Zondag 05/04/2020

AnalyseEU-begroting

Een gevecht van 1.100 miljard euro staat op het punt te beginnen. Dit zijn de 4 belangrijkste thema’s

Beeld thinkstock

De EU-leiders beginnen donderdag aan een marathontop over de Europese begroting voor de komende zeven jaar. Vier thema’s zetten de onderhandelingen onder grote druk. Alleen als die puzzelstukken bij elkaar worden gebracht, kan de EU eensgezind naar de toekomst kijken.

Het moet nu gebeuren, zegt EU-president Charles Michel. Nog langer dralen maakt een besluit over de nieuwe Europese meerjarenbegroting (2021-2027) alleen maar moeilijker. En dus beginnen premier Mark Rutte en zijn EU-collega’s donderdag aan wat een heel lange EU-top kan worden.

De kans op een akkoord is gering. “Het is niet onmogelijk dat het wel lukt”, heet dat diplomatiek in de Brusselse wandelgangen. De posities liggen nog net zover uit elkaar als bij aanvang van het debat bijna twee jaar geleden, de biechtstoelgesprekken tussen Michel en de leiders afgelopen weken ten spijt. Iedere premier en president weet zich gewapend met een veto.

Betrokken EU-ambtenaren zien het met afgrijzen aan. De ‘landingszone’, zoals een compromis tegenwoordig in Brussel heet, is immers financieel tot achter de komma in kaart gebracht. “Dat 27 leiders elkaar al anderhalf jaar gijzelen over een paar honderdsten procentpunten. Wat een tijdverspilling. Een nationale regering die zoiets doet, wordt onmiddellijk naar huis gestuurd”, zegt een van hen.

Maar het gaat niet alleen om de centen, het gaat vooral om nationale parlementen die uiteindelijk hun leiders meer ruimte moeten geven. Wat gaan Rutte en zijn collega’s doen? De vier ‘knoppen’ waaraan ze draaien om een voor iedereen acceptabel akkoord samen te stellen.

Angela Merkel: Wil best ‘meer’ betalen aan Europa, maar houdt de kaarten tegen de borst over wat zij daarvoor terugwil.Beeld AP

De omvang

Een flink hogere begroting, of juist niet?

Startpunt voor de discussie is het voorstel dat Michel vorige week naar de leiders stuurde: 1.095 miljard euro voor de komende 7 jaar, oftewel 1,07 procent van het gezamenlijke bruto nationaal inkomen van de 27 lidstaten. Of dat (te)veel of weinig is, is bovenal een politiek oordeel. De Europese Commissie noemde in haar begrotingsvoorstel 1.135 miljard euro (1,11 procent) het ‘absolute minimum’, het Europees Parlement acht 1.324 miljard (1,3 procent) noodzakelijk.

De Commissie zet haar voorstel graag af tegen wat de lidstaten thuis uitgeven. Gemiddeld bedragen de overheidsuitgaven in de EU-landen 47,1 procent van het bruto nationaal inkomen, met andere woorden: die 1,11 procent voor de Unie is niets. De EU kost de burger de komende jaren gemiddeld 78 eurocent per dag. Wat de Commissie niet vermeldt, is dat zij geen docenten en agenten hoeft te betalen, geen zorg en bijstand, geen soldaten en wegenbouwers.

De ‘zuinige vier’ – Nederland, Oostenrijk, Zweden, Denemarken – vinden alle drie de voorstellen te duur. Zij zetten in op 1 procent, oftewel: 1.020 miljard, minder zelfs dan de 1.082 miljard die in crisistijden voor de huidige meerjarenbegroting (2014-2020) werd gereserveerd. De redenering van de vier is dat een kleinere Unie (het Verenigd Koninkrijk is per 1 februari vertrokken) een kleinere begroting vereist. Omdat de EU nieuwe problemen wil aanpakken (strijd tegen klimaatverandering, digitalisering economieën) en de rekening op minder schouders drukt (Londen was een grote nettobetaler aan de EU) moet het mes in de uitgaven. Zoals minister Wopke Hoekstra van Financiën eerder deze week zei: “We gaan niet nog eens een hele sloot meer geld uitgeven.”

