Maandag 30/11/2020

Verkiezingen VS

Het pad naar 270 kiesmannen: deze strijdstaten beslissen écht over de Amerikaanse presidentsverkiezingen

Bordjes voor zowel Biden als Trump, en andere lokale kandidaten, aan de Westchester-bibliotheek in Miami, Florida, de absolute strijdstaat dit jaar.Beeld AFP

Blijft Donald Trump zitten of neemt zijn Democratische uitdager Joe Biden het over? Over exact twee weken moet het duidelijk zijn. Of toch niet? De kans is niet onbestaande dat de uiteindelijke resultaten van de Amerikaanse presidentsverkiezingen dit jaar dagen en mogelijk zelfs weken op zich zullen laten wachten. Wat daarbij vooral telt zijn de swing states of strijdstaten: daar waar de verkiezingen uiteindelijk beslist worden. 

Met nu al recordopkomstcijfers bij zowel het stemmen per post als het vroegtijdig stemmen ('early voting’) - er zijn al meer dan 31 miljoen stemmen uitgebracht - wordt verwacht dat uiteindelijk mogelijk meer dan 150 miljoen Amerikanen hun stem zullen uitbrengen, flink meer dan de 137 miljoen van 2016. 

Maar voor de overgrote meerderheid van die kiezers in de vijftig verschillende staten van de VS is het nu al duidelijk dat het niet echt spannend wordt in hun staat. Sommige staten zijn door hun bevolkingssamenstelling nu eenmaal duidelijk pro-Democratisch (de blauwe op de kaart verderop) of pro-Republikeins (de rode op de kaart). Een inwoner uit een van de progressieve kuststaten als Washington of Californië weet bijvoorbeeld nu al voor 99,99 procent zeker dat zijn of haar staat uiteindelijk naar Joe Biden zal gaan. Omgekeerd stemmen grote delen van het Amerikaanse heartland met staten als Alabama en Tennessee sowieso op de Republikeinen. 

Op die manier kan Biden nu al relatief zeker zijn van 199 kiesmannen, Trump van 125. Wie eerst aan 270 of meer kiesmannen geraakt, wint de verkiezingen.

Beeld AFP

Strijdstaten

Waar het uiteindelijk dan ook écht om draait op verkiezingsnacht - en mogelijk de dagen en weken nadien als de resultaten aangevochten zouden worden - zijn de swing states of strijdstaten: een handvol staten waarvan het op voorhand níet duidelijk is wie er zal winnen. Die staten kennen in de tegenstelling tot de andere meestal een divers kiezerspubliek dat elkaar ongeveer in evenwicht houdt, met bijvoorbeeld meer Republikeins gezinde districten op het platteland, en meer Democratisch gezinde districten in de grote steden. 

Vaak gaat het ook om een gewijzigde bevolkingssamenstelling door bijvoorbeeld binnen- en buitenlandse immigratie. Zo stemt Arizona met uitzondering van 1996 al sinds 1952 trouw Republikeins, maar schuift de Grand Canyon-staat door een influx van hoger opgeleide jongeren en Spaanstaligen steeds meer op richting het Democratische kamp. Vooral de buitenwijken van Phoenix kleuren steeds blauwer, zodat Arizona nu wordt gezien als een van de belangrijkste strijdstaten.

Welke staten allemaal battleground states zijn, is geen vaststaande lijst, en schommelt elk verkiezingsjaar wat. De ene krant of nieuwszender telt soms ook anders dan de andere. Maar de algemene consensus is wel dat Florida, Pennsylvania, Nevada, Wisconsin, Michigan, Arizona, North Carolina, New Hampshire, Minnesota en Ohio dit jaar in het pakket zitten. Afgaand op de goede resultaten van Biden in de peilingen komen daar dit jaar bovendien ook nog Georgia, Iowa en volgens sommige peilingen zelfs het ooit trouwe Republikeinse bastion Texas bij. 

Geld en tijd

Een andere manier om te weten of een staat als strijdstaat beschouwd moet worden, is ook door te kijken naar de hoeveelheid geld en tijd die de kandidaten er tijdens de verkiezingscampagne doorbrengen. Hoe meer aandacht de staat krijgt, hoe belangrijker. Dat Trump bijvoorbeeld vorige week plots naar Iowa trok, een staat die hij vier jaar geleden met tien procentpunt won, is in die zin veelzeggend voor zijn achterstand in de peilingen, waar ook de Republikeinen niet meer naast kunnen kijken. Trump hield gisteren twee rally's in Arizona, vandaag trekt hij naar Pennsylvania. 

