Donderdag 17/10/2019

Essay

Hoe 'maximaal' is de schade die N-VA opgelopen heeft?

Hendrik Vuye en Veerle Wouters, ex-parlementsleden voor N-VA. Beeld Tim Dirven

Verliest de N-VA met de opgestapte Kamerleden Hendrik Vuye en Veerle Wouters enkel twee onverzoenlijke caractériels? Of verliest de partij van Bart De Wever een belangrijke veldslag in de strijd op de Vlaams-rechtse flank? Het antwoord: allebei.

'Wat is er zotter dan een zodanige strijd te beginnen, waaruit voor beide partijen meer last dan voordeel spruit?' (Erasmus, Lof der zotheid, 1509)

Als Vlaams volksvertegenwoordiger Hermes Sanctorum begin deze maand met veel gedruis Groen verlaat omdat hij zich niet kan verzoenen met het halfslachtige partijstandpunt tegen onverdoofd slachten, deelt Hendrik Vuye de steunboodschap op Twitter van Vlaams N-VA-fractieleider Matthias Diependaele die Sanctorum "uiterst moedig" vindt. Minder dan drie weken later is Vuye zelf in gelijkaardige omstandigheden opgestapt uit zijn partij, en heeft Diependaele hem vervangen aan het hoofd van de N-VA-denktank Objectief V.

Het zijn, kortom, niet de beste weken van de Nieuw-Vlaamse Alliantie en haar voorzitter, Bart De Wever. Het vertrek van het duo Hendrik Vuye en Veerle Wouters gebeurde 'met maximale schade'.

"Het is de eerste keer in de geschiedenis van de partij dat het zo misloopt en als voorzitter draag ik de verantwoordelijkheid voor alles, dus ook hiervoor", besluit De Wever donderdagmiddag in de tv-journaals. Grootmoedig, maar niet onterecht.

Petrus De Roover

De kruisweg begint immers met de onvoorzichtige ontsluiering van de eigen communautaire strategie door De Wever zelf in L'Echo. 'Michel II als het kan, confederalisme met de PS als het moet', kun je die strategie samenvatten. Dat is niet naar de zin van vele flaminganten die menen dat een communautaire big bang, na vijf jaar beloofde stilte, altijd de eerste prioriteit van de partij moet zijn. Daar komt een scherp interview van in deze krant, nu exact een week geleden, dat de Kamerleden Vuye en Wouters in een paar staties uiteindelijk hun plek in de partij kost.

Bart Eeckhout. Beeld Wouter Van Vooren

De nevenschade is groot. Er is de stroom aan kritische opiniestukken van nationalistische medestanders. En er is het ontluisterende debat, in De zevende dag, tussen Kamerfractieleider Peter De Roover en voorzitter Bart De Valck van de Vlaamse Volksbeweging. "Wie snakt naar ideeën bij de Vlaamse Beweging, komt om van de honger", bijt De Roover naar zijn vroegere kameraad. Het moet geleden zijn van Petrus die de haan drie keer hoorde kraaien, dat iemand zo snel zijn gedachtegoed verloochend heeft als Peter De Roover.

"Als in 2014 de kans zich voor N-VA aandient om een centrumrechtse regering te vormen met MR, die een beleid voert dat past bij de voorkeuren die de Vlaamse kiezer in de stembus heeft geuit, dan is het probleem eventueel voor één legislatuur opgelost. Meer dan een toevalstreffer zou dat niet zijn", waarschuwt Peter De Roover de N-VA in 2013 nog in een verrassend visionair opiniestuk op de Vlaams-nationale site Doorbraak, nadat Siegfried Bracke in De Standaard toen de befaamde 'bocht' inzette. De Roover staat sceptisch tegenover die bocht. En kijk nu toch eens...

Egmont-moment

Er klopt iets niet in de opstelling van N-VA. Dit is het probleem: als je gaat voor een voortzetting van het huidige centrumrechtse kabinet, dan kun je elke noemenswaardige staatshervorming rekenkundig op je buik schrijven. En als het toch menens is met dat confederaal programma, dan helpt het niet dat je voortdurend roept dat je 'nooit ofte nimmer' gaat praten met je onvermijdelijke gesprekspartner: de PS.

Die incoherentie valt niet langer alleen de vaste kliek critici op, en dat mag Bart De Wever zichzelf inderdaad aanrekenen. Dat de opiniërend hoofdredacteur van De Morgen weer wat te mopperen heeft, kan N-VA weinig schelen. Maar als zelfs de gerespecteerde Tijd-commentator Rik Van Cauwelaert de openlijke onmin het 'Egmont-moment van Bart De Wever' noemt, gaan de alarmbellen af.

