Dinsdag 19/11/2019

democratie

Hoe ziek is de democratie?

Beeld DM

Terwijl in Europa de populisten oprukken, maakt in de Verenigde Staten een losgeslagen demagoog kans om president te worden. Is de democratie versleten en aan vernieuwing toe? Of is deze crisis net een goede zaak? De Morgen zoekt deze week het antwoord op vijf provocerende vragen over de democratie. Vandaag, om te beginnen: een diagnose. De eerste aflevering van de reeks leest u gratis.

Het goede nieuws is: misschien valt het geweldig mee. Misschien is de democratie niet ziek, maar kerngezond. Misschien zijn wispelturige kiezers en populistische politici geen symptomen van neergang en verval, maar van energie en dynamiek. In een democratie mogen de meningen botsen en staat het de kiezer vrij om partijen te doen verdampen en politici bloednerveus te maken - sterker nog: dat is nu net democratie, de minst slechte staatsvorm die tot dusver door de mensheid werd bedacht, om het met de gevleugelde woorden van Winston Churchill te zeggen. Als je maar goed genoeg kijkt, schort er altijd wel iets aan. Maar dat is nog geen reden om te zeggen dat de democratie ziek is.

Het slechte nieuws is: de meeste experts zijn vandaag veeleer ongerust, en vinden dat er wel degelijk redenen zijn om ons zorgen te maken over de gezondheidstoestand van de democratie. Er zijn de bekende klachten in eigen land: dat het parlement niets te zeggen heeft, omdat alles wordt beslist door de partijen; en dat België geen democratie is, maar de optelsom van twee democratieën. Dat laatste wordt bevestigd door het Center for Systemic Peace, dat België "a flawed democracy" noemt, een gebrekkige democratie. Omdat, laat directeur Monty Marshall per e-mail weten, "Vlamingen en Franstaligen niet meer bereid en in staat zijn om een gezamenlijk beleid te formuleren". Het wereldrecord regeringsonderhandelingen zal allicht niet vreemd zijn aan die inschatting.

Maar de gezondheidsklachten van de democratie overstijgen de Belgische symptomen. Professionele waarnemers zijn somber gestemd over de westerse democratieën in het algemeen. Deze week komen vier van die waarnemers hier aan het woord: de Vlaamse socioloog Luc Huyse, de Britse socioloog Frank Furedi, en politieke wetenschappers Cas Mudde en Chantal Mouffe - vier toonaangevende denkers, met elk hun eigen invalshoek. Ze zullen op deze plek elke dag hardop nadenken over een provocerende vraag die raakt aan de essentie van ons politieke systeem. Vandaag dus: hoe ziek is dat systeem? Vinden experts dat wij een crisis van de democratie beleven?

"Dat vinden experts al honderd jaar", steekt Luc Huyse van wal. "Op zich is dat ook niet vreemd. De democratie is een werk in uitvoering. Alleen kan dat werk soms opbouwend zijn, soms beschadigend. Vandaag loopt de democratie zware schade op door de uitwassen van het neoliberalisme en de globalisering. De democratie is niet verdwenen, ze is vermagerd, versmald, ingeperkt. En de situatie is erger dan eind de jaren zeventig, toen Margaret Thatcher en Ronald Reagan aan de macht kwamen. Die hadden nog een maatschappelijk project. Donald Trump heeft geen plan, hij berokkent alleen maar schade. Hetzelfde geldt voor Nigel Farage en de andere voorstanders van de Brexit: ze hebben hun slag thuisgehaald en lieten de kiezers dan meteen in de steek. De situatie vandaag wijkt af van die in de jaren zeventig: we bevinden ons in het luchtledige."

Een permanente crisis, dus. Met uitzondering, aldus Huyse, van de dertig jaar vlak na de Tweede Wereldoorlog. "Die periode, van 1945 tot 1975, noemt men les trentes années glorieuses van de democratie", zegt hij. "Toen was de Europese democratie gelukkig, zeg maar. Overheid en markt hielden elkaar in evenwicht, er was groei, het middenveld floreerde, het kiesrecht werd uitgebreid. Vanaf de jaren zeventig verhuisde de macht volop van de staat naar de vrije markt. En sinds de bankencrisis weten we dat ook dat model gefaald heeft. Wat we nu meemaken, is daar een reactie op. Met een modewoord: we beleven de gelijktijdige disruptie van de democratie en van het marktmodel. Terwijl steeds meer landen democratisch worden, maakt een grote vermoeidheid zich meester van de oude democratieën - er is meer kwantiteit, maar minder kwaliteit."

