Vrijdag 13/12/2019

democratie

Hebben we nog genoeg conflicten?

De IJzerwake in Steenstraete. Beeld Bas Bogaerts

Het maatschappelijk debat wordt almaar ruwer. De conflicten talrijker en heftiger. Dat is tenminste wat velen onder ons denken. Maar klopt dat ook? Nemen de maatschappelijke spanningen almaar toe, of was het vroeger erger? En wat met de rechtse populisten? Mogen die besturen of niet? Ook Vlaams Belang? De stemming is aan het kantelen.

Luc Huyse herinnert het zich nog als de dag van gisteren. "Het was december 1960", vertelt hij. "Ik was bij het leger als dienstplichtige en moest wacht lopen op de spoorlijn tussen Leuven en Tienen. Het was de tijd van de stakingen tegen de eenheidswet van Gaston Eyskens, overal werden spoorlijnen gesaboteerd. Het leger werd massaal ingezet. Het was menens: we kregen kogels mee. De spanningen waren toen enorm. Ook de Koningskwestie, met het mislukte referendum in 1950, zijn we blijkbaar vergeten. Het land zat dicht bij een burgeroorlog. Er zijn toen doden gevallen. En toch is men erin geslaagd om beide vulkanen te bedaren."

We hebben blijkbaar geen langetermijngeheugen meer, vindt Huyse. "Veel journalisten zijn kortzichtig. Termen als 'historisch' worden te snel gebruikt. Elk sacochengevecht wordt uitvergroot. Dat maakt het moeilijk om conflicten nog te relativeren. Uiteraard zijn de spanningen op wereldniveau momenteel zorgwekkend, maar de binnenlandse botsingen van nu zijn niet te vergelijken met die van vroeger. Ze zijn wel zeer talrijk en divers geworden, en beter zichtbaar en hoorbaar. Bovendien jaagt de ziekte van de permanente kieskoorts de branden aan. Men zoekt conflicten, men beheert ze niet meer."

De nieuwe breuklijn

De grote conflicten in ons land staan bekend als 'breuklijnen'. Het zijn er drie, en ze zijn nog alle drie actief. Op de sociaal-economische breuklijn staan werknemer en werkgever, arbeid en kapitaal, tegenover elkaar; op de communautaire breuklijn botsen de belangen van Vlamingen en Franstaligen; op de levensbeschouwelijke breuklijn, ten slotte, kruisen vrijzinnigen en katholieken van oudsher de degens. Die laatste breuklijn wordt momenteel herzien en hertekend. En dat heeft alles te maken met de islam.

De vraag waarop politieke partijen vandaag het antwoord zoeken, is relatief eenvoudig. Horen moslims, ook als ze hun godsdienst vroom en intens beleven, er gewoon bij in deze superdiverse samenleving, en mogen de hoofddoek en boerkini dus geen probleem vormen? Of staat de islam zo haaks op ons maatschappijmodel dat moslims zich eerst de traditionele Vlaamse leitkultur moeten eigen maken voor ze er echt bij horen? Ben je een Vlaming onder de Vlamingen als je hier bent geboren? Of moet je als moslim met een migratieachtergrond, zelfs als je hier bent geboren, toch nog altijd Vlaming onder de Vlamingen wórden?

Drie partijen hebben al ondubbelzinnig partij gekozen op deze nieuwe breuklijn: Groen en CD&V aan de ene, Vlaams Belang aan de andere kant. Het discours van de N-VA schurkt soms dicht aan tegen dat van Vlaams Belang, sp.a en Open Vld zijn verdeeld over deze kwestie - ze staan open voor diversiteit, maar blijven ook vrijzinnig.

"Die nieuwe, culturele breuklijn is vandaag inderdaad heel belangrijk", zegt Huyse. "Al is ze niet nieuw. In zekere zin is die twintig jaar geleden al gesignaleerd. Het is ook niet de enige nieuwe breuklijn die de voorbije twintig jaar is opgedoken. Er zijn ook de spanningen tussen jong en oud, en tussen hooggeschoold en laaggeschoold. Het verschil met de klassieke breuklijnen is dat die vervat zaten en zitten in een maatschappelijke architectuur: partijen, middenveld, ziekenhuizen, ze zijn allemaal georganiseerd volgens oude tegenstellingen. De nieuwe breuklijnen hebben die maatschappelijke vormgeving niet. Vandaar de chaos vandaag, de verwarring. We leven in vloeibare tijden, zoals mijn collega Zygmunt Bauman dat noemt. De dingen krijgen geen tijd meer om te stollen. Dat maakt conflicten moeilijker te temmen."

