Maandag 09/12/2019

interview

Filip Watteeuw (Groen): “Wie 5.000 euro per maand verdient, verliest voeling met de gewone mens”

Beeld Eric de Mildt

Met een omstreden circulatieplan zette hij in Gent zijn politieke carrière op het spel. Het pakte goed uit. Nu wordt hij superschepen naast burgemeester Mathias De Clercq. Filip Watteeuw (56) over de ranzige N-VA-campagne, politiek vertrouwen en het nadeel van 5.000 euro netto per maand.

Filip Dewinter had gelijk”, zegt Filip Watteeuw. “De campagne die N-VA dinsdag heeft ­gelanceerd, had net zo goed van Vlaams Belang kunnen zijn, zelfs van het oude Vlaams Blok. Ze was van een ranzigheid die met geen woorden te beschrijven is.”

Watteeuw is de sterke man van Groen in Gent. De man van het circulatieplan, dat van tevoren weerstand opriep, maar erg goed uitpakte. Een week geleden sloot hij namens het rood-groene kartel een bestuurs­akkoord met Open Vld en CD&V. De komende zes jaar is hij eerste schepen naast de liberale ­burgemeester Mathias De Clercq.

Met de N-VA had zijn kartel ook een meerderheid kunnen vormen. “Die mogelijkheid was er inderdaad”, zegt hij. “En in principe zou ik met mensen zoals Elke Sleurs wel kunnen samenwerken. Ik ben ervan overtuigd dat zij een van die 
N-VA’ers is die niet akkoord gaan met de extreemrechtse lijn van de partij. Hopelijk komen die mensen stilaan in het verzet en durven ze openlijk positie te kiezen. Anders zijn ze medeplichtig. In elk geval is samenwerken met N-VA moeilijker dan ooit geworden.”

We komen straks terug op de positie van de 
N-VA, en hoe Groen de absolute tegenpool van die partij is. Maar eerst moeten we even terug naar zondag 14 oktober, de avond van de gemeenteraadsverkiezingen, toen Mathias De Clercq – een tikje voorbarig – namens Open Vld de sjerp niet alleen opeiste, maar eigenlijk alvast omgordde.

Wie is Filip Watteeuw?

* geboren op 10 september 1962 in Moors­lede

* master in de criminologie (UGent), master in de steden­bouw (KU Leuven)

* werkte tot 2009 als personeels­verant­woor­de­lijke in een ziekenhuis en als lector aan de Artevelde­hogeschool

* zetelde van 2009 tot 2012 in het Vlaams Parlement voor Groen

* sinds 2012, en nog tot 2024, schepen in Gent
 

Wat dacht u toen?

Filip Watteeuw: “Ik was verbaasd door de stijl. Ik begreep dat hij een overwinningsroes beleefde, maar hij claimde het burgemeesterschap bijna op een agressieve manier. Het eerste wat ik dacht, was: dit worden moeilijke gesprekken.”

U wist toch dat u hem kon doen betalen?

“Absoluut, maar u vroeg naar mijn eerste ­opwelling toen ik dat hoorde. Ik wist natuurijk meteen dat hij het niet gratis zou krijgen. Dat is logisch: voor iets wat je graag wilt, moet je in de politiek betalen. Daarom heb ik op een bepaald moment ook twee scenario’s voorgesteld: een met een groene burgemeester en vijf schepenmandaten voor Open Vld, en het omgekeerde. Mocht ik burgemeester zijn geworden, had ik ook moeten betalen.”

Dat u het niet geworden bent, wijst dat erop dat uw ego een tikje kleiner is dan dat van Mathias De Clercq?

(lacht) “Ik denk dat we anders kijken naar het ­burgemeesterschap en wat dat betekent. Bij Mathias is het iets waar hij al lang van droomde, onder meer omdat zijn grootvader het nooit is geworden. Het is iets emotioneels voor hem. Voor mij is het burgemeesterschap een van de vele mogelijke rollen die je kunt spelen. Ik zou die rol ook graag opgenomen hebben, maar weet ook dat je als schepen even invloedrijk kunt zijn.”