Egmont is dé erfzonde van het politieke Vlaams-nationalisme. Het Egmontpact uit 1977 is de Grote Staatshervorming die nooit heeft plaatsgevonden. Egmont zou de federalisering van het land bezegelen, mét uitgebreide garanties voor Franstaligen in de rand rond Brussel. Is nooit gelukt.

Premier Leo Tindemans (l.) met enkele partijvoorzitters die het Egmontpact ondertekenden, 1977. Vlnr: Georges Gramme, Hugo Schiltz, Willy Claes en Wilfried Martens. Beeld Photo News

De mislukking van het pact tussen christendemocraten, socialisten en de communautaire partijen VU en FDF, leidt wel tot de val van de regering-Tindemans II. Dat moment levert premier Tindemans eeuwige roem op omdat hij van het Kamerspreekgestoelte recht naar de koning stapt - "Voor mij is de grondwet geen vodje papier" - om zijn ontslag aan te kondigen. Waarna hij vervolgens nooit meer als eerste minister mag terugkeren.

Bovenal veroorzaakt Egmont een diepe breuk binnen de Vlaams-nationalistische familie. Toenmalig VU-voorzitter Hugo Schiltz krijgt het zwaar te verduren binnen de eigen partij en daarbuiten, omdat hij Franstaligen in een erg brede rand rond de hoofdstad faciliteiten en inschrijfrecht op Brusselse kieslijsten gunt. Dat levert twee Vlaams-radicale scheurpartijen op, de Vlaamse Volkspartij van Lode Claes en het Vlaams Blok van Karel Dillen, dat uiteindelijk zal overleven en nu weer opleeft als het Vlaams Belang. Voor de VU blijft Egmont een trauma. De partij verliest in 1978 met de klap een derde van haar zetels, herstelt nooit meer, en gaat in 2001 aan onmin ten onder.

Terra incognita

Zeggen dat Bart De Wever zijn 'Egmont-moment' beleeft, is dus voorspellen dat N-VA eenzelfde lot wacht. Is dat realistisch? Niet helemaal. Wat de vergelijking wel bijzonder kwetsend maakt, is dat Bart De Wever bij uitstek de woordvoerder van het democratisch-nationalistische kamp is dat juist 'nooit meer Egmont' wil. De vrees om te herhalen wat Schiltz overkomen is in de jaren 70 (en in de jaren 80 opnieuw) heeft De Wever & co. altijd behoed voor noemenswaardige toegeeflijkheid in communautaire onderhandelingen.

Ook nu is 'nooit weer Egmont' de dieperliggende strategie van Bart De Wever. In De Morgen verwoordt hij dat eind vorig jaar zo: "Ik geloof niet dat je met een klassieke staatshervorming nog ergens kunt raken. De volgende stap zal een paradigmashift moeten zijn."

Confederalisme dus - de gedachte dat je alleen nog een slanke nationale bovenbouw handhaaft boven twee autonome deelstaten. Dat je daar met één grote klap naartoe wil, is een eerbare en vanuit dat Egmont-trauma begrijpelijke gedachte. Maar er stelt zich wel een probleem.

Twee problemen, eigenlijk. Dit vreedzame land kent enkel een traditie van onderhandelde communautaire compromissen. Die hebben nadelen, zo blijkt uit de nodeloos ingewikkelde en dure staatsstructuur van dit land. Maar een andere gekende route is er niet.

Wie het anders belooft te doen, en dat ook schijnt te menen, waagt zich in terra incognita. Het kan lukken. Of ook niet, natuurlijk. Als fundament voor de realisatie van de kern van je programma, is dat wankel.

Daarbij komt dat N-VA ook niet bepaald dat onbekende terrein aan het effenen is. De partij moet wel weten wat ze wil: ofwel het confederalisme voorbereiden en dus gesprekspartners zoeken, ofwel die gesprekspartners beschimpen en vernederen. In zijn open brief aan de partijleden kiest Bart De Wever voor optie twee: "Wij moeten de Franstaligen in de positie van vragende partij krijgen. Wij moeten de Franstaligen uit hun kot lokken."

Dat PS en cdH op die provocatie reageren, is mooi meegenomen voor de interne cohesie bij N-VA. Maar je kunt er wel donder op zeggen dat die partijen nog liever de hongersdood sterven dan dat ze om een staatshervorming zullen bedelen onder de voorwaarden die N-VA stelt. Wat heb je dan gewonnen? Als alternatief voor de methode-Schiltz - vertrouwen wekken en belangen gelijk oversteken - moet de methode-De Wever nog haar eerste succes bewijzen.

