Woensdag 21/08/2019

Het Groot Onderhoud

"Ik zou het als een persoonlijke blamage beschouwen mocht Vlaams Belang opnieuw sky high gaan"

Theo Francken (N-VA), federaal staatssecretaris voor Asiel en Migratie. Beeld Franky Verdickt

"Ik ben niet rancuneus", zegt staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) na de kritiek van de premier. Een open gesprek over zijn beleid, de invloed van de psychologie op zijn communicatie en, natuurlijk, zijn vreemdelingenwet: "Als iemand die hier geboren is in Syrië de meest vreselijke gruweldaden pleegt, dan vind ik dat het perfect mijn recht is om zijn verblijfskaart in te trekken. Dat ga ik dus ook doen."

“Ik heb een zeer goede relatie met de premier, dus ik kan die kritiek zeker hebben”, zegt Theo Francken. “Ik neem dat van hem, geen enkel probleem. Natuurlijk is dat niet leuk, maar het staat onze uitstekende samenwerking niet in de weg.”

Het was nochtans een niet mis te verstane vingerwijzing: na een tweet van Francken waarin hij Artsen zonder Grenzen mensensmokkel had verweten, zei premier Charles Michel onlangs in de Kamer dat zijn staatssecretaris voor Asiel en Migratie voortaan zijn duim een paar keer moet ronddraaien voor hij iets op Twitter gooit. “Bij mij blijft zoiets niet hangen”, zegt Francken. “Ik ben totaal niet rancuneus. Dat is een van mijn zeldzame positieve karaktertrekken. (lacht) Ik ben wel direct, als iets mij niet aanstaat, zal ik het u in uw gezicht zeggen. Ik kan hard zijn, maar nooit achter uw rug. En ik geef toe dat ik niet had mogen tweeten dat Artsen zonder Grenzen aan mensensmokkel doet.”

Maar blijft u erbij dat reddingsoperaties in de Middellandse Zee een aanzuigeffect hebben?

“Ja. De situatie zoals ze nu is, creëert chaos en nog meer ellende. Dat is de paradox: als er zoveel mensen klaar staan om te vertrekken van Afrika naar Europa, en je probeert hen maximaal te redden, dan geef je indirect een signaal waardoor steeds méér mensen vertrekken. Smokkelaars worden steeds driester, de bootjes krijgen tegenwoordig net genoeg brandstof mee om de reddingsschepen te bereiken.”

Moeten we mensen dan laten verdrinken?

“Natuurlijk niet. Dat heb ik ook nooit gezegd. We moeten iedereen redden. Alleen krijg je door die reddingsoperaties onrechtstreeks meer verdrinkingen. En er wordt momenteel te weinig ingezet op het bestrijden van mensensmokkel. De Europese Operatie Sophia is tweeledig: mensen redden, én mensensmokkel bestrijden. Het ene kan niet zonder het andere. Daarom heb ik Artsen zonder Grenzen vorige week opgeroepen om te blijven helpen bij het in kaart brengen van die smokkelnetwerken.”

Ik heb Rob Gruijters gebeld, onderzoeker bij de universiteit van Oxford, en die toont met alle cijfers aan dat reddingsoperaties geen aanzuigeffect hebben.

“Dat aanzuigeffect bestaat onmiskenbaar wél. Waarom vertrekken al die mensen? Als je een ticket koopt voor zo’n bootje, koop je ineens ook een toegangsticket tot Europa.”

Europa heeft vast een aanzuigeffect. Maar daar ging het niet over. Het ging over het aanzuigeffect van de reddingsoperaties. Dat is er niet.

“Lees de rapporten van het Europese grensagentschap Frontex maar eens.”

Gruijters ontkracht wat Frontex zegt. Hij heeft alle cijfers van de voorbije jaren bestudeerd en concludeert dat er geen aanzuigeffect is.

“Maar Frontex is ook een belangrijke stem. Die mensen staan op het terrein. Dat is toch even belangrijk als één onderzoek van één professor aan een universiteit? Weet u hoe het de laatste tijd werkt? De ngo’s komen almaar dichter bij de kustlijn van Libië. De smokkelaars moeten ’s nachts gewoon de lichten van die reddingsschepen in de gaten houden: daar sturen ze de bootjes naartoe. Het aantal mensen dat vertrekt, is de laatste maanden enorm gestegen. Dat noem ik een aanzuigeffect.”