U had een groen-blauw akkoord kunnen afsluiten. Zonder CD&V en zonder socialisten. Is dat bij u opgekomen, om uw kartelpartner te laten vallen?

“Nee. Zoiets doe je niet, vind ik. Ik lag in 2011, samen met Freya Van den Bossche, aan de basis van het kartel. Wij hebben altijd goed samen­gewerkt en veel kansen gekregen. Dan dump je elkaar niet zomaar.”

En hebt u dat twee jaar geleden niet ­overwogen, toen de Gentse socialisten in de problemen kwamen met Optima en Publipart, wat toenmalig lijsttrekker Tom Balthazar zelfs zijn politieke carrière kostte?

“Dat idee werd destijds wel geopperd, maar Groen heeft er toen toch bijna unaniem voor gekozen om samen verder te gaan. Het is ­misschien niet meer van deze tijd, maar ik vind het belangrijk om loyaal te zijn aan je partners. Burgemeester Daniël Termont heeft bij de invoering van het circulatieplan zijn nek uitgestoken voor mij. Dan loop je zelf ook niet weg als het moeilijk wordt voor de andere partij.”

U hebt nu wel een monstercoalitie gevormd: met Groen, Open Vld, sp.a en CD&V hebt u 40 van de 53 zetels. Behalve die van de PVDA zult u geen echte oppositie krijgen, want het VB staat naast het veld en de Gentse N-VA is een puinhoop.

“Dat is een overweging die ik ook heb gemaakt. Ik weet hoe belangrijk een sterke oppositie is. Ik heb zelf twaalf jaar in de oppositie gezeten, en ik ben ervan overtuigd dat wij het beleid beter hebben gemaakt. Ik ben bang dat wij in de gemeenteraad inderdaad geen sterke oppositie zullen hebben. Daarom moeten wij er als bestuur voor zorgen dat de tegenstem wel degelijk aan bod komt, ook buiten de gemeenteraad.”

Zijn tien schepenen niet wat te veel?

“Het is er eentje minder dan in het vorige college. Kon het met minder? Zeker. Maar als je de ­verhoudingen wilt respecteren, kom je bij tien schepenen uit.”

U bedoelt: omdat CD&V per se een schepen moet hebben, moeten de andere partijen er naar verhouding meer krijgen.

“Dat is zo. Dat heeft een impact.”

Antwerpen doet het met zeven schepenen.

“Dat vind ik een grappig argument. Men vertelt er dan wel niet bij dat Antwerpen een ander bestuursmodel heeft, met districten en in totaal bijna 50 districtsschepenen. Neem de bevoegdheid Openbare Werken: in Antwerpen houdt dat niet zoveel in, omdat heel veel op districtsniveau gebeurt.”

Blijft het circulatieplan behouden?

“Dat blijft ongewijzigd. Afgezien van een paar kwaliteitsverbeteringen. Niets is voor eeuwig. Maar de essentie blijft ongewijzigd.”

Was de invoering van dat plan geen gok?

“Zeker. Ik wist dat het moeilijk kon worden. Het toont aan dat ik nooit heb zitten azen op het burgemeesterschap. Als ik echt de ambitie gehad zou hebben om burgemeester te worden, dan zou ik dat circulatieplan nooit hebben ingevoerd. Ik wist dat ik mij daarmee niet geliefd zou maken. Het was een serieuze ingreep. Ik nam een risico. Voor hetzelfde geld was het afgelopen met mij.”

U nam niet alleen een electoraal risico. Het plan zelf had ook in chaos kunnen uitmonden.

“Ik wist dat het plan goed in elkaar zat, maar dat had gekund, ja. Het verkeer had in het honderd kunnen lopen, zodat niemand nog zijn weg vond. Maar dat is niet gebeurd. En ik had er wel ­vertrouwen in. Alles was goed voorbereid.”

Ik was een tegenstander van het plan, omdat het mij te revolutionair leek.