Migrant of multinational

We mogen niet bang zijn van botsingen, zegt Chantal Mouffe. "Het eerste doel van de democratie is niet om een consensus te vinden. Politiek bestaat omdat de samenleving verdeeld is. Die verdeeldheid kunnen we niet opheffen. In een pluralistische democratie moeten we samen voort zonder dat we het met elkaar eens zijn. Er kunnen vormen van tijdelijke consensus zijn, maar het conflict staat centraal."

Toch vindt die nieuwe breuklijn geen genade in haar ogen. In een liberale, pluralistische democratie mogen mensen volgens haar nooit worden verdeeld volgens raciale of religieuze criteria. Ze betreurt het dat de klassenstrijd is verdwenen, en vindt dat links die oude sociaal-economische breuklijn in ere moet herstellen, om de nieuwe breuklijn tegen te houden. "Rechtse populisten willen de mensen opzetten tegen migranten", zegt Mouffe. "Dat mag links niet aanvaarden. We moeten de andere tegenstelling opnieuw tot leven wekken: de tegenstander is niet de migrant, maar de multinational. De verliezers van de globalisering voelen zich nu aangetrokken door rechtse populisten, omdat niemand hen nog een echt alternatief aanbiedt."

Verdeeldheid is nodig, vindt Mouffe, maar niet om het even welk conflict is gezond voor de democratie. "Politieke conflicten moeten gaan over een maatschappelijk project", zegt ze. "Er moet een visie achter zitten. Mensen moeten kunnen kiezen. Dat is de spanning die we moeten herstellen. Dat kan als er ook een vorm van links populisme komt, die de verliezers van de globalisering een stem geeft, niet alleen een vote, maar een voice. En dat is een politieke strijd, geen kwestie van morele superioriteit: links moet de rechtse populisten niet moreel veroordelen, maar politiek bestrijden, met een eigen project."

Daar is Cas Mudde het mee eens. "Veel politici hebben tegenwoordig geen visie meer. Ze zeggen ofwel altijd het omgekeerde van de rechtse populisten, of ze lopen hen achterna. Je moet geen van beide doen. Je moet zelf bedenken wat je standpunten over migratie en diversiteit zijn, hoe je vluchtelingen wil opvangen, enzovoort. Je mag de populisten niet de agenda laten bepalen. Want dat is de voorbije decennia wel gebeurd. De gevestigde politiek kreeg bijna altijd vorm als reactie op de populistische agenda."

"Dat geldt ook voor de media", zegt Mudde. "Niet ieder stuk dat je over rechts populisme schrijft, hoeft een morele veroordeling te zijn. Want dan luistert op een gegeven moment niemand meer. Je moet als journalist ook het volledige debat weergeven, alle belangrijke meningen aan bod laten komen. Dat betekent niet dat je elke idioot die iets wil zeggen, moet gaan interviewen. Het betekent ook niet dat je om de haverklap Filip Dewinter moet opvoeren. Maar je moet wel weergeven wat de standpunten van Vlaams Belang zijn. En je hoeft er niet eindeloos bij te zeggen waarom die niet deugen."

Van Blok naar Belang

Het gebeurde eind jaren 80. Het groene boegbeeld Jos Geysels nam het initiatief voor wat vandaag nog altijd bekendstaat als het cordon sanitaire: alle democratische partijen verbonden zich ertoe om nooit een bestuursakkoord te sluiten of zaken te doen met het toenmalige Vlaams Blok - de partij die in 2004 werd veroordeeld op basis van de racismewetgeving en zich daarna omvormde tot anti-islampartij Vlaams Belang.

Geysels gebruikte de terminologie van Chantal Mouffe om zijn idee te onderbouwen: de andere partijen noemde hij tegenstanders, behalve het Vlaams Blok, die partij noemde hij een vijand. Het conflict met de partij van Dewinter speelde zich volgens Geysels niet af op het speelveld van de democratie, maar tussen de democratie en een antidemocratische partij. Met name het 70-puntenplan, waarmee het Vlaams Blok de apartheid voor migranten installeerde, was in een liberale democratie onaanvaardbaar. De andere partijen waren het daarmee eens. Officieel zijn ze dat vandaag nog altijd.

