Maandag 30/11/2020

ReportageVerkiezingen VS

Houden de superrijken Donald Trump in het Witte Huis?

The Greenbrier in White Sulphur Springs is een van de oudste en chicste hotels van de Verenigde Staten.Beeld Steve Helber / AP

Niet alleen de achtergebleven witte arbeiders hielpen in 2016 Donald Trump aan zijn presidentschap, maar ook veel Amerikaanse superrijken stemden op hem. Zij zien nog eens vier jaar Trump wel zitten. Vraag maar rond in het ultrachique hotel The Greenbrier in West-Virginia.

Het andere West-Virginia begint bij de poort, met een poortwachter in uniform die je temperatuur checkt en controleert of je een reservering hebt. Dan ben je binnen, in een wereld van kroonluchters, golfballen, valkenierstrainingen en whiskeyproeverijen waar de hillbilly’s in deze staat alleen maar van kunnen dromen.

Wat wel hetzelfde is, zowel binnen als buiten de muren: de rode Trump-petjes.

Want hier, in de besloten wereld van The Greenbrier, een van de oudste en chicste hotels van de Verenigde Staten, kom je die ándere Republikeinen tegen, de Republikeinen die helemaal niet zo deplorable zijn, nooit geweest zijn ook, die niet gebukt gaan onder economische zorgen en pijnstillers en de andere kwalen van het land, zoals de ‘vergeten mannen en vrouwen’ die Trump zag in de teloorgegane industriesteden en rurale streken. Hier zijn ze gewoon rijk genoeg om, op een zaterdagavond in oktober, 700 dollar voor een kamer te kunnen betalen, en dan heb je nog niet eens een ontbijt, op een paar kilometer van de valleien van de Appalachen waar de levensverwachting een van de laagste van het land is.

Dit is de elite, over wie veel minder verhalen geschreven zijn om de opkomst van Donald Trump te verklaren en te duiden – de oude Republikeinen die in 2016 misschien wat verbaasd waren over wat er met hun partij gebeurde, maar nu, vier jaar later, eigenlijk heel tevreden zijn.

Uit de terreinwagens die voorrijden, komen golftassen en kinderen met blazers en scherpe scheidingen, net als hun vaders. De moeders dragen lange rokken. Kruiers brengen de koffers naar de kamers, portiers houden deuren open. De gasten zijn voor het merendeel wit, de sjouwers zwart. Boven de bar van de lobby hangt een kroonluchter die is gebruikt in Gone With The Wind, de film uit 1939 die de normen en tradities van het oude zuiden viert, en die, volgens het hotel, ‘een connectie vormt met de geschiedenis van The Greenbrier, al sinds de 19de eeuw geprezen als het stijlvolste zomerverblijf van het zuiden’.

Carleton Varney, decorateur en tevens onderbuurman van Donald Trump in de Trump Tower in New York.Beeld Michael Persson

Nog steeds zijn er kledingvoorschriften. Alleen met colbert en das kom je het restaurant in, en ook het casino is na zeven uur alleen toegankelijk met een jasje. Vrouwen worden in cocktailjurk verwacht. Het hotel is in pastelkleuren en met bloemmotieven gedecoreerd door Dorothy Draper, de interieurontwerpster en etiquettebewaakster uit de jaren veertig, een vrouw die voor decennia de smaak en omgangsvormen van de Amerikaanse elite codeerde. ‘Dit’, zegt haar opvolger Carleton Varney, een barok geklede man die rondloopt in het hotel, ‘is het Hollywood van het zuiden’. Of, verbetert hij zichzelf, ‘het Hollywood zoals het niet meer is, maar wel zou moeten zijn’.

Varney, tevens onderbuurman van Donald Trump in de Trump Tower in New York (‘Ivanka kon zich zo scháttig als een prinsesje uitdossen voor Halloween’), is een van de beroemdheden en semiberoemdheden van de conservatieve elite van politici, zakenmensen en golfers die je hier zomaar kunt tegenkomen. ‘In New York wil ik niet meer zijn’, zegt Varney, tevens lid van de adviesraad voor de kunsten van het Witte Huis. ‘Madison Avenue ziet eruit alsof er een oorlog is geweest. Dit is nu de plek waar ik me thuis voel.’

Atoombunker

Het paleisachtige onderkomen, prachtig gelegen in de eerste richels van de Appalachen, prijst zichzelf aan als ‘America’s Resort’, maar biedt tegelijkertijd ‘een leven zoals slechts weinigen dat kennen’. Zo lijken de twee slogans de illusie van de Amerikaanse Droom door te prikken: ziehier het Mooiste Hotel van Amerika, alleen is dat buiten bereik van de meeste Amerikanen.