“We waren begonnen met kleine, chirurgische ingrepen. In het bestuursakkoord van 2013 was van het circulatieplan geen sprake. Maar gaandeweg groeide het idee om het wat grondiger aan te pakken, op grote schaal. En het was helemaal niet revolutionair. In Nederland heeft Groningen in de jaren 1970 al hetzelfde gedaan. En in steden zoals Madrid durft men vandaag ook fundamentele keuzes te maken op het vlak van mobiliteit.”

Was u opgelucht toen de chaos uitbleef?

“Absoluut. Ik had veel bagger over mij heen gekregen, tot en met doodsbedreigingen. Ik ben zelfs een tijdje intensief gevolgd door de politie. Maar de dag na de invoering kreeg ik alleen maar positieve reacties op straat. Ik kan daaruit alleen maar concluderen dat het vooral de tegenstanders zijn die van tevoren veel lawaai maken.”

En toen de positieve cijfers over de ­luchtkwaliteit bekend raakten, wist u vast dat de electorale buit binnen was.

“Tenzij er in de laatste weken voor de verkiezingen nog iets zou gebeuren, zoals u zelf ook geschreven hebt. En dat gebeurde, met de sociale schimmelwoningen. De wind zat goed voor Groen, omdat mensen voelden dat hun levenskwaliteit was verbeterd. Maar vooral de sp.a kreeg het moeilijk na dat nieuws over die sociale woningen.”

Filip Watteeuw: “Het is misschien niet meer van deze tijd, maar ik vind het belangrijk om loyaal te zijn aan je politieke partners.” Beeld Eric de Mildt

Uw groene collega Elke Decruynaere gaf ook een pijnlijk interview in Terzake. Ze stond met haar mond vol tanden over die schimmel­woningen.

“Dat kan iedereen overkomen, ook mij. Als ik zeg dat ik er niet gelukkig mee was toen ik het zag, is dat een understatement.”

U zat te roepen naar uw tv, dus.

(lacht) “Nog net niet. Maar nogmaals: het kan iedereen overkomen. En Pieterjan De Smedt van Terzake is geen gemakkelijke interviewer. Nu goed, Elke heeft zich daar snel overheen gezet. En zo’n mislukt interview kan het positieve elan van een partij niet tegenhouden. Als dat gebeurt op een moment dat de partij aan het zakken is, wordt de val versneld. Als de tendens positief is, ­vergeven mensen je dat sneller.”

Is dat woningprobleem opgelost?

“Wij gaan er alles aan doen. Maar om de hele woonproblematiek in Gent op te lossen, hebben we meer dan zes miljard nodig. En we kunnen maar een half miljard investeren. Dus Vlaanderen zal mee moeten investeren. In ­renovatie en bouw van nieuwe sociale woningen. In de privémarkt kan het stadsbestuur dynamiek brengen door verdichting en verhoging te ­stimuleren. Zo vergroten we het aanbod en kan de huizenmarkt een beetje afkoelen, zonder dat de stad hoeft te investeren.”

Wat met het openbaar vervoer? Wordt Gent gedwarsboomd door N-VA-minister van mobiliteit Ben Weyts, voogdijminister van De Lijn?

“Ik zou het op de minister kunnen schuiven, maar dat zou te makkelijk zijn. Er is een ruimer probleem met De Lijn, die tot dusver te centraal georganiseerd was. De indeling in vervoersregio’s is een goede zaak. Alleen zien we geen ­investeringen, maar altijd maar besparingen. Wij gaan inzetten op alternatieven, onder meer met shuttles. Maar de situatie in Vlaanderen is ­dramatisch.”

In Brasschaat willen mensen zelfs geen tram naar Antwerpen.

“Dat zie je rond Gent ook. In Lochristi, ­bijvoorbeeld. Ook daar wil men dat ‘gepeupel uit de stad’ liever niet met de tram zien arriveren.”

Is dat geen regelrechte xenofobie?

“Dat denk ik ook.”

Ik lees in uw akkoord niets over een ­hoofddoekverbod achter het loket.

“Nee.”

Behalve van Guy Verhofstadt is Mathias De Clercq nochtans ook een pupil van diens broer Dirk, die als militant vrijzinnige de hoofddoek al jaren bestrijdt.