Hoewel Geysels zich dus door haar liet inspireren, is Mouffe zelf altijd tegen het cordon sanitaire geweest. Net omdat ze vindt dat de politieke strijd geen morele strijd mag worden. "Als je niet met een bepaalde partij wil besturen omdat je vindt dat ze een vijand is van de democratie, dan mag je ze ook niet laten meedoen aan de verkiezingen", zegt ze. "Daar heb ik tien jaar geleden veel discussies over gevoerd met mijn vrienden, die vonden dat Jörg Haider in Oostenrijk niet aan de macht mocht komen. Ik vond: als je hem laat meedoen aan de verkiezingen, dan moet hij mee kunnen besturen."

Over het Vlaams Belang wil Mouffe zich vandaag niet uitspreken. "Ik volg die partij niet aandachtig genoeg", zegt ze. "Maar ik vind wel dat rechtse populisten moeten kunnen deelnemen aan het bestuur. Op voorwaarde dat ze de liberale democratie respecteren. Voor Gouden Dageraad in Griekenland geldt dat niet: dat is een neonazistische partij die niet zou mogen meedoen aan de verkiezingen. Maar het Front National in Frankrijk bijvoorbeeld, accepteert de rechtsstaat. Die partij kun je dus niet principieel uitsluiten van de macht. Als je dat wel doet, maak je ze alleen maar populairder."

Mudde gaat akkoord, en vindt dat ook Vlaams Belang in principe mee moet kunnen besturen. "Met Gouden Dageraad is dat niet mogelijk, die partij is extreemrechts. Maar met Vlaams Belang? Ja, dat moet kunnen. Maar als coalitiepartner moet je ervoor zorgen dat alles op jouw termen gebeurt. Ik geloof in elk geval niet in het cordon sanitaire."

Wat zeggen de Vlaamse politieke wetenschappers? Luc Huyse weet het niet zo goed. "Ik slaag er niet in om me te plaatsen als voor of tegen", zegt hij. "Ik pendel voortdurend tussen die twee posities. Bij beide standpunten horen veel twijfels en voorwaarden, ook al omdat het Vlaams Belang vaak mist spuit of omdat de ene VB'er dit zegt en de andere VB'er iets anders. Ik pleit ervoor om op bepaalde vragen te mogen passen, al heb je dan, vertelde Etienne Vermeersch mij ooit, geen recht meer om je een intellectueel te noemen."

Omdat het rechtse populisme de rode draad was in deze reeks over onze democratie, hebben we de vraag ook voorgelegd aan twee andere politieke wetenschappers uit eigen land: Carl Devos van de UGent en Dave Sinardet van de VUB. Kan er in principe worden bestuurd met Vlaams Belang of moet het cordon sanitaire gehandhaafd blijven? "Ik ben gelukkig geen politicus", zegt Carl Devos. "Dus ik hoef daar niet over te oordelen. Maar als een partij bereid is om een akkoord te sluiten met Vlaams Belang, en als dat akkoord duidelijk stipuleert dat internationale verdragen, de grondwet en de liberale democratie - dus met respect voor de plaats van de islam - worden gerespecteerd, dan kan Vlaams Belang mee besturen. Ik ben nooit tegen het cordon sanitaire geweest, omdat het een transparante maatregel was, om morele redenen. Maar ik denk niet dat iemand zo'n cordon vandaag nog zou invoeren."

Ook Dave Sinardet heeft zijn standpunt over het VB voelen evolueren, geeft hij toe. "Ik denk dat je vandaag niet meer kunt zeggen dat het volkomen moreel verwerpelijk zou zijn om te besturen met Vlaams Belang, dus in principe moet dat kunnen. Het Vlaams Blok botste met de essentie van onze democratie, van Vlaams Belang kun je dat niet meer zeggen. Al zijn het nog altijd dezelfde kopstukken die het hoge woord voeren, wat dan weer in zijn nadeel spreekt. En omdat het zo'n belangrijke politieke verschuiving zou zijn, vind ik wel dat andere partijvoorzitters voor de verkiezingen moeten zeggen of ze daarvoor zouden kunnen opteren, en zo ja, onder welke voorwaarden."