Dus academische studies doen er niet meer toe?

“De academische wereld levert een grote bijdrage tot het debat. Het is toch niet omdat ik ook andere gegevens in ogenschouw neem dan die Oxford-studie dat u naar de conclusie moet springen dat de N-VA geen respect heeft voor academici? Ik heb trouwens een bijzonder constructief gesprek gehad met de mensen van Artsen zonder Grenzen, en ik geef toe dat ik hen niet had mogen beschuldigen van mensensmokkel.”

Hebt u uw excuses aangeboden?

“Het gaat niet over mijn excuses. Ik heb die woorden teruggenomen. Ik voel mij daar niet te goed voor. Ik maak fouten. Ik ben niet van teflon en beton, maar van vlees en bloed. Ik heb de asielcrisis, de grootste humanitaire operatie op Belgisch grondgebied sinds de Tweede Wereldoorlog, gemanaged met vallen en opstaan. Waar is ooit het idee ontstaan dat politici geen fouten mogen maken, of dat nooit mogen toegeven? Als iemand dat sterk leiderschap vindt, dan zit hij ernaast, vind ik. Fouten toegeven is niet zwak.”

Kwetsbaar is het nieuwe krachtig.

“Vooral authentiek is het nieuwe krachtig.”

Dat zei men over Maggie De Block ook, uw liberale voorgangster op Asiel en Migratie. Dat ze de populairste politicus was dankzij haar authenticiteit.

“Dat was ook zo.”

Volgens mij had dat er niets mee te maken.

“Wat is dan uw verklaring?”

Het is die portefeuille van Asiel en Migratie die u populair maakt.

“Helemaal niet. Is Annemie Turtelboom ooit de populairste politicus geweest? Of Melchior Wathelet? Dat kiezers over asiel en migratie zulke uitgesproken meningen hebben, zal meespelen. Maar het is ook een kwestie van authenticiteit.”

Theo Francken: 'Ik ben niet van teflon en beton, maar van vlees en bloed.' Beeld Franky Verdickt

Ik denk dat er nog iets anders speelt. Maggie De Block werd populair nadat ze getoond had dat ze een perfect geïntegreerde jongeman zoals Parwais Sangari durfde uit te wijzen naar Afghanistan.

“Zegt u nu dat onmenselijkheid politici populair maakt?”

In elk geval: hardheid. Dat willen mensen vandaag.

“Onder mijn beleid zijn er nochtans geen gevallen geweest zoals Parwais Sangari of Scott Manyo. Zoek en u zult ze niet vinden.”

Er was toch Djellza, het Kosovaarse meisje dat aanvankelijk het slachtoffer dreigde te worden van de verkeerde keuzes die haar ouders hadden gemaakt?

“Toen heb ik toch redelijk snel gecommuniceerd dat ik het daar ook moeilijk mee had. Dat meisje is een engel, ik zat daar echt mee in mijn maag. Daarom heb ik een oplossing gezocht en gevonden: zij heeft ondertussen papieren. En als u nu iets wil vragen over het visumdossier voor het gezin in Aleppo: dat is iets totaal anders. Dat is principieel. Die zaak heb ik ook gewonnen.”

Omdat de advocaat van het gezin een procedurefout heeft gemaakt.

“Er komt later ook nog een uitspraak over de grond van de zaak, van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Ik ben daar gerust in. Maar denk nu niet dat ik er plezier in schep om mensen niet toe te laten, want dan vergist u zich. Ik heb ook de foto’s van de kinderen van dat gezin gezien. Die laten mij niet koud. Maar moet je op dit departement een zekere flinkheid tentoonspreiden? Heb je dat nodig om populair te worden? Absoluut, ja. Als u dat bedoelt, ben ik het eens met uw stelling.”

Is de toon die wordt aangeslagen in het migratiedebat wel gepast als het over asielzoekers gaat? Dat zijn toch twee totaal verschillende dossiers.