“Dat zou kunnen. Maar in Gent is zo’n hoofddoekverbod niet aan de orde. Zo simpel is dat. Het ­laatste wat we nodig hebben, is dat daar opnieuw conflicten over ontstaan.”

Wat met meertaligheid? Ook daarover is in Gent veel te doen geweest: moeten of mogen anderstalige leerlingen op school hun ­moedertaal spreken en cultiveren?

“In onze tekst staat dat we de meertaligheid omarmen. We mogen niet doen alsof er maar één taal is die gesproken kan worden in alle ­geledingen van het sociale leven. Ook hier willen wij heel genuanceerd zijn en geen grote oorlogen uitvechten. We vinden het belangrijk dat ­niemand zich uitgesloten voelt.”

Kent Gent een probleem met gebrekkige ­kennis van het Nederlands bij jongeren met een migratieachtergrond? En kan die hen ­parten spelen op de arbeidsmarkt?

“Ik ben geen specialist in deze materie, maar ik zie de problemen niet. Het onderwijs doet grote inspanningen en behaalt goede resultaten. Wat ik zelf zie bij een aantal jongeren, is dat hun kennis van het Nederlands erop achteruitgaat als ze na hun studies geen kansen krijgen op de ­arbeidsmarkt. Ik weet niet of dat een algemene regel is, maar ik vind het zorgelijk. Wie geen ­kansen krijgt, plooit zich terug op de eigen groep. Dat is een probleem. We moeten iedereen kansen bieden.”

Komen er, behalve op de huurmarkt, dan ook praktijktesten op de arbeidsmarkt?

“Daar moeten we echt op inzetten, ja. Dat is iets wat de vier partijen delen: wij willen geen discriminatie, wij willen niet dat mensen aan de kant geschoven worden omwille van hun afkomst. Wij willen dat niet, en gaan daar ook naar handelen.”

Een volgend hoofdstuk in uw akkoord: Gent is, zo lees ik in uw tekst, de technologische hoofdstad van de wereld.

“Ik denk dat ik weet welke bocht u nu gaat nemen. U gaat over ggo’s beginnen.”

Inderdaad. Op de campus van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie in Zwijnaarde wordt op wereldniveau aan onderzoek en ontwikkeling naar genetisch gemodificeerde organismen gedaan. Maar de groenen ­hebben dat onderzoek altijd alleen maar tegengewerkt.

“Ik vind het erg dat iedereen in het debat over ggo’s in de loopgraven zit. Men verwijt het de groenen dat wij niet openstaan voor die ­technologie, maar hetzelfde kun je zeggen over de voorstanders: zij aanvaarden geen kritiek op wetenschap, want die wetenschap is per definitie goed. Er kan niet meer gepraat worden.”

Groen heeft jarenlang desinformatie ­verspreid: dat ggo’s kanker veroorzaken, ­bijvoorbeeld, wat een compleet onhoudbare stelling is.

(fel) “Maar nu doet u het zelf. Ik wil net ­uitleggen dat er toch nog enige argwaan mag zijn in het debat over ggo’s, en u suggereert dat wij er niets van kennen. Dan kunnen we toch niet praten? Iedereen heeft toch het recht om vragen te stellen bij wat wetenschappers doen? Niet alles wat wetenschappelijk correct is, is maatschappelijk aanvaardbaar.”

Maar in het klimaatdebat volgt u de ­wetenschappelijke consensus, in het debat over ggo’s niet. Misschien gaat het u in het klimaatdebat dan ook helemaal niet om de wetenschap, maar om de groene intuïtie: dat de mens de natuur bedreigt. Diezelfde ­intuïtie speelt in het ggo-debat: de mens mag niet ingrijpen in de natuur.

