Michel een wekelijkse tv-rubriek op de Franstalige nieuwszender LN24. Ik ben vorige week voorgedragen als voorzitter van de raad van bestuur van het Brusselse Brugmann-ziekenhuis, wat me als gewezen minister van Volksgezondheid geweldig passioneert. Ik ga me ook opnieuw bezig­houden met mijn eerste liefde: de strijd tegen geweld tegen vrouwen. Met Joëlle Milquet (gewezen voorzitter van cdH en gewezen vice­premier, AVB/TP) broed ik nog op een project rond jongeren. Meer kan ik daar niet over zeggen, we zijn volop aan het nadenken.”

Laurette en Joëlle herenigd, sommige mensen verslikken zich ongetwijfeld in hun koffie.

(lacht) “Goed mogelijk. Wie weet doe ik ook nog wel eens iets met Jean-Michel Javaux (ex-voorzitter van Ecolo, AVB/TP) rond ecologie.”

De Brabantse afdeling van de socialistische mutualiteiten zou u willen benoemen tot hun nieuwe voorzitter.

“Daar ben ik niet van op de hoogte.”

U hebt net zes nieuwe projecten aangekondigd. Hoe groot is de angst voor het zwarte gat?

“Helemaal niet, eigenlijk. Maar ik heb echt geen zin om me thuis op te sluiten. En ik wil me ook niet opnieuw helemaal op één ding focussen.”

Toen u twee jaar geleden uw afscheid aankondigde, zei u dat u meer tijd wilde voor uw gezin. Dat zit er op deze manier niet aan te komen.

“Toch wel, ik zal veel meer baas worden over mijn eigen tijd. Ik heb nog één kind thuis wonen, mijn jongste dochter zit in het zesde middelbaar, en ik zal nu veel bij haar zijn.”

U hebt eerder al verteld dat het u pijn doet dat u uw kinderen niet hebt kunnen beschermen tegen de persoonlijke aanvallen in de media. Zou u desondanks opnieuw voor een politieke carrière kiezen?

“Dat is een heel complexe vraag. Mijn kinderen zijn het slachtoffer geweest van mijn carrière. Dat staat als een paal boven water. Ik heb altijd geprobeerd om er voor hen te zijn, maar natuurlijk was ik niet altijd aanwezig. Dat ervaren alle werkende ouders. Maar mijn kinderen zijn inderdaad ook nog eens het mikpunt geweest. Ze hebben daar­onder geleden en ze lijden daar nog onder.

“Ik had wel gewild dat het anders was gelopen, maar ik ben niet de enige die dat in handen had. Het is ook iets waar de andere politici, en zeker ook de journalisten, zich over zouden moeten bezinnen. Ik heb me wel vaak afgevraagd waarom een politica harder wordt aangepakt dan een politicus. Want dat wordt ze. Veel, veel meer. Men beoordeelt haar als politica, als vrouw, als moeder. En men is voor hen veel genadelozer dan voor mannen.”

Hebt u dan mannelijke collega’s zien wegkomen met dingen die u wel duur zijn komen te staan?

“Ik ga geen voorbeelden geven. Maar ik hoop uit de grond van mijn hart dat het nu stilaan aan het veranderen is.”

‘Mijn kinderen zijn het slachtoffer geweest van mijn carrière, maar ze nemen me niets kwalijk. Ze zeggen dat ze fier zijn.’ Beeld Stefaan Temmerman

Nemen uw kinderen u iets kwalijk?

(stil) “Nee. Ze zeggen dat ze fier zijn.”

Hebt u tijdens uw carrière vaak gedacht: het is genoeg, ik word opnieuw advocaat of ga iets totaal anders doen?

“Nee, nooit. Daarvoor heb ik me altijd veel te hard gesmeten. Dan stel je je die vraag niet.”

De politiek heeft u nooit ontgoocheld?

“Zeker wel. Telkens als mensen binnen de PS onze waarden niet respecteerden, deed dat pijn. Het is een publiek geheim wat ik vind van Publifin. Ik heb ook klaar en duidelijk gezegd hoe ik denk over Stéphane Moreau (ex-CEO van Publifin, AVB/TP).”

Voelde u zich verantwoordelijk? Publifin speelde zich af in Luik, de afdeling die u achterliet toen u naar Brussel verhuisde.

“Excuseer? Ik ben toch ook niet verantwoordelijk voor alles wat er in Limburg gebeurt, omdat mijn vader daar geboren is?”

En voor Samu­social? Hoe ontgoocheld was u in uw Brusselse burgemeester Yvan Mayeur?

“Ik wist totaal niets van wat daar gaande was. En toen het aan het licht kwam (Mayeur ontving zitpenningen voor vergaderingen bij Samusocial waarvan geen verslagen bestaan, AVB/TP), heb ik ook heel snel gehandeld. Dus ook daar was het wel duidelijk wat ik vond van Mayeur.”

Het heeft toch eventjes geduurd voor u hem hebt laten vallen.

“Het was binnen anderhalve week afgehandeld. Noemt u dat lang? Voor zo’n dossier?

(gaat rechtop zitten) “Hebben jullie alles? C’est fini la torture? Jullie hebben me wel geroosterd, hoor.”

Nog even. Om in schoonheid te eindigen: wat is uw mooiste herinnering aan de politiek?

(denkt lang na) “Samenwerken met Elio als premier en ik als vice was fantastisch. Maar de regering die het meest rock-’n-roll was, waar alles mogelijk leek en waar we ons echt amuseerden, dat was Verhofstadt I.”

Toen was er ook geld, natuurlijk.

“Daar zegt u het! Ik durf het bijna niet meer uit te spreken, maar ik denk dat we toen een economische groei hadden van 4 procent. Alles was mogelijk. Economisch, sociaal, maar ook op het vlak van klimaat en ethiek. We hebben toen beslist om de kern­centrales te sluiten. We hebben het homo­huwelijk goedgekeurd.

“Dat alles mogelijk was, wil niet zeggen dat we soms niet enorm clashten. O la la, de kernkabinetten die we toen hadden. Een paritaire kern, trouwens: Magda Aelvoet, Isabelle Durant en ik, met aan de andere kant Louis Michel, Johan Vande Lanotte en Guy Verhofstadt. Dat was vuurwerk, hoor, in alle richtingen. Het knalde er van de ideeën, van de conflicten, maar ook van de oplossingen.”

U noemt die regering rock-’n-roll. Wat is er toen allemaal gebeurd dat het zonlicht niet mocht zien?

(schalks) “We hebben gewerkt als beesten, maar we hebben ook goed gefeest samen. We hielden team­buildings, soms samen met onze families, waar ik nog samen met Guy Verhofstadt gezongen heb. Er schuilt een ware crooner in hem.” (lacht luid)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234