Daartegenover staan ruim 15 oostelijke en zuidelijke lidstaten die het Commissievoorstel op zijn best aan de magere kant vinden. Zij pleiten voor behoud van bestaande uitgaven, vers geld voor nieuwe plannen en nieuw geld om het brexit-gat te dichten. Dat het compromis van Michel – iets meer dan de ‘zuinige vier’, minder dan de Commissie en veel minder dan het parlement – direct na de presentatie werd neergesabeld, was net zo voorspelbaar als de positie van de financiële loopgraven.

Alle ogen zijn komende uren en dagen gericht op bondskanselier Angela Merkel en de Franse president Emmanuel Macron. Zij moeten de basis leggen voor een akkoord. Merkel zegt bereid te zijn ‘meer’ te betalen maar laat in het midden hoeveel. Macron wijst op de ambities die Europa moet hebben maar zwijgt over de prijs. Beide landen zijn, net als Nederland, nettobetalers aan de EU.

Mark Rutte: hoort bij wat wordt genoemd de ‘zuinige vier’ in de EU. Nu de Britten zijn vertrokken, kan de EU-begroting omlaag, vindt hij.Beeld BELGA

De uitgaven

Minder naar landbouw, meer klimaat

Minstens zo belangrijk als de omvang van het budget, is de besteding ervan. Afgelopen zeven jaar ging eenderde van het EU-budget naar landbouwsubsidies (vooral inkomenssteun voor boeren), eenderde naar de armere regio’s en de rest was voor onderzoek, veiligheid, migratie, defensie, transport, interne markt, salarissen en gebouwen. ‘Achterhaald’ noemen de zuinige vier, Duitsland en de Commissie deze verdeling. De Unie van de 21ste eeuw kan niet uitgeven alsof het de 20ste eeuw (landbouw, regio’s) is. Nederland wil een ‘moderner’ budget: méér geld voor onderzoek, innovatie, klimaat en tegelijkertijd de uitgaven voor landbouw en de armere regio’s deels bevriezen. Na 7 jaar zijn die dan bijna 120 miljard euro lager.

De Commissie stelt voor ruim 90 miljard bij de landbouw- en regiogelden weg te halen waardoor die twee posten straks 60 procent van het totale EU-budget beslaan in plaats van 66 procent. Michels voorstel verandert daar niet veel aan, hij trekt een paar miljard meer uit voor de boeren.

De EU-president weet dat Macron pal achter de (vooral Franse) boeren staat. Alle liberale overtuigingen bij de Franse leider ten spijt, houdt deze onverkort vast aan de marktverstorende landbouwsubsidies. Hij schermt graag met het woord ‘voedselsoevereiniteit’, Europa moet zijn eigen eten produceren. Hierop valt het nodige af te dingen (de EU exporteert ook veel landbouwproducten), maar politiek werkt het voor Macron. Die heeft naast pensioenstakingen en ‘gele hesjes’ geen trek in nieuwe protesten van ‘gele koeien’.

Macron wil wel dat de EU-miljarden groener worden ingezet. Veertig procent van de uitgaven moet naar zaken gaan die het klimaat en de biodiversiteit ten goede komen.

De oostelijke lidstaten (Polen en Hongarije voorop) op hun beurt, willen niets weten van kortingen op de subsidies voor armere regio’s, waarvan zij grootontvangers zijn. Vertrouwelijke Commissiecijfers tonen aan dat Warschau en Boedapest straks bijna een kwart minder geld ontvangen, Polen raamt zijn verlies op 20 miljard euro.

Dezelfde twee landen vrezen een andere noviteit in de begrotingsplannen: koppel de uitbetaling van EU-subsidies aan het respect voor de rechtsstaat. Juist daarin trekken noord en zuid weer gezamenlijk op.

Het verleggen van de geldstromen kan de weerstand tegen een hoger totaalbudget wegnemen: het gaat er uiteindelijk ook om wat je terugkrijgt.

Emmanuel Macron: Kan met zijn invloed een akkoord dichterbij brengen. Zijn paradepaardjes: een belasting op plastic en CO2.Beeld BELGA

De inkomsten

Minder kortingen voor rijke landen

De EU kan geen begrotingstekort hebben zoals nationale overheden, EU-uitgaven moeten strikt gedekt zijn. Het zijn de lidstaten die het overgrote deel van het budget financieren. Circa 70 procent is een afdracht op basis van het bruto nationaal inkomen van elk land. De rest komt uit BTW-gelden, douaneheffingen en een heffing op suiker. Op deze manier betalen de rijkste landen het meest aan de Unie.