“Politiek is geen wetenschap, dus natuurlijk speelt intuïtie een rol. Maar het is een basis­houding van ecologisten dat ze beducht zijn voor negatieve gevolgen van keuzes die we nu maken. Wij willen niets afwentelen op toekomstige generaties. Zeker bij ontwikkelingen waar twijfel mogelijk is, is een open debat belangrijk. Best van bij het begin. Bij ggo’s is dat fout ­gelopen. Daar zijn we meteen in een loop­gravenoorlog terechtgekomen. Voor- en tegenstanders hebben daar samen een verantwoordelijkheid in.”

Akkoord. Wetenschappers hebben te weinig en slecht gecommuniceerd. Neemt niet weg dat Gent nu kansen mist. Doordat de regelgeving voor ggo’s en andere gentechnieken zo streng is, kunnen alleen reuzen zoals Bayer dat betalen. De kleinere start-ups in Zwijnaarde kunnen dat niet.

“Ik wil niet blind zijn voor dat argument, want het klopt: dat is een effect waar we oog voor moeten hebben. Ik zeg ook niet dat alle bio­techno­logie des duivels is. Maar we moeten oog hebben voor het feit dat de industrie ­belangen heeft die ze wil vrijwaren.”

Hoe kijkt u naar de botsing die socioloog Mark Elchardus ziet tussen de gele hesjes, die hun brandstof niet meer kunnen betalen, en de klimaatbetogers, die ook het vliegen duurder zouden willen maken? Is groen soms niet asociaal?

“Dat debat is veel complexer dan alleen de ­diesel- en kerosineprijs. Ik hoor dat wel vaker, dat vliegen straks elitair dreigt te worden. Maar dan vergeet u dat 95 procent van de wereldbevolking nog nooit in een vliegtuig heeft ­gezeten. En als een vlucht van Brussel naar Barcelona goedkoper is dan een treinticket van Gent naar Luik, dan is er toch iets mis. Zeker als je weet dat de overheid miljarden investeert in bedrijfswagens, en veel te weinig in openbaar vervoer.”

Filip Watteeuw: “Ik ben nogal wantrouwig ten aanzien van communisten. Ze zijn mij wat te strak in de leer.” Beeld Eric de Mildt

Akkoord. Maar we zouden toch niet willen dat alleen rijke mensen nog vliegvakanties kunnen boeken?

“Maar vindt u dan dat rijke mensen ineens de norm moeten worden? Als ecologist zoek ik naar manieren om het goede leven beschikbaar te maken voor zoveel mogelijk mensen. Dat betekent dat je keuzes moet maken. De hele wereld elk jaar twee keer met het vliegtuig op reis? Dat zal moeilijk gaan. Vergelijk het met het circulatieplan: ik kom vandaag mensen tegen die al dertig jaar niet meer in de stad gefietst hadden, en dat vandaag opnieuw doen. Zo hebben we in Gent een positieve impact gehad op de levens van duizenden mensen. Daar doe ik het voor. Daarom hou ik van het stedelijke niveau.”

U hebt ook wel in het Vlaams Parlement gezeten. Van 2009 tot 2012 was u de groene fractieleider.

“Ik amuseerde mij daar, ik debatteerde graag met minister-president Kris Peeters en ­ministers Hilde Crevits en Freya Van den Bossche, maar uiteindelijk ben ik toch meer een doener. Ik wil concrete dingen realiseren. Daarom heb ik voor de stad gekozen.”

In het Vlaams Parlement wilde u de politieke vergoedingen omlaag.

“Dat is zo. Ik vond het niet normaal dat een ­parlementslid al na twintig jaar recht had op een volledig pensioen. En het loon van een ­parlementslid is meer dan voldoende, daar hoefden voor mij geen extra’s meer bij, zoals een onkostenvergoeding of een extra toeslag als je commissievoorzitter bent. Maar men is daar niet op ingegaan, wij stonden toen alleen met dat pleidooi.”

Wat verdient een groene schepen in Gent?

“Net zoals de parlementsleden dragen wij 20 procent van het brutoloon af aan de partij, zodat we ongeveer 3.200 netto per maand ­overhouden. Ik vind dat prima. Het voordeel van die afdrachten is dat je nog enige binding hebt met de waarde van geld. Mensen die 5.000 euro en meer verdienen, zijn de voeling met gewone mensen helemaal kwijt. Met zo’n inkomen heb je makkelijk praten over het knippen in uitkeringen, om mensen te activeren. De meeste mensen verdienen maar 1.500 euro per maand. Dat mag een politicus nooit vergeten.”