“Dat is juist. Daarom ben ik staatssecretaris voor asiel én migratie. Wat migratie betreft, gaat het over gezinsherenigingen, over arbeidsmigratie, over de vreemdelingenwet. Wat asiel betreft, gaat het over internationaal recht, over de bescherming van mensen in het humanitaire conflict dat in Syrië woedt.”

Toch lijkt u over asielzoekers hetzelfde discours te voeren als over migratie: het lijkt belangrijker om zoveel mogelijk mensen buiten te houden dan om zoveel mogelijk mensen te helpen.

“De meest kwetsbaren, mensen op de vlucht voor oorlog en geweld, zoals Syriërs, krijgen de nodige bescherming. En dat herhalen we ook. Goede communicatie is essentieel. Maar dan moeten mensen wel weten dat er op die boten die in Libië vertrekken géén Syriërs zitten.”

Dat vertelde Rob Gruijters van Oxford mij ook. Dat klopt dus.

(fel) “Maar de mensen weten dat niet, hoor. Ik ga twee keer per week spreken voor een publiek, en daar stel ik telkens vast dat mensen niet correct geïnformeerd worden. De media tonen foto’s van kinderen en gezinnen uit Syrië als het over de Libië-route gaat. Zo worden mensen misleid. Het Nederlandse opinieblad Elsevier noemt dat de zieligheidsindustrie. Een zeer hard woord, maar er zit een stukje waarheid in.”

En u hebt daar een hekel aan, aan die zieligheidsindustrie.

“Ik vind het nogal gemakkelijk om emoties uit te buiten op basis van feiten en beelden die niet juist zijn. Ik vind dat journalisten de zaken correct moeten weergeven.”

Door politieke uitspraken over aanzuigeffecten te controleren bij onderzoekers aan de universiteit van Oxford, bijvoorbeeld, bedoelt u?

(lacht) “Het is al goed. Ik zal mijnheer Gruijters van Oxford uitnodigen voor een gesprek. Beloofd. Ondertussen probeer ik eerlijk te communiceren. We moeten illegale migratie stoppen en mensen die asiel nodig hebben, invliegen langs veilige, legale routes.”

Hoeveel mensen hebt u zoal ingevlogen?

“Ik heb vorig jaar ongeveer duizend humanitaire visa uitgereikt, dat is vier keer zoveel als de vorige, linkse regering. En ik zal dat blijven doen, ik zal het aantal zelfs nog opdrijven. Die mensen worden ingevlogen uit Libanon en Turkije. We selecteren hen op kwetsbaarheid, in samenwerking met de Verenigde Naties. Vaak gaat het om mensen die medische bijstand nodig hebben. Daarnaast lopen er ook een aantal reddingsoperaties voor religieuze minderheden in het Midden-Oosten. Met de brede steun van de Kamer, overigens. Dat is een humanitair beleid.”

Zou het geen idee zijn om dat eens wat duidelijker te maken? Door bijvoorbeeld een gezin dat werd ingevlogen, officieel welkom te heten, zoals de Canadese premier Justin Trudeau dat soms doet?

(schudt van nee) “Dat kun je niet maken. Daarop heeft de Duitse bondskanselier Angela Merkel zich zo hard miskeken. Wij liggen veel te dicht bij het Midden-Oosten en Afrika om zulke signalen te versturen. Canada heeft wat dat betreft makkelijk spreken: het zit in een fauteuil. In Canada geraak je niet met een rubberbootje, daar geraak je alleen via veilige en legale routes. België doet naar verhouding trouwens veel meer dan Canada.”

U bent bang voor een aanzuigeffect als u zo’n foto zou laten maken?

“Ik ben niet direct bang, maar wel realistisch. Ik ben zeker dat het zou gebeuren, en dus ga ik zo’n foto niet laten maken. Tussen haakjes: toen ik onlangs las dat Canada onmiddellijk alarm sloeg toen driehonderd mensen uit de VS naar Canada wilden vluchten, kon ik een glimlach niet onderdrukken.

