Dinsdag 21/05/2019

Interview

John Crombez over de rode cijfers: “Het worden voor sp.a existentiële verkiezingen”

Sp.a-voorzitter John Crombez. Beeld Tim Dirven

Een bloedrode zondag was het op 14 oktober. Nooit zaten de Vlaamse socialisten dieper in de rode cijfers dan nu. Voorzitter John Crombez blikt in Het Laatste Nieuws voor het eerst terug.

In elf van de twaalf grootste Vlaamse steden verliezen de socialisten 5 tot 10 procent. Ver gekomen is het, denk je dan, als Crombez zich moet laven aan winst in Gingelom of Koekelare. Lichtpuntjes noemt hij ze. “Over zes maanden zijn er federale en Vlaamse verkiezingen. Het worden voor sp.a existentiële verkiezingen. Het is kort dag, maar het tij kan snel keren. Ik ga voor winst. Voor meer dan de 13 of 14 procent die we in 2014 hebben gehaald.”

Had u niet gezegd dat u zou opstappen als het tegenviel?

“Ja. Maar iedereen heeft me gevraagd om de partij nu ook naar de verkiezingen van 2019 te leiden. Ik had gezegd dat ik zou opstappen als het in de steden fout zou lopen, maar her en der boeken we succes, zoals in Leuven, of forse winst, zoals in Vilvoorde. Soms doen we het beter dan gevreesd, zoals in Hasselt, of redden we de meubelen, zoals in Antwerpen.”

Neem me niet kwalijk, maar u lijkt nog in de ontkenningsfase te zitten.

“Toch niet. Ik heb er geen moeite mee om de uitslag te erkennen. Maar we moeten voort. En dan interesseert het mij meer waarom we in sommige steden en gemeenten hebben gescoord tegen de trend in. Waarom Mo Ridouani in Leuven meer voorkeurstemmen heeft gehaald dan Louis Tobback zes jaar geleden. Waarom Hans Bonte er in Vilvoorde 7 procent bij doet. En waarom in Bredene, Wervik, Koekelare of Gingelom de mensen massaal achter ons staan.”

Waarom is dat?

“Omdat wij daar dicht bij de mensen staan. Omdat we daar voluit socialist durven te zijn, zonder over onderwerpen als migratie ongemakkelijk op onze stoel te schuiven. Neem Hans Bonte, die uit overtuiging zegt: ‘Haal de kinderen van de Syrië-strijders terug naar ons land.’ Daar maak je je in Vlaanderen niet noodzakelijk populair mee. Maar het is wel waar wij, socialisten, diep van overtuigd zijn. Een socialist moet niet op de rem gaan staan voor hij een standpunt inneemt.”

En dus is het wachten tot het tij keert?

“Ja. Maar niet lijdzaam. Intussen gaan we nog harder werken en aanwezig blijven op straat. Dat doen we al enkele jaren, maar het duurt wel even eer mensen ons weer ervaren als echt en gemeend.”

Ploeter maar voort, zei Louis Tobback.

“Als den ouwen spreekt, krijgt dat weerklank. Maar dat is niet de teneur in de partij. Voor die ene uitspraak van Louis heb ik duizend bemoedigende reacties gekregen van onze militanten. Die zijn me meer waard.”

Heeft u ‘den ouwen’ al onder vier ogen gesproken sindsdien?

“Nee. Ik ga dat nog doen. Maar ik ga vooral veel luisteren naar Ridouani. Naar Jinnih Beels. Hans Bonte. Steve Vandenberghe in Bredene. Ans Persoons in Brussel. Enzovoort.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.