Nu klinkt u als een PVDA’er.

“Nee, hoor. Ik ben niet echt wat je een communist noemt. Ik sluit niemand uit om mee te besturen, behalve partijen die werden veroordeeld voor racisme. Maar ik ben nogal ­wantrouwig ten aanzien van communisten. Dat is ook een vorm van intuïtie. Ze zijn mij wat te strak in de leer. Ik ben liever pragmatisch. In de politiek moet je een zekere mate van flexibiliteit hebben. Zeggen, zoals de PVDA, dat alle woonmaatschappijen in Gent in handen van de ­overheid moeten komen, dat gaat gewoon niet.”

Filip Watteeuw: “Wie alleen maar goed wil overkomen, komt geen stap verder.” Beeld Eric de Mildt

Zou u in Antwerpen met N-VA onderhandeld hebben?

“Zoals ik al zei, ken ik een aantal mensen bij de N-VA met wie zeker te werken valt. Al wordt het er niet makkelijker op.”

Het gebeurt wel op een aantal plaatsen.

“Zeker. Maar het ligt emotioneel nogal moeilijk bij onze achterban. En omgekeerd geldt ­hetzelfde, neem ik aan. De N-VA speelt wat ons betreft veel te emotioneel op de thema’s migratie en identiteit. Dat maakt samenwerking bijna onmogelijk. Zeker in Antwerpen, waar ­voorzitter Bart De Wever burgemeester is. En zeker na die campagne deze week.”

Is N-VA geen cadeau voor Groen? U bent een heldere tegenpool in het ideologische ­spectrum; de traditionele partijen zwalpen daar wat stuurloos tussenin.

“Dat is voor een stuk zo. Maar dat hebben wij niet aan de N-VA te danken. Wij zijn er de laatste jaren in geslaagd om ons duidelijk te profileren. Onze partij blijft groeien, ook in Gent, ook bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen.”

Is Groen de leidende kracht op links?

“Dat is zo.”

We zijn nu bijna twee uur aan het praten, en u hebt de woorden ‘positief, krachtig, verbindend en toekomstgericht’ nog niet gebruikt.

(lacht) “Vergeet ‘ambitieus’ niet. En voor ‘alle Gentenaars’.”

We kunnen er eens om lachen. Maar soms klinkt uw nieuwe burgemeester Mathias De Clercq wel bijzonder hol door aldoor die ­clichétermen te herhalen.

“Ik begrijp wat u bedoelt. Ik denk dat de politiek zich daar eens over moet beraden. Maar ook de pers heeft daar een aandeel in. Je wordt als ­politicus verplicht om in 16 seconden je ­boodschap over te brengen, en dan krijg je zulke slogans. Op den duur legt niemand nog grondig uit waar hij voor staat en wat hij precies wil doen. Veel politici willen alleen nog maar de sympathie van het publiek. Dat is niet ernstig, zo voer je geen beleid.”

Nu klinkt u zoals wijlen Jean-Luc Dehaene.

“Misschien wel. Ik had een groot respect voor Dehaene. Wie alleen denkt aan zijn imago bij het publiek, kan geen beleid meer voeren.”

Hoe moet het dan wel?

“Politici moeten de moed hebben om keuzes te maken en daar de consequenties van te dragen. Wie alleen maar goed wil overkomen, komt geen stap verder. Ik had de voorbije zes jaar ook alleen tunneltjes en fietsstraten kunnen aanleggen en feestelijk openen, maar dan zou ik geen verschil hebben gemaakt. Met het circulatieplan nam ik een risico, maar heb ik wél een ­verschil gemaakt. Tegen alle negatieve reacties in. Dat moet je doen. Ik zie te veel collega’s die terugdeinzen op het moment dat ze tegenwind krijgen.”