(fijntjes) " Driehonderd mensen, dat doen wij op een ochtend tussen acht en half negen op de Dienst Vreemdelingenzaken.”

U had het net al over uw vreemdelingenwet, de zogenaamde wet-Francken die onlangs werd gestemd. Die maakt het mogelijk om mensen die hier geboren zijn en nergens voor werden veroordeeld, toch uit te wijzen naar het land waarvan ze de nationaliteit hebben. Begrijpt u dat die wet mij choqueert?

“Wat ik in elk geval respecteer, is dat u in juli vorig jaar de eerste was om uw ongenoegen over het wetsontwerp te uiten. De oppositie is later wakker geworden, en het middenveld gaat pas betogen na de stemming. U was consequent vanaf dag één.”

Mijn artikel was nochtans een voorbeeld van opiniërende journalistiek, waar uw partij zo’n hekel aan heeft.

“Ik heb geen enkel probleem met opiniestukken van journalisten. Wat mij stoort, zijn de redactionele artikelen waarin opiniëring is geslopen via allerlei tendentieuze, dodelijke zinnetjes. Dat vind ik een probleem. En wat die vreemdelingenwet betreft: neem nu bijvoorbeeld El Alami Amaouch, de haat-imam uit Verviers. Die man is nooit veroordeeld door een rechtbank, en hij is geen Belg. De linkse oppositie heeft mij anderhalf jaar lang bestookt met de vraag wanneer ik die man eindelijk ging uitzetten. (fel) En nu zitten ze te roepen dat die wet een schande is. Je moet wel weten wat je wilt.”

Dat de oppositie inconsequent is, maakt de wet niet minder choquerend.

“Maar u weet toch dat ik alleen maar een uitzondering heb opgeheven die in 2005 was toegevoegd? Vóór 2005 was het ook perfect mogelijk om mensen die hier geboren zijn maar niet de Belgische nationaliteit hebben, uit te wijzen. Waar waren de kritische stemmen toen? Ik ben blij dat we de wet hebben aangepast. U zult dat ook merken aan de dossiers die ik de komende weken zal tekenen. Sommige mensen die hier geboren zijn, tonen door de bijzonder zware feiten die ze plegen dat ze geen lid zijn van deze gemeenschap. En dus zullen we hun verblijfsrecht intrekken.”

Om welke mensen gaat het?

“Om Syrië-strijders. Als een niet-Belg, die hier geboren is en opgegroeid, naar Syrië gaat en daar de meest vreselijke gruweldaden pleegt, dan vind ik dat het perfect mijn recht is om zijn verblijfskaart in te trekken. En dat ga ik de komende weken dus ook doen. In totaal gaat het over een twintigtal foreign terrorist fighters of Syrië-strijders, plus een vijftigtal andere zware dossiers. Dat kan dankzij deze wet.”

Wie sluit uit dat de uitvoerende macht ooit misbruik maakt van die wet?

“Laten we er geen karikatuur van maken. Het zal nooit mogelijk zijn om iemand voor een verkeersboete uit te wijzen. Dat zal de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen nooit laten passeren. Er is hoorrecht, er is een proportionaliteitstoets, er is de mogelijkheid om via een dringende procedure de uitwijzing te laten opschorten. Het is een absurde gedachte dat iemand misbruik zouden kunnen maken van deze wet.”

Die vreemdelingenwet past in een verrechtsing van het beleid.

“Er leeft veel bezorgdheid, angst en onzekerheid. Een aantal van onze basisprincipes staan onder druk. Dat leidt tot sterke emoties in de samenleving. Daar moet je als beleid rekening mee houden. Tegelijk wil ik wijzen op de enorme solidariteit die Vlamingen, of Belgen, hebben getoond met asielzoekers.”

Van die solidariteit valt doorgaans weinig te bespeuren.

“Ik heb het nochtans zelf meegemaakt, in mijn eigen gemeente Lubbeek. Omdat ik andere burgemeesters moest verplichten om een asielcentrum te openen, wilde ik in Lubbeek het goede voorbeeld geven. Tijdens een infoavond waren er zeker achthonderd mensen, met vaak heel kritische en soms extreme meningen. Toch hadden we bij de opstart meer vrijwilligers dan asielzoekers. En een jaar later, bij de evaluatie, was bijna iedereen mee. Dat was de perfecte illustratie van het warme, gastvrije en solidaire Vlaanderen.”