Chantal Mouffe. Beeld Karoly Effenberger

Van volk tot bevolking

De stelling van Huyse lijkt aanvechtbaar. Als een liberaal of neoliberaal beleid gesteund wordt door een meerderheid in het parlement, is dat volmaakt democratisch. Toch? Is zijn visie niet ideologisch gekleurd, terwijl in een democratie ideologieën net met elkaar moeten botsen? "Ik geloof niet in de totale neutraliteit van de wetenschapper", bekent Huyse. "In mijn werk gaat het altijd om sociale ongelijkheid. Dat is de rode draad. En voor mijn stelling dat de democratie is ingeperkt, bestaat wel degelijk wetenschappelijk bewijs: kiezers kunnen wel van regering veranderen, maar niet meer van beleid."

Chantal Mouffe, die wereldfaam verwierf met haar boeken over politiek en democratie, zit op dezelfde lijn. "Wij leven niet meer in een democratie", vindt zij. "We bevinden ons vandaag in het tijdperk van de post-democratie. Burgers hebben niets meer te zeggen. Belangrijke beslissingen worden niet meer genomen in nationale parlementen, maar op het transnationale niveau. De grote ondernemingen zwaaien de plak."

Mouffe denkt met afschuw terug aan de politieke consensus die ontstond in het paarse tijdperk, toen socialisten en liberalen elkaar vonden op de zogenaamde Derde Weg - van Tony Blair tot Guy Verhofstadt. "Velen vonden die consensus goed voor de democratie, maar eigenlijk was het een ramp", zegt ze. "De opmars van het rechtse populisme is een reactie op die consensus. Als mensen voelen dat ze geen keuze meer hebben, stemmen ze voor partijen die nog wél een alternatief aanbieden. Partijen zoals het Front National in Frankrijk en Alternative für Deutschland zijn de uitdrukking van reële democratische eisen. Hun kiezers zijn mensen die zich uitgesloten voelen. En de linkerzijde neemt hun noodkreet niet serieus, maar zet die kiezers weg als dommeriken of racisten. Die morele veroordeling van een legitieme verzuchting is helemaal verkeerd."

De vraag waarom rechtse populisten zo succesvol zijn, is een rode draad in de artikelen die u deze week op deze pagina's kunt lezen. Voor Mouffe is het duidelijk. Zij zoekt de verklaring op de klassieke sociaal-economische breuklijn. "De kloof tussen rijk en arm wordt almaar groter", legt ze uit. "Niet alleen arbeiders, ook middenklassers voelen dat. Veel kiezers willen daartegen protesteren. Rechtse populisten geven hen een stem, een voice. Want hun stem in het stemhokje, hun vote, doet er niet meer toe. Het probleem van rechtse populisten is dat ze dat ongenoegen omzetten in vreemdelingenhaat. Alsof die kloof tussen arm en rijk de schuld is van migranten. En dat is niet juist. We hebben meer links populisme nodig om de kiezer weer een echte keuze te geven."

Luc Huyse. Beeld Bob Van Mol

Volgens de Britse historicus John Keane, auteur van het machtige The Life and Death of Democracy, is populisme "een auto-immuniteitsaandoening" van de democratie. Politici die claimen dat ze samenvallen met het volk, vindt hij gevaarlijk. Omdat "het volk" niet bestaat, alleen "de bevolking", en dat zijn individuen met verschillende voorkeuren.

Toch bestaat er een kortsluiting tussen de elite en het gewone volk, zegt de Nederlandse politieke wetenschapper Cas Mudde, autoriteit in de analyse van politiek extremisme en populisme. "In een democratie kun je winnen of verliezen", vertelt Mudde. "Het gewone volk verliest eigenlijk altijd. Bij de Brexit heeft de elite eens een keer verloren, maar dat heeft ze helemaal aan zichzelf te danken. De gevestigde partijen hebben nooit hun best gedaan om de Europese Unie uit te leggen, of de multiculturele samenleving, of de economische crisis. Het enige wat ze doen, is zeggen dat het met de populisten nog slechter zal gaan. En dat risico willen kiezers nu best nemen. De elite heeft meer nodig dan een slap verhaaltje over de dingen die misgaan. Dat is vervelend voor de elite, maar het is niet anders: de democratie moet voortdurend verdedigd en uitgelegd worden."