Omdat sommige rijke landen fors meer betaalden aan de EU dan even welvarende broeders, zijn er sinds 2002 kortingen op de afdracht geïntroduceerd voor Nederland, Duitsland, Denemarken en Zweden. Alles bij elkaar gaat het om 5,8 miljard euro in 2020, voor Nederland om 1,5 miljard. Het zijn andere lidstaten als Frankrijk, maar ook de armste, die voor de korting van de rijke landen opdraaien.

De Commissie heeft haar buik vol van de ‘boekhoudersblik’ waarmee Nederland, Denemarken en Zweden naar de Unie kijken. Simpelweg de betalingen aan en subsidies van de EU tegenover elkaar zetten – en dan moord en brand roepen als het verschil (de nettopositie) negatief is – doet volgens de Commissie geen recht aan het profijt van de Unie. Het laat de winst voor bedrijven van de interne markt immers buiten beeld, en die brengt tien keer zoveel op voor Nederland als de betalingen aan de EU. Ook andere EU-clubvoordelen (veiligheid, vrij verkeer werknemers, milieumaatregelen) worden niet meegeteld. Reden voor de Commissie om de kortingen af te bouwen, ook Michel zit op die lijn.

Dat voornemen werkt als een rode lap op premier Rutte en zijn Duitse, Deense en Zweedse collega’s. Alle vier hebben afgelopen weken grafieken geproduceerd waaruit moet blijken dat zij nu al de grootste nettobetaler van de EU zijn en dat de nieuwe begrotingsplannen die onfortuinlijke nummer 1 positie alleen maar versterkt. “Voodoocijfers”, vindt de Commissie. Hoe dan ook, de vier zijn niet van voornemens op dit punt toe te geven, tenzij daar iets anders (lager budget, andere verdeling subsidies) tegenover staat.

Een ander plan dat Nederland irriteert is dat landen minder overhouden van de douaneheffingen die ze voor de EU innen. Nu mag een lidstaat 20 procent in eigen zak steken, als ‘vergoeding’ voor de inning. De Commissie stelt voor deze ruime vergoeding te verlagen naar 10 procent wat Nederland (met de Rotterdamse haven) 300 miljoen euro per jaar kost.

Charles Michel: de nieuwe EU-president, is vastbeloten een eind te maken aan de impasse over de nieuwe EU-begroting.Beeld EPA

Nieuwe belastingen

Betalen voor plastic en CO2

De grootste ‘vernieuwing’ die op tafel ligt, is de introductie van twee nieuwe inkomstenbronnen voor de EU. De eerste is de ‘plastictaks’, een heffing van 80 eurocent die lidstaten moeten betalen per kilo niet gerecycled plastic. EU-president Michel raamt de opbrengst op zo’n 7 miljard euro per jaar. De tweede nieuwe geldbron die Michel wil aanboren is het handelssysteem in CO2-rechten (ETS). Door een deel van die opbrengst (nu bestemd voor de lidstaten) af te romen, stroomt er 8 miljard euro jaarlijks naar het EU-budget. Bij elkaar opgeteld 15 miljard per jaar, dus 105 miljard over de gehele budgetperiode.

Door deze nieuwe inkomsten hoeven de lidstaten minder af te dragen aan de EU op basis van hun nationaal inkomen. Nogal wat landen voelen er weinig voor: het is vestzak-broekzak, voor de ene betaling die omlaag gaat komt er een andere (nieuwe) bij. Uiteindelijk zijn het burgers en bedrijven die betalen, ook al staat het nu onder een ander kopje in de begroting.

Er is nog een reden waarom lidstaten niet enthousiast over deze nieuwe middelen: ze houden niet van Europese heffingen. Belastingen zijn een nationale competentie, daaraan morrelen door Brussel wordt gezien als aantasting van de soevereiniteit.

Juist daarom zijn Michel en de Europese Commissie er wel gecharmeerd van. Ze hopen dat met Europese heffingen de splijtende discussie over nationale afdrachten en nettoposities (hoeveel betaal ik aan Brussel) wegebt.

Daarnaast weten Michel en de Commissie dat het Europees Parlement moet instemmen met de begroting. Het gat tussen Michels voorstel en de opgetelde wensen van de parlementariërs bedraagt 230 miljard euro. Het is uitgesloten dat de leiders aan de parlementseis zullen voldoen, dus moet het gepaaid worden met iets anders. Europese belastingen vallen goed in het parlement, helemaal als onderzoek wordt beloofd naar meer van deze nieuwe inkomsten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234