Het is een goed voorbeeld van een politicus die draagvlak creëert.

(knikt) “Dat is in Lubbeek gelukt. En breder ook.”

De vraag is dan: waarom doet u dat niet vaker, draagvlak creëren? Meestal als u of uw partijgenoten het woord ‘draagvlak’ gebruiken, is dat om te zeggen dat er geen is. Terwijl u zelf hebt bewezen dat u het kunt creëren.

“Ik voel mij door uw vraag niet aangesproken. Ik vertel dat verhaal over Lubbeek overal waar ik ga spreken. Maar ik begrijp uw punt. Is onze communicatie verscherpt, ook de mijne? Ja, dat is waar. Maar dat heeft ook te maken met het feit dat er op een bepaald moment wel érg veel protest was: tijdens de asielcrisis stonden duizenden mensen ineens in Brussel, omdat ze aan de Europese grenzen werden binnengelaten. Dat heeft veel mensen boos gemaakt. En dus moesten wij een signaal geven.”

Maar is het evenwicht tussen draagvlak creëren en de boze burger tegemoet komen niet een beetje zoek?

“Dat vind ik niet. Je kunt niet iedereen welkom heten, maar je moet ook niet doen alsof het allemaal bandieten zijn. Ik probeer daar correct in te zijn. Alleen vind ik die correctheid niet altijd terug in de berichtgeving. Er zijn journalisten die zich verdiepen in hun dossiers, maar er zijn er ook die alles maar op een hoopje gooien: asielzoekers, vluchtelingen, illegale migranten… Is dat onwil of onkunde? Ik weet het niet. Ik vind dat je als journalist ook correct moet zijn. Maak geen amalgaam, maar leg uit hoe het zit.”

Doen journalisten dat niet?

“Soms niet. En ik begrijp dat. Sommigen moeten ’s morgens een stuk schrijven over een brand, ’s middags over de bankencrisis en ’s avonds nog gauw iets over mijn beleid. Dan lees je de krant en denk je soms: wat staat hier nu allemaal? Het spijt me, maar zo is het. Door de kaalslag op de redacties hebben media hier en daar aan kwaliteit ingeboet. Ik hoor ook bij journalisten dat het zo is. Al zeg ik er meteen bij dat dé media niet bestaan. Ik vind dat de openbare omroep bijvoorbeeld veel goede programma’s heeft.”

Geef eens een voorbeeld?

“Er is, zeker binnen mijn partij, soms kritiek op de VRT, en vaak terecht. Maar de nieuwsdienst levert ook steengoed werk. Ik vind De ochtend op Radio 1 bijvoorbeeld een topprogramma. En De zevende dag vind ik ook zeer goed. Daar kijk ik al naar van toen ik nog twaalf was.”

Meent u dat? U pikt er net de twee saaiste programma’s uit.

“Ik vind die programma’s vaak erg interessant. Net zoals De afspraak op vrijdag. En het politieke interview in het zondagse middagnieuws op VTM.”

Iets anders: wat is voor u het verschil tussen links en rechts?

“U hebt The Righteous Mind van de Amerikaanse psycholoog Jonathan Haidt ook gelezen. Daar staat het goed in uitgelegd. Links en rechts zijn gevoelig voor verschillende morele principes. Links hecht vooral belang aan eerlijkheid en zorg, rechts hecht ook belang aan bijvoorbeeld loyauteit en autoriteit. Ik sta aan de rechterkant. Niet omdat ik eerlijkheid en zorg niet belangrijk vind, maar omdat ik ook belang hecht aan autoriteit en loyauteit.”

Houdt u bewust rekening met die inzichten van Haidt?

“Absoluut. Als wij hier communiceren, toetsen wij dat vaak af aan de principes die Haidt vermeldt. Zeker in dossiers die te maken hebben met asiel en migratie kun je die heel goed toepassen.”

Op welke manier, bijvoorbeeld?