‘Dit is het dichtstbijzijnde Zuiden van Amerika, vanuit DC’, zegt Ricky Wood, een vrouw van in de vijftig die een weekend uit Washington is gekomen om in het resort een bruiloft te vieren. De buitenplaats werd al gesticht in 1778, nog tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog, als kuuroord rond de zwavelbronnen. Het huidige complex stamt uit 1913 en heeft ruim ­zevenhonderd kamers, een stuk of honderd bungalows, en zelfs een enorme ondergrondse bunker, gebouwd in de jaren vijftig, waar de ­leden van het Amerikaanse Congres hun heil hadden moeten zoeken tijdens een eventuele kernoorlog. Nu kun je een rondleiding krijgen langs de zware stalen deuren die de straling buiten hadden moeten houden, langs de zalen waar de senatoren en afgevaardigden hadden moeten vergaderen, en de stapelbedden waar ze hadden moeten slapen (Republikeinen en Democraten door elkaar heen). Het bestaan van het geheime toevluchtsoord werd pas in 1992 onthuld.

‘Het voelt hier een beetje als een country club’, zegt Wood, in een fauteuil in een van de bars. ‘De tapijten, de schilderijen, en de mensen. Het is hier a blast from the past. Zonder geld heb je hier niets te zoeken. En ja, daar hoort ook een bepaalde politieke kleur bij.’

In de whiskeybar

Hoewel na de overwinning van Trump in 2016 veel aandacht uitging naar de witte achtergebleven arbeiders in sleutelstaten Pennsylvania, Michigan en Wisconsin, die de beslissende stemmen op hem hadden uitgebracht, was de gemiddelde Trump-stemmer rijker dan de gemiddelde Clinton-stemmer. 70 procent van de Trump-stemmers had volgens exit-peilingen een huishouden met een inkomen hoger dan 50 duizend dollar (42 duizend euro), onder de Clinton-stemmers was dat nog geen 60 procent.

Die relatieve rijkdom wordt hier goed besteed. Wood vertelt hoe ze de middag met de andere bruiloftsgasten in crossvoertuigen over modderige paadjes door de bossen van West-Virginia hebben gescheurd, in het uitgestrekte gebied dat eigendom is van het hotel, door beekjes en langs afgronden, bijna vijfhonderd dollar per persoon, voor twee uur. ‘Het was geweldig’, vertelt Wood. ‘Dat maakt zo’n weekend bijzonder.’

(De ironie is dat de straatschoffies van de nabijgelegen mijngebieden op hun quads precies hetzelfde doen, maar dan illegaal, pruimtabak in de mond, achternagezeten door bewakers, en daar met een poëtische dromerigheid over kunnen vertellen, terwijl ze kiekjes laten zien van de herfstkleuren in het bos.)

Aan de whiskeybar zitten Casey Rooney en Bobby Hill, een stralend net getrouwd stel uit een voorstad van Pennsylvania. Zij is onderwijzeres en dochter van de eigenaar van de Pittsburgh Steelers, een roemrucht American Football team en miljoenenbedrijf; hij heeft een eigen bedrijf opgericht dat helpt bij marketing via sociale media. ‘Ik ben hier jarenlang met mijn familie naartoe gegaan’, zegt Rooney, terwijl op de achtergrond een piano en een trompet iets van Elton John proberen te maken. ‘Dus nu wilde ik met onze huwelijksreis die traditie voortzetten, en met onze eigen traditie beginnen. Dat geldt voor veel families. Dit is een bekende omgeving waar je oude bekenden tegenkomt.’

Het is zoals in de kuuroorden van Europa, waar in de 19de eeuw de midden-Europese adel bij elkaar kwam, om te baden en te kaarten en te socializen. De dynastieën hier in de VS zijn jonger, het geld is nieuwer, maar je hoort ook hier de klinkende glazen van gevestigde belangen, een zorgeloos geluid dat het afgelopen jaar in de VS steeds zeldzamer is geworden.

De lobby van het Greenbrier-hotel.Beeld AFP

‘De belastingverlaging van Trump heeft ondernemers zoals ik enorm geholpen’, zegt Hill. ‘Maar niet alleen ondernemers: dat geld komt uiteindelijk ook lager in de economie terecht, door het doordruppeleffect.’ Het is een heilig geloof dat uit de ­jaren tachtig stamt, het geloof in de eigen portemonnee: het geld dat aan de bovenkant van de economie wordt verdiend door ondernemers en ­zakenlieden, sijpelt uiteindelijk wel naar beneden, naar nieuwe banen en toeleveranciers. Maatregelen die ondernemers in de weg zitten (regulering, belastingen) zitten dus uiteindelijk iedereen in de weg. ‘Biden wordt een ramp’, zegt Hill. ‘Elke ondernemer hier zal het je zeggen: Trump is de enige optie.’

Rooney en Hill hebben die middag met een rijtuig een ritje gemaakt door de omgeving, en hoorden van de koetsier dat de huizen, met twee, drie slaapkamers, hier maar honderdduizend dollar (85 duizend euro) kosten. ‘Ongelooflijk hoe arm het hier is’, zegt Rooney. Maar dat betekent volgens hem niet dat het trickle-downeffect niet werkt, het betekent juist dat het trickle-downeffect nog meer ondernemerschap behoeft. Sowieso waanden ze zich een beetje in een ontwikkelingsland, zegt Rooney. ‘Wist je dat ze hier in West-Virginia maar heel weinig covidgevallen hebben gehad? Net als in Afrika. Kan komen door de armoede en vuiligheid, waardoor ze meer immuniteit hebben.’