Bart De Wever is slim genoeg om dat zelf te beseffen. Veilig tussenbesluit: er komt helemaal geen grote confederale staatshervorming, en De Wever heeft daar vrede mee. De politieke erfenis die hij beoogt is niet de republiek Vlaanderen, wel de vestiging van een rechts-conservatieve machtspartij.

Malgoverno

Als er dus maar 'Vlaams' en rechts bestuurd kan worden in België, nietwaar? Op sociaal-economisch en fiscaal beleid wordt er beslist 'rechtser' bestuurd dan in de vorige regeerperiodes. Daar heeft deze regering ook het vertrouwen van een parlementaire meerderheid voor.

Maar of dat typisch Vlaams bestuur is, is een kwestie van framing. Het beleid van Michel I valt ruim binnen de historische bandbreedte van klassieke 'Belgische' regeringen. De rechtse kabinetten Martens-Gol van de tweede helft van de jaren 80 hakten er feller in. Niemand die erover piekerde om dat 'Vlaams' te noemen. Sommige prestaties van de huidige regering - de begroting, om maar eens wat te noemen - zou menig conservatief commentator zo wegzetten als zogenaamd 'links' malgoverno. Is dat dan het Vlaamse beleid waarvoor het confederalisme nogmaals vijf jaar in de koelkast mag blijven?

Over dat confederalisme moeten ze bij N-VA blijkbaar ook nog eens van gedachten wisselen. "Het confederalisme is de eerste volgende stap die wij willen zetten", stelt Bart De Wever in zijn brief aan de partijleden.

Toch verrast zijn partijgenoot en minister-president Geert Bourgeois in Knack door daar de Vlaamse onafhankelijkheid te herdefiniëren: "In België is er maar één oplossing: we moeten kiezen voor confederalisme met een gedeelde hoofdstad en maximale autonomie en verantwoordelijkheid voor Vlaanderen en Wallonië." Dat klinkt niet als een eerste, maar als een (voorlopig) laatste stap.

De interventie van Bourgeois maakt wel helder waarom het confederalisme zo aantrekkelijk is voor N-VA. Het verlost de partij van alle vervelende vragen over separatisme. Of beter: van die ene vervelende vraag: hoe krijg je dit land in hemelsnaam gesplitst? Antwoord, nu ook van de N-VA: niet.

Alles wat niet gesplitst geraakt, wordt daarom in een Belgische restbank bewaard: de hoofdstad, het koningshuis, de Rode Duivels, de diplomatie, het leger. Maar ook: de staatsschuld. Door op het confederalisme in te zetten, geeft N-VA impliciet toe dat ook zij niet weet hoe je België werkelijk kunt laten barsten.

Budgettaire verstikking

De N-VA heeft één argument voor de stelling dat het confederalisme er wel degelijk zit aan te komen. Geld. Het Waalse Gewest zal snel extra middelen nodig hebben, en mogelijk al in 2019 met de bedelstaf aan de onderhandelingsdeur kloppen.

Dat moet dan het gevolg zijn van de recentste staatshervorming, die het toch al armlastige Franstalig België definitief op droog zaad zet. Dat het Waalse Gewest voor volgend jaar nog 600 miljoen moet vinden, zou daarvan al een eerste bewijs zijn.

Erg interessante hypothese. Klopt ze ook? Het korte antwoord is: niet echt. Dat N-VA nu rekent op de voor de Franstaligen nadelige gevolgen van een staatshervorming die ze altijd een kaakslag voor Vlaanderen heeft genoemd, is sowieso al merkwaardig. Wat wel klopt, is dat die zesde staatshervorming een groot deel van de financiering van de deelstaten afhankelijk maakt van hun fiscale inkomsten (en dus van hun economische prestaties). Dat zal, in principe, Vlaanderen bevoordelen tegenover het Waalse Gewest.

Maar die 'historische handicap' wordt de eerste twintig jaar gecompenseerd met een vaste som, die vanaf 2025 geleidelijk terugloopt naar nul.

Ook professor André Decoster, expert overheidsfinanciering van de KU Leuven, nuanceert in zijn studie over de nieuwe financieringswet (2013) de regionale gevolgen van de zesde staatshervorming. Hij noteert hoogstens 'voor alle entiteiten beperkte verliezen'.