“Neem Djellza. We willen voor haar zorgen, maar haar ouders hadden verschillende keren geweigerd om het grondgebied te verlaten: zij waren dus niet loyaal geweest en hadden de Belgische autoriteit niet aanvaard. Als je over de Libië-route discussieert, kun je die concepten ook toepassen.”

Er zijn al psychologen die onderzoeken hoe ook links beter kan inspelen op morele concepten zoals loyauteit en autoriteit.

“Bij ons doen sommigen op links dat al. Socioloog Mark Elchardus, bijvoorbeeld. Ook Frank Vandenbroucke zat op die lijn. En de sp.a-burgemeesters die het goed doen, zijn soms bijzonder autoritair, bijvoorbeeld als het over politiewerking gaat.”

Een andere burgemeester die het goed doet, is de liberaal Bart Somers in Mechelen, die graag zegt dat wij allemaal nieuwkomers zijn in deze superdiverse samenleving. Akkoord?

“Dat is Bart zijn unique selling proposition. Ik zal de term superdiversiteit niet zo gauw gebruiken. Ik vind hem te geladen, alsof gemeenschapsvorming minder belangrijk is. Ik ben voor eenheid in verscheidenheid, maar er moet wel eenheid zijn. Ik ben een nationalist zonder complexen. Ik ben de politieke zoon van Geert Bourgeois: wij zijn Vlamingen met een brede, open kijk.”

Is Geert Bourgeois geen uitzondering in uw partij? Hij belijdt inderdaad een zeer inclusief Vlaams-nationalisme. Hij heeft ooit een prachtige toespraak gehouden tijdens het breken van de vasten met een aantal moslims. Iets wat uw voorzitter Bart De Wever nooit op die manier zou doen.

“Ik ga niet mee in dat spelletje, er is geen tegenstelling tussen Geert en Bart op dat punt. En wat de islam betreft: dat is een enorm debat. Is er een probleem mét de islam, omdat het geen religie is maar een politieke ideologie, zoals sommigen zeggen, en niet alleen extreemrechtse gekken? Of is er een probleem ín de islam, met radicale strekkingen zoals het salafisme, die een bedreiging vormen voor onze manier van leven.”

Wat denkt u?

“Mij zult u niet zo gauw horen zeggen dat er een probleem is mét de islam. Er is een probleem met de organisatie van de islam in België, dat wel. Maar met de islam op zich heb ik geen probleem. Natuurlijk kan iemand die vrijwillig een hoofddoek draagt, er perfect bij horen. En als iemand vijf keer per dag bidt maar zich Vlaming voelt en wil participeren aan deze gemeenschap, dan vind ik dat prima.”

Veel Vlamingen hebben het gevoel dat moslims er niet bij horen.

“Dat kan wel zo zijn. De Vlaamse ontvoogdingsstrijd is een paar decennia geleden helaas gekaapt door extreemrechts, door Filip Dewinter en zijn acolieten.”

Vindt u dat het cordon sanitaire mag sneuvelen als Vlaams Belang Filip Dewinter aan de deur zet? U leek dat onlangs te suggereren in De afspraak op vrijdag.

“Er zijn weinig discussies in de Vlaamse politiek zo moeilijk als die over het cordon. Ik ga daar dus geen uitlatingen over doen. Je krijgt er altijd miserie mee, wat je ook zegt.”

Van u mag het dus sneuvelen.

“Ik onthoud mij bij deze vraag. Wat ik wel kan zeggen, is dat ik het als een persoonlijke blamage zou beschouwen mocht het Vlaams Belang opnieuw sky high gaan bij de volgende verkiezingen. Door die partij roept de Vlaamse leeuw bij sommigen weerzin op. Dat is het ergste wat je als gemeenschap kunt meemaken, dat je symbolen gekaapt worden.”

Heeft die partij het debat niet verziekt? Het gevoel dat moslims geen Vlamingen kunnen zijn, leeft vandaag vast ook bij een aantal van uw kiezers.

“Maar ik heb u net gezegd wat mijn standpunt daarover is. En dat vertel ik overal waar ik ga spreken. In elke zaal, elke avond. Kom maar eens luisteren.”