Zelfs aan de huidige Republikeinse presidentskandidaat in de Verenigde Staten mag nog weleens uitgelegd worden hoe ons systeem werkt, zegt Mudde, die in de VS doceert aan de universiteit van Georgia. "Donald Trump heeft een verkeerde visie op de democratie", zegt hij. "Hij denkt dat een president verkozen wordt om een soort dictator te zijn. Dat hij alles kan doen wat hij wil, als hij wint. Dat de staat van hem zal zijn. Hij bedreigt er critici nu al mee om de belastinginspectie of de veiligheidsdiensten op hen af te sturen. En hij is ongelofelijk rancuneus. Als zo'n man de premier van Luxemburg of België werd, dan zou dat niet prettig zijn. In de VS zou dat catastrofaal kunnen zijn. Dat land heeft het grootste leger en de belangrijkste economie ter wereld."

Van burger tot klant

Niet alleen de democratie staat onder druk, ook de rechtsstaat kraakt in zijn voegen, van Turkije tot in het hart van Europa. Dat democratie en rechtsstaat op gespannen voet met elkaar leven, legt Chantal Mouffe goed uit in haar boek The Democratic Paradox. In een democratie heeft de meerderheid het voor het zeggen, in een rechtsstaat wordt elk individu beschermd tegen de willekeur van de overheid - vanwege die bescherming van het individu geldt "liberale democratie" als synoniem van "democratische rechtsstaat".

"Ik geloof niet dat Europese kiezers de rechtsstaat willen afschaffen", zegt Cas Mudde. "Maar helemaal uitgesloten is het niet. Onze liberale democratie kan opnieuw in elkaar klappen. In Hongarije is dat volop aan het gebeuren. Premier Viktor Orban heeft een illiberale democratie geïnstalleerd, door de instellingen van de rechtsstaat uit te hollen. Ook zijn discours is gevaarlijk. Op zich is het niet ondemocratisch om te bepalen wie je land al dan niet binnen mag. Maar de manier waarop velen nu praten over moslims en vluchtelingen gaat recht naar de kern van de liberale democratie."

Tien jaar geleden was het niet mogelijk geweest, denkt Mudde. "Wat toen nog als uiterst rechts werd bestempeld, is mainstream geworden. Het discours van Orban is niet meer marginaal. Het idee dat vluchtelingen een bedreiging vormen, wordt in Europa breed gedeeld. Tot een paar jaar geleden zou een meerderheid van de elite zich achter het standpunt van de Duitse bondskanselier Angela Merkel geschaard hebben, die zegt dat het ons wel zal lukken om de oorlogsvluchtelingen op te vangen. En kijk nou eens in de krant: vandaag wordt zij afgeschilderd als idioot en gevaarlijk naïef."

Het zijn uiteraard de terreuraanslagen die de toon van het debat hebben aangetast, weet Mudde. "Na de aanslagen op Charlie Hebdo zongen we allemaal nog Kumbaya, vandaag bouwen we overal muren en hekken. En het gekke is: we lijken ons daar steeds minder zorgen over te maken. Ik ben altijd een tegenstander geweest van het alarmisme over de opmars van extreemrechts. We hebben te lang geroepen dat ze gevaarlijk waren toen ze eigenlijk geen echte bedreiging vormden. Nu dat wel het geval is, roept bijna niemand nog hoe gevaarlijk ze zijn. Nu zegt men: jamaar, dat riep je twintig jaar geleden ook."

Dat een aantal van onze vrijheden dreigen te sneuvelen in de strijd tegen terreur, baart ook de Britse socioloog Frank Furedi zorgen. Zelfs sympathie voor IS mag iedereen wat hem betreft gerust uiten. "Het is een dom idee dat je de wereld verbetert door mensen te verhinderen over hun overtuigingen te praten", zegt Furedi. "Dat is niet alleen illiberaal, het is ook gevaarlijk, omdat het mensen ondergronds drijft. Uiteraard is sympathie voor IS verschrikkelijk, maar met wetgeving zul je dat niet oplossen. We moeten de vrijheid van meningsuiting niet beperken, maar uitbreiden."