Anders gezegd: Wallonië krijgt twintig jaar tijd om zijn zaak op orde te krijgen. Maar zelfs als Wallonië blijft sputteren, dreigt het 'maar' 500 miljoen mis te lopen. Op een budget van 35 miljard is dat geen gamechanger. En dus nog anders gezegd: de komende twintig jaar zal de financieringswet de Franstaligen niet naar confederalisme dwingen. Van een stelselmatige budgettaire verstikking is geen sprake.

Band of brothers

De N-VA gaat er geen punt van maken, het pad wordt niet geëffend en er zijn geen externe, dwingende factoren: de kans is met andere woorden klein dat er het komende decennium een staatshervorming komt, zoals de Vlaams-nationalisten ze willen.

Is dat erg voor N-VA? Ach, de partij kan wel tegen een stootje. Hendrik Vuye is Karel Dillen niet, en hij is zeker ook Geert Bourgeois niet - twee politici die manmoedig in hun eentje in het parlement standhielden tot betere tijden zouden aanbreken. De kansen op succes voor Vuye om een eigen beweging uit de grond te stampen, zijn microscopisch klein. De markt op Vlaams rechts is verzadigd.

Bovendien blijft de N-VA een hechte falanx, gestaald door de eerste gezamenlijke jaren in de catacomben, toen N-VA'ers nog de risee waren van de Wetstraat die ze vandaag domineren. De kern van de partij (met naast voorzitter De Wever ook de invloedrijke directeur Piet De Zaeger, staatssecretaris Theo Francken, woordvoerder Joachim Pohlmann) vormt een band of brothers, die al meegaat uit de mistroostige VU-jaren. In die groep was Hendrik Vuye altijd al een outsider. Die krijgt die band niet kapot.

Borodino

Maar de N-VA heeft wel een probleem. Het vat lekt namelijk al langer. Uit alle peilingen komt naar voren dat extreemrechts aan een wederopstanding toe is. De N-VA - stoer in het veiligheidsdiscours maar gebonden aan de per definitie gematigde regeringspraktijk - bloedt het felst. Het behoud van de meerderheid is zelfs onzeker, omdat in Franstalig België ook de MR achteruitgaat (net als de PS, dat wel). Dat scherpt niet bepaald de communautaire appetijt aan de overzijde.

Communautaire wankelmoedigheid opent de bres in het N-VA-kiezerskorps nog meer. Het biedt het VB ruimere kans om zich tegen de concurrent af te zetten als de echte compromisloze partij op alle vlakken. Het verlies kan daardoor hoger oplopen dan de spreekwoordelijke 4 procent Vlamingen die zijn stem van communautaire kwesties zegt te laten afhangen.

Op 7 september 1812 wint Napoleon met zijn keizerlijke leger met moeite de slag bij Borodino tegen de Russische troepen. Vermoeid trekt hij een platgebrand Moskou binnen. Uitgeput en zonder bevoorrading moet hij anderhalve maand na zijn duurbevochten triomf de stad alweer ijlings verlaten. De terugtocht verloopt in chaos. Drie jaar later komt zijn rijk ten einde in de velden van Waterloo.

Drie jaar scheiden ons van de volgende nationale stembusslag. De historicus De Wever mag zichzelf graag spiegelen aan oude leiders - eerst Caesar, nu Augustus, een enkele keer Churchill. Zou hij zichzelf de jongste weken ook al eens met Napoleon vergeleken hebben?

Batman

Of toch met Batman? "(Batman) beseft dat hoogdravende principes geen partij zijn voor onberekenbare vijanden. Om goed te doen, moet hij vanuit de duisternis het Kwade verslaan", schrijft partijwoordvoerder en schrijver Joachim Pohlmann in een alweer briljante column gisteren in deze krant. De fijnproever haalt er zo de allegorie uit: Batman = De Wever (en Robin = Pohlmann). Maar in tegenstelling tot superhelden, sterven politieke voormannen staande.

Daarover maakt alvast Bart De Wever zelf zich geen enkele illusie. "Zelfs als het op is, blijven ze je pushen om verder te doen. Tot je toch omvalt. En dan zal iedereen zeggen: kijk hem nu, weer een die niet van ophouden wist", zei hij daarover vorig jaar in De Morgen.

Is dat moment in 2019 aangebroken? Qui vivra, verra. Maar de nietige ruzie met twee caractériels uit de eigen partij heeft voor het eerst een glimp van politieke sterfelijkheid blootgelegd bij de belangrijkste Belgische politicus van deze generatie.

De historicus De Wever mag zich graag spiegelen aan leiders als Caesar. Zou hij zich recent al eens met Napoleon hebben vergeleken?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234