Jim Justice, de rijkste man van West-Virginia

Het huidige hotel, bijna een eeuw lang in bezit geweest van een spoorwegmaatschappij, is sinds de crisis van 2009 eigendom van Jim Justice, de rijkste man en gouverneur van West-Virginia. Geboren als zoon van steenkoolbaron bouwde hij het imperium van zijn vader verder uit; Justice is de grootste grootgrondbezitter ten oosten van de Mississippi. Maar The Greenbrier is zijn kroonjuweel. Hij hield zijn inaugurele bal in 2016 hier in zijn hotel, en heeft zijn zakelijke en politieke belangen sindsdien alleen maar verder verstrengeld. Met miljoenen aan belastinggeld heeft hij het complex opgekalefaterd, en in 2017 heeft hij het terrein uitgeroepen tot Opportunity Zone, een door de regering-Trump opgezet programma dat in theorie bedoeld is om armlastige gebieden te helpen, maar vooral wordt gebruikt door slimme investeerders die daar tien jaar fiscaal de vruchten van kunnen plukken.

‘Deze Opportunity Zones zullen nieuw leven blazen in West-Virginia en economische groei en banen creëren voor onze burgers’, zei Justice enthousiast, toen hij het plan aankondigde. ‘Dit is geweldig nieuws voor onze staat. Er liggen zonnige dagen in het verschiet.’

Daarmee is The Greenbrier niet alleen symbool van het conservatieve verleden, maar ook symbool van het trumpistische heden, waarin regeren en zakendoen dwars door elkaar heen lopen. Volgens een onderzoek van de krant Charleston Gazette-Mail en ProPublica heeft gouverneur Justice met zijn dochter, die nu het hotel leidt, ook nog tien miljoen dollar (8,5 miljoen euro) aan overheidssteun gevraagd aan de regio waarin het resort gelegen is, onder meer om een skihelling aan te leggen.

Nieuwe hardheid

Ook in het hotel zelf lijkt een nieuwe hardheid te zijn binnengeslopen, die soms botst met de oude tradities. Als in een zithoek van het casino Brandon Wakeman, een makelaar van in de dertig, op een gegeven zijn schoenen uitdoet en zijn blote voeten op een tafel legt, stapt er een heer in colbert en das op hem af en zet met een klap een fles ontsmettingsmiddel op het tafeltje voor hem. ‘Schoon­maken!’, sist hij.

Wakeman springt op. ‘Had je wat? Ik ram je op je strot, cocksucker!’

Er komt een beveiliger bij. Hij praat even met Wakeman en dan met de man in het colbert, en zet daarna de man in zijn colbertje buiten. Wakeman kijkt triomfantelijk om zich heen. ‘Snap jij dat nou, waarom mensen ineens zo agressief worden?’

De beveiliger zal later zeggen dat er de laatste maanden veel meer incidenten zijn dan normaal – de spanningen van buiten lijken ook te worden meegenomen naar binnen. ‘Mensen gaan om niets met elkaar op de vuist’, zegt hij. ‘Hier, in The Greenbrier!’

Wat misschien typisch is voor de tijd: het kinderjurkje met camouflagekleuren, dat voor honderd dollar te koop is in een van de Dorothy-Draperboetiekjes in het hotel. Hier komt de oude chic (een duur kinderjurkje) de nieuwe hardheid (een militaire print) tegen. ‘Ze vliegen de deur uit’, zegt de verkoopster.

Charlotte Sterling (rechts) met haar zus Diane en zwager Joe.Beeld Michael Persson

‘We zijn bang voor een burgeroorlog’, zegt Charlotte Sterling, vrouw van een ondernemer in industrieel hout uit Illinois, die een soort vlonders maakt voor de olie-industrie, terwijl ze onder een schilderij van ­George Washington in de lobby onder de kroonluchters zit. ‘Ik zie het overal. Mensen ontvluchten de steden, mensen gaan op het platteland wonen – ze zien de onlusten, ze zien dat er minder banen zijn, ze zien dat er minder politie is. De enige hoop is dat Trump herkozen wordt, anders gaat het land ten onder. De strijd is al gaande: er worden voortdurend Trump-bordjes uit mijn voortuin gestolen. Maar ik heb genoeg bordjes op voorraad om het tot de dag van de verkiezingen uit te houden.’

Ze praat luid – andere gasten kunnen het horen. ‘Ssst’, maant haar zus, naast haar op de bank.

‘Maakt niet uit’, zegt Sterling. ‘Dit is The Greenbrier. Als je dit niet wilt ­horen, dan hoor je hier niet thuis.’

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234