Het belang van de strijdstaten kan moeilijk onderschat worden.
 Een overwinning boeken in deze staten kan immers het verschil betekenen tussen het presidentschap winnen of verliezen. Van het blok van dertien staten van hierboven, goed voor 199 kiesmannen, kozen er vier jaar geleden tien voor Trump en slechts drie voor Clinton: Nevada met 6, Minnesota met 10 en New Hampshire met 4 kiesmannen. De overige 179 kiesmannen gingen naar Trump.

Mini-verschil

De ultieme strijd speelde zich bovendien af in vier staten, die uiteindelijk met minder dan een procent verschil beslecht werden: Trump won met 0,23 procentpunt verschil in Michigan, met 0,72 procentpunt verschil in Pennsylvania en met 0,77 procentpunt verschil in Wisconsin. Clinton won dan weer met 0,37 procentpunt voorsprong in New Hampshire. Had ze ook de drie andere staten gewonnen en er telkens enkele tienduizenden stemmen meer behaald, was zij president geworden.

De geld- en aandachtskwestie geldt overigens ook omgekeerd: heel veel staten krijgen tijdens heel de campagne geen enkele keer bezoek van een van de kandidaten, hun vicepresidentskandidaten of zelfs maar een familielid van een van hen. Omdat de uitslag er vast staat, beschouwen beide partijen die aanwezigheid als verloren moeite, tijd en geld. Al kan dat ook weer verkeerd uitdraaien, getuige Clinton die in 2016 geen enkele keer naar Wisconsin trok omdat ze zeker dacht te zijn hier te gaan winnen.

Donald Trump afgelopen weekend op campagne in Wisconsin.Beeld EPA

Tipping point state

Dit jaar wordt het vooral uitkijken naar twee staten: Pennsylvania in de rust belt in het noorden en Florida in het zuiden, met respectievelijk 20 en 29 kiesmannen twee van de grootste swingstaten. Volgens datawebsite FiveThirtyEight.com maken die twee staten de grootste kans de ‘tipping point state’ te worden, de staat die de ene of de andere kandidaat uiteindelijk over het magische getal 270 doet gaan. 

Pennsylvania stemde als traditionele industriestaat sinds 1992 trouw op de Democraten, maar de stijgende werkloosheid bij laagopgeleiden en de neergang van onder meer de staal- en de mijnindustrie deed de staat in 2016 uiteindelijk naar de Republikeinse kant kantelen. Dit jaar hoopt Biden de situatie weer te kunnen keren, mogelijk geholpen door het feit dat hij in de staat geboren is, en door zijn populariteit bij het meer diverse en hoger opgeleide kiezerspubliek in de buitenwijken van de grote steden als Philadelphia en Pittsburgh. 

Florida is dan weer onvoorspelbaar door zijn unieke mix van een divers en veelal Spaanstalig jong kiezerspubliek enerzijds en blanke senioren die er van hun pensioen komen genieten anderzijds. Ouderen stemmen traditioneel in hogere mate voor de Republikeinen, maar dit jaar kan Trumps aanpak van de coronacrisis de slinger mogelijk in de andere richting doen omslaan. 

Beeld AFP

Remake van 2000?

Brengt Biden een van de twee, laat staan ze álle twee terug in het Democratische kamp, dan ziet het er bijzonder slecht uit voor Trump en is er voor hem eigenlijk geen realistisch pad meer over richting overwinning. Het resultaat in de twee staten zal dan ook met bijzonder veel aandacht gevolgd worden in de nacht van 3 op 4 november, en de dagen daarop. In Pennsylvania zullen alle stembrieven geteld worden die ten laatste op 3 november zijn verstuurd en pas op 6 november aankomen. In Michigan mogen stemformulieren zelfs tot 17 november aankomen.

In Florida weten trouwens ze maar al te goed hoe spannend het kan worden: de staat stond in het najaar van 2000 wekenlang in het middelpunt van de belangstelling na de bijzonder nipte uitslag tussen George W. Bush en Al Gore. Hertelling na hertelling en rechtszaak na rechtszaak brachten dan weer de ene, dan weer de andere aan kop. 

Uiteindelijk besliste het Hooggerechtshof op een bepaald moment in het voordeel van Bush om de hertellingen stop te zetten, en werd de eindscore officieel vastgelegd op 48,847 procent voor Bush en 48,838 procent voor Gore. Een verschil van amper 537 stemmen op een totaal van bijna 6 miljoen. Maar wel goed voor de toen nog 25 kiesmannen van Florida, en daarmee ook de overwinning in het kiescollege (271 tegen 266).

Het was een iconisch beeld van rechter Robert Rosenberg, eind november 2000, die met een vergrootglas probeerde uit te zoeken welke kandidaat nu was aangeduid op het stembiljet: Al Gore of George W. Bush?Beeld AP
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234