Remmen met vliegtuig

Het was een van de centrale vragen die aan deze serie ten grondslag lagen: vormt het oprukkende rechtse populisme een bedreiging voor de democratie, of is het integendeel een teken van dynamiek en energie? Bedreigen partijen zoals die van Marine Le Pen en Geert Wilders een zwaar bevochten maatschappelijke consensus, of is het conflict dat ze zichtbaar maken gezond voor de robuustheid van onze democratie? Zaaien ze nodeloze verdeeldheid, of wekken ze het debat opnieuw tot leven?

"Deze discussies helpen de wereld vooruit", vindt Frank Furedi. "Populisme is niet altijd rechts, het kan ook links zijn. En het helpt om mensen die niet tot de kosmopolitische kringen behoren, dichter bij de politiek te betrekken. Ik ga geregeld met die mensen in debat, en ik leer altijd iets van hen. Veel intellectuelen zijn dat vergeten. Ik was onlangs in de Verenigde Staten op een campus in Nevada, en ik vroeg mijn collega's daar hoe zij vandaag over politiek discussiëren. 'Dat doen we niet', zei een van hen. Over politiek discussiëren wordt beschouwd als een vorm van onbeleefdheid. Ongelooflijk, toch?"

In onze Nederlandse zusterkrant de Volkskrant maakte columnist Martin Sommer onlangs een pittige vergelijking. Wat populisten zoals wijlen Pim Fortuyn in Nederland teweegbrachten, verschilt in essentie niet van wat de soixante-huitards in de jaren 60 deden, schreef hij: net zoals toen gaat het om een aanval op het establishment. En toch kijken de oude soixante-huitards vandaag neer op dat populisme. "Ik vind dat Sommer met die vergelijking de wereld op zijn kop zet", reageert Huyse. "Ik was al prof in mei 1968, dus ik heb het protest op de voet kunnen volgen. Het was gericht op de voltooiing van de democratie, niet op de afbraak ervan. Toen ging het om de emancipatie van de burger, vandaag wordt de burger bang gemaakt en misleid."

We zijn iets belangrijks kwijtgespeeld de voorbije jaren, vindt Huyse. "Vroeger maakte het politieke deel uit van je identiteit. Mensen beschouwden zichzelf als socialisten, als katholieken, als liberalen. Dat idee is verdwenen, je merkt dat heel goed bij de jongere generaties. Ik betreur dat: het is alsof de gin uit de cocktail is verdwenen. Het klopt dat die politieke identiteit vroeger te veel een automatisme was, dat mensen stemden zoals hun ouders altijd hadden gestemd, maar toch: ze hadden een achtergrond en identiteit die politiek geladen was. Dat zouden we moeten terugvinden."

Het is een paradox, besluit Huyse: "De maatschappelijke conflicten waren vroeger veel scherper en feller. Maar tegelijk waren ze ook beter beheersbaar. Omdat de breuklijnen vorm hadden gekregen in het georganiseerde middenveld, was het heel gemakkelijk om mensen te mobiliseren: tijdens de schoolstrijd in de jaren 50 hebben meer dan twee miljoen katholieken een petitie tegen het beleid van socialisten en liberalen ondertekend. De betoging die zij in Brussel organiseerden, was groter dan de Witte Mars bijna vijftig jaar later."

Maar conflicten konden dus ook beter worden beheerst, legt Huyse uit. "Dankzij die organisaties in het middenveld. Neem de Koningskwestie: na één nacht onderhandelen heeft de CVP de strijd toen gestaakt. Ook na de stakingen en spanningen bij het protest tegen de Eenheidswet in 1960 en 1961, hebben patronaat en vakbonden de sociale vrede snel opnieuw geïnstalleerd. Ik vergelijk dat met een vliegtuig dat de motoren omgekeerd laat draaien om te remmen. Een enorm verschil met vandaag: de spanningen zijn talrijk en divers, maar minder zwaar dan vroeger. Bovendien hebben we geen remmen, en dus blijven die conflicten constant knagen. Het is een permanente kakofonie geworden."

Morgen: het grote dubbelinterview: Kristof Calvo (Groen) versus Gerolf Annemans (Vlaams Belang).

Herlees ook de eerste vier delen in deze reeks: Hoe ziek is de democratie?, Zijn sommige kiezers te dom?, Liegen politici meer dan vroeger? en Moeten we de verkiezingen afschaffen?

Hoe goed kent u de democratie? Test hier uw kennis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234