Voor Furedi is dat nog het ergste: dat we het belang van vrijheid niet meer naar waarde schatten. "Niet alleen papieren vrijheid, maar echte, levende vrijheid", zegt hij. "Vrijheid is geen inspirerend idee meer. En de rule of law, de essentie van de rechtsstaat, wordt verkeerd begrepen. We moeten niet alles in wetten willen vatten. We zijn te afhankelijk geworden van de overheid. Dat heeft het gemeenschapsgevoel aangetast. We moeten het idee van burgerschap heruitvinden."

Daar is Luc Huyse het volmondig mee eens. "Ik pleit voor een doortastend beleid van inburgering", zegt hij. "En ik zie dat begrip los van alles wat met migratie te maken heeft. De burger is bij ons een consument geworden, een klant van de overheid, en dat is een verarming. Mensen moeten zich opnieuw voelen en gedragen als co-producenten in de politiek, zoals dat hoort in een gezonde democratie. Daarom vind ik populisme zo nefast. Het toont ons niet de weg naar wat we samen kunnen doen. U vraagt zich af of het populisme ook een zegen kan zijn voor de democratie. Dat is een prikkelende vraag. Maar kan het aanjagen van angst de democratie rijker maken? Is het gezond als kiezers meegesleurd worden in avonturen en tegen hun eigenbelang in stemmen? Mij zult u dat nooit horen zeggen."

Morgen de antwoorden op vraag 2: zijn sommige kiezers te dom?

Dit zijn onze vaste experts:

Frank Furedi (69) is hoogleraar sociologie aan de universiteit van Kent (VK). Hij is een dwarsdenker die over zowat alles schrijft. Zijn bekendste boek is Cultuur van angst.
Luc Huyse (79) is emeritus hoogleraar sociologie aan de KU Leuven en de nestor onder de politieke waarnemers in België. In 2014 verscheen van hem De democratie voorbij.
Chantal Mouffe (73) is hoogleraar aan de universiteit van Westminster (VK) en geldt als autoriteit inzake democratie. In 2008 verscheen van haar Over het politieke.
Cas Mudde (49) doceert aan de universiteit van Georgia (VS) en is een expert inzake populisme. Dit jaar verscheen van hem On Extremism and Democracy in Europe.

De democratie als exportproduct: 'Vrije verkiezingen volstaan niet'

Ja, het aantal democratieën wereldwijd is duidelijk toegenomen (zie grafiek) sinds de Amerikaanse denker Francis Fukuyama in 1989 schreef dat de liberale democratie het model van de toekomst zou worden. "Maar de berichtgeving daarover is soms toch te optimistisch", zegt Luc Huyse. "Men gaat er te gemakkelijk vanuit dat vrije verkiezingen automatisch leiden tot een liberale democratie. En dat is niet zo. In landen als Ethiopië, Congo en Burundi was de terugslag na verkiezingen zo groot dat de Wereldbank twijfelt of vrije verkiezingen de eerste voorwaarde moeten zijn voor financiële steun. Mensen moeten de kans krijgen om burger te worden. Daarvoor heb je ook een autonome pers nodig, en een onafhankelijke magistratuur. Als die er niet zijn, en de verkeerde leider komt aan de macht, dan krijg je snel machtsmisbruik en corruptie."

"Het vertrouwen in de onomkeerbaarheid van de democratie is aangetast", bevestigt Yves Leterme, secretaris-generaal van Idea, een intergouvernementele organisatie die overal ter wereld landen ondersteunt bij de transitie naar een democratisch systeem. "De democratie zit de voorbije jaren zeker in het defensief. Ook in het westen, door de terreurdreiging en het betonrot dat de schakels tussen burger en politicus heeft aangetast: steeds minder mensen gaan stemmen, steeds minder mensen zijn lid van een partij en start-up partijen halen in enkele maanden tijd tot twintig procent van de stemmen."

Over de rest van de wereld wil Leterme genuanceerder zijn, zegt hij. "In Zuid-Amerika zie je na een dertigtal goede jaren een terugslag: door de grondstoffencrisis valt de sociale en economische vooruitgang stil en brokkelt het geloof in de democratie af. Afrika kent behalve mislukkingen ook succesverhalen. In Zambia, Kenia en Ghana is de introductie van de democratie tamelijk goed geslaagd. Het verschil tussen Ghana en Congo is groter dan het verschil tussen Zweden en Turkije. In elk geval is het wel duidelijk dat de stelling van Fukuyama geen verhaal is geworden van alleen maar gestage vooruitgang."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234