Daaraan zijn de drie traditionele partijen misschien wel kapotgegaan: electorale behaagzucht.

“Dat denk ik ook. Voor Groen is de opdracht nu om helder en slagkrachtig te blijven ondanks het feit dat we almaar groter worden en nu de leidende kracht zijn op links.”

Aan het begin van deze eeuw zat wat toen nog Agalev heette in de paars-groene ­regering van Guy Verhofstadt. Dat is slecht afgelopen. Uw partij werd weggevaagd.

“Het was de eerste keer dat we in een regering zaten. We hadden geen ervaring en dan is het logisch dat je gerold kunt worden. Ik heb dat van nabij meegemaakt, toen. Ik zat in de Gentse gemeenteraad en volgde op de voet wat mijn partijgenote Vera Dua deed in de Vlaamse ­regering. Op een bepaald moment werd er hier in Gent een betoging tegen haar georganiseerd waar Jaak Gabriëls, een liberaal en dus coalitiepartner, in meeliep.”

Bedoelt u die betoging waarin Dua ‘groene hoer’ werd genoemd?

“Precies. Hoe krijgt men het in zijn hoofd om zoiets te zeggen, om als politieke partner mee te lopen in zo’n betoging? Dat verraad hadden wij niet verwacht. Maar ik denk dat we die groeipijnen ondertussen achter de rug hebben. In Gent waren er de voorbije zes jaar ook mensen die dachten dat wij ons kapot zouden besturen. Dat wij het niet zouden ­kunnen, dat we tegen de muur zouden lopen.”

Het had gekund, als uw plan was mislukt.

“Daarvan was ik mij bewust. En dan zou ik uit de politiek gestapt zijn. Ik kan morgen perfect iets anders gaan doen. Daarom ben ik blij dat ik pas laat voltijds politicus geworden ben. Ik zou anders niet dat risico hebben kunnen of durven nemen. Ik ben mij ervan bewust dat je in de politiek het ene moment de machtigste man of vrouw kunt zijn, en het volgende moment met je hoofd op het schavot kunt liggen. Dat besef is zéér bevrijdend. Als je dat aanvaardt, dat het van de ene dag op de andere voorbij kan zijn, kun je op een ontspannen manier aan politiek doen.”

U hebt het rood-groene, of nu het groen-rode, kartel in Gent behouden. Maar het kartel op nationaal niveau, waar velen lang van droomden, is verder weg dan ooit.

“Dat voel ik zo aan, ja. Het is verder weg dan ooit. Zonder vertrouwen tussen personen is zo’n kartel niet mogelijk. In Gent was dat er, tussen Freya en mijzelf. Wij zullen elkaar nooit een mes in de rug steken.”

Dat niveau van vertrouwen hebben Wouter Van Besien en Tom Meeuws in Antwerpen nooit bereikt. Daarom dat hun lijst ‘Samen’ zo vlot sneuvelde.

“Inderdaad. Het gaat over menselijk vertrouwen, niet alleen maar over programma’s die met elkaar moeten worden vergeleken en verzoend.”

De vraag is: zal uw Gentse kartel in 2024 nog bestaan?

(lange stilte)

U laat een lange stilte vallen.

(lacht) “Het zou dom zijn om daar nu ­uitspraken over te doen. De kaarten zijn ­dooreengeschud. Het is niet uitgesloten dat we samen verder gaan, maar het is niet meer zoals vroeger tussen Freya en mij. Groen en sp.a zijn andere partijen. De verhoudingen zijn anders. We zullen zien hoe we de komende jaren samenwerken en of het ­vertrouwen zal standhouden.”

Denkt u stiekem soms niet dat u als lijsttrekker van het kartel, in plaats van Rudy Coddens, meer voorkeurstemmen had kunnen halen dan Mathias De Clercq?

“Ik ben ongelooflijk tevreden over mijn score, het zal niet vaak gebeuren dat iemand op de vijfde plaats meer dan 13.000 voorkeurstemmen haalt. Maar om daaruit te besluiten dat ik als lijsttrekker Mathias zou hebben verslagen? Nee, dat weet je niet.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234