Bent u zelf eigenlijk gelovig?

“Ik zie niet in waarom dat relevant is voor u, maar ik ben gelovig, ja. Mijn kinderen zijn gedoopt. En vroeger, toen ik meer tijd had, ging ik ook naar de mis.”

Vandaar uw gehechtheid aan de kerststal. Toen die uit het gemeentehuis van Holsbeek moest verdwijnen, protesteerde u fel. Hoewel er in Lubbeek geen stond.

“Dat had op zich niets met mijn geloof te maken. Die discussie heeft overdreven proporties aangenomen. Ik vind niet dat iedere gemeente een kerststal moet zetten. Maar in Holsbeek wilde een groene politica dat de stal weggenomen werd, omdat bepaalde mensen zich er zogezegd aan stoorden. En dat waren geen moslims, want dat werd ook geïnsinueerd. Religieuze mensen storen zich namelijk niet aan een kerststal. Ik vond: als die stal er altijd heeft gestaan, laat ze dan staan.”

Quid Zwarte Piet?

(lacht) “Daar ga ik mij niet druk in maken. Zwarte Piet is voor mij prima, maar ik kan ook leven met een roetpiet.”

Toch lag dat gevoelig. Zoals alles wat met diversiteit te maken heeft. Begrijpt u dat veel Vlamingen met een migratieachtergrond zich niet vertegenwoordigd voelen in de politiek? En dat mensen zoals Ahmet Koç en Dyab Abou Jahjah overwegen om met een nieuwe partij naar de kiezer te stappen?

“Als iemand zich geroepen voelt om een partij te stichten, dan moet hij dat vooral doen. (grijnst) Ik wens iedereen daarbij veel succes, het leven is aan de durvers.”

Maar hebt u empathie voor de mensen die zich niet vertegenwoordigd voelen?

“Nee, totaal niet, eigenlijk. Ik ben een man met veel empathie, maar dat kan ik niet vatten. Ik vind dat het maatschappelijk debat over de multiculturele samenleving bij ons zeer inclusief en respectvol wordt gevoerd.”

Meent u dat?

“Absoluut. Ook het beleid is correct en respectvol. Mijn partij heeft een burgemeester met Marokkaanse roots en een staatssecretaris met Koerdische roots. Iedereen die zich wil inzetten voor een gemeenschapsverhaal is bij ons welkom. Ik denk trouwens dat de meeste mensen met een migratieachtergrond zich helemaal niet vertegenwoordigd voelen door Abou Jahjah of door mijnheer Koç met zijn AKP-filiaal.”

Als ik u vraag of u Bart De Wever zult opvolgen als N-VA-voorzitter, antwoordt u vast dat u die vraag niet aan de orde is, en dat u nog veel werk hebt tot 2019.

(lacht) “Hoe kunt u het raden?”

Maar u wordt het wel, de volgende voorzitter. Alles wijst erop dat u de geknipte man bent voor de job.

“Ik vind Bart een topper. Volle steun voor Bart.”

Theo Francken: 'Ik, partijvoorzitter? Misschien. Ooit. We zullen zien. Als de partij en Bart mij daarvoor vragen, dan zal ik daar zeker over nadenken.' Beeld Franky Verdickt

Maar na hem komt u.

“Ik, partijvoorzitter? Misschien. Ooit. We zullen zien. Als de partij en Bart mij daarvoor vragen, dan zal ik daar zeker over nadenken.”

Tot slot: zult u voortaan wat braver zijn op Twitter?

(lacht) “Ik zal mijn best doen. Weet u, de Duitse filosoof Martin Heidegger heeft ooit gezegd dat taal de werkelijkheid maakt. En dat is zo. Monica De Coninck van sp.a wees mij daar onlangs op. Dat ik als pedagoog zou moeten weten dat je duidelijk moet communiceren. Ik moet dus niet alleen tweeten dat dit model van reddingsoperaties niet deugt, maar moet daaraan toevoegen dat ik wél vind dat mensen gered moeten worden. Dat is een gevoeligheid die links iets meer heeft. En ja, misschien is die wel terecht.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden