Maandag 23/09/2019

De Verzoening

Koç vs. Koçak: "De partijen hebben misbruik gemaakt van mensen met migratieroots"

Bahattin Koçak (l.) en Ahmet Koç. Beeld Tim Coppens

Dat ze wel samen aan tafel zouden zitten, maar van dat zogezegde ‘verzoenen’ kon niets in huis komen. Desondanks blijken Bahattin Koçak, gülenist, en Ahmet Koç, Gülen-hater, het verrassend vaak eens te zijn.

Wat voorafging: na de poging tot staatsgreep op 15 juli 2016 trokken in Beringen honderden heethoofden naar het ‘witte huis’, honk van enkele Gülen-verenigingen. Gülenisten zouden achter de couppoging zitten. In het ‘witte huis’ verschuilt zich onder anderen Bahattin Koçak, islamleraar. Tussen de amok­makers staat toenmalig sp.a’er Ahmet Koç, ex-schepen en ondervoorzitter van de Limburgse provincieraad. De dagen erna moet Koçak onderduiken. De carrière van Koç krijgt deuken. De sp.a gooit hem uit de partij. Koç richt met Dyab Abou Jahjah een partij op, maar gaat enige tijd later alleen verder. 

Voor het eerst sinds de staatsgreep kijken beide Beringe­naars elkaar nog eens recht in de ogen. Bahattin Koçak (46) en Ahmet Koç (40) zijn op veel vlakken ­tegenpolen, maar ze hebben ook heel wat met elkaar gemeen. Beiden hebben een sterke band met Turkije, maar die met Beringen is nog sterker.

De vader van Koç kwam naar hier omdat de mijnstreek een islam­leer­kracht nodig had. “Toen zijn vader pas aankwam uit Turkije zat ik in het zesde leerjaar in Beringen”, zegt Koçak, die nu zelf islamleraar is. “Mijn meester duidde mij aan als tolk en ik mocht zijn vader rondleiden.” 

Zijn eigen vader is 22 jaar lang in de mijnen afgedaald. “Tot wel 812 meter diep”, zegt Koçak.

812 meter hoger ontmoeten we beide heren op de indrukwekkende mijnsite. Niet veel verder zien we de Fatih-moskee, waarvan minister Homans (N-VA) dit jaar de erkenning introk. De moskee zou Gülen-­aanhangers geviseerd hebben. Een beetje verderop, maar uit het zicht, bevindt zich het ‘witte gebouw’ waar de twee Beringenaars elkaar troffen op de avond van de coup.

Tijdens het interview zal blijken dat ze het over veel thema’s eens zijn met elkaar. Toch mocht deze ­verzoening slechts plaatsvinden op één voorwaarde: dat het géén ­verzoening zou zijn.

“Als hij blijft vasthouden aan zijn steun voor Gülen, dan is er geen verzoening mogelijk”, zegt Koç. “Het is en blijft een gewelddadige sekte.”

Toch geven jullie voor het eerst samen een interview. Wil dat zeggen dat de vijandigheden in Beringen een beetje bekoeld zijn?

Bahattin Koçak: “De rust zal pas zijn terug­gekeerd als ik met een gerust hart naar de Fatih-moskee kan. Twee jaar geleden kon ik dat wel, ook al wist iedereen toen ook dat ik gülenist was. Toen zou Ahmet de Gülen-beweging geen sekte hebben genoemd. Nu ineens wel.”

Ahmet Koç: “Meer nog: ik ging naar jullie evenementen, zoals het zomerfeest in jullie ‘witte gebouw’. Elk jaar met het Offerfeest gaf ik jullie vereniging een schenking. Tot de coup. Toen heb ik een lijn getrokken. Jouw verenigingen hebben schimmige banden met de coup­plegers en dat kan bij mij niet passeren.”

Koçak: “Er zijn miljoenen Turken, ook AKP-volksvertegenwoordigers, die jarenlang hun sympathie voor de Gülen-beweging hebben geuit. Wat is het verschil met mij?”

U bent toch actief lid van ­verenigingen die behoren tot de Gülen-beweging?

Koçak: “Ja, zoals Beltud, de Belgisch-Turkse vereniging voor vriendschap en dialoog. Ik was ook oprichter van het Intercultureel Dialoog Platform en meer dan twintig jaar geleden hebben we de vzw Guido Gezelle opgericht, het eerste studiebegeleidingscentrum voor allochtone ­leerlingen. Ik zou niet weten wat er schimmig is aan studiebegeleiding, cultuur en interreligieuze dialoog.”

Bahattin Koçak: 'Ik zou niet weten wat er schimmig is aan studiebegeleiding, cultuur en interreligieuze dialoog.' Beeld Tim Coppens

Koç: “Kijk, onlangs was er een ­discussie over dubbele nationaliteit in ons land: waren Turkse Belgen loyaal aan Turkije of aan België? Wel, wie tot de Gülen-sekte behoort, is niet loyaal aan Turkije of België, maar enkel aan de sekte. Zo ver gaat het. Ze luisteren enkel naar wat hen opgedragen wordt vanuit Pennsylvania.”

U hebt Fethullah Gülen ooit in Pennsylvania bezocht, mijnheer Koçak. Begrijpt u het imago van sekte met charismatische leider?

Koçak: “Ik ben daar twee keer geweest, maar het is niet dat je dan even aan tafel zit met Gülen. Je gaat in een grote zaal luisteren naar toespraken, zoals bij een conferentie. Als hij in zijn lezingen en zijn boeken het belang van onderwijs aanhaalt als de spil van de samen­leving, dan haal ik daar als leraar inspiratie uit. Hij geeft geen ­concrete opdrachten of zo.”

Koç: “Wat dan met die ­toespraak van Gülen waarin hij opdraagt om ongemerkt door te dringen tot de belangrijkste centra van de macht? Die video ken je sowieso.”

Koçak: “Het ging erover dat ­burgers zich niet mochten laten onderdrukken. Ik aanvaard niet dat je de beweging een sekte noemt. Kenmerkend voor een sekte is ­geslotenheid en afzondering van de wereld. Dat kun je niet zeggen van de Gülen-beweging.”

Als Gülen niet geïnteresseerd is in macht, wie zit er volgens u dan achter de staatsgreep?

Koçak: “Zolang er niks is bewezen, kan ik daar niks zinnigs over zeggen. Turkse politici zijn in de Verenigde Staten geweest om de uitlevering van Fethullah Gülen te vragen, zogezegd met dozen vol bewijs­materiaal. Daarvan zeggen de Amerikanen dat ze geen bewijzen hebben gezien.”

Hoe hebben jullie de avond van de coup beleefd?

Koçak: “Ik kreeg een bericht van een neef met één woord: ‘Staatsgreep?’ Het eerste wat je dan doet, is het nieuws aanzetten. Iemand waarschuwde me dat ze ons witte gebouw aan de Koolmijnlaan zouden binnenvallen. Ik ben meteen ter plekke gegaan. Ik hou niet van complotten, maar het lijkt er wel op dat er ergens een gek op een knop heeft geduwd en die jongeren heeft opgetrommeld. Erdogan heeft pas na middernacht geïnsinueerd wie er achter de staatsgreep zat, maar al om elf uur stonden er honderden jongeren voor ons gebouw.”

Koç: “Ik zat in Genk bij schoon­familie. Ik las over de coup op Facebook. Ik was in shock en heb zelf iets op Facebook geschreven. ‘Sta op landgenoten en vervoeg 
onze rangen. Geef deze verraders geen kans.’ Maar ik doelde totaal niet op België. Hier was toch geen staatsgreep? Achteraf is het wel zo gedraaid, alsof ik de mensen opriep om bij ons op straat te komen.

Ahmet Koç: 'Achteraf is het wel zo gedraaid alsof ik de mensen opriep om bij ons op straat te komen.' Beeld Tim Coppens

“Ik ben naar het ‘witte gebouw’ gegaan nadat ik om drie uur ’s nachts telefoon kreeg van de imam en de ondervoorzitter van de moskee, omdat ze die heethoofden niet weg kregen. Maar dankzij Bahattin en zijn vrienden stond er ’s anderendaags in de media dat ik vooraan liep met een Turkse vlag, Allahu Akbar riep en zo de massa heb geleid. (Koçak ontkent dit, BS) Daardoor heeft mijn carrière een andere wending genomen.”

U hebt die avond voor rust gezorgd, in plaats van voor onrust, zegt u?

Koç: “Ja, natuurlijk! Ik heb zeker 45 minuten op die jongeren ingepraat, want die waren nogal heftig. Samen met de imam heb ik ze weggestuurd en ben ik terug naar de commissaris gegaan. Ik heb mijn gsm-nummer afgegeven en gezegd dat hij mij kon bellen als er nog problemen waren. Ik was een kalme­ren­de factor terwijl er nog altijd een dossier tegen mij loopt bij het parket, door de klacht van…” (knikt richting Koçak)

Koçak: “Ahmet, ik heb nooit jouw naam vernoemd in een klacht of politieverhoor. Ik heb je er die avond wel gezien en ik heb tegen de ­commissaris gezegd: ‘Wat heeft die hier te zoeken?’ Pas toen jij vertrok, zijn we naar buiten kunnen gaan. Onder politiebegeleiding.”

Koç: “Ja, inderdaad, dankzij mij zijn jullie naar buiten kunnen gaan, want ik heb iedereen weggestuurd.”

En toen bent u moeten onder­duiken, mijnheer Koçak?

Koçak: “Ik hou niet van het woord ‘ondergedoken’. De politie heeft mij vriendelijk gevraagd om uit Beringen weg te gaan. Ik heb gezegd: no way, ik heb niks verkeerd gedaan. Maar toen een vriend me aanraadde om aan mijn gezin te denken, heb ik dat toch gedaan. Ik wou nooit een slachtofferrol op mij nemen.”

In Turkije is er nog altijd een klopjacht op Gülen-sympathisanten. Vorige maand nog is er een vluchtend koppel met drie kinderen verdronken voor de Griekse kust. Dat wil toch geen enkele rechtsstaat op zijn geweten hebben?

Koç: “Ik vind dat heel erg, ja.”

Is dat de verantwoordelijkheid van het Turkse regime?

Koç: “Het is geen ‘regime’, maar een regering, van wie de bevolking verwacht dat ze krachtdadig optreedt. Turkije is omringd door brandhaarden. Er worden dagelijks aanslagen gepleegd. Er zijn in de nacht van de coup 250 onschuldige mensen ­vermoord en duizenden gewonden gevallen. De slachtoffers van de ­aanslagen in België willen toch ook dat het recht zegeviert?”

Waarom zitten al die journalisten dan in de gevangenis?

Koç: “Dat zijn geen journalisten. Het is niet omdat iemand een perskaart heeft dat we hem de hand boven het hoofd moeten houden. Ook een journalist staat niet boven de wet.”

Ze zijn dus niet opgepakt omwille van wat ze schrijven?

Koç: “Ah, neen.”

Koçak: “Wat dan bijvoorbeeld met Ahmet en Mehmet Altan, tegen wie enkele weken geleden ­levenslang is geëist?”

Koç: “Die hebben zaken gepubliceerd die staatsgeheim waren en niet gepubliceerd mochten worden. Er zijn duidelijke aanklachten.”

Koçak: “Niet enkel gülenisten worden opgepakt, maar iedereen die volgens de huidige regering verkeerd is. Wie tegen de regering is, is automatisch ook een landverrader. In een wijk in Istanboel markeren ze de huizen van alevieten tegenwoordig met een kruis. Je ziet toch welke richting dit uitgaat? Ik wil de poging tot staatsgreep niet minimaliseren. Je gaat het misschien niet geloven, maar ik leef mee met de gezinnen bij wie er mensen zijn vermoord.”

Mijnheer Koç, verbaast het u om dit van hem te horen?

Koç: “Nee, hij is altijd een activist geweest.”

Koçak: “Vanaf het eerste moment na de coup heb ik gezegd dat ik zo graag aan de andere kant van de straat wou staan om samen te kunnen demonstreren voor de democratie in Turkije. Ik dacht dat we er hier in Beringen in zouden slagen, maar niet dus. Deze staatsgreep is een staatsgreep op de vrije samen­leving en op de verdraagzaamheid.”

Is het begrijpelijk dat de Beringse moskee haar erkenning is kwijt­gespeeld? Gebruikt het Turkse ministerie die om de politiek naar ons land over te brengen?

Koç: “Het enige politieke in de moskee is het idee dat moslims elkaar moeten helpen. Daarom bidden ze voor Palestina en de Rohingya. Er wordt niet gevraagd om de wapens op te nemen of wat dan ook.”

Er is volgens u niet tegen gülenisten gepredikt?

Koç: “Neen.”

Koçak: “Toch wel. De imam heeft in een van zijn eerste preken na de coup aan de moskeegemeenschap gevraagd om de Gülen-sympa­thi­santen bekend te maken. Hij zei letterlijk: ‘Zeg het mij als hun lijken naar de moskee worden gebracht, want ze verdienen geen uitvaart.’

“Toch zie ook ik vooral electorale redenen om die erkenning af te nemen. En dat is jammer, want het is een van de grootste moskeeën in ons land en een toeristische trekpleister in Limburg. Tot de staatsgreep was ik een van de weinige moslims die groepen gidsten in de moskee. Veel niet-moslims kwamen op bezoek, maar die zijn nu bang. De politiek creëert een ­klimaat waarin een moskee als een bedreiging wordt voorgesteld. Het geeft de moslimpopulatie van Beringen een verkeerd imago.”

Koç: “Een imago van radicalen. Maar ja, als N-VA alles wat verkeerd gaat niet meer op de Walen kan ­steken, dan moeten ze het de ­moslims aanwrijven, zeker?”

In die context is president Erdogan misschien ook een gemakkelijke schietschijf?

Koçak: “Ja, misschien wel. N-VA ronselt stemmen op de kap van de moslims, maar andere partijen deden dat al langer. Ze deden het alleen op een andere manier. De partijen hebben misbruik gemaakt van mensen met migratieroots door ze op hun lijst te zetten zonder hen iets in ruil te geven.” 

Koç: “Ze hebben me dat gezegd bij de laatste verkiezingen. Recht in mijn gezicht zei het lijstvormings­comité: ‘We kunnen u de tweede plaats niet geven, want een Turk op de tweede plaats, dat gaat er niet in bij onze achterban.’ Hoewel ik op basis van mijn stemmenaantal de tweede plaats verdiende. Dus daar ben ik het eens met Bahattin. We zijn gebruikt.”

Zal het deze keer anders zijn, met de nieuwe partijen die opkomen voor minderheden?

Koçak: “Ik voorspel hier in Beringen en andere mijngemeenten na nieuwjaar een clash of the Turks. De klassieke partijen gaan Turken op hun lijsten zetten en dan is er nog de partij van Ahmet en misschien komen Kaçar en Abou Jahjah hier ook nog op met hun partij. Dat zal de stemmen verdelen.”

Koç: “Maar nee, de gewone Turkse Vlaming heeft de klassieke partijen afgezworen. Na de staatsgreep heeft onze regering maar liefst drie weken gedaan over een lauwe reactie. En dan zijn er nog die PKK-demonstraties die mogen plaatsvinden en de dagelijkse aanvallen op moslims in ons land. De mensen zijn niet doof en blind. Ik denk dat de maskers afgevallen zijn. Ik bied een alternatief voor iedereen die multicultureel en met respect voor elkaar wil samenleven.”

Zal zo’n partij de bevolkingsgroepen niet verder uit elkaar drijven, in plaats van naar elkaar toe?

Koçak: “Als de Turken die hier ­geboren zijn en hier hun brood ­verdienen, de energie die ze steken in de Turkse actualiteit en Turkse politiek zouden investeren in de Belgische politiek, dan zouden we al een stuk verder staan.

“Maar dat Turkse gevoel wordt er zo ingepompt, ook door een aantal Vlaamse systemen, zoals het onderwijs. Dat moeten we vervangen door het gevoel ‘ene van hier’ te zijn.”

Koç: “Voilà, en dat is wat ik wil bereiken.”

Zolang het niet over de staatsgreep gaat, zijn jullie het opvallend vaak eens met elkaar.

Koçak: “Je moet nu niet op het einde van het artikel schrijven dat Bahattin Koçak en Ahmet Koç vriendschap hebben gesloten. Voor mij maakt dat geen verschil, maar hem zou het veel schade berokkenen. Dan gaan ze zeggen dat Koç bevriend is met een landverrader of met een terrorist.”

Koç (ironisch): “Ik vind het ­sympathiek dat je aan mijn politieke